Plus

'De dichtkunst is de vleeskleurige panty om een houten been'

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert op maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

Het is 2012. Ergens in januari. Ik zit backstage bij De Wereld Draait Door. Het is Nationale Gedichtendag en ik eet een middelmatige biefstuksalade.

"Ik ben helemaal geen dichter," zeg ik tegen een man die naast me zit met een bord soep.
"Maar wil je het wel zijn?" vraagt hij, alvorens hij met een servet de onderkant van zijn gezicht fatsoeneert.
"Ik weet het niet."

"Waarom zou je geen dichter willen zijn?"
"Ik vind die obsessie voor het ondoorgrondelijke simpelweg onuitstaanbaar. Als een dichter voor een sloot staat en hij ziet dat er twintig meter verderop een bruggetje over het water ligt, springt de dichter toch over de sloot. Dichters larderen de essentie van het leven met overbodigheden. Onnodige pirouetjes."

"Heb je wel gedichten bij je?"
"Nee. De dichtkunst is de vleeskleurige panty om een houten been."
"Dat kan best kloppen, maar weet wel dat je al zeker drie minuten aan het dichten bent."
"Echt?"
"Onnodige pirouetjes tot in de wolken, jongen."
"Dus ik hoor hier wel thuis?"
"Dat weet niemand, maar laten we voor het gemak even doen alsof we allebei hier horen."

Een halfuur later lees ik op de nationale televisie wat gedichten voor die ik zo-even op een blauwe envelop heb geschreven. Joost Prinsen is er ook. Hij staat in het gangetje te wachten. Ik kijk naar zijn bochel. Het is alsof God dacht: 'De grootheden die te groot worden, laat ik maar een beetje krom groeien.'

Na de uitzending praat ik met de man die mij voor de uitzending zo vaderlijk toesprak. De man die mij leerde dat het normaal is dat je je schaamt voor datgene wat je het allerliefst wilt. De man die mij, en dat was misschien wel de allerbelangrijkste les, leerde om van mijn boekenkast te houden. De man. Wim Brands.

Brands stapte deze week uit het leven, en uit het leven stappen is eigenlijk precies dat wat schrijven is. Schrijven is de hersenen dwingen om dingen te zien die er niet zijn en hierdoor kun je, soms, op bepaalde dagen, niet meer zien wat er wel is.

Ik praat er vaak over met andere schrijvers. Dat gevoel. Je loopt met je vader naar de tennisbaan op de camping. Het is de laatste dag van de vakantie en het is de eerste keer dat jullie gaan tennissen. Je draagt een haarband. In de verte ligt de tennisbaan. Je duwt het piepende hekje van de tennisbaan open en dan zie je het. De tennisbaan ligt vol regenplassen. Dat gevoel. Een tennisbaan vol regenplassen op de laatste dag van de vakantie.

Het is 2012. Ergens in januari. Ik sta voor de camera's van De wereld draait door. Het is Nationale Gedichtendag en ik lees mijn allereerste gedicht ooit voor.

Jouw gezicht,
laat mij naar een atoomoorlog verlangen.
Want ik wil schuilen in,
schuilen in de kuiltjes in je wangen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden