PlusPS

De bizarre verhalen uit de tandartskamer van Michiel Eijkman

Fobieën, agressie - tandarts Michiel Eijkman (78) zag het allemaal in zijn tandartsstoel. Hij schreef een boek met bizarre verhalen.

Malika Sevil
null Beeld Tzenko Stoyanov
Beeld Tzenko Stoyanov

Mevrouw K. (25) was sinds haar twaalfde niet meer bij een tandarts geweest. Ze poetste zich suf om daar niet te hoeven belanden, maar die paar keer dat ze wel ging, vluchtte ze verdoofd, maar onbehandeld, de wachtkamer uit.

En nu stond ze in de deuropening van tandarts Michiel Eijkman. De ogen panisch op de behandelstoel gericht. Met lood in de schoenen, klamme handen, zweet - de hele mikmak. Nadat de assistente haar naar binnen had geholpen, begon ze onbedaarlijk te huilen.

Onmiskenbaar een tandartsfobie.

Het was een zwarte erfenis van de schooltandarts, dacht ze zelf. Ze herinnerde zich een tang, een getrokken kies, veel bloed, gegil en daarop een klap van de tandarts. ­Genoeg om dit specialisme voor de rest van haar leven te mijden.

Tot deze goede dag ergens in de jaren tachtig.

Tandarts Michiel Eijkman vertelt er decennia later over in zijn knusse keuken in Wassenaar. Hij draait er behendig een cliffhanger aan - zo'n geanimeerde verteller is hij wel. "Waarom kwam deze vrouw dan toch naar de praktijk? Dat wilden de tandartsassistente en ik op dat moment natuurlijk graag weten."

De Douwe Egberts pruttelt en buiten klimmen de eekhoorns in de boom. "Mijn vrouw heeft de chique kopjes met schoteltjes voor ons klaargezet. Of heb je liever een mok?" Een trommel met speculaas is er ook. "Nu krijg je dus een koekje bij de tandarts."

Korset en kunstgebit
Eijkman mag dan bijna de tachtig aantikken, dat doet niets af aan de vaart in zijn verhalen. Hij werkte jarenlang op een paar vierkante meter, en als je het letterlijk neemt, zelfs op een paar vierkante centimeter, maar hij haalde daar bijzondere en ontroerende verhalen vandaan die hij heeft gebundeld in het boek Tanden en Misverstanden. Ondertitel: Bizarre Verhalen uit een Tandartskamer.

Hij schrijft over een patiënt die denkt dat er een radio in zijn gebit is geïmplanteerd, over een man die verlaten wordt door zijn echtgenote omdat zijn nieuwe kunstgebit haar niet bevalt. En over agressie en angsten, zoals die van mevrouw K.

Eijkman - gedistingeerd, goedgehumeurd en hartelijk - pakt de kluisterscène op: wat dreef de bange Mevrouw K. naar Eijkman met zijn tangen, boren en, in haar ogen, ­andere martelwerktuigen?

Antwoord: een nog grotere angst. Mondkanker. "Ze had zo veel pijn dat ze dacht dat ze mondkanker had." Het werd een obsessie. Eijkman stelde voor alleen met het spiegeltje in de mond te kijken, zodat hij globaal kon vaststellen of er iets loos was in die richting. "Ik dacht: ik zie vast een kerkhof, maar ik zag een verbazingwekkend goed gebit."

Veel tandbederf
Hij schrijft: 'Daarna zette ik de behandelstoel rechtop en vertelde dat ik, hoewel ik geen röntgenfoto had kunnen maken, voor zo'n 95 procent zeker was dat zij geen mondkanker had. Hierop keek zij mij strak aan, kwam overeind, pakte haar tasje en beende met gezwinde spoed de behandelkamer uit. Weg Mevrouw!'

Eijkman begon in 1966 als tandarts in een tijd dat er 'ontzettend veel tandbederf was.' "Bruiden kregen een korset en een kunstgebit, dat was in die tijd heel normaal."

Waar zijn medestudenten, eenmaal tandarts, vooral ­bezig waren met aan de lopende band kiezen en tanden trekken en vullen, begon Eijkman bij de Marine, waar je met een slecht gebit überhaupt niet aan de slag mocht. "Er was serieuze aandacht voor mondgezondheid." Eijkman was daarmee in de luxepositie dat hij relatief gave gebitten mocht behandelen, wat professioneel uitdagender was. Hij kon iets doen aan preventie en het saneren van tanden en kiezen - luxe in die tijd.

Spiegelglad en messcherp
Later verdiepte hij zich op de Vrije Universiteit in het communiceren met de patiënt en Voorlichtingskunde. Ook kreeg hij steeds meer ervaring in het behandelen van mensen met tandartsangst. Het is dus geen toeval dat Eijkman de meest excentrieke gevallen kreeg. Of als collega's er eentje in de stoel hadden, ze hem om advies vroegen.

Voorbeeld in die categorie staat in het hoofdstuk 'Elk jaar een nieuw kunstgebit'. In de groepspraktijk van Eijkman kwam een collega met een verhaal over een vriendelijke oudere man, die een jaar na het plaatsen van een kunstgebit alweer om een nieuwe vroeg. De collega keek in zijn mond, en warempel: de boven- en onderkiezen maakten geen contact meer. Ze waren spiegelglad en de randen ­waren messcherp uitgeslepen. Bij normaal gebruik onmogelijk. "Maar op de vraag hoe dat kon gebeuren, gaf de ­patiënt geen antwoord."

null Beeld Tzenko Stoyanov
Beeld Tzenko Stoyanov

De tandarts gaf de man een nieuw kunstgebit, maar wat schetste zijn stomme verbazing: een jaar later lag hij met net zo'n gehavende prothese in de stoel. Weer kreeg hij een nieuw kunstgebit dat hij zonder mokken afrekende. ­Ondertussen liet hij de tandartsen in verbijstering achter. Hoe kon een man elk jaar een kunstgebit verslijten?

Kleine beestjes
Het antwoord kwam maanden later van de vrouw van de patiënt. Eijkman citeert haar in zijn boek: 'Mijn man borstelt zijn kunstgebit ongeveer tienmaal per dag grondig en dat doet hij, 's avonds voor het slapengaan, nog eens een uurtje. Dan met een grote nagelborstel en een schuurmiddel, Vim Citroen Fris.'

De man zag in zijn verbeelding vieze, kleine, harige beestjes op zijn tanden. Bang dat hij de viezigheid zou in­ademen, ging hij ze te lijf - zijn kunstgebit ten spijt. Hoogstwaarschijnlijk een geval van smetvrees, zegt Eijkman.

Smetvrees kan zich in de mondhygiëne sowieso buitensporig openbaren. "Ik heb ooit gehoord over een patiënt die elke dag een nieuwe tandenborstel gebruikte. Dat zijn 365 tandenborstels per jaar."

Eijkman heeft zijn belevenissen behendig opgeschreven. Iets wat overigens niet vanzelf ging, zegt hij. De verhalen waren er al. Die stonden in steekwoorden op de ­patiëntenkaarten en die lagen nog voor het oprapen in het ijzersterke geheugen van zijn vrouw.

Gouden ringetjes
Maar hoe schrijf je het dan op? "Ik ben geen letterkundige, ik ben tandarts." Een eerste schrijfpoging liep uit op een opsomming van de feiten - een gegeven waar een goede vriend hem diplomatiek op wees. "Toen ben ik die verhalen gaan herlezen en toen dacht ik: verdorie, ze hebben ­gelijk. Maar hoe schrijf je nou met een zekere literaire achtergrond een verhaal?"

"Om daarop een antwoord te vinden, heb ik een jaar ­gestudeerd op korte verhalen van de grote schrijvers als William Somerset Maugham, of de grote Russische schrijvers als Anton Tsjechov of Tolstoj. Of de grote Isaac Bashevis Singer en Hemingway - ik las en las en las. Na een jaar kreeg ik door hoe die lui die verhalen schrijven. In het ­begin van het verhaal schetsen ze uitgebreid hoe iemand eruit ziet. Maar ja, dat kon ik me natuurlijk niet allemaal meer herinneren, dat was potjandorie 25 jaar geleden."

Vergeef hem dus hier en daar wat fantasie. De verhalen, waarin mensen zich daardoor niet zullen herkennen, worden er niet minder om.

Gouden ringetjes
Tot slot een verkorte versie van 'Gouden ringetjes'. Een collega belde hem met een ethisch dilemma. Hem was gevraagd om na het overlijden van een goede vriend diens kiezen met gouden vullingen te trekken en het goud aan de weduwe te geven. Zij zou er dan ringen voor de kleinkinderen van laten maken. Instinctief riep ­alles: niet doen! Maar de tandarts had geen antwoord op de vraag: waarom eigenlijk niet?

Ook Eijkman, die zich graag en vaak over ethische dilemma's boog, had daar niet een-twee-drie goede argumenten bij. Na beraad, ook met een bevriend filosoof en ethicus, was de uitkomst: wat is het antwoord op de vraag: is er sprake van zinvol medisch handelen? Zal de ingreep leiden tot genezing of herstel? Voorkom je dat ziekte ontstaat? Nee. Nee. En nee. Bovendien valt er ook nog wat te zeggen over de integriteit en ontastbaarheid van een dood lichaam, vult Eijkman aan.

Die ringen van gouden vullingen, kortom, zijn er nooit gekomen, maar het verhaal leeft voorlopig mooi voort.

Michiel Eijkman: Tanden en Misverstanden. Bizarre Verhalen uit een Tandartskamer. Uitgever Prelum/Sapienta, €19,95.

Michiel Eijkman (1938) is emeritus hoogleraar in Sociale Tandheelkunde en Voorlichtingskunde aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (Acta). Daarnaast werkte hij zijn gehele loopbaan ook als tandarts Beeld
Michiel Eijkman (1938) is emeritus hoogleraar in Sociale Tandheelkunde en Voorlichtingskunde aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (Acta). Daarnaast werkte hij zijn gehele loopbaan ook als tandartsBeeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden