Plus

Daniele Gatti: 'Ik neem meer risico, geef musici meer ruimte'

De Milanees Daniele Gatti wordt vrijdag geïnaugureerd als de zevende chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. Een gesprek over zijn voorgangers, dirigeren en Milaan. 'Wat is Frank de Boer aan het doen met mijn team?'

'Wat is de zin van die eindeloze stroom nieuwe stukken die je nooit meer hoort?'Beeld Marco Borggreve

Daniele Gatti (54) stond sinds zijn debuut in 2004 al bijna honderd keer als dirigent voor het Koninklijk Concertgebouworkest, maar op
9 september wordt alles anders. Dan staat hij er als de nieuwe chef-dirigent.

Hij is de zevende chef in 128 jaar, wat betekent dat chefs in Amsterdam lang aanblijven. Wat weet Gatti eigenlijk van zijn voorgangers, en wat vindt hij van ze? We vroegen het hem in de dirigentenkamer van het Concertgebouw.

Minder romantisch en sentimenteel
"Willem Kes ken ik niet," zegt Gatti, "maar Willem Mengelberg leerde ik al in mijn studietijd kennen. Ik was nogal geschokt door zijn aanpak; begreep het ook niet als jongeman. Zoals hij in klassieke symfonieën de verschillen tussen het eerste en het tweede thema onderstreepte en zijn elastische omgang met tijd! Mijn helden waren Toscanini en Klemperer, die 'moderner' waren en minder romantisch, minder sentimenteel."

"Maar tegenwoordig zie ik dat een eerste en een tweede thema inderdaad een verschillende persoonlijkheid hebben, dus mijn kijk is aan het veranderen. Dat is ook iets natuurlijks. Je kijkt anders tegen de dingen aan op je dertigste, veertigste of vijftigste. Ik ben nu 54. Ik adoreer Toscanini en Klemperer nog steeds, maar ik kijk nu met grotere belangstelling en begrip naar Mengelberg en Furtwängler."

Klank van het orkest
Gatti heeft nog niet heel veel Bruckner gedirigeerd (met Mahler is hij de centrale componist voor het KCO), maar hij is wel zeer vertrouwd met het werk, van jongs af aan al.

"Mijn vader, die was opgeleid als zanger, kwam elke week met twee, drie nieuwe platen thuis, die dan altijd na het avondeten werden gedraaid. Elke avond minstens een half uur. En ik luisterde altijd mee. Dat betekende dat ik al vanaf m'n elfde de grote symfonieën leerde kennen. Ik ben als het ware opgegroeid met de klank van het orkest."

Na Mengelberg kwam Eduard van Beinum. Wat weet u van hem?
"Ik ken hem niet."

Hij heeft de mooiste La mer van Debussy op­genomen die er bestaat.
"Na de mijne dan," grapt Gatti.

Als de verslaggever nogal eigenwijs volhoudt dat die van Van Beinum toch echt heel veel mooier is, is zijn nieuwsgierigheid gewekt. Hij belooft te gaan luisteren.

Dan Bernard Haitink.
"Great. Ik ken hem van de Philipsplaten. Geweldige Mahlers en Bruckners. Ik heb hem ontmoet in Londen, toen hij de baas was in Covent Garden en ik daar eerste gastdirigent was. We hebben mooie gesprekken gevoerd. Hij was enorm vriendelijk en betrokken. Ik heb groot respect voor hem."

Riccardo Chailly.
"Ik vind hem heel erg goed in het modernere werk. Z'n Brahms, Beethoven, Schumann en Strauss ken ik nauwelijks, moet ik bekennen."

Chailly en u lijken me bijna twee verschillende polen. Ik vind u eigenlijk meer een Duitse dirigent.
"Dank u, dank u. Ja, Chailly en ik zijn waarschijnlijk zeer verschillend. Hij heeft altijd alles onder controle, net als zijn opvolger, Jansons, terwijl ik meer risico neem. Ik geef de musici, en vooral de eerstelessenaarspelers, meer ruimte. Ik wil niet overdirigeren, omdat een orkest daar depressief van wordt."

Claudio Abbado, Riccardo Chailly, en u zijn
allen geboren Milanezen, die aan het conservatorium daar studeerden en daarna als dirigent de wereldtop bereikten. Wat is het geheim van Milaan?
"U vergeet Riccardo Muti. Die studeerde ook in Milaan. Het geheim? De opleiding is zeer, zeer veeleisend. Daardoor is het denk ik het beste conservatorium ter wereld. Ik heb er vijftien jaar gestudeerd, compositie, piano en viool. Elk examen was loodzwaar, waardoor alleen de bes­te en gemotiveerdste studenten verder konden."

"Dan is er nog de omgeving, met La Scala en het radio-orkest, waardoor we elke dag in gestolen uurtjes naar repetities konden gaan om echte professionals aan het werk te zien. Onze docenten speelden ook in die orkesten, dus er was voortdurend een kruisbestuiving tussen theorie en praktijk. Dat moet het geheim zijn."

Clichévraag: wat was uw gevoel toen u in september 2014 werd gebeld met de mededeling dat u de opvolger van Mariss Jansons zou worden?
"Ik was op het strand van Taormina, in Sicilië, toen Jan Raes, de directeur, me om twee uur belde. Het was een heel kort telefoontje. 'Hi, met Jan. Daniele, habemus papam.' Dat was het. We hadden geen van beiden de behoefte lang te praten."

"Daarna ging ik naar het hotel om Camille, mijn vriendin, het nieuws te vertellen. U moet begrijpen dat het voor mij een emotionele tijd was. Ik had net mijn moeder verloren, de moeder van mijn vriendin was gestorven en ik had mijn trouwe hond Lara na twaalf jaar moeten laten inslapen - allemaal in een periode van drie weken. En toen dit."

De beslissing lag in de handen van God, zegt Gatti, al geeft hij eerlijk toe dat hij 'diep in zijn hart' hoopte dat ze hem zouden vragen, nadat in mei 2014 bekend was geworden dat Mariss Jansons voortijdig zou opstappen en Gatti net in die periode het orkest leidde in een reeks opvoeringen van Falstaff bij De Nationale Opera.

"Ik denk dat mijn moeder me geholpen heeft." Zijn ogen glinsteren. "Ik voel de benoeming als een grote verantwoordelijkheid. Ze komt op het goede moment in mijn leven. Ik ben nu 35 jaar dirigent. Je hebt voor zo'n functie ervaring nodig."

U dirigeert vrijwel altijd uit het hoofd, dus zonder partituur voor uw neus. Waarom?
"Ik ken de partituur en ik voel me er vrijer door. Ik doe dat al vanaf mijn achttiende. Maar ik ben daarin aan het veranderen. Ik wil geen verkeerde indruk wekken bij het publiek. Als je de partituur voor je op de lessenaar hebt liggen, geef je het signaal dat het om de muziek gaat en niet om de circusachtige virtuositeit van de dirigent. Een partituur geeft je ook het gevoel dat de componist fysiek in je nabijheid is."

Is een partituur heilig? Mag een dirigent doen wat hij wil?
"Wacht even. Ik wil begrijpen waarom een componist iets zo en niet anders heeft genoteerd. Daarin ben ik ongelooflijk streng op mezelf. Ze zeggen altijd dat Gatti te langzaam is met z'n tempi. Of te snel. Dan heb ik de neiging om me te verantwoorden, maar ik denk tegelijkertijd: nee, de uitvoering is de uitleg en de verantwoording. Ik praat via het orkest."

In 1987 voltooide u ook de studie compositie. Componeert u nog?
"Ik zou het graag willen. Ik heb van mijn twaalfde tot mijn 21ste elke dag gecomponeerd. Daarna nauwelijks meer. Ik heb nog wel ideeën, maar de tijd om die uit te werken ontbreekt. Nee, ik ben geen componist."

Als gediplomeerd componist zou je verwachten dat u een levendige belangstelling hebt voor eigentijdse muziek. Toch zie ik dat niet ­terug in uw repertoire.
"Dat is iets wat ik hier meer zou willen ontwikkelen. Maar u hebt gelijk. Het heeft ook een reden. In Parijs was het erg moeilijk, net als in Londen. Moderne muziek wordt daar niet aangemoedigd omdat de kassa allesbepalend is. Door het systeem met abonnementen is het in Amsterdam anders, makkelijker."

"Ik ga om te beginnen twee stukken van Rudolf Escher doen. Musique pour l'esprit en deuil en Passacaglia. Ik geef toe: ik ben geen pionier. Als ik de vorm niet begrijp..." Hij zucht. "Ik begrijp ook niet waarom een stuk maar één keer wordt uitgevoerd. Wat is de zin van die eindeloze stroom nieuwe stukken die je nooit meer hoort? Bovendien komt het publiek niet voor die stukken. En ik zeg eerlijk dat het alleen zin heeft als ik echt iets met zo'n stuk kan."

Laatste vraag. Gaat u een fiets kopen?
"Ik moet eerst nog een appartement vinden. Maar dat komt allemaal wel goed. Ook met die fiets. Dan heb ik als het mag nog een laatste vraag aan u: wat is Frank de Boer aan het doen met mijn team!?" (Internazionale Milan verloor de eerste wedstrijd onder leiding van De Boer en staat nu zeventiende in de Serie A.)

Hij is nog maar net begonnen. Geef hem een kans. Dat doen wij ook bij u als u Bruckner dirigeert.
"Ja, maar Bruckner dirigeren is veel moeilijker, hahaha."

Op 9 september wordt Daniele Gatti tijdens RCO Opening Night geïnstalleerd als zevende chef van het Concertgebouworkest.

CV

Daniele Gatti (Milaan, 1961)
Was chef-dirigent het Orchestra dell'Accademia Nazionale di Santa Cecilia in Rome, het Orchestra del Teatro Comunale di Bologna, het Royal Philharmonic Orchestra in Londen, het Orchestre National de France en het Opernhaus Zürich. Daarnaast dirigeerde hij alle toporkesten en stond hij in 's wereld belangrijkste operahuizen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden