Plus

Daklozen op CS: 'Elke week zie ik nieuwe gezichten'

Het aantal dak- en thuislozen in Amsterdam dat aanklopt bij de inloophuizen stijgt. Psychiatrisch verpleegkundigen proberen verwarde daklozen van straat te krijgen.

Psychiatrisch verpleegkundige Hendrik Boon maakt contact met de dakloze Juan uit Frankrijk Beeld Marc Driessen

Op de bankjes aan de westkant van het Centraal Station ligt een man te slapen. Dit hoekje van het station, dat uitkijkt op het IJ, is typisch zo'n hangplek waar daklozen lekker beschut en ongestoord uren kunnen slijten.

Het is een van de plekken waar psychiatrisch verpleegkundige Hendrik Boon van het team 'Zorgtoeleiding' van GGZ-instelling Arkin altijd even gaat kijken. "Nee, die man heeft schoenen met te witte zolen aan. Hij ziet er redelijk goed verzorgd uit. Die roept bij mij geen bezorgdheid op."

Vreemde blik
Maar de man ernaast van mid-twintig heeft wel zijn aandacht. Boon loopt op hem af en maakt een praatje. De man vertelt dat hij uit Litouwen komt en sinds een week of drie op het CS verblijft: zonder inkomen, zonder verzekering en zonder familie.

Het praatje is van korte duur, maar wel een begin. "Ik vraag hem naar zijn psychische en lichamelijke problemen en wat zijn plannen zijn. Maar hij heeft geen plannen en geen klachten. Het is zeker iemand om in de gaten te houden. Hij had een wat vreemde blik in zijn ogen."

Boon is een van de 15 verpleegkundigen die elke week de stad afstruinen op zoek naar dak- en thuislozen die door psychiatrische problemen het contact met de samenleving hebben verloren. Hij ziet hun aantal zichtbaar stijgen. "Elke week zie ik nieuwe gezichten. Van die clochard-achtige types. Ze moeten steeds meer hun eigen verantwoordelijkheid nemen, maar dat kunnen velen niet."

Het Centrum is Boons werkveld. Op het CS doet hij zijn vaste rondje. "Velen verblijven op het Centraal Station, Schiphol, in buitenwijken en op bootjes onder de dekzeilen. Daar vallen ze minder op."

Schichtig
Boon, die dit werk al bijna 25 jaar doet, weet precies waar hij op moet letten. "Je kijkt of iemand zo'n vale plastic tas met uitgerekte hengsels, smerige overhemdboordjes en afgetrapte schoenen draagt. Daklozen lopen trager, zijn schichtig, praten vaak in zichzelf en leven in hun eigen wereld. Verslaafden zijn redelijk in beeld maar psychiatrisch daklozen onttrekken zich juist aan het zicht. Die proberen in de menigte op te gaan."

De tocht naar 'Swieberts', zoals Boon ze liefdevol noemt, gaat richting oostkant. Op de stenen rand, zit een man van rond de 25, gekleed in een dikke jas en met twee versleten tassen naast zich. Hij lacht hard in zichzelf. Boon reikt hem een sigaret aan. De man, die zich Juan noemt, bestudeert de sigaret van alle kanten. Het aangereikte blauwe boekje. De sociale kaart van de Regenbooggroep met tips over gratis koffie, kleding en slaapplekken, weigert hij. "Dat boekje gaat niet over mij," zegt Juan.

'Waar de man eerder nog het gesprek aanging, is hij inmiddels argwanender geworden' Beeld Marc Driessen

Juan, afkomstig uit Frankrijk, vertelt dat zijn 'vader' hem naar Amsterdam heeft gestuurd. Boon besluit ook deze man in de gaten te houden. "Hier ben ik bezorgd over. Hij is erg psychotisch en niet van deze aardkloot."

Armlengte
Bij elke ontmoeting hanteert Boon dezelfde tactiek. Fase 1 is die van verleiden, fase 2 van aandringen en fase 3 van dwingen.

"Ik houd gepaste afstand, minstens een armlengte en ga naast de persoon zitten om een praatje te maken. Bij fase 2 zit ik tegenover iemand en dring ik aan op hulp. Als hij die hulp niet aanneemt, komt fase 3 in zicht."

Deze derde fase is aangebroken bij een 32-jarige man uit Eritrea die al een paar maanden in de stationshal verblijft en bij de hulpverleners bekend staat onder de naam Timisela. De dakloze met wollen muts staat tegen de muur in de centrale hal geleund. Blik op oneindig. Forenzen hebben een fles jus d'orange en een croissantje voor hem neergezet.

Waar de man eerder nog het gesprek aanging, is hij inmiddels argwanender geworden. "Ik kom wat te vaak langs naar zijn zin," zegt Boon later. Het CS gedoogt Timisela, die altijd op dezelfde plek staat maar niemand overlast bezorgt. Toch ligt er inmiddels een dwangmaatregel om hem binnenkort naar de opvang te krijgen.

"Er zijn mensen die zeggen dat we deze daklozen met rust moeten laten, maar we hebben als maatschappij juist de plicht voor deze groep te zorgen. Dit is toch geen leven? Hij heeft bovendien een enorme wond aan zijn been die niet geneest."

'Ik vraag hem naar zijn psychische en lichamelijke problemen en wat zijn plannen zijn' Beeld Marc Driessen

Onderzoek gemeente

Hulpverleners van Arkin en de Regenbooggroep zien het aantal dak- en thuislozen stijgen. Bij de inloophuizen kloppen steeds meer mensen aan.

"We hebben 8 inloophuizen verspreid over de stad en registreren alle dak- en thuislozen die we dagelijks zien. Op sommige locaties, bijvoorbeeld het inloophuis in West, zijn meer dan 100 bezoekers per dag en dat is veel," zegt manager Marit Postma van de Regenbooggroep. Het aantal bezoekers van inloophuizen van de Regenbooggroep is gestegen van 4519 in 2013 naar 5500 in 2016.

Volgens Postma van de Regenbooggroep zijn de economische crisis, het woningtekort in Amsterdam, schulden en bezuinigingen op de GGZ de oorzaken van dakloosheid. De gemeente ziet de laatste 3 jaar geen 'opzienbarende stijging' van het aantal buitenslapers, maar gaat wel, aldus een woordvoerder, onderzoek doen 'naar de mogelijke stijging van het aantal kwetsbare daklozen in Amsterdam'.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden