De 8 engste spookhuizen van de stad

Dolende geesten, dovende kaarsen en krakende trappen: in sommige Amsterdamse gebouwen spookt het. Dit zijn de acht engste Amsterdamse spookhuizen, vol onverklaarbare verschijningen.

De Amsterdamse binnenstad zit vól spoken, als je de verhalen moet geloven. Beeld anp

1. De Ossenspooksteeg: witte geest met rode ogen
Elk derde vrijdag van de maand, zo wil de legende, kwam het zogeheten Ossenspook er uit een kelder tevoorschijn. Het was een lange, witte geest met vurige, rode ogen en een wijde, geopende mond, waaruit stinkende rook ontsnapte. Het spook hield ervan schippers die met hun schuiten in het Singel lagen, met paardenvijgen te bestoken. Maar nog liever loerde hij op kinderen. Als hij die te pakken kreeg, draaide hij hen de nek om.

2. Koggestraat 11: klopgeest met drukdrift
Op een steenworp afstand ligt de Koggestraat. Een eeuw terug begon daar, spontaan, op zolder een drukpers uit zichzelf te draaien, terwijl de deur stevig op slot zat en de enige sleutelbezitters, de bewoners, doodsbang in bed aanhoorden hoe het boven hun hoofden tekeer ging. De volgende dag ontdekten ze dat de pers intensief was gebruikt. Inktrollen waren vernield, schroeven lagen overal. Volgens een spannender lezing lagen er ook kopieen, met een zo schokkende tekst dat de drukker bij lezing ter plekke aan een hartaanval bezweek.

3. Het Paleis op de Dam: overleden lakeien
Dat spoken ook zogenaamde hogere milieus niet schuwen, blijkt wel uit de verhalen rondom het Paleis op de Dam. Op vrijdag 25 september 1874 zagen bezoekers van De Groote Club aan de Kalverstraat ineens een vrouwengestalte bovenop het koninklijke onderkomen. Was het een geestverschijning? Of, zoals nuchtere kijkers vermoedden, de weerkaatsing van het net opgepoetste uurwerk van het paleis? Helemaal opgehelderd werd het nooit.
Een ander paleisverhaal betreft de lakeien die bij plechtigheden bedienen. Daar zouden altijd meer lakeien rondlopen dan - in levende lijve - officieel aanwezig behoren te zijn. Voor sommige werknemers lijkt een eeuwtje meer of minder niet te tellen.

4. Het Begijnhof: allenig begijntje
Het zijn niet alleen huizen, maar ook plekken die -volgens sommigen- bespookt zijn. In het boekje Spokerijen in Amsterdam en Amstelland van Jacques R.W. Sinnighe blijkt daar sprake te zijn van een 'spokende begijn'. Het zou gaan om een jonge vrouw die er vandoor was gegaan met een man, maar na verloop van tijd met hangende pootjes terugkeerde. Ze werd weer liefdevol opgenomen door de andere begijnen, echter op één voorwaarde: na haar dood zou ze niet bij de andere begijnen worden begraven, maar bij de pomp. Velen zagen haar vervolgens lopen, aldus Sinnighe, 'bij klare maneschijn'. En steevast met een blauwe wasmand onder de arm. Om klokslag een uur verdween ze weer, nooit een seconde later.

Lopen over de gracht is prima, maar steek op de derde vrijdag van de maand niet door de Ossenspooksteeg! Beeld anp

5. Kloveniersburgwal 29: krakende treden en gestommel
In het beroemde Trippenhuis komt een van de gebroeders Trip nog steeds op bezoek. In het verleden woei soms ineens een windvlaag door de keldergangen, doofden kaarsen, kierden onverwacht kastdeuren en lieten onzichtbare voetstappen treden kraken. En nog steeds horen sommige mensen er onverklaarbaar gestommel op zolder.

6. Café Oosterling: spook op het toilet
Ruim tien jaar geleden vertelde Oscar Oosterling, mede-eigenaar van café Oosterling aan Het Parool over het spook in zijn zaak. Op een dag werd door een onverklaarbare kracht een stevige stekker uit het stopcontact getrokken. Een week later, de gebeurtenissen volgden elkaar in rap tempo op, was het weer raak. Dit keer stond Oosterling in de kelder om een luik te openen. Twee dingen wist hij zeker. Een: hij was alleen in de zaak en twee: hij had de deur op de slot gedaan. "Plotseling hoor ik dat het toilet wordt doorgetrokken. Ik ren naar boven en zie dat de deur van het damestoilet open staat. En de deur staat op een kier." Terwijl die toch echt vergrendeld was.

7. Keizersgracht 268: dolende weduwe
Op 11 mei 1772 maakte een brand in de Stadsschouwburg een even ruw als voortijdig einde aan zestien levens, waaronder dat van ene meneer Rauws. Mevrouw Rauws bleef achter in het Huis met de Gouden Ketting. Ontroostbaar. Ze wilde, zo ging het verhaal, haar man achterna en verhing zich in haar woning. Maar kennelijk kon ze het aardse toch niet echt vaarwel zeggen, want sindsdien hoorde men in het holst van de nacht gestommel en voetstappen op de trap. De dolende weduwe? Wie zal het zeggen.

8. Het WG-terrein: lichtgevende pestlijders
Spoken schijnen goed te gedijen op het Wilhelmina Gasthuisterrein. Neem nou het voormalige mortuarium. Daar worden 's nachts door voorbijgangers vreemde lichten waargenomen. En tot op de dag van vandaag vinden de buurtbewoners het er gribus.
Zou de historie van het terrein misschien de reden kunnen zijn van al die vermeende verschijningen? In 1635 werd hier het Buitengasthuis gesticht, waar pestlijders, krankzinnigen en landlopers werden verpleegd.

Andere illustere (spook)panden
De Schreierstoren (mysterieus omvallende kasten), Het Verdoolde Schaap (hier spookte de legendarische Zeedijkse Mooie Helena, nadat ze haar zus had vermoord), het Huis met de Gouden Ketting (spokende weduwe van directeur-generaal van de Stadsgebouwen Rauws, die bij een brand in de Stadsschouwburg in de vlammen omkwam) en de Sint Olofskapel (dolende schimmen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden