Plus

De deuren sluiten: Garage Lucke is uitgesleuteld

Bijna veertig jaar was Garage Lucke een begrip in De Pijp. Eigenaren John en Peter Lucke stoppen er nu mee, tot groot verdriet van de buurt.

Na bijna veertig jaar sluit Garage Lucke zijn deuren Beeld Dingena Mol

Een zwart autootje rijdt voorzichtig de stoep op voor Garage Lucke in de Govert Flinckstraat. Er stapt een oudere dame uit. Klein van stuk, het haar in een keurige bob geknipt, opengewerkte sandalen aan de voeten en een sjaal elegant om haar smalle schouders gedrapeerd.

Met felle pasjes trippelt ze naar binnen. Enigszins ontzet neemt ze de half ontmantelde zaak in zich op. "Nou zeg, ik hoorde dat jullie weggaan en aan de leegte te zien klopt het. Wat afschuwelijk!"

John (63), de jongste van de twee gebroeders Lucke die samen bijna veertig jaar heer en meester waren van de garage, knikt met gepaste stemmigheid. Het klopt: Peter (67) en hij stoppen ermee. Ze hebben het pand verkocht aan een projectontwikkelaar die een ongetwijfeld gepolijst appartement laat maken van de 420 vierkante meter bedrijfsruimte in De Pijp.

"Is het voor jullie fijn?" vraagt de mevrouw. John, die iets weg heeft van Steve Buscemi in Fargo, schokschoudert. "Ik heb er wel vrede mee. Mijn broer moet zijn ei nog zien kwijt te raken. Mijn karakter is wat zakelijker. Hij is emotioneler. En voor de klanten is het niet leuk." Haar stem klinkt wat hoger: "Nee, precies. Dat is het ingewikkelde, want ik kwam van een beunhaas. Toen had ik dat zwarte Polootje nog, weet je wel?"

Dat staat John zeker nog bij. Als hij een stem door de telefoon hoort, weet hij meteen welke auto erbij hoort. Dat geldt voor alle 750 klanten die Peter en hij in de klapper hebben - sommigen al zo lang als Garage Lucke bestaat.

De mevrouw wil graag dat John een ­toekomstpad uitstippelt voor het gemotoriseerde deel van haar leven, want: "Ik heb geen verstand van auto's; ze kunnen me alles aanpraten."

Een paar minuten later neemt ze hartelijk afscheid, met het advies op zak zich voortaan te melden bij twee andere broers, in de buurt van de Vijzelstraat. John: "Zij zijn Frans georiënteerd. U rijdt nu Toyota, toch? Kunnen ze ook. En mocht u echt problemen hebben, bel Peter en mij dan gewoon." Hij kijkt haar na, steekt een hand op.

Als ze bij haar auto staat, roept ze richting de garage: "Joehoe, heb ik mijn sleutels daar laten liggen?" John kijkt niet eens om zich heen. "Nee hoor! Onderin de tas!" antwoordt hij droog. En weg is ze. "Onderin de tas. Hoe vaak ik dat al niet heb gezegd.
Vrouwen hè, je weet hoe ze zijn."

Een bakkie doen
Maandagochtend, een week eerder. Het is elf dagen voor de datum waarop Peter en John de garage moeten opleveren, schoon en leeg. Ze staan naast elkaar op de plek waar tot voor kort een 'brug' stond, het takelgereedschap om onder een auto te kunnen kijken.

De mannen van Lucke hadden vijf bruggen. Op drukke dagen - en dat waren de meeste - waren ze allemaal bezet en stonden er wel twintig auto's op de grond. John vertelt dat ze maar twee lege plekjes nodig hadden om een auto die helemaal achterin geparkeerd stond naar buiten te krijgen; zo bedreven zijn ze in schuiven en manoeuvreren.

John Lucke in zijn garage Beeld Dingena Mol

Nu zijn er alleen nog een stokoude Mercedes en een Peugeot 205 uit de jaren negentig. Met daaromheen spullen, heel veel spullen.

Stapels banden, stellingkasten met moertjes, boutjes en nippeltjes, blikken olie, ingewikkeld gereedschap, dozen vol lege batterijen, een winkelwagentje, een flink gezelschap ­bezems en trekkers, verlengsnoeren, touw en blok - alles voorzien van een laagje roet. Peter kijkt hoofdschuddend naar zijn zwarte handen. "Vieze bende hoor, na bijna veertig jaar. Zullen we effe een bakkie doen?"

Uitstekend idee, vindt John. In een kamertje met ramen naar de werkruimte, en aan de muur een licht pikante kalender van een smeermiddelfabrikant, staat hun bedrijfstrots zónder wielen: een volautomatische koffiemachine die lekkere koffie maakt.

En als John en Peter dat zeggen, heeft het wat te betekenen. Ze zijn 'lastig' met koffie. Dat hebben ze van hun vader, een wasserette­manager uit Zwanenburg die fantastisch koffie kon zetten: puntschepje per kopje, snufje zout erop. Het zijn de details die het 'm doen.

De heren drinken de godganse dag bakkies. John zo'n vijftien per etmaal, tegenwoordig zonder suiker, want met ouder worden moet je op de lijn letten. Vroeger dronk hij er met gemak 25.

En de broers delen er minstens zoveel uit. Zodra de deuren 's morgens vroeg opengaan, begint de aanloop. Omwonenden, nieuwsgierige voorbijgangers, vrienden die in de buurt moeten zijn, vaste klanten. Omdat er iets mis is met hun auto, maar vaak ook alleen voor de gezelligheid.

Peter zakt neer op een stoel. Hij kijkt mismoedig. "Een heleboel mensen zijn er doodziek van dat we weggaan. Zelfs de buren, die toch best veel last hebben van lawaai. Ze zijn eraan gehecht geraakt, zeggen ze."

Een opkoper haalt een partij banden op bij John (met blauw shirt) en Peter Lucke. De garage moet schoon en leeg worden opgeleverd. Beeld Dingena Mol

John valt hem bij, maar niet voordat zijn broer is uitgesproken - het is opvallend hoe goed ze elkaar de ruimte geven. "Je doet ook veel dingen voor je buurt, hè. Niet alleen repareren, maar ook helpen. Met een bankstel dat naar boven moet. Iets doorslijpen. Pakketten in ontvangst nemen omdat de dames overdag moeten werken. Die jongens hebben overal verstand van, zo ziet de buurt het."

De broers houden van de ­Govert Flinck, al is De Pijp tijdens het bestaan van de garage ­veranderd van een arbeidersbuurt met spionnetjes aan de ramen in een yuppenwijk waar iedereen aan een smartphone gekluisterd is. Peter vond het vroeger wat ­gezelliger. Als hij overwerkte, bracht altijd wel iemand een kliek­je. Nu groeten nieuwe bewoners vaak niet eens terug als hij goedemorgen zegt. "Tot Zalando een nieuwe jurk bezorgt tijdens kantooruren. Dan besta ik inene wel."

John: "Maar ondertussen kennen we iedereen. Gezellig hoor. En soms minder gezellig. Als mensen hun ex hier tegenkomen, bij­voorbeeld. Is ook ­logisch: als je gaat scheiden neem je niet een andere garagist als je daar tevreden over bent."

Leuk sleutelwerk
Ze hebben zowel auto's als chauffeurs sterk zien veranderen. Vroeger plaatsten ze elke week wel een nieuwe motor. De motoren van nu zijn niet kapot te krijgen. Van zeshonderdduizend kilometer op de teller kijken ze niet op.

John: "Het was leuk sleutelwerk hoor, die ouwe dingen. Nu lopen we de halve dag rond met een laptop om allerlei codes uit de computer te halen. Maar we zijn er goed in meegegaan. Ook met de mensen. Vroeger hadden ze geen haast als de auto stuk was. Nu bellen ze dezelfde dag vijf keer om te vragen of ie al klaar is. Wij blijven overal kalm onder."

Er verschijnt een vriendelijk oud mannenhoofd met roze couperosewangen om de hoek van de deur. "Goedemorgen jongens! Gaan jullie stoffen?"

John loopt met hem mee, de garage in, om te laten zien hoezeer ze al opschieten met de naderende verhuizing. Dat is meneer Piekenhaar, zegt Peter en hij grinnikt. "Hij reed jaren in een oude Peugeot 404, altijd met een stokbrood op de hoedenplank. Hetzelfde stokbrood. Ik heb het allerlei kleuren zien worden. Hij haalde het nooit weg."

Peter en John beschikken over een rijk ­assortiment van dit soort idiosyncrasieën. De vrouw - ze deed iets in de psychiatrie - die elke keer dat ze uitstapte een kauwgummetje uit haar mond haalde en op het dashboard plakte.

Na verloo­­p van tijd had ze een bonk kauwgom voor haar neus die het zicht op de toerenteller belemmerde. Mensen die eerst naar huis gingen om te douchen en iets nets aan te trekken voor ze hun piekfijn in orde gemaakte auto kwamen ophalen , zodat ze niet uit de toon vielen onderweg naar huis.

Lijnrecht daartegenover staan de vele types die rondtuffen in een ­varkensstal en zich daar niet voor schamen. Peter: "Zij hebben thuis de schuur vol en gaan in de auto vrolijk verder."

Een bekende advocate - hij kan even niet op haar naam komen, het gaat erom dat ze een oude Jaguar had waarin het een totale chaos was. Oude schoenen, nieuwe schoenen, nylons, tampons, maar ook de dossiers van haar cliënten, die ze ­rustig op de achterbank liet slingeren als ze de Jaguar bij de Luckes achterliet.

Het is even stil. Peter staart naar zijn roetige handen. Dan staat hij op. "Ja joh, wat we in tien jaar beleefden bij de baas in Zwanenburg waar we als jonge jongens werkten, maakten we hier in een week mee. Pas op, hoor, ik ga zo huilen."

Glaasje ranja
Peter en John groeiden op in een gezin met vier zonen in Zwanenburg - waar hun moeder van 93 nog altijd woont, net als John. Peter woont een halve kilometer verderop in Halfweg.

Breed hadden ze het vroeger niet thuis, zegt Peter: "Af en toe een glaasje ranja en in de zomer een keer een dagje naar het strand, dat was onze luxe." Al op heel jonge leeftijd gingen ze bijverdienen: na schooltijd deden ze klusjes voor boeren in de omgeving.

Peter Lucke in zijn garage Beeld Dingena Mol

Het gesleutel aan auto's begon bij de buurman - een buschauffeur en monteur. Oude Jaguars waren zijn hobby, maar hij was iets minder gedreven ingesteld dan de Lucke-jongens. Terwijl hij binnen voor de ­televisie zat, stortten zij zich in de schuur op zijn hobby, die hun werk werd.

Leergierig waren ze ook. Ze volgden allerlei opleidingen en cursussen, tot op de dag van vandaag.

In de privésfeer zijn hun levens heel verschillend. John is nooit getrouwd geweest en heeft geen kinderen; wel een vriendin met wie hij niet samenwoont. Peter trouwde op zijn twintigste met zijn huidige echtgenote en heeft twee dochters en vier kleinkinderen, met wie hij 'gezellig op een kluitje' woont.

Zijn dochters zijn elkaars buurvrouw; Peter bouwde voor de één een kapsalon en voor de ander een schoonheidssalon in de tuin.
"Ja, en weet je wat er nou gebeurt als je automonteur bent in een dorp waar iedereen elkaar kent?" vraagt John. "Dan gaan oma's, tantes, schoonmoeders, buren, noem ze maar op, vragen of je hun auto kunt repareren. Dat heeft Peter altijd gedaan."

John niet minder trouwens, ook al heeft hij geen gezin. "Voor de baas, een kleine ­autohandelaar, werkten we samen van acht tot vijf, uurtje thuis eten en dan weer van zes tot twaalf auto's repareren in de schuur. Zaterdags de hele dag erbij. Zondag de hele dag erbij. Het liep uit de hand." Gelukkig werd in 1978 een garage aangeboden in De Telegraaf, voor 88.000 gulden. De koop was snel rond en de Luckes waren in business - 38 jaar, tachtig tot honderd uur in de week.

Rookwolken
Door een samenloop van omstandigheden is het nu mooi geweest. Ze konden wegens de huidige gekte op de huizenmarkt een goede prijs krijgen, John heeft vaak last van zijn rug en van een pols die pijnlijk dik wordt bij overbelasting, en ze hebben nu nog de energie voor zo'n grote verhuizing.

Peter en John voor hun garage in de Pijp Beeld Dingena Mol

Om te voor­komen dat ze thuis de gordijnen invliegen door de oorverdovende stilte hebben ze een kleinere ruimte gekocht in Zwanenburg. Daar sleutelen ze verder. Voor de lol.

Vaste klanten mogen blijven bellen als er angstaanjagende geluiden of rookwolken uit de motorkap komen. De auto's van ouderen en minder­validen blijven ze ophalen en thuisbrengen als er iets aan moet gebeuren. Met liefde voor de klant, de auto en zichzelf. Peter: "Ik ben 47 jaar gelukkig getrouwd. Als ik thuis ga zitten, worden dat er geen 48."

In de resterende tijd gaan ze wat meer voor zichzelf doen. John gaat weer eens een oldtimer opknappen. Misschien wat vaker een ritje maken op zijn motor. Peter wil trainen voor een triatlon - drie jaar geleden deed hij het voor het laatst - en wat vaker een week op vakantie met zijn vrouw.

De broers kunnen tevreden terugkijken. De zaken liepen altijd als gesmeerd. Dat ligt niet alleen aan vakkennis en werklust. Het is vooral hun integriteit, een vastberaden onwilligheid om overal een slaatje uit te slaan. Een lamp verwisselen doen ze gratis voor je, en de lamp krijg je cadeau. Een dealer rekent daar zo negen tientjes voor.

Met je Clio op zo'n gele betonband gereden omdat je zo zenuwachtig was tijdens het inparkeren? De mannen van Lucke tillen hem eraf en kijken hem even na. John: "Ik vind het niet meer dan normaal; netjes zijn met de prijs. De mensen niet het vel over de oren trekken. Goed uitleggen wat er is gebeurd en waarom. Je moet het leuk houden zeg maar."

Voor hun fatsoen en trouw hebben ze ­altijd veel dankbaarheid teruggekregen. Op allerlei manieren maar vooral in de vorm van flessen wijn, ijsjes en appeltaarten. Duizen­­­den appeltaarten, soms wel vier in een week. "Gelukkig fietsen we van huis naar de garage en terug. Dan kun je een stukje extra nemen. Anders is het ook zo onaardig."

Peter (l) praat met een klant, vriend Hennie Kuiper (r), die voor de gelegenheid helpt, kijkt toe Beeld Dingena Mol

3 oktober. Ze hebben het laatste vuilnis buiten gezet. Garage Lucke is leeg en schoon.

John: "Het mooiste is hier altijd geweest dat wij elkaar goed overlappen."
Peter: "Aanvullen."

John: "Ja. Aanvullen. Hij mag de grote klussen doen, bodems lassen en zo, vindt ie leuk. Ik hou meer van gepriegel en neem de telefoon op."
Peter: "Zeurklanten."
John: "Heb je ook. Ik heb meer geduld. Als iemand een lang verhaal afsteekt, luister ik, ook als het niet over een auto gaat. Naderhand ga ik gewoon weer door."

Peter: "Ik blijf meestal achterin, in mijn hoekje."
John: "Zo overlappen we elkaar."
Peter: "Ja, zo is het. Aanvullen. Dan hou je het lang vol samen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden