James WorthyBeeld Agata Nowicka

De beste verhalenvertellers hoeven niet veel te zeggen

PlusColumn

De laatste maanden ben ik verliefd geworden op het korte verhaal. Gedurende mijn middelbareschool­periode was ik het ook al een tijdje, maar toen had mijn verknochtheid meer met luiheid te maken. Ik wilde niet lezen, dus las ik alle boeken die een beperkte ­omvang hadden.

Die Verwandlung, Animal Farm, The Snows of Kilimanjaro, The Old Man and the Sea, als een boek meer dan tweehonderd pagina's telde las ik het niet.

Wat dat betreft zit ik weer op de middelbare school. Als ik het niet binnen drie uur uit kan lezen, wil ik het niet lezen. Misschien is het een fase, maar ik wil gewoon verhalen lezen.

De beste verhalen.

En de beste verhalen zijn de verhalen die de schrijver niet te dik heeft hoeven aankleden. De verhalen die naakt voor je staan, eventjes op je schoot komen zitten en dan weer verdwijnen. Een verhaal dat op een handpalm past. ­

Gewoon over een man of een vrouw die een keuze moet maken. Zonder al te veel uitleg, zonder voorgeschiedenis en zonder verzachtende omstandigheden. Een verhaal zonder schoudervullingen. Onverdund. Een verhaal waarin het verhaal simpelweg genoeg is.

Gisteravond las ik Red Grass van Boris Vian. Ik begon eraan en ik las het uit. Het heeft niet drie maanden ­onaangeraakt op mijn nachtkastje gelegen. Ik heb het boek niet richting de vergetelheid verwaarloosd. Daar, op dat stapeltje naast de wekker. Het heeft ons niet zien vrijen. Nee, ik begon eraan, ik las het uit en toen legde ik het weer terug in de boekenkast.

In het nieuwste filmproject van de gebroeders Coen draait het ook alleen maar om het korte verhaal. De kijker krijgt zes korte verhalen te zien. Het project (The Ballad Of Buster Scruggs, te zien op Netflix) is een liefdesbrief aan alles wat mooi en beperkt van omvang is.

In Meal Ticket reist een impresario van dorp naar dorp met zijn enige act: een redekunstenaar zonder armen en benen. Eerst gaat alles nog goed, maar dan ziet de impresario een nieuwe ster in een kip die kan rekenen. Iedereen is inwisselbaar. Zelfs een volmaakte orator. ­Ieder mens is net zo lang interessant als een bakje filet americain houdbaar is.

In All Gold Canyon speelt Tom Waits een zilverharige goudzoeker die nog één grote slag wil slaan. Of misschien wel zijn eerste grote slag wil slaan. Je weet het niet. Maar hij graaft en hij zeeft en hij ploetert en hij beeft.

Het landschap is wonderschoon en helemaal van hem. De oude man klimt in een boom en ziet een paar eieren in een nest liggen. Hij pakt ze allemaal, maar dan ziet hij de uil waarvan de eieren naar alle waarschijnlijkheid zijn in de top van een andere boom naar hem kijken.

Hij legt de meeste eieren terug en klimt weer naar beneden.

Het is een van de mooiste scènes die ik dit jaar heb ­gezien. Zijn lach. De twijfel in de ogen van een oude man die honger heeft. Zijn allergulzigste onzelfzuchtigheid. Het schuldgevoel. Zijn excuses. ­Alles blijkt toch niet helemaal van hem te zijn.

Alle zes de verhalen zijn miniwesterns die over de dood, eenzaamheid, inwisselbaarheid, het geploeter en de liefde handelen. Maar één verhaal heeft een vrolijk slot. De andere vijf zijn net zo donker als de moedervlekken op de huid van de duivel. Maar ze zijn prachtig. En kort.

De beste verhalenvertellers hoeven niet veel te zeggen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden