Plus

De buurtvader van Zeeburg: van coffeeshopbaas naar maatschappelijk werker

Gratis eten en gezelschap vind je bij buurtcentrum Blije Buren op Zeeburg. Drijvende kracht Peter Gualterus (58) heeft een bijzonder levensverhaal: ooit rijk door een coffeeshopketen, nu vrij van geld als vrijgevige maatschappelijk werker.

Peter Gualterus van buurtcentrum Blije Buren. Beeld Mats van Soolingen

Ik ben in Zeeburg en ik heb honger. Er is alleen een snackkraam waar je contant moet betalen, maar ik heb geen cash. Verderop staat een raar wit gebouwtje met een flinke lap groen eromheen en een dak dat uitsteekt. Eigenlijk is het meer een schuur, met een veranda en een parasol waaronder mensen zitten. Aan de straatkant staat een marktkraam met groente en fruit. Maar de koopman is nergens te bekennen. Ik wil vertrekken.

Maar een of andere Amsterdammer roept me na: "Hé! Hoe heet je?" Hij heet Peter en ziet eruit als een automonteur, met zijn witte hemd onder een blauwe overall. "Wat doe je hier?" Ik zeg dat ik honger heb. Hij zegt dat ik 'hier wel ken eten'. Ik vraag of ik kan pinnen. Hij zegt dat het niets kost.

Ik ben niet de enige die aanschuift. We eten tussen mannen, vrouwen, een Surinamer die luistert naar de speech van twee activisten en een jongetje in een Spider-Man-pak dat een gratis raketje komt halen. Het huisje is een buurtservicecentrum met de naam Blije Buren.

Onconventioneel
Peter Gualterus, zoals Peter voluit heet, runt het centrum al zes jaar om eenzaamheid in de buurt tegen te gaan, en saamhorigheid te bevorderen. Hij is maatschappelijk werker van beroep. Zijn vak oefent hij uit op onconventionele wijze.

"Ik laat mensen die hier komen, meehelpen. Want focussen op één taak, is voor sommigen al moeilijk genoeg. Het is mijn doel om anderen te leren om pas weer aan zichzelf te denken als een taak is afgerond." In de marktkraam staat geen koopman omdat ­iedereen het groente en fruit gratis mag pakken. Blije ­Buren heeft contracten voor dagelijkse aanvulling met ­lokale supermarkten en ­bakkers in de stad.

"Op drukke ­dagen zie ik hier 250 tot 300 mensen. En dan gaan we ook nog bij mensen langs om te klussen of eten te brengen." Hij staat op om zijn bed te laten zien, in het buurtservicecentrum waar hij tijdelijk woont. Gualterus is eigenlijk te lang voor het bed, dat zo'n zestig centimeter breed is, maar met een matje en een deken ­erbovenop is het prima. Al vroeg in zijn jeugd zag Gualterus dat geld veel kapot kan maken, en het werd zijn droom om op een dag alles uit zijn huis weg te geven. "Dat is gelukt."

(tekst loopt door onder foto)

Bij de marktkraam van Blije Buren aan de Cruquiusweg in Oost is alle groente en fruit gratis af te halen. Beeld Mats van Soolingen

Jappenkamp
De naam Blije Buren verwijst naar Gualterus' moeder: Babie Beatrice, B.B. "Zij is geboren op Java, en mijn oma kon zich geen lekkerder gerecht voorstellen dan babi pangang. Dus werd het Babie." Daar, in Indonesië, werd Babie verliefd op een man - uiteindelijk Gualterus' vader. Niet veel later belandde Babie in een jappenkamp.

"Daar zijn gruwelijke dingen gebeurd. Mijn overgrootopa, een rechter, werd er doodgemarteld. Ik wilde die verhalen niet horen. Wat mijn moeder me wel vertelde, was hoe ­belangrijk saamhorigheid was. Ze vergaten spanningen en verdriet door liedjes te zingen en samen te zijn.

Saamhorigheid is het ­belangrijkste aspect van Blije Buren." Na de oorlog vonden de ouders van Gualterus elkaar ­terug in Nederland. Ze stichtten een gezin aan de Biesboschstraat in de Scheldebuurt. De Indonesische cultuur was nooit ver weg. "Iedereen was welkom. ­Iedereen kon mee-eten. Ik was erg gelukkig. Totdat ik 's nachts mijn ­ouders ruzie hoorde maken over geld. Ik kreeg pijn in mijn buik en kon op school niet meer meekomen. Soms zag ik mijn moeder op de bank liggen, met slaappillen op. Andere keren vlogen de borden door de kamer. Het was zo mooi joh, dat gezin. En dat ging gewoon naar de knoppen. ­Alleen vanwege geld, geld, geld."

Blaffers
Gualterus stopte met school. "Ik ging inbreken. Stelen. Pleegde overvallen. Ik was vijftien of zestien en de intelligentste van mijn groep, dus ik coördineerde de boel. Met blaffers en al." Buiten op de veranda stopt een Arabische dame in een scootmobiel voor de marktkraam. Ze stopt twee meloenen in haar tas en zwaait naar Gualterus. Hij steekt zijn hand op. "Ha schat!"

"In totaal heb ik drieënhalf jaar vastgezeten voor vermogensdelicten. Mijn moeder huilde de tranen uit haar ogen. Ze heeft mij veel geslagen, als enige van haar kinderen. Want ik was haar oogappeltje die de familie zou gaan redden. Dat is wel gebeurd, maar op een heel andere manier dan hoe zij zich dat had voorgesteld."

In de jaren tachtig begon Gualterus aan de opleiding tot maatschappelijk werker. Wauw, dacht hij, dit hadden mijn ­ouders moeten weten. "Je leert er technieken om problemen op te lossen, in plaats van te denken: dit is mijn lot." In die tijd was hij ook manager van de Amsterdamse ­coffeeshopketen The Happy Family. Binnen het bedrijf zocht hij direct naar de saamhorigheid die hij kende van zijn moeder.

(tekst loopt door onder foto)

Peter Gualterus (rechts) in gesprek met zijn vroegere buurmeisje Cilia (links), die net is komen binnenwandelen. Beeld Mats van Soolingen

Op de rails
Hij kwam met een huiskamerproject, met als doel randgroepjongeren in het oog houden en ervoor zorgen dat ze hun leven op de rit krijgen. "Het begon met één tentje in De Pijp. Mijn manier van hulpverlenen trok veel mensen. Gratis thee en koffie. Broodjes, waarvoor ik de ingrediënten pikte bij de supermarkt. Ik nodigde mensen uit alsof ze mijn broer of zus waren, weet je."

The Happy Family groeit uit tot een keten met vijf vestigingen en twintigduizend leden. Het succes staat niet los van de legale hasj- en wietverkoop. "Wij zetten mensen op de rails, en daarna zagen we ze weer in de problemen ­komen als ze hasj en wiet gingen kopen. Daarom wilden wij hetzelfde gaan doen; verkopen. Ik heb overlegd met de gemeente en dat mocht: het begin van het gedoogbeleid."

Geldruzies
Gualterus besluit ook softdrugs te importeren. "Ik zat zó in die business, en het bracht zo veel geld op. Ik gaf broodjes en koffie weg, maar op topdagen zette ik 25 duizend gulden per dag om aan softdrugsverkoop. En niemand zag het. Maar de officiële eigenaar, die intussen met mijn zus was getrouwd, begon zich met de zaak te bemoeien en toen draaide het alleen nog om geld. De family was ineens niet zo happy meer. Ik droeg de zaak over en heb daarmee een paar miljoen laten liggen. Maar ik kon ervan weglopen, omdat het mij niet om geld ging."

In de jaren erna dacht hij na over de oplossing voor de geldruzies in zijn familie. Die vond hij: "Alles ­zonder geld doen." Hij ontdekte dat de gemeente het minst investeerde in stadsdeel Zeeburg en begon er Blije Buren. De tijd is bijna rijp om de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers te betrekken bij zijn project, zegt hij nu. "Een sociaalmaatschappelijke onderneming heeft een maatschappelijk werker nodig. En als we zover ­komen, moet er geld ­komen. Maar eerst moet Blije Buren zuiver zijn opgezet. Dat kan alleen zonder geld. Dan kun je mensen helpen zonder afleiding."

Buiten drinkt een groepje mannen koffie. Een verlegen man komt binnen om te helpen met een levering vers brood. Gualterus staat op. "Ik wil weer het jochie ­worden dat ik was toen ik zeven jaar oud was. Die niks ­nodig had om toch gelukkig te zijn." Waar hij dan van leeft? Hij wijst naar mijn bord opgewarmde nasi met falafel, ei, ­meloen en een halve karbonade. "Wat bedoel je?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden