Plus

De Diamantbeurs wordt een hotspot voor creatieven

De Diamantbeurs, het verwaarloosde rijksmonument op het Weesperplein, wordt een hotspot voor creatieven. 'De academiestudent kan hier net zo goed terecht als de coryfee.'

De recente verbouwing van de Diamantbeurs. Beeld Jan Willem Kaldenbach

In Amsterdam werken 80.000 mensen in de creatieve ­industrie, van modeontwerpers tot filmmakers, van reclamejongens tot kunstenaars.

De sector is goed voor een slordige 4,5 miljard euro omzet op jaarbasis. Best een belangrijke sector dus, die grotendeels bestaat uit éénpitters en kleine bureautjes.

"Een creatieve krachtbron, maar enorm versnipperd," luidt het oordeel van media- en ­internetondernemer Willem Sijthoff (53). "Er zijn weinig steden waar alle geledingen van de creatieve sector zo goed vertegenwoordigd zijn als hier, inclusief opleidingsinstituten en academies."

"Maar er is geen centraal aanspreekpunt en men weet elkaar niet te vinden."

Sijthoff weet dat uit eigen ervaring als uitgever van ­Adformatie. "Voor creatieven uit de reclame organiseerden we eens een VIP-rondleiding tijdens de open dagen van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten."

"De ene helft was er nog nooit geweest, de andere helft wist niet eens van het bestaan af."

Fenomenale geschiedenis
Binnen zijn eigen bedrijf voelde hij dat gebrek aan cohesie ook, temeer omdat het verspreid zat over drie verschillende locaties.

Hij ging op zoek naar een nieuw pand, maar wilde daarbij groter denken dan zijn eigen bedrijf.

Eind 2014 kreeg hij de tip dat de Diamantbeurs op het Weesperplein te koop stond. Lekker centraal gelegen en goed ­bereikbaar per openbaar vervoer.

"Maar de fenomenale historie van het pand was doorslaggevend."

De Diamantbeurs werd in 1911 in gebruik genomen door leden van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond, die werden geweerd uit de rokerige cafés rond het Rembrandtplein.

Op het hoogtepunt waren 150 firma's ­gehuisvest in het pand, met aan de overkant nog een kleinere beurs en op de Nieuwe Achtergracht diverse diamantslijperijen. Het Weesperplein was het epicentrum van de diamantindustrie.

"De Diamantbeurs was bovendien het eerste bedrijvenverzamelgebouw van de stad," stelt Sijthoff.

"De betekenis van de diamantindustrie voor de stad toen is vergelijkbaar met de creatieve industrie nu. Daarom hebben we het ­gebouw ook herdoopt tot Capital C. De C staat voor 'creativity' en voor 'carbon', het basiselement van diamant."

Toen Sijthoff het in januari 2015 samen met vastgoedondernemer Cor van Zadelhoff kocht, was er niet veel over van het originele gebouw van architect Gerrit van Arkel.

De ­bovenverdieping was al eens uitgebrand en opgelapt, de bouw van een modernistische monstruositeit er pal naast benam vanaf 1972 het zicht op de sierlijke klokkentoren, en de typerende 'kroon' met kantelen was verdwenen.

De grootste kaalslag vond plaats nadat de diamanthandel zich had verplaatst naar Zuidoost en de gemeente zijn ­intrek nam.

In de zeven meter hoge centrale hal werd een vloer ingebouwd waardoor de karakteristieke boogramen moesten wijken.

Dezelfde gemeente die in 2001 het pand uitriep tot rijksmonument liet vervolgens ornamenten wegbeitelen, systeemplafonds en wandjes inbouwen, de ingang dichtmetselen en kon niet voorkomen dat in 1990 de laatste originele kroonluchter werd gejat.

Veel van die 'aanpassingen' zijn nu hersteld. De hokjes zijn verdwenen waardoor open, lichte ruimtes zijn ontstaan. Deuren en ramen zijn terug op hun plek.

De betonnen kolommen die bij de bouw behoorlijk revolutionair waren, zijn weer zichtbaar. Net als de gevelmozaïek op de herstelde kroon die de oude naam van Capital C spelt.

Glazen koepel
"Maar we wilden het gebouw een internationale uitstraling geven," zegt Sijthoff. "En dat betekent: niet alleen restaureren maar ook vernieuwen."

Het ­gebouw ­omstreeks 1918. Beeld Stadsarchief ­Amsterdam

"Zwarts & Jansma Architecten bedacht een glazen koepel op het dak. Die ruimte is te gebruiken voor evenementen als modeshows, congressen of presentaties en heeft ook nog eens een geweldig uitzicht over de stad."

Wat begon als een omvangrijke hersteloperatie werd een semi-megalomaan verbouwproject.

Om het gewicht van de opbouw te dragen moest een deel van de kolommen over alle verdiepingen worden verstevigd. Ook de fundering moest eraan geloven.

En toen het gehele pand werd opgekrikt en tijdelijk op stempels gezet, werd meteen een parkeer- en fietsenkelder uitgegraven.

Het typerende patroon in de gele baksteengevel keert ­terug in het tapijt dat binnenhuisarchitect Bas van Tol van bureau Müller Van Tol ontwierp voor de kantooretages.

Maar als het hierbij zou zijn gebleven, was Capital C niet meer geworden dan een verzameling flexplekken, kantoren en vergaderruimtes.

Het verschil wordt gemaakt door de verregaande integratie van kunst en design in het ­gebouw. "Dit moet een etalage zijn voor Dutch Design en Nederlandse kunst," aldus Sijthoff.

Hij vroeg curator Anne van der Zwaag, die in 2015 haar eerste versie van Big Art organiseerde in het net opgeleverde en onttakelde pand, om twintig projecten te ontwikkelen.

Van der Zwaag: "De werken, een mix van verschillende ontwerpdisciplines, worden allemaal speciaal voor deze plek gemaakt en reageren op de architectuur en ­geschiedenis van het gebouw."

Gevestigde namen als Ineke Hans, Joep van Lieshout en Irma Boom behoren tot het team dat Capital C van een creatieve vibe moet voorzien.

Maar ook de jongere garde is present. Zo ontwierp Klaas Kuiken gietijzeren meubilair voor een vergaderruimte.

En Rick Tegelaar maakt van kippengaas een enorme slangvormige lamp in de ­entreehal, waar galeries worden uitgenodigd exposities te houden.

Noodknop in klokkentorentje
De kunst en design komen door het hele gebouw. Zo is Krijn de Koning gevraagd de nieuwe parkeerkelder onder handen te nemen.

"Een lekker rauwe ruimte waar nog niets mee is gedaan," zegt hij.

"Het is plek die doorgaans niet ­zoveel aandacht krijgt, waar mensen aan voorbijlopen. Ik ga twee kleurvlakken maken op de wand en vloer."

"Daar ga ik - zonder plan vooraf en uit de hand - cirkels op schilderen. Dat is het moeilijkste wat er is en faalt altijd."

Voor het klokkentorentje is Erik Kessels gevraagd met een idee te komen. "Die ruimte wordt als kantoor verhuurd voor een paar uur of een dag," vertelt hij.

"Ik ga de wand bekleden met zo'n 2500 klokken. Elk uur slaat één van die klokken. Maar als de tijd om is gaan ze allemaal af en moet je op een noodknop duwen om het geluid te laten stoppen."

Kessels is behalve kunstenaar tevens reclamemaker en denkt in de toekomst zelf ook gebruik te gaan maken van Capital C.

"Er zijn meer clubs en sociëteiten in Amsterdam, maar daar moet je lid van zijn. Dit is inclusief: de academiestudent kan hier net zo goed terecht als de coryfee."

Hij zal nog even geduld moeten hebben. Pas in juni wordt grand café Stan & Co op de begane grond in gebruik genomen en de officiële opening staat gepland voor september.

De honderd ­medewerkers van Sijthoff Media werken dan al op de vierde verdieping.

"Mijn bedrijf, dat ook evenementen organiseert voor de creatieve industrie, moet dienen als vliegwiel," vindt de directeur.

Curator Van der Zwaag houdt hem scherp: "Het is natuurlijk aan de ­eigenaren niet alleen te kiezen voor commerciële partijen die de huur kunnen betalen, maar ook ruimte te maken voor creatieve bedrijfjes en artistieke programmering."

Sijthoff is zich daarvan bewust en benadrukt de oorspronkelijke doelstelling nog eens.

"Wat het Holland ­Financial Centre op de Zuidas is voor de financiële sector, TQ op de Bloemenmarkt voor internetstart-ups en A'DAM voor de muziekbranche moet Capital C worden voor de creatieve industrie. Echt een clubhuis."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.