PlusAchtergrond

De exitstrategie van ziekenhuizen: zo wordt de reguliere zorg opgeschaald

Achter de schermen werken de ziekenhuizen aan hun eigen exitstrategie. Hoe pakken ze straks de zorg voor ‘gewone patiënten’ weer op die noodgedwongen al weken op hun operatie wachten? 

Acute zorg gaat momenteel nog steeds door, maar alles wat niet per se nú moet niet.Beeld shutterstock

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden, maar in de beginperiode van de coronacrisis in ­Nederland – half maart – werden de niet-acute geplande operaties in de ziekenhuizen stilgelegd. Staaroperaties, incontinentie-ingrepen, maagverkleiningen, spataderen en hartklepvervangingen, alles wat kán wachten, moet wachten.

Tot op de dag van vandaag is dat zo: acute zorg gaat door, alles wat niet per se hoeft niet. Dit om medewerkers vrij te spelen voor de zorg van ­patiënten met Covid-19, én om in de ziekenhuizen het besmettingsgevaar in te dammen.

Maar hoe lang nog? Nu deze week het landelijke aantal coronapatiënten op de ic elke dag daalt en het Outbreak Management Team voorspelt dat op 1 mei de ic’s zijn geslonken tot een normale bezetting, waardoor er weer ruimte is voor 500 niet-coronapatiënten, dringt zich de vraag op wanneer de ‘gewone patiënt’ met een operatieafspraak aan de beurt is. Die wacht ­namelijk al vijf weken.

Yvo Roos, samen met traumachirurg Frank Bloemers een van de twee voorzitters van het Roaz, dat de acute zorg in Noord-Holland en Flevoland coördineert, heeft daar geen klip-en-klaar antwoord op, maar hij ziet wel dat de ziekenhuizen meer ruimte krijgen. Vooral de toestroom op de Covid-afdelingen, waar patiënten ademondersteuning krijgen, neemt in de regio af. Dat betekent dat er ook minder ‘slechte’ ­patiënten naar de ic doorstromen. De ziekenhuizen zijn zich aan het voorbereiden op de komst van de ‘gewone patiënt’, ook in de poliklinische zorg, zegt Roos, tevens neuroloog in Amsterdam UMC.

Gigantische puzzel

Elke dag overlegt hij met de ziekenhuisbesturen in de regio. En waar het de hele tijd ging over ­opschalen voor patiënten met Covid-19, gaat het nu ook voortdurend over opschalen van de ­gewone zorg. “Ook daarvoor hebben we geen draaiboeken klaarliggen. Dat zijn we nu met elkaar aan het uitvinden.”

De gewone ingrepen – liesbreukoperatie of een nieuwe heup – moeten straks naast de ­Covid-zorg kunnen worden gedaan, maar dat betekent een gigantische logistieke puzzel met twee stromen: Covid en ‘schoon’. Daarmee gaan veel dilemma’s gepaard. “We zitten dicht op ­onze patiënten. Daar moeten je over nadenken. Wie trek je isolatiejassen aan? En wie niet? Wanneer wel? Wanneer niet? Hoe richt je dat in?”

Openhartoperatie

Heel belangrijk is dat bij het opschalen van de reguliere zorg de ic-capaciteit goed in de gaten wordt gehouden. Bij het OLVG is die weliswaar stabiel, maar het is nog steeds druk, zegt hoofd van het medisch crisisteam van het OLVG Roos van Nieuwenhuizen.

“Het zijn communicerende vaten. Als de druk op de ic minder wordt, kan de gewone zorg weer worden opgevoerd.” Omgekeerd is het ook zo: “Zolang de ic vol ligt met patiënten met Covid-19 kun je bepaalde complexe ingrepen niet uitvoeren.”

Voorbeeld: na een openhartoperatie wordt een patiënt steevast opgenomen op een ic-bed, om de patiënt goed in de gaten te kunnen houden. Zo zijn er meer ingrepen waarbij de patiënt een grotere kans heeft om op de intensive care terecht te komen. En die ligt nu nog vol. Of eigenlijk voller dan vol, want nu draait die dubbel zoveel patiënten.

Een ander probleem is dat veel zorgmedewerkers van bijvoorbeeld de operatiekamers of de uitslaapkamers bijspringen als buddy op de ic. “Die medewerkers moet je ook weer vrij kunnen spelen voor andere behandelingen.”

Ook in de ziekenhuizen, met draaideuren en wachtkamerbankjes, geldt de regel: anderhalve meter afstand. Daar moeten oplossingen voor worden bedacht. En tot slot is er nog altijd grote schaarste in beschermingsmiddelen en medicijnen als slaapmiddelen en pijnstillers. “Dat zijn allemaal factoren die ons beperken. Maar neem van mij aan: wij als dokters zouden dolgraag meer patiënten behandelen.”

Het OLVG is in coronatijd altijd doorgegaan met acute en semi-acute zorg, maar de gewone zorg is drastisch teruggeschroefd. “Wij hadden vijftien tot twintig operatiekamers draaien op een dag, nu zijn dat er zeven.”

De ziekenhuizen moeten dus veel inhalen. ZorgDomein, waar bijna alle huisartsen bij zijn aangesloten, heeft uitgerekend hoeveel het in verwijzingen scheelt. Vergeleken met een jaar geleden heeft cardiologie gemiddeld 75 procent minder verwijzingen en bij oogheelkunde is dat 86 procent. Schreven de huisartsen in de eerste week van april 2019 nog 97.000 verwijzingen naar ziekenhuizen en behandelklinieken in het land, dit jaar waren dat er in dezelfde periode 22.000. Volgens een inventarisatie uit maart van adviesbureau Gupta is veertig procent van de zorg in de ziekenhuizen lamgelegd. Een ­gigantische daling. Ooit moet dat op het oude niveau komen. Maar wanneer? En vooral hoe?

Maatwerk

“Het is niet dat je even een kraan opendraait,” zegt Wouter van der Horst, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). Een exitstrategie in de ziekenhuizen zal net als de grote exitstrategie – de versoepeling van de maatregelen – in kleine stapjes gaan. “Dat moet zorgvuldig gebeuren.”

Verschillende ziekenhuizen, weet Van der Horst, laten langzamerhand al wat meer patiënten toe. Allemaal maatwerk, op basis van medische keuzes van de specialisten: de meest ­urgente patiënten eerst. “Het is net als met een kerncentrale: het stopzetten is makkelijk, maar dan weer opstarten is heel erg moeilijk.”

Dat optuigen van de reguliere zorg gebeurt in regionaal verband, via de twee Roaz-regio’s van Amsterdam UMC, waarbinnen elf ziekenhuizen samenwerken. Volgens Yvo Roos verliep die samenwerking in de Covid-opschaling ‘buitengewoon goed’ en trekken ze ook samen op in het herpakken van de reguliere zorg. “Het zou niet fair zijn als het ene ziekenhuis het gewone werk weer oppakt, terwijl het andere ziekenhuis nog moet opdraaien voor de Covid-zorg. Gelijke monniken, gelijke kappen.” De ziekenhuizen overleggen nu over de spelregels, bijvoorbeeld over een eerlijke verdeling van de ic-patiënten.

Te vroeg om te juichen

Dan de hamvraag: Duurt het weken of maanden voordat de patiënten weer worden uitgenodigd voor hun uitgestelde operatie?

Yvo Roos denkt vooralsnog in weken. “Misschien dat er ook wel patiënten zijn die langer moeten wachten. We zitten straks met een stuwmeer aan behandelingen. De wachttijden zullen oplopen, daar moeten we ook reëel in zijn.”

Overigens houdt Yvo Roos er rekening mee dat er ook mensen zijn die, uit angst voor een besmetting, niet staan te springen om weer naar het ziekenhuis te gaan. “We moeten uitleggen dat ze veilig zijn bij ons. Dus niet dat ze denken dat ze zonder Covid naar binnen gaan, en er met Covid weer uitkomen.”

Intussen is het veel te vroeg om te juichen, vindt Roos. Veel zorgmedewerkers vrezen een tweede piek, als de maatregelen tegen verspreiding van het virus van overheidswege worden versoepeld. “Maar als dat gebeurt, zijn we wel veel beter voorbereid. De draaiboeken liggen er. Brabant is overvallen door de stroom patiënten en de rest van Nederland heeft zich iets beter kunnen voorbereiden voordat de enorme druk daar was.”

Al pleit hij er vooral voor om heel voorzichtig de teugels te laten vieren, iets waar Van Nieuwenhuizen zich achter schaart. Zodra er wordt opgeschaald in het OLVG, kijkt de zogeheten commissie-non-covid-zorg welke patiënten het eerst aan de beurt zijn.

“Per week beoordeelt de commissie: hoeveel ok’s kunnen we deze week draaien? En welke specialisten hebben patiënten die daarvoor in aanmerking komen? Mijn verwachting is dat het langzaam op gang komt. De komende weken bekijken we dat van moment tot moment.”

Een app, beeldbellen: ineens kan een heleboel

Lichtpuntjes zijn er ook in deze crisis en dat is dat er in de ziekenhuizen ontzettend veel is geïnnoveerd. Artsen beeldbellen met ­patiënten en het OLVG heeft in een mum van tijd een compleet nieuwe corona-app opgezet, waar ­inmiddels tienduizenden mensen gebruik van ­maken.

Zo zijn er talloze initiatieven, die een paar weken geleden nog voor onmogelijk werden gehouden.

Leer daarvan, zegt een groep artsen die deze week in de media een oproep deed om de reguliere zorg niet verder in de verdrukking te laten komen.

Een van de initiatiefnemers is huisarts Bart Meijman uit Osdorp. “We zien dat veel routinematige controles in ziekenhuizen, maar ook bij huisartsen heel weinig toevoegen. Die hoeven niet, of ze kunnen op zijn minst op een andere manier – bijvoorbeeld via een beeldscherm – worden gedaan. Dat kan heel erg afgeschaald worden.”

Deze crisis laat zien waar de overbehandeling en overdiagnostiek zitten, stelt Meijman.

“Laten we daar nu scherp naar kijken. Maar ook naar de bureaucratie. De bureaucratie is een veelkoppig monster, dat hou je niet zomaar tegen, maar nu kon eventjes alles. Er was maar heel weinig bureaucratie en er ging heel weinig mis. Op bureaucratie kun je twintig procent werktijd besparen. Daarmee kun je weer schaarse verpleegkundigen en dokters vrijspelen.”

“Naast alle ellende die de coronacrisis veroorzaakt heeft, is het een gemiste kans als we hier niet van leren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden