Column

De eerste keer dat ik mijn oma op de afdeling zag, heb ik gehuild

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Mijn oma leefde twee jaar op de gesloten afdeling van een verpleeghuis. Om binnen te komen moest je een cijfercode intoetsen en om weg te gaan ook. De cijfer­code was een jaartal.

Als de deuren opengingen, stapte je een soort alternatieve werkelijkheid binnen. De eerste keer dat ik haar op die afdeling zag, heb ik gehuild. Ze was wel ziek, maar nog niet zo erg als haar huisgenoten. Oma hoorde daar niet. En dat vond ze zelf ook. Dat is altijd de eerste fase. Ik wil hier weg. Daarna komt de berusting. Daarna komt de woede. Daarna komt de menselijke vliegtuigstand. En daarna komt de dood.

We wisten dat ze ziek aan het worden was toen ze in haar tv-gids programma's begon te omcirkelen die ze nooit keek. En daarna ging het best snel. Ze stopte met koken, ze stopte met douchen en ze stopte met slapen.

Maar soms was ze er dan opeens weer. Voor heel even. Dan ging ze met haar vingers door mijn haar en zei ze dat ze trots op me was.

"Je mag huilen hoor. Huilen is goed."
"Ik weet het, oma."
"Waarom huil je?"
"Iets is uien aan het snijden, oma."
"Wat is uien aan het snijden?"
"Alles is uien aan het snijden."

Als ik aan het verpleeghuis van mijn oma denk, denk ik aan haar bed en de tientallen uitgeprinte foto's aan de muur. Hoe slechter ze werd, hoe groter de foto's werden. Als ik aan het verpleeghuis van mijn oma denk, denk ik aan de ambulance voor de deur. Er stond altijd wel een ambulance voor de deur. Deze ziekenauto's kwamen met sirenes en zwaailichten aan racen, maar reden heel rustig weer weg. Ook denk ik aan de Surinaamse en Antilliaanse vrouwen die voor mijn oma zorgden toen ze het zelf niet meer kon en wij het simpelweg niet aandurfden.

Ik denk aan mijn moeder, die vier keer per week bij haar moeder zat. En hoe ze met een scheerapparaat over haar kin ging. Grijze haren op de kunststofvloer. Een roze koek in de kantine. De geur van poedersoep in de hal. Spetterpoep in het gehandicaptentoilet. Eenzaamheid. Angst. Schuldgevoel. De ziekelijke liefde voor onze zieke ouders. Het duivelse dilemma. Wat ga ik met mijn ouders doen als ze echt ziek zijn? Als het leven net iets te lang doorgaat? Kies ik dan voor loyaliteit of voor realisme? Ga ik dan voor mantelzorg of voor wildvreemden met een Supermancape?

Ik denk met veel liefde terug aan het verpleeghuis van mijn oma. Het was misschien niet altijd perfect. Het was misschien niet altijd veel, maar het was meer dan wij ooit hadden kunnen geven.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden