Plus

'De Bijlmerramp heeft ook voor verbinding gezorgd'

De Ghanese gemeenschap in Amsterdam werd zwaar getroffen bij de Bijlmerramp. Toch heeft de ramp ook positieve gevolgen gehad, zegt Kwame Adu-Ampoma.

Kwame Adu-Ampoma: 'De gemeente heeft ons goed behandeld' Beeld Niels Blekemolen

De vuurzee van de brandende flats staat Kwame Adu-Ampoma (62) nog helder voor de geest. "Ik was thuis in Reigersbos toen ik een telefoontje kreeg van iemand die me vertelde dat er een vliegtuig was neergestort in de K-buurt."

"Er woonden veel Ghanezen in de getroffen flats. We zijn samen gaan kijken of we iets konden doen, maar het gebied was toen al afgezet. We konden er niet meer bij. Het bood een verschrikkelijke aanblik."

In shock
De volgende dag kwamen de eerste berichten over landgenoten die om het leven waren gekomen. Een vader was net de deur uit voor een paar boodschappen, zijn drie kinderen thuis overleefden de ramp niet. "De hele gemeenschap was in shock," zegt Adu-Ampoma, ten tijde van de crash voorzitter van de Ghanese zelforganisatie Sikaman. "We hadden zoiets nooit eerder meegemaakt, ook niet in Ghana. Maar we moesten iets doen, dat was duidelijk."

Sikaman was enkele jaren eerder opgericht om de eerste generatie Ghanezen in de Bijlmer wegwijs te maken in hun nieuwe omgeving. "De meeste mensen spraken geen woord Nederlands en begrepen ook niets van de Nederlandse gewoonten en gebruiken."

"Als ze een brief van de gemeente kregen, hadden ze geen idee waar het over ging. Wij hadden een kantoortje in de K-buurt waar we brieven vertaalden en voorlichting gaven over zaken als gezondheid en onderwijs."

Verbeterd contact
Na de Bijlmerramp was meer nodig, zegt Adu-Ampoma. "We kregen een ruimte aangeboden in het Kwakoegebouw. Daar konden we onze mensen opvangen. We probeerden samen met overlevenden een lijst op te stellen van de vermisten. In de eerste dagen zijn we druk geweest om contact te leggen met alle andere instanties die zich bezighielden met hulpverlening. Dat was voor ons ook allemaal nieuw."

Dat noemt Adu-Ampoma een winstpunt van de ramp: het contact tussen de Ghanese en de Nederlandse gemeenschap. "De gemeenschap was hecht maar gesloten. De mensen hadden hun gezin, hun werk en hun kerk. Met de buitenwereld was weinig contact. Dat is allemaal veranderd na de ramp. Er kwam ontzettend veel hulp op gang. Voor onze mensen uit de flats die hun woning hadden verloren, kwamen hulpgoederen uit het hele land: kleding, bedden en zelfs nieuwe televisies."

De ramp maakte ook een einde aan een conflict over de benadering van de illegaliteit. Enkele maanden eerder had politiecommissaris Eric Nordholt gewaarschuwd voor de betrokkenheid van Ghanese illegalen bij drugshandel. Adu-Ampoma laat een knipsel zien van een protest van Sikaman in de gemeenteraad. "Wij waren erg boos. Er waren een paar Ghanezen aangehouden wegens drugshandel, en vervolgens kregen alle Ghanezen de schuld."

Verblijfsvergunning
Na de ramp maakte burgemeester Ed van Thijn meteen duidelijk dat alle slachtoffers konden rekenen op hulp, ook de mensen zonder papieren. Voor de bewoners van de getroffen flats kwam een regeling voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning.

"De ramp heeft het vertrouwen hersteld tussen de gemeenschap en de gemeente," zegt Adu-Ampoma terugblikkend. "De gemeente heeft ons goed behandeld. Het is waar wat ze zeggen: in tijden van nood leer je je vrienden kennen."

Andersom maakte Nederland kennis met de Ghanese cultuur, in het bijzonder de uitbundige manier van rouwen. In de dagen na de ramp verzamelde zich een grote groep mannen en vrouwen bij de plek des onheils om te drummen, te zingen en te huilen. "Nederlanders zijn stil en drinken een kop koffie bij een overlijden," zegt Adu-Ampoma lachend. "Wij zijn niet stil. We maken harde muziek om de nabestaanden te ondersteunen en afscheid te nemen van de geest."

Vertrekkende geest
Dat afscheid gebeurt niet op afspraak met de uitvaartondernemer. In de Ghanese cultuur is de geest leidend. Deze kan nog weken, en soms zelfs maanden in de buurt blijven. Gedurende deze periode komen de nabestaanden geregeld bij elkaar om te rouwen.

"Daarna gaat de geest op reis naar ergens," legt Adu-Ampoma uit. "We stoppen cadeautjes en geld in de kist als boodschap voor onze voorouders, zodat ze weten dat het goed gaat met de achterblijvers."

Van de winti-aanhangers binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap in de Bijlmer is bekend dat zij de crash opvatten als een slecht teken. Bij het beeld van Mama Aisa voor de flat Kleiburg worden sinds de ramp geen rituelen meer uitgevoerd. Bij de Ghanezen is daar geen sprake van, zegt Adu-Ampoma: "Er zijn ook geen mensen weggetrokken. Een ongeluk is een ongeluk. Als wij ziek zijn, gaan wij naar het AMC en niet naar een medicijnman."

Verder lezen: 25 jaar na de Bijlmerramp

Binnen een uur waren ze alle drie ter plekke, toen het El Alvliegtuig op 4 oktober 1992 was neergestort op flats Klein-Kruitberg en Groeneveen in Zuidoost. Een brandweerman, bewoner en Leger des Heilshulpverlener kijken terug. 'Het gekrijs ging door merg en been'

Alle verhalen over de herdenking van de Bijlmerramp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden