De filosofie van Cruijff zit in de vezels van het voetbal

Johan Cruijff was op het voetbalveld niet alleen een genot om naar te kijken, hij veranderde als voetballer en trainer het spel. Veel meer dan Pelé en Diego Maradona heeft de Amsterdammer zijn stempel op het voetbal gedrukt. Enkele voorbeelden uit de praktijk.

Johan Cruijff Beeld anp

Met de term 'totaalvoetbal' wordt nog steeds gewezen op het Oranje van 1974. Het Nederlands elftal overrompelde op het wereldkampioenschap voetbal met een aanvallende manier van spelen waarbij elke speler een taak had. Vooral de manier van druk zetten - een idee uit de hoge hoed van Johan Cruijff en Rinus Michels - was vernieuwend.

De tegenstanders werden over het hele veld opgejaagd en de inzet was om de bal zo snel mogelijk terug in de ploeg te krijgen (zie video). Om dit voor elkaar te krijgen, werden sommige spelers op voor hun ongewone posities gezet. In 1974 was dat het geval met Arie Haan. De geboren middenvelder speelde het toernooi als centrale verdediger. In zijn tijd als trainer van FC Barcelona ruimde Cruijff de linksbackpositie in voor de aanvallend ingestelde Sergi Barjuan. Beide wisselingen bleken succesvol.

Het afjagen van de tegenstander op de manier zoals Cruijff dat wenste, kwam enkele jaren geleden terug in het spel van Barcelona. De Catalanen waren onder Pep Guardiola tussen 2008 en 2012 bijna onverslaanbaar. De filosofie van Cruijff werd door zijn voormalig pupil in de praktijk gebracht. Overigens hamerde Louis van Gaal halverwege de jaren '90 bij Ajax op dezelfde speldiscipline.

Buitenspelval
Het opzettelijk buitenspel zetten van tegenstander was een idee dat al lang voor de komst van Cruijff bestond. Volgens de overlevering was Hans Tetzner in de jaren '20 degene die de buitenspelval in Nederland introduceerde. De variant die Cruijff en zijn teamgenoten bij Ajax en Oranje hanteerden was de aanvallende variant. El Salvador had geen zin om elke keer het hele veld over te moeten steken om te verdedigen. Die energie wilde hij gebruiken bij aanvallende acties.

Daarom speelde hij later met zijn teams als trainer ver van het eigen doel, met veel ruimte in de rug van verdedigers. Om dit in stand te houden, is het druk zetten in de aanvallende linie noodzakelijk. Anders valt de ruimte achter de eigen verdediger ten prooi aan snelle uitvallen van de counterende tegenstanders.

Keeper
Natuurlijk had Johan Cruijff ook een mening over de keeper in zijn elftal. Want die moest toch ook wel een beetje kunnen voetballen? De achterliggende gedachte was om zo een extra pion in de opbouw te creëren. In 1985 betekende deze gedachte de doorbraak van Stanley Menzo. De doelman kon volgens Cruijff goed 'meevoetballen'.

Het opstellen van Menzo leverde Cruijff veel kritiek op, maar hij hield vast aan zijn gedachtegoed. Later vond de keuze voor een voetballende keeper veel opvolging. Edwin van der Sar is er misschien wel het beste voorbeeld van geworden.

Stanley Menzo bij Ajax Beeld anp

De ruit
In het programma Barend&Van Dorp legde Johan Cruijff aan het grote publiek zijn ruit uit. Op Cruijffiaanse wijze duidde hij het belang van ruiten en driehoekjes op het veld. "Ik zou nooit met een ruit spelen, als ik een wereldspits als Marco van Basten had."

Cruijff was door het creëren van een extra driehoek op het veld een groot voorstander van een middenveld met 'de punt naar achteren'. In 1974 was die positie voorbehouden aan Wim Jansen. Bij Barcelona gebruikte Cruijff daar onder anderen Pep Guardiola voor.

Frank de Boer is dit seizoen bij Ajax voor het eerst afgeweken van deze filosofie. Als nummer 10, de positie achter de diepe spits, stelt hij wekelijks Davy Klaassen op. De plek van de verdedigende middenvelder komt daarmee voor het grootste deel te vervallen. Tijdens de Cruijff-revolutie was dit één van de discussiepunten binnen de technische leiding van de Amterdamse club.

De opbouw
De opbouw verzorgen via de backs? Een doodzonde in de ogen van Cruijff. Door het aanspelen van de twee buitenste verdedigers maak je het jezelf onnodig moeilijk. Want een back aan de bal heeft maar de helft van de mogelijkheden die een centrale verdediger heeft. De zijlijn belemmert zijn opties.

Dit gedachtegoed is terug te vinden in de 'half-spaces' van Pep Guardiola (45). De trainer van Bayern München beveelt zijn spelers dat maximaal één van hen in het buitenste gebied van het veld geposteerd mag staan. De gebieden tussen het midden van het veld en de het buitenste gebied langs de zijlijn worden door Guardiola aangewezen als de zone waar het verschil gemaakt kan worden. De Spanjaard is de coach die misschien wel de filosofie tegenwoordig het meeste uitdraagt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden