David Endt: 'We droomden zijn droomvoetbal mee'

David Endt is schrijver en columnist van Het Parool. Hij was ruim dertig jaar verbonden aan Ajax, eerst als speler, later als perschef en teammanager. Zijn column is deze week gewijd aan het overlijden van Johan Cruijff.

David EndtBeeld Wolff

Het straatvolk dat ons in de late middag naar huis zag fietsen, snapte niet waarom wij lachten. Een spontane onvermijdelijke en niet te onderdrukken gelukslach. Het was door Johan. Wij hadden hem zien droomvoetballen en daarmee raakte hij ons hart, zijn voetbal wakkerde een wild genot aan. Niemand was beter dan hij en hij was niet zoveel ouder dan wij dus was hij één van ons terwijl hij evengoed zo onbereikbaar ongrijpbaar was.

Cruijffie noemden wij hem en Cruijffie speelde droomvoetbal op klompige kicksen die hem niet beletten te toveren. Iedere thuiswedstrijd kwikzilverde hij zo overrompelend door verdedigingen dat het leek alsof het geluk was. Nooit botste de bal van zijn schoen, steeds waren tegenstanders - hard, slim, lomp, breed, snel of ervaren - een stap te laat.

Op het moment dat de verdediger de bal leek af te pakken, tikte Cruijff die opzij, zwiepte zijn lijf dezelfde kant op: erlangs! Zijn dribbels waren een ontsnappingsdans in een gebied waarin iedereen hem wilde vangen. En wij, met zwaar kloppende harten op de staantribune, op onze fietsen van West naar Oost gekomen voor hém, ontsnapten ook.

We droomden zijn droomvoetbal mee, hij zette zich in ons vast. Wij raakten al in een roes wanneer hij, bal aan de voet, zijn dribbel aankondigde.

Eerst een dreigende rust, omhoog kijkend als een eigenwijs generaaltje dat de situatie overziet, zijn inschatting maakt en dan, accelererend, ietsje gebogen maar oplettend spiedend met de bal aan de voet: erlangs! Er - ondanks de aankondiging - wéér langs. Ah, de kanslozen! Machteloos als lucht, meedogenloos vernederd. Kets, daar lag de bal tegen het net. Zo eenvoudig was het.

Zo eenvoudig leek het, want niemand deed het hem na. Niemand kon beter zijn en hij was één van ons. De onbekommerde Jaren Cruijff haastten zich voorbij.

De dribbels werden minder frequent, steeds vaker gaf hij de maat aan, wijzend en babbelend en kiezend om, wanneer niemand het verwachtte, er toch, rats rats, voorbij te bliksemen.

Wij wisten alles van Cruijffie. Wij stuurden hem gelukstelegrammen op zijn verjaardag, kenden het telefoonnummer van huize Cruijff aan de Weidestraat en de nummerplaat van zijn Mini Cooper uit het hoofd. Wij tekenden zijn zo vaak in de plakboeken veroverde signatuur feilloos na in de schoolagenda's.

Het ging te snel om te doorgronden waarin het geluk hem zat maar wij lieten ons meesleuren door de roes die zijn spel teweeg bracht. Cruijffie. Ons antwoord op de Beatles, Kennedy, Brigitte Bardot. We telden mee, we wonnen Europa Cups, wij hadden Cruijff.

Toen hij in augustus 1973 wraak-gedreven met een handvol magistrale solo's tegen FC Amsterdam zijn vaarwel bezegelde, noemden wij zijn vertrek naar Barcelona verraad. De term was de vertaling van ons verdriet en onze spijt over de verwoeste hoop dat hij zou blijven.

Wij doorgrondden waarin de gelukzaligheid hem in zat. Hartverscheurend was het besef dat alles wat geweest was, voorbij zou zijn. Geen ontsnappingsdans meer. Het straatvolk dat ons in de late middag naar huis zag fietsen, zag dat wij zwijgzaam en bedroefd waren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden