Column

'Daar moet een piemel in' wordt precies zo uitgebeeld als je denkt

 

Roos Schlikker
Roos Schlikker Beeld Het Parool
Roos SchlikkerBeeld Het Parool

Toen ik ooit de tekst 'Daar moet een piemel in' tikte, kon ik niet bevroeden dat die nog eens door een ­doventolk zou worden uitgebeeld. Toch is dat wat ­afgelopen week gebeurde.

Ik schreef een toneelstuk over Ajax waarin ik hooligans ietwat bloemrijk liet scanderen. Dat zorgde vaak voor de nodige hilariteit bij het doorgaans keurige theaterpubliek, maar deze avond was het net iets erger.

Een groepje dove Ajaxfans zat namelijk in de zaal en twee tolken gebaarden live de vertaling. Laten we het er op houden dat 'Daar moet een piemel in' precies zo wordt uitgebeeld als je denkt. Topavond.

Waarom werkt gebarentaal eigenlijk zo op onze lachspieren?

Waarschijnlijk omdat het heerlijk expliciet is. Wat zou het lekker zijn als iedereen even onomfloerst zou praten, met al die gezichtsuitdrukkingen bovendien, in plaats van de normale pokerfaces.

Probeer je voor te stellen hoe Ivo Opstelten uitbeeldt dat ie dat verdraaide bonnetje écht niet heeft. Wenkbrauwen omhoog, vlezige lippen van elkaar, de oenige blik van Bassie de clown, zijn grote handen ten hemel geheven. En dat hij vervolgens als er wordt gemord grotesk zijn vingers in zijn oren stopt en keihard 'Lalalaaaaaa!' begint te zingen tot er eindelijk iets gevonden is.

Gebarentaal lijkt grappig, maar is razend intelligent. Eén van de tolken leerde me het woord voor slet. Je maakt een horizontale V van je wijs- en middelvinger zodat die een vagina voorstelt. Vervolgens haal je alle vingers van je andere hand er van boven naar beneden door, een veelheid aan manlijke passanten voorstellend.

Wie dit soort gebaren verzint, is in staat zijn gedachten voorbij de normale logica te laten dwalen. Het is een vorm van omdenken, een term die vooral wordt gebezigd door zwevende munttheemeisjes. Dat kan lichtelijk op de zenuwen werken. Heeft er een kernramp plaatsgevonden, dan roepen de omdenkers: 'Maar kijk eens wat een geinige vijfvoetige, lichtgevende kikkertjes dat oplevert!'.

Toch is anders denken beter dan standaardgebrom. Op weg naar een voorstelling zit ik met Kaj, één van de acteurs, in de auto. Door een progressieve ziekte is hij de laatste jaren vrijwel volledig blind geworden. Op het podium verbloemen we dat door hem op de juiste momenten te begeleiden, maar meer dan vage contouren ziet hij niet. Toneel is zijn uitlaatklep, werken kan niet meer.

Toch heb ik hem nooit somber meegemaakt. Het licht in zijn ogen ging uit, in zijn hoofd is het blijven stralen.

'Hoe zien jouw dagen er eigenlijk uit?' vraag ik hem.
'O, ik sta op, lees de krant die is ingesproken voor blinden, doe een koffietje, kleed me aan, kijk wat tv, bel een vriend. En dan wordt het avond.'

Hij vertelt het als was het een groot avontuur.

'Maar vind je dat genoeg?' zeg ik voorzichtig.

Zijn harde lach klinkt.

'Ach Roos. Als je blind bent, doe je overal lekker lang over. Dus dan is alles één grote belevenis.'

Kaj.

De koning van het omdenken. Daar moet ik maar eens een heel mooi gebaar voor verzinnen.

r.schlikker@parool.nl

Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden