Plus De strijd om de tijd

De alleenstaande moeder: 'Natuurlijk mis ik haar als ik werk'

Nederland is kampioen deeltijdwerk. Waarom eigenlijk? Een serie over persoonlijke keuzes in de verdeling van werk en zorg. Vandaag: het knagende schuldgevoel van Andra Roskam.

Andra Roskam en dochter Louya. Moeders bieden haar vaak hulp aan. 'Ik zeg wel nee, natuurlijk' Beeld Ivo van der Bent

Een bachelor politicologie, een master health sciences en later ook nog een lesbevoegdheid voor maatschappijleer, en toch zat Andra Roskam (nu 32) tijden zonder werk. Afschuwelijk vond ze het. "Het voelde als een eeuwigheid. Ik vind het heel belangrijk dat ik werk, dat zit in mij, dat heb ik altijd gedaan. Ik zag allerlei vacatures waarvan ik dacht: dit kan ik, maar ik kwam niet eens door de brievenselectie."

Tussen 2004 en 2014 volgde ze twee opleidingen en werkte ze een tijd in Kameroen, waar ze naartoe was gegaan voor de liefde. Dochter Louya werd geboren in 2013. Een jaar later liep de relatie stuk en kwam ze, met Louya, definitief terug naar Nederland. Midden in de crisis, zonder relevante werkervaring.

Omdat ze in Nederland nooit had gewerkt, kreeg ze een bijstandsuitkering: 924 euro netto per maand. Daar hield ze, na de huur en vaste lasten, nauwelijks iets van over.

Voor Louya wilde ze geen dingen laten, dus die ging wel naar balletles, zwemles, en op paaldansen. ("Een aanrader," zegt ze stoïcijns als de verslaggever wat glazig kijkt naar het meisje van 5.) "Maar zelf deed ik niets meer. Vroeger ging ik uit eten met vrienden, dat was er niet meer bij, ik ging niet meer uit. Je wordt erg op jezelf."

Ze schermde alles af, zei tegen iedereen dat het prima met haar ging. "Ik had niets te besteden, en schaamde me ook. Want het is niet wie je bent, maar wel hoe mensen je soms zien. Als mij op het schoolplein werd gevraagd wat ik deed, moest ik zeggen: ik ben gewoon mama. Dat je keihard aan het zoeken bent naar werk maar niet aan de bak komt, dat is niet wat je wilt zeggen."

"Terwijl: nu heb ik vriendinnen die gewoon thuis zijn en dan denk ik: prima, pak je rust, geniet van je kind! Maar op het moment zelf denk je alleen maar: ik moet hieruit, ik hoor hier niet. Een gek gevoel."

Kousenvoeten
Roskam en Louya wonen in de Van der Pekbuurt, in een bovenwoning van 56 vierkante meter. De ruimte die nu dienstdoet als woon­kamer is op zolder - de echte woonkamer, een verdieping lager, is zo gehorig dat Louya er alleen op kousenvoeten zou kunnen spelen zonder de benedenburen tot last te zijn.

In mei 2017 vond Roskam een baan, als docent Engels bij een vmbo-school in Almere. Twintig uur per week, verdeeld over drie dagen. Het eerste schooluur stond ze nooit ingeroosterd, zodat ze Louya zelf naar de opvang kon brengen, en 's middags was ze op tijd weer terug. "Ik kon haar om vier uur alweer ophalen, heel rustig."

Aan de leerlingen lag het niet, maar de baan was niet wat ze zocht. Sinds een paar weken is ze recruiter bij een bureau dat kandidaten zoekt voor banen bij gemeentes in Noord- en Zuid-Holland.

Eigenlijk kwam ze bij dat bureau omdat ze in de race was voor een andere baan, maar het gesprek met de recruiter beviel veel beter dan die uiteindelijke sollicitatie. Dus nu werkt ze in Alkmaar: 32 uur, verdeeld over twee halve en drie hele dagen.

Vorig jaar had ze deze baan niet genomen. Te veel uren, te ver weg. "Toen wilde ik vooral werken om bezig te zijn, om weer van nut te zijn voor de maatschappij. De rest was meegenomen. Later dacht ik: geld is ook wel heel fijn, en dat is nu eindelijk ook in orde."

Toch zou ze liever schooltijden werken, maar dan zou ze nauwelijks de twintig uur halen.

"Misschien kan ik over een tijdje meer eisen stellen. Als je net begint, moet je ook gewoon uren draaien."

Zwemles
Het ritme nu: om zes uur gaat de wekker, dan heeft ze een uur voor ze Louya wakker moet maken ("Ik ontvang mensen hè? Je wilt niet weten hoe ik er vóór dat uur uitzie!"). Om half acht brengt ze Louya naar de buurvrouw, een Ghanese met twee kinderen. De jongste is een vriendje van Louya. "Vijf dagen per week! Ik vind het wel erg. Wat vráág je van iemand!"

Op maandag en dinsdag is ze op tijd terug om bij school te staan, woensdag en vrijdag gaat Louya naar de opvang, donderdag naar een oppas - op maandag, dinsdag en donderdag was in heel Amsterdam-Noord geen opvangplek te vinden.

Haar werkdag eindigt om half vijf. "De vestigingsmanager is ook een alleenstaande moeder, met twee kinderen, die is daar heel fijn in. Die snapt dat ik dan écht weg moet om op tijd bij de BSO te zijn. Net als met die halve dagen. Eigenlijk doen ze dat niet, maar ze zei: waarschijnlijk kan het echt niet anders voor je, dus prima."

Ook in haar omgeving merkt ze dat er veel rekening met haar wordt gehouden. Moeders die spontaan aanbieden Louya mee te nemen naar zwemles, bijvoorbeeld.

Ze lacht: "Ik zeg wel nee, natuurlijk."

Mensen kijken er wel van op dat ze 32 uur werkt. "Dat vinden ze veel. Ik verontschuldig me dan altijd: ja maar het is wel over vijf dagen verdeeld en ik kan Louya twee dagen zelf van school halen. Dat komt er dan in één adem uit, omdat in mijn hoofd zit: wat zullen ze wel niet denken?"

Het is fijn hoe werk in Nederland is geregeld, vindt ze. "Als je in deeltijd wilt werken, dan kán dat. Maar de schooltijden zijn nu heel onhandig, en er zou meer opvang moeten zijn. Niemand zou nee te horen moeten krijgen als je een kind aanmeldt. Maar nu zitten de maandag en dinsdag altijd vol."

Vriezer
En, merkt ze: zonder vriezer ben je verloren. "Mijn keuken is er eigenlijk te klein voor, maar ik kwam nu thuis en had niets in huis. In een vriezer zou ik brood kunnen bewaren, en spinazie ofzo, en een pizza voor het geval dat." Ze kijkt om zich heen. "Ik zet hem wel gewoon hier boven neer. Dan heb ik maar een vriezer die niet in de keuken staat."

Louya is eigenlijk alleen blij met de auto die er opeens is gekomen. Desgevraagd roept ze dat ze het stom vindt dat haar moeder nu zo vaak weg is. "Ik merk dat ik haar de hele tijd aan het zoet houden ben. Niet letterlijk, maar meer dat ik denk: je hebt mij nu nodig, ik moet de tijd voor je nemen."

"Als ze om zeven uur eigenlijk gewoon tanden moet gaan poetsen, boekje lezen en naar bed, denk ik: ze is er nog niet klaar voor. Ze moet nog even bij me zijn. Dus dan wordt het half acht, acht uur - tot ze zo moe is dat ze niet meer te genieten is."

Voorzichtig vragen we of het niet andersom is. "Tuurlijk! Ook! Natuurlijk mis ik haar. Ik voel het ook als ik nu bij school sta. Dan denk ik: dit is onze dag. Mama is er. Ik ben dan zo blij om te kunnen zwaaien dat ik er ben."

Voor sommigen is het een keuze, voor anderen de enige optie. Bijna de helft van de Nederlandse beroepsbevolking werkt in deeltijd. Een eindejaarsserie over de verdeling tussen werk, zorg en vrije tijd.

1. Twee moeders
2. De huisvader
3. De mantelzorger
4. De migrant
5. De werkgever
6. De alleenstaande moeder
7. De schoolleider
8. De activist

Voor de alleenstaande moeder blijft het pittig

Het zijn zorgwekkende cijfers: vier op de tien vrouwen zijn niet economisch zelfstandig. Van de alleenstaande moeders heeft bijna een kwart alleen een bijstandsuitkering.

De ene alleenstaande moeder is de andere niet. Zo maakt het nogal verschil of je alleenstaand bent na een scheiding of als de andere ouder, meestal de vader, nooit echt in beeld is geweest. De eerste groep, zegt UvA-hoogleraar sociale demografie Jan Latten, heeft meestal een klein tot zeer klein baantje. "Als je te veel werkt, lever je dat weer in op je partner­alimentatie."

De andere groep vertoont vaak iets wat hij het 'Caribisch patroon' noemt: meest Antilliaanse moeders die in hun eentje een kind krijgen. Zij zijn kostwinner en werken naar verhouding vaak fulltime.

Weer een andere groep is de bewust alleenstaande moeder: vrouwen van boven de 35 die in hun eentje een kind krijgen omdat de geschikte vader te lang op zich laat wachten.

Mede dankzij deze groep steeg het aantal kinderen dat in een eenoudergezin wordt geboren met ruim een kwart ten opzichte van 2000. In 2017, bleek eind vorig jaar, ging het om 9 procent van de baby's: 15.200.

Financiële onafhankelijkheid
Latten noemt het de verschuiving van de liefdesbaby naar de wensbaby. Eerder zei hij in Het Parool: "Vroeger was het heel strikt: je moest als koppel getrouwd zijn om kinderen te krijgen. Het denken over gezinnen is veranderd. Vrouwen denken: heb je je grote liefde niet op je veertigste, dan is het misschien toch handig om maar vast dat kind te nemen."

De grote zorg rond alleenstaande vrouwen is hun financiële onafhankelijkheid. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn vrouwen economisch zelfstandig als ze 70 procent van het minimumloon verdienen. In 2017 was dat 950 euro netto per maand - een bedrag dat lager ligt dan de armoedegrens van een alleenstaande.

Vier op de tien vrouwen in Nederland haalt dat niet, doordat ze in te kleine deeltijdbanen werken. Overigens maken de meeste vrouwen zich daar zelf helemaal niet zo druk over - zolang ze een duurzame relatie hebben. Het SCP stelde eind december vast dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders vindt dat het in een goede relatie niet uitmaakt wie het meeste verdient en wie minder werkt.

Het wordt anders wanneer de vrouw er alleen voor staat. Uit de half december verschenen Emancipatiemonitor van het SCP en het CBS blijkt dat de financiële zelfstandigheid onder alleenstaande moeders het laagst is: bijna een kwart van deze vrouwen met kinderen tot 18 jaar moet rondkomen van een bijstandsuitkering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden