Column

De bel gaat vaak als de drol halverwege is

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Het is vrijdagochtend. Ik verwacht een pakketje. De bezorger kan elk moment komen, dus zit ik op het toilet, want de bezorgers van pakketjes bellen steevast aan als de ontvanger op de wc zit.

Vaak bellen ze precies op het moment aan dat de drol halverwege is. The point of no return. En je probeert de drol nog terug je lichaam in te zuigen, je probeert het met alle verwaarloosde spieren die je tot je beschikking hebt, maar de helft van de vogel is al gevlogen. De andere helft trekt zich teleurgesteld terug in het nestje.

En dan gaat de bel voor de tweede keer. Wat ga je doen? Je moet wel opendoen. Het is een zeer belangrijk pakketje. Dus je plaatst een dikke laag toiletpapier in je onderbroek en niet veel later trek je de deur open en sta je oog in oog met de bezorger.

Zijn busje staat op de stoep. Alle ramen staan open en de radio staat op z'n hardst. De hele straat kan dus meegenieten van Radio Decibel. De man vraagt of je even wil tekenen. Maar natuurlijk.

O, zijn pen doet het niet. Je zegt tegen hem dat je ook wel een stempel kan zetten. Je trekt je broek en je onderbroek naar beneden en gaat op het papiertje zitten. De bezorger kijkt naar de stempel. De stempel is ovaalvormig en mokkakleurig.

Hij knikt, schuift de kapotte pen weer achter zijn oren en stapt in het busje. In het busje ruikt het naar energiedrank, zuur geworden mayonaise en dromen van karton.

Ik zit al twee uur op het toilet, maar de bel is nog niet gegaan. Ik tik het track & trace-nummer in op mijn telefoon en zie dat de bezorger wel langs is geweest. Er staat dat de ontvanger niet thuis was en dat er een nieuwe ­bezorgpoging wordt gedaan op de volgende bezorgdag.

Ik begin aan mezelf te twijfelen. Ben ik wel thuis? Want DHL zegt dat ik niet thuis ben. Is dit wel mijn huis? Ik kijk naar de boeken in de boekenkast. Nabokov, Carmiggelt, Kamagurka, Bukowski en Jamie Oliver. Dit kan mijn huis zijn. Ik ruik aan de slipjes in de ondergoedla. Dit moet mijn huis zijn.

Het is inmiddels zaterdagavond en de bel is nog steeds niet gegaan. Op internet staat wederom dat ik niet thuis ben. Het voelt alsof ik in een film van David Lynch zit. Is dit überhaupt wel mijn huis?

Weet DHL misschien meer? Ben ik dood? Hoor ik de bel daarom niet? Ben ik een geest in het huis waar alles klopte toen ik nog leefde?

Ik steek de grootste pit op het gasfornuis aan en leg mijn linkerhand in de vlammen. De haren op mijn hand krullen prachtig totdat ze in rook opgaan. Ik ben dus niet dood, of ik ben in de hel.

Volgens mij ben ik in de hel. In de hel zonder klinkers. Ik ben in DHL.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden