Plus

De Amsterdamse huismus maakt een comeback

Goed nieuws op Wereldmussendag: de Amsterdamse huismus is na een langdurige dip aan een comeback bezig.

De huismus (Passer domesticus) maakt een comeback in Amsterdam Beeld Shutterstock

Een recente inventarisatie laat over de afgelopen tien jaar bijna een verdubbeling van het aantal broedparen in de stad zien.

Een perfect mussenparadijs, noemt stadsecoloog Geert Timmermans de grote vuurdoorn op het hoekje van de Zwanenburgwal en de Raamgracht. De metershoge struik biedt een veilig onderkomen aan een elftal huismussen dat vanuit het groen uitstapjes maakt naar in de buurt gelegen binnentuinen.

Het broedseizoen is begonnen, dus geregeld laat een baltsend mannetje zijn kenmerkende tjilp-tjilp horen. "Geen indrukwekkend repertoire zoals de merel of de spreeuw," oordeelt Timmermans. "Maar wat mij betreft werkt dat in het voordeel van de mus. Het is een vogel zonder kapsones."

Twee keer zo veel
En het goede nieuws: de mus is bezig met een comeback in de stad, blijkt uit een recente inventarisatie door de gemeente. Na een sterke afname van de soort sinds de jaren zeventig, worden nu in de stad weer meer broedparen geteld.

Bijna twee keer zo veel als tijdens de vorige telling, tien jaar geleden. Timmermans: "Toen kwamen we tot 3400 broedparen in de hele stad. Bij de laatste telling in het vorige voorjaar kwam een aantal van 6500 uit de bus. Dat is een spectaculair resultaat."

Alle straten afgefietst
Op de vraag hoe je dat doet, duizenden mussen tellen, geeft Timmermans uitleg over de methode-Melchers, vernoemd naar voormalig stadsecoloog Martin Melchers. "Hij stapte tien jaar geleden tijdens het broedseizoen op de fiets en reed in een paar maanden tijd alle straten af. Huismussen tjilpen tijdens het broedseizoen de hele dag door, dus als je goed luistert, kan je een redelijk betrouwbare schatting maken."

"Vorig jaar hebben twaalf stagiairs van de Hogeschool Almere het onderzoek van Melchers overgedaan, fietsend door de stad, met invulformulieren in de hand. We hebben dit keer ook de gps-coördinaten van alle aangetroffen nesten vastgelegd, zodat we nu een actuele mussenkaart hebben."

Een mussenkaart met verrassend veel stippen. Stadsdeel Noord spant de kroon met ruim 1700 nesten, gevolgd door Oost, met circa 1250 broedparen. Stadsdeel Centrum kende een stormachtige groei met bijna 500 procent, van 125 naar ruim 600 nesten. Alleen in Zuidoost werd een afname vastgesteld, van 868 naar 486 nesten.

Een vergelijkbare afname deed zich buiten de stad voor in Amstelveen, dat ten noorden van de rijksweg A-9 ook is meegenomen in het onderzoek. In dat gebied bleek het aantal broedparen in tien jaar tijd gedaald van 300 naar 90, een afname van meer dan zeventig procent.

Bedreigingen nemen toe
Het lijkt erop dat de mus zich beter weet te redden in de drukke stad dan in een relatief groene omgeving. "De voedselvoorziening is zeker verbeterd," zegt Timmermans.

"We zijn gestopt met het spuiten van gif in de stad, en we zien dat veel soorten daarvan profiteren. Op IJburg is bij de bouw rekening gehouden met mogelijkheden voor vogels om te nestelen en daar zit tegenwoordig ook een grote groep mussen."

"Het is niet meer zoals vroeger, toen in het Vondelpark op verschillende plekken kolonies van meer dan honderd mussen te vinden waren. Zulke groepen zijn nu alleen nog in Artis te vinden. In de rest van het stad spreken we over groepen van enkele tientallen vogels."

Dat heeft vooral te maken met de toename van het aantal bedreigingen voor de mus. Lange tijd was de huiskat de enige natuurlijke vijand in de stad, maar die heeft sinds de eeuwwisseling gezelschap gekregen van bijvoorbeeld de sperwer. Timmermans: "Een sperwer eet toch wel zes of zeven mussen per dag. Toen hij rond het jaar 2000 neerstreek in de stad, jaagde hij onder meer onder de kap van het Centraal Station."

Insectvriendelijk
"De mus heeft zich aangepast. Elke groep heeft een paar vogels die op de uitkijk staan en alarm slaan zodra gevaar dreigt. En de sperwer heeft weer concurrentie gekregen van de havik, die zich ook in de stad laat zien. Met elke nieuwe predator die opduikt, verandert er weer iets in de balans."

Dat in de drukke stad tegenwoordig allerlei maatregelen worden genomen om de natuur een handje te helpen, leidt tot de merkwaardige situatie dat het daar voor veel soorten beter toeven is dan buiten de stad. "Je ziet het bijvoorbeeld aan de dramatische ontwikkelingen rond de weidevogels in het agrarisch gebied. In de stad hebben we veel geleerd van de kaalslag van de jaren zeventig en tachtig."

"Er wordt tegenwoordig bij het ontwikkelen van beleid op allerlei gebieden nadrukkelijk rekening gehouden met de kansen voor de natuur. Afgesproken is bijvoorbeeld dat vijftig procent van het openbaar groen in de stad insectvriendelijk wordt beheerd. In het agrarisch gebied haalt men zulke cijfers bij lange na niet."

Voor een blik op de mussenkaart: maps.amsterdam.nl/vogels

De comeback van de huismus in cijfers Beeld Jorris Verboon

Vijf belangrijke weetjes over de huismus

- Hoewel de brutale stadsmus graag de terrassen afschuimt op zoek naar een kruimel koek of appeltaart, eten de vogels het liefst zaden. Jonge mussen worden met bladluis grootgebracht.

- Een paartje huismussen blijft levenslang bij elkaar. Dat leven duurt overigens niet heel lang: gemiddeld vijf jaar. In gevangenschap kan een mus wel vijftien jaar worden.

- Schoonheid zit van binnen, maar mussenvrouwtjes letten bij het uitzoeken van een partner scherp op de keelvlek. Hoe groter de keelvlek, hoe meer zaadcellen het mannetje produceert.

- Een mussenlegsel bevat gemiddeld vier eieren. De overlevingskans van de jongen is klein: na drie maanden is de helft het slachtoffer geworden van een ander dier, zoals de kat of de sperwer.

- Op 14 november 2005 vloog een mus het Expo Center in Leeuwarden binnen, waar 3,5 miljoen dominosteentjes stonden opgesteld voor Domino Day. De dominomus bracht 23.000 stenen in beweging, en werd daarna met een buks afgeschoten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.