Dat domme doodgaan houdt mij de laatste dagen bezig

PlusTheodor Holman

Soms beangstigen me de dingen die ik denk. Omdat ik moeilijk de hele dag kan thuiszitten, heb ik dag en nacht verwisseld. Eenzaamheid is niet erg, maar behoeft een ritme en hoewel ik zo stil kan mediteren dat mijn vrouw laatst op me kwam zitten omdat ze dacht dat ik een stoel was, heb ik de nachtwandeling nodig om mijn muizenissen uit te laten.

Opeens schoot mij een gedicht van Reve te binnen: ‘Voordat ik in de Nacht ga die voor eeuwig lichtloos gloeit,/ wil ik nog eenmaal spreken, en dit zeggen:/ Dat ik nooit anders heb gezocht/ dan U, dan U, dan U alleen.’

Regels die me opeens als doornen prikten. Reves taal is meesterlijk. De dood wordt voorgesteld als het betreden van de eeuwige duisternis waar het lichtloos gloeit. Wat gloeit er wat geen licht geeft? Hellevuur? Welke vuur is lichtloos?

Een mysterie.

Gerard wil God laten weten dat alles wat hij in zijn leven heeft gedaan, was om Hem te dienen. Ik geloof niet in een macht buiten de mens om, dus waarom rammelen deze zinnen dan toch aan mijn ruggengraat?

Reve lijkt in dit gedicht te berusten in zijn sterven.

Dat domme doodgaan, onontkoombaar en tragisch, houdt mij de laatste dagen bezig. Het gedicht troost niet, maar verontrust. Ofschoon ik meen dat je karig met woordspelingen moet zijn, is rattenissen misschien beter dan muizenissen.

Ik wil niet dood. Ik durf dat bijna niet uit te spreken, bang om het te ‘beschrieën’, over me af te roepen, want ik mag dan niet in God geloven, angst voedt bijgeloof.

Koosje ziet soms een rat, zo groot als een kat, en jaagt die dan voor me weg. Vannacht ook weer. Eigenlijk ben ik niet eens zo bang voor ze; ik heb altijd iets van meelij gehad met hun slechte naam. Maar de ratten in mijn hoofd voelen zich thuis in de benauwde omgeving van mijn hersenpan. Ze knagen daar steeds meer weg. Vooral namen. Ik heb een bibliotheek van films en regels waarvan ik de titels of regisseurs of de auteurs al verloren ben, soms ligt er nog ergens een halve voornaam of een aangevreten titel.

De koude duistere stad lijkt een voorschot te nemen op een kerkhof, de huizen zijn zerken; ik ben op zoek naar mijn naam.

Die ‘U’ van Reve is de Dood. Nu weet ik wat hij zocht. Daarom mijn siddering.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden