Cruijffblog: 'Johan en ik speelden als kind op straat in Betondorp'

Het Parool riep lezers in maart en april 2016 op om hun herinneringen aan, anekdotes over en foto's met Cruijff te mailen. Hieronder een selectie van de inzendingen.

Beeld anp

Ook ik heb een herinnering aan Johan. Aan de kinderen in Betondorp waar ik mee speelde.

Ik woonde boven de groentewinkel van oom Manus en speelde met o.a. Hennie en Johan. Hier sta ik in het midden en op de foto rechts van mij staat Hennie. Johan staat rechts beneden. De foto komt uit het voorjaar van 1949. Ik was toen drie, Johan twee.

Later zijn mijn ouders naar Tuindorp Nieuwendam verhuisd. Ik heb het altijd leuk gevonden te vertellen dat Johan mijn buurjongen was. Dit is helaas de enige foto van mij en Johan.

Jan Hondius, 70, Amsterdam Noord

Jan Hondius (midden) als kind op straat in Betondorp. Rechts van hem Henny Cruijff, rechts vooraan Johan.Beeld Jan Hondius

1981. Ik was 10 jaar oud en moest op een zaterdagmiddag een boodschap doen voor mijn moeder bij slagerij Hergo in de Beethovenstraat.

Topdrukte en normaal gesproken een geroezemoes van jewelste. Maar nu, stilte als vlak voor een teraardebestelling. Personeel doet gebogen zijn werk en de gebruikelijke praatjes blijven achterwege. Hoogspanning. Ik kijk naar links.

Naast mij staat de man die na zijn terugkomst bij Ajax een maand eerder nog werd aangeprezen als misschien wel de beste voetballer ooit (Messi was nog niet geboren). Ik verstijf. Johan is daarentegen de enige bezoeker van de stampvolle winkel die volledig ontspannen is en met een hand in de zak een paar biefstukjes besteld.

Jasper Pool

De eerste keer dat ik oog in oog kwam te staan met Johan Cruijff was in september 1986. De wedstrijd tussen mijn cluppie Roda en Ajax was in 1-1 geëindigd. Het ‘leerproces’ van de Amsterdamse talenten was in volle gang, en technisch directeur Cruijff moest keer op keer uitleggen dat tijdens dit proces de resultaten nog niet zo belangrijk waren voor zijn pupillen.

In een tijd zonder gediplomeerde kleerkasten met interessante oortjes in, glipte ik na de wedstrijd bij stadion Kaalheide naar binnen. Er stond - als ik het me goed herinner - gewoon een suppoost met een oranje of geel hesje in de buurt van de deur, die meer aandacht had voor het aansteken van zijn sigaar dan voor zijn taak als vrijwillige handhaver van de orde.

Dit was mijn moment. Terwijl de meeste handtekeningenjagers al rechtsomkeert hadden gemaakt in de richting van de spelersbus, was ik binnen blijven staan. Aan de rand van het veld werd Cruijff namelijk geïnterviewd voor de tv. Toen het interview voorbij was en hij met zijn regenjas over zijn linkerarm geslagen onze richting uitkwam, greep ik mijn kans.

Aan een andere fan vroeg ik snel een foto te maken terwijl Cruijff op mijn verzoek zijn handtekening krabbelde op een vel papier. Misschien kwam het door mijn in het oog springende mitella, maar Cruijff nam rustig de tijd om aan mijn fotoverzoek te voldoen. Ik was de koning te rijk. En kijkend naar de foto van toen, ben ik dat eigenlijk nog steeds.

Roberto Pennino, 44 jaar, Heerlen

Roberto Pennino en Johan Cruijff.Beeld Eigen foto

Het was op de luchthaven Schiphol, waar ik was om een persoon op te halen die een Champions League-wedstrijd in Rome had bijgewoond. De vlucht werd ernstig vertraagd en ik besteedde mijn tijd aan het lezen van een artikel over een wiskundig probleem dat recentelijk was opgelost.

Al ruim 360 jaar mensen hadden moeite om een oplossing te vinden voor een zogenaamde 'normale meest perfecte pan-diagonaal magisch vierkant' te vinden. Zoals je kunt zien in de afbeelding hieronder lopen de nummers op van 0 tot 15 en de som van elke horizontale, elke verticale, elke diagonaal en zelfs elke vierkante komt neer op een totaal van 30.

De komst van het vliegtuig was op handen, dus ik hield een oogje in het zeil, maar zoals gewoonlijk mochten VIPs uitstappen voordat de rest van de menigte. De allereerste die door de deuren kwam lopen was Johan Cruijff en in een oogwenk stond ik op, stapte naar voren en vroeg hem "Meneer Johan Cruijff, kan ik u vragen om een handtekening, alstublieft?"

Hij nam mijn potlood en met een brede glimlach zei hij: "Op nummer 14?". Hij zette zijn krabbel op het artikel daar ging hij weer, de legendarische nummer 14.

Bob A. Schelfhout Aubertijn, Texel

De handtekening van Johan Cruijff op nummer 14.Beeld Eigen foto

Ik werd geboren en woonde op de Radioweg en die liep door naar de achterzijde van het Ajax-stadion De Meer. Als kind zag ik elke zondag honderden voornamelijk mannen door de straat lopen op weg naar het stadion.

Wij speelden veel buiten en wat was het mooi het immense geluid te horen als het in De Meer spannend werd en helemaal als het stadion explodeerde van gejuich bij een Ajax-doelpunt. Wij wisten als kinderen in het twitter- en gsmloze tijdperk precies wat de uitslag was. En wat won Ajax veel wedstrijden.

Ik honkbalde vanaf mijn achtste en dankzij mijn broer (8 jaar ouder) werd ik een goede speler en bereikte uiteindelijk het hoogste niveau. Ik was er altijd trots op dat Cruijff ook gehonkbald had. Toen ik 11 of 12 was werd Arie Haan onze kwekeling (aspirant onderwijzer) op de lagere school. Arie speelde in het tweede van Ajax en hij trainde ons voetbalteam waar ik de keeper van was.

Bij trainingen en voorafgaand aan wedstrijden schoot hij mij in. Meestal met hakjes want hij kon zo hard schieten en dat heeft de hele wereld in de opvolgende jaren gezien. Wat een eer was dat, Arie Haan trainde ons.

De jongens van de klas gingen om de week naar het team van Arie kijken. Ze waren zo goed en het jaar erop ging Arie met nog vier spelers door naar het eerste van Ajax. Toen ging ik vaak glippend naar het eerste van Ajax kijken.

Toen zag ik dat Arie met Cruijff en al die andere helden ging spelen. Wat was Cruijff van een uitzonderlijke klasse. We hebben zoveel jaren van hem, Ajax en het Nederlandse team genoten. Zijn uitspraken waren geweldig, meer dan geweldig zelfs. Zijn Cruijff-courts all-over the world.

Binnenkort gaan we naar Aruba en dan gaan we hem daar ook herdenken. Cruijff is op Aruba gast geweest bij Jan en Corrie Veldman. Ik ben niet snel jaloers, maar daar hadden we graag bij aanwezig geweest. Er is een Amsterdammer doodgegaan, een hele grote Amsterdammer.

Rob van der Veen, woordvoerder politie Amsterdam

Het is 21 juni 1974. Op het vliegveld van Alicante klampt een kruier mijn vader aan, terwijl hij naar het t-shirt van mijn broertje gebaart. "Dígame su précio. Ik wil het shirt voor mijn zoontje kopen."

Op het t-shirt prijkt een breedlachende Johan Cruijff in een gehurkte pose. Het WK in Duitsland is de tweede week ingegaan en het Nederlands Elftal heeft haar visitekaartje al tegen Uruguay en Zweden afgegeven.

Terwijl we met alle bagage naar de uitgang lopen, blijft de kruier aandringen. "Pues no, imposible," reageert mijn vader korzelig. "Mijn zoontje woont in dit shirt."

Bij de taxistandplaats kijkt hij de man na. "Ongelooflijk. Jopie uit Betondorp is hier gewoon een heel grote ster."

Het is 10 maart 1999. In een kleine perszaal in het Hotel Princesa Sofia in Barcelona rond ik het interview met Johan Cruijff af over zijn afscheidswedstrijd in Camp Nou. Buiten het hotel heeft zich een grote menigte verzameld.

Ontspannen loopt Cruijff door de lounge en zwaait naar de socios. Die avond zijn de ruim 93.000 fans in het Camp Nou in extase wanneer El Salvador de microfoon pakt en hen toespreekt. Langs de zijlijn interviewen m'n cameraman Xavi en ik de spelers van het ‘Dream Team’. Michael Laudrup, Hristo Stoichkov, Josep Guardiola - ze komen superlatieven te kort om Johan Cruijff in woorden te vangen.

Xavi port me in mijn zij en wijst naar de bomvolle tribunes. "Je bent getuige van een historisch evenement," grijnst hij. En ik denk: "Jopie uit Betondorp is hier gewoon een hele grote ster."

Het is 23 april 2007. Voor een artikel naar aanleiding van de zestigste verjaardag van Johan Cruijff bezoek ik een aantal Nederlandse fans in Los Angeles die getuige waren van zijn debuut bij de Los Angeles Aztecs op 23 mei 1979. "Ongelooflijk," zegt Jan Roolvink. "Cruijff rolde met een forse jetlag het vliegtuig uit en de Pasadena Rose Bowl in. Binnen tien minuten scoorde hij twee goals tegen de Rochester Lancers. We wisten het allemaal: there was a star walking on the field."

Op 24 maart 2016 denk ik: Johan Cruijff is aan het sterrenstelsel toegevoegd.

Griselda Molemans, Amsterdam

Jan Roolvink, de voormalige mascotte van de Los Angeles Aztecs, toont een gesigneerde foto waarop hij samen met Johan Cruijff staat.Beeld Griselda Molemans

Ergens in de jaren zestig, ik was een jaar of zeven, kreeg ik van mijn vader een zwartwitfoto met daarop Johan Cruijff, gehurkt in een Puma trainingspak. Hij zat nog niet zo heel lang bij de selectie van Ajax maar had al een sponsorcontract op zak.

Op die foto - eigenlijk een ansichtkaart - stond geschreven: Voor Enrico. Daaronder was zijn handtekening duidelijk leesbaar: Johan Cruijff.

Mijn vader had die foto van Johan zelf gekregen. Mijn pa was taxichauffeur en had een ritje met Johan himself vanaf het Rembrandtplein. Die ouwe van mij wist wie Johan Cruijff was. Dat wist heel Amsterdam. Zelfs ik als klein jochie.

Of mijn vader heeft die foto en handtekening gevraagd of, en dat kan ook, Johan gaf hem aan mijn pa. Cruijffie wist al vroeg wat marketing was. Hoe dan ook, ik was letterlijk zo blij als een kind.

Een paar jaar later heb ik Johan tijdens talloze Ajax-wedstrijden zien voetballen. In De Meer, het Olympisch Stadion en veel uitwedstrijden. Het was de Gouden Eeuw, de jaren 71, 72, 73. Met voor mij als hoogtepunt de Europa Cup-finale tegen Inter Milan in de Kuip. Ik stond achter het doel waar Johan twee keer scoorde.

Ruim dertig jaar later op Curaçao ontmoet ik Johan tijdens de opening van het eerste Cruyff Court op het eiland. En un momento dado loopt de hele meute - bobo's en pers - achter toenmalig koningin Beatrix aan. De ceremonie moest beginnen. Johan stond nog met iemand te babbelen en toen zag ik mijn kans.

Ik trok Jeu, de fotograaf van het Antilliaans Dagblad mee en vroeg: "Hi Johan, een foto maken? Amsterdam-Oost in the house..."

Johan antwoordde heel vriendelijk: "Ja hoor. Is goed."

En ik heb ze teruggevonden! Ik wist dat ik hem nog had. Die foto met handtekening. Plus die ontmoeting op Curaçao. En ik heb hem zien voetballen al die jaren. Ik ben gezegend. De vader, de zoon en de heilige Cruijff.

Enrico Stenacker, Amsterdam

Beeld Enrico Stenacker
Beeld Enrico Stenacker

Op mijn verjaardag, 24 oktober 1965, kwam Johan Cruijff voor het eerst in mijn leven. Het was de wedstrijd DWS - AJAX (0-2) en hij scoorde twee keer.

Hij maakte op mij als voetballer zoveel indruk, dat hij daarna als een rode draad door mijn leven liep. Ik kocht een seizoenskaart van Ajax, zodat ik mijn idool regelmatig op de groene velden kon bewonderen.

Het was voor mij altijd een grote teleurstelling als hij om wat voor reden dan ook niet meedeed. Ik ging alles wat erover hem in de kranten stond verzamelen en inmiddels heb ik ruim 60 plakboeken. Ook heb ik veel boeken en snuisterijen over Johan.

Het enige minpunt van hem was dat hij bij aartsrivaal Feyenoord ging voetballen. Maar goed, dat vergeef ik hem.

Verder ben ik lid van de Johan Cruijff Foundation, waar ik elk jaar heenga.

Als ik hem dan een hand gaf en met hem op de foto ging was ik als een kind zo blij. Ik zeg altijd: als er een god bestaat, dan is Johan Cruijff mijn god op aarde.

Na zijn overlijden ben ik wel even van slag geweest. Ik ben naar zijn ouderlijk huis en naar de Arena geweest om afscheid te nemen.

Jan Papenburg, Baarn

Ik heb ooit het grote genoegen gehad Johan een uur te mogen interviewen voor het digitale iFly Magazine van de KLM. Het duurde enge maanden voor we Johan zover konden krijgen een afspraak te maken. Uiteindelijk kon de afspraak worden gecombineerd met een van zijn Foundation events in het Olympisch stadion.

Ik had al redelijk wat ervaring met het interviewen van bekende mensen, maar terwijl ik zo in de lobby zat te wachten op de komst van Cruijff, schoten de vlinders door mijn buik alsof ik voor mijn eerste interview stond. Ik was duidelijk niet de enige: allerlei mensen van de cameracrew, maar ook directieleden van KLM die voor de gelegenheid even langskwamen om even een handje te mogen geven, draaiden rondjes in de hal alsof ze op het punt stonden voor een afgevuld stadion te speechen.

‘Wat is hij klein’, was het eerste wat er door me heen schoot toen Johan eenmaal binnenliep. En direct daarna: ‘Wat is hij gewoon’.

Johan zei hallo, vroeg waar we het interview gingen doen, en in een klap was alle spanning verdwenen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was dat ik een uur lang kon praten met de beste voetballer ter wereld.

Ik zal niet zeggen dat het net was of we elkaar al jaren kenden. Maar dankzij de manier waarop hij praatte, aandacht aan de vragen gaf, reageerde alsof we puur voor het genoegen een boompje over voetbal opzetten, zonder ook maar een spoortje van het opgeblazen ego dat je bij zoveel anderen ziet die slechts een fractie van zijn bekendheid genieten, heeft hele diepe indruk op mij gemaakt.

Een klein dingetje: omdat iFly een reismagazine is, moest ik hem ook vragen naar zijn favoriete bestemmingen, naar de leukste plekjes in Barcelona. Dat bleek een echte uitdagingen. Binnen enkele seconden waren we geheel ongemerkt opeens toch weer over voetbal aan het praten. Ik heb destijds uiteraard ook snel een foto laten maken. Precies op dé plek in het stadion. Dat zijn van die dingen: onbetaalbaar.

Arnoud Groot

Beeld Johan Cruijff en Arnoud Groot

Seizoen 91/92. Het Barcelona van trainer Johan, uit tegen Sparta Praag. Met Koeman, Witsche, Guardiola, Stoichkov, Bakero, Begiristain en Laudrup.

Ik was op bezoek in Praag, waar mijn vader destijds tijdelijk woonde. Hij had perskaarten geregeld, die dus ook geldig waren voor de stadiontraining, de dag voor de wedstrijd.

Ik heb een uur lang heel ontspannen op en rond het veld tussen die gasten rondgelopen en genoten, maar het hoogtepunt was toch dat El Salvador zelf keeper Zubizarreta ging sarren door een serie penalties te nemen. Vanaf rand strafschopgebied, dus eigenlijk vrije trappen zonder muur.

Ik ging achter het doel staan in de hoop op een misser, zodat ik een bescheiden bijdrage aan de training kon leveren. Maar helaas, Johan schoot ze er allemaal feilloos in.

Ik moest er toch een paar keer aan terugdenken. Het was een mooie trip.

Jaromir Schneider (47), Amsterdam

Cruijff en Zubizaretta.Beeld Jaromir Schneider

Net over de Libanees/Syrische grens, op weg naar Nederland, stopten mijn man en ik vergezeld door onze hond in een gehucht. Opwinding: een auto met Libanees nummerbord, een Westers echtpaar met hond. Waar kwamen wij dan wel vandaan?

Wij probeerden dat uit te leggen maar geen enkele reactie. Mijn echtgenoot probeerde uiteindelijk 'Ajax, Amsterdam'. Enthousiast riep men: "Croif!". Pas toen wisten ze waar wij vandaan kwamen. Jaren later vertelde ik Johan Cruijff dit verhaal en hij moest er hartelijk om lachen.

Louise Hooijer-Koch, 81 jaar, Amsterdam

Een vriendinnetje van de handbal had het ontdekt: Cruijffie stond gewoon in het telefoonboek. Bellen dus. Bij de buren, want zelf hadden we geen telefoon. Met bonzend hart stond ik in het gangetje waar de zwarte telefoon streng aan de witte wand hing. Een telefoon diende in die tijd uitsluitend voor het doorgeven van dringende boodschappen. Ik kreeg Johan zelf aan de lijn. Eigenlijk logisch, want wie had ik dan verwacht: de butler? Hij was erg aardig maar een interview voor de schoolkrant, nee, daarvoor had hij voorlopig geen tijd.

Voorlopig. Dat woord bood mogelijkheden. Ik bleef bellen, en Johan stelde voor om het interview telefonisch te doen. Ik antwoordde doodleuk dat ik dat eerst met mijn vriendin moest overleggen (had ik nog maar een fractie van die brutaliteit). Dat vriendinnetje was niet eens een echt vriendinnetje, maar een gelegenheidsvriendinnetje, speciaal voor deze missie.

Bij het zoveelste telefoontje zei Johan ineens: ‘Goed, komen jullie vanmiddag maar om vier uur.’ In het Dafje van mijn moeder reden we naar Vinkeveen. Gewapend met smarties voor de kinderen en fresia’s voor Danny – over fresia’s werd bij ons altijd met liefde en bewondering gesproken, Danny zou ze vast ook mooi vinden.

Aan een paar voetballertjes op straat vroegen we de weg naar de Scholeksterlaan. ‘U moet zeker bij nummer 41 zijn’. De voetballertjes hadden vaker met dit bijltje gehakt.

‘Willen jullie thee of…’, vroeg Danny. ‘Wat zegt u?’ ‘Thee of…’ ‘Het laatste graag.’ Ik had het nog steeds niet verstaan, maar hield niet zo van thee. Het onbekende drankje was helaas cassis. Vond ik thee niet erg lekker, cassis lustte ik helemaal niet. Natuurlijk dronk ik het wel op. Daarvoor was alle tijd, want Johan was nog niet thuis en zou lang op zich laten wachten.

Ik babbelde er vrolijk op los. Danny was zwanger van Jordi en ik vertelde dat m’n moeder ook een baby verwachtte, misschien wel een tweeling. Arme Danny, opgescheept met twee kinderen die ze niet kende. Ze ging koken en gaf ons de leesportefeuille. Daar in huize Cruijff maakte ik – katholiek meisje - voor het eerst kennis met de Panorama. Geschokt bekeek ik de plaatjes met blote dames, hoewel, waarschijnlijk heb ik snel doorgebladerd naar de geborduurde tafelkleden in de vertrouwde Margriet.

En toen kwam Johan. Hij gaf ons een hand (hoe mooi zijn handen waren, zou me pas jaren later opvallen) en het interview begon. Zenuwachtig - en daardoor snel - stelden we onze vragen. Ik weet nog dat hij het liefst spinazie at en zijn lievelingsartiest was Frank Sinatra. Bij de vraag ‘vindt u het erg om een gele of rode kaart te krijgen?’ begrepen we elkaar niet goed. Mij leek iemand neerschoppen op z’n minst iets waar je berouw over moest hebben, maar Johan betreurde vooral de schorsing die op zo’n kaart volgde.

Voor we het wisten was het interview voorbij en legde Johan ons uit waar de bushalte was. Opgewonden kwam ik thuis, wat was ie aardig! Bovendien had ik een primeur: Cruijffie leest seksboekies.

Helen van den Broek, 53 jaar

Ik was buiten aan het voetballen. Ik was 15 en droeg een groen Ajax trainingspak. Van een buurvrouw hoorde ik dat ze Johan Cruijff net in de buurt had gezien. Geen moment dacht ik na. Met bal onder de arm ging ik zoeken. Niet lang.

In de groentewinkel midden in de Beethovenstraat zag ik hem. Met Jordi. Ik wilde hem absoluut ontmoeten maar had geen idee hoe hem te benaderen. Voorzichtig stapte ik op hem af. Hij merkte mij meteen op. Met opgewekte ogen keek hij mij aan, stak zijn hand uit en zei: “hi, ik ben Johan”.

Jaron Berkhemer (36), San Francisco

Amsterdam, een natte novemberavond in 1971. Op weg naar zijn tweede Europese titel speelde het Gouden Ajax Olympique Marseille met 4-1 van de mat. Ik was net 13 en mocht erbij zijn, verjaarspartijtje!

In de chaos na afloop rond het Olympisch stadion raakte ik de groep kwijt. Paniek. Geen idee waar toch dat busje stond dat ons weer richting Den Haag zou brengen. Uiteindelijk bracht een kei van een motoragent ons samen, tussen tienduizenden supporters en honderden auto's. Wat een sufferd was ik ook geweest...

Na Johan's overlijden wilde ik de voetbalherinnering van die avond ophalen. Toen ik me realiseerde dat hij twee keer had gescoord, voelde ik mijn trauma veranderen in trots.

Pas in 1987 was ik er weer bij, kwartfinale Europa Cup 2 tegen Malmö, in de Meer (dit keer kon me niks gebeuren, ik woonde inmiddels in Amsterdam - op juichafstand van het Olympisch). Officiële programma's: 2 gulden en 35 cent.

Onder trainer Cruijff debuteerde Bergkamp Europees en rolde Van Basten het zaakje elegant op. Eigenlijk waren de Zweden al voor de wedstrijd verslagen: Ajax' warming-up was goochelen op discobeat. Zelfs de elftalfoto scoorde.

Cruijffie speler of Cruijff coach, dat is wat die twee wedstrijden in mijn beleving verbond: een vanzelfsprekend gevoel van onoverwinnelijkheid. Logisch winnen.

Kunnen we dat weer terugkrijgen, of polderen we de bal rond? Wat zou Johan zeggen? Vergeet niet: Hij heeft altijd gelijk!

Erik Wilbers (57), Genève (Zwitserland)

Nooit eerder was ik hem in het openbaar tegengekomen. Niet bij de bakker, niet zomaar ergens op straat of op de fiets door het Vondelpark: op de een of andere manier hebben de Bekendste Nederlander ter Wereld en ik elkaar altijd weten te ontlopen. Tot vrijdag 21 december 2007.

El Clásico Barcelona – Real Madrid stond dat jaar op zondag 23 december op het programma, en mijn beste vriend Mark en ik gingen erheen. Vrijdag 21 heen, maandag 24 terug. Zo konden we ook nog een paar dagen pret maken in Barcelona.

Vrijdagavond liepen we om 21.15 uur met flinke vertraging door de aankomsthal. We botsten bijna tegen een man in een zwarte jas op, die een bordje omhoog hield waarop iets onduidelijks stond geschreven, terwijl een paar meter naast hem iemand met een bekend gezicht rustig door de hal ijsbeerde. Het was Johan Cruijff.

In een bruine leren jas en met die eigenaardige, net iets te lange lichtblauwe sjaal om de nek geknoopt zoals alleen Cruijff dat kon, wandelde hij wat heen en weer. Nu kijk ik al jaren nergens meer van op in dit leven, maar dit was me toch wat machtig. We waren nog geen tien minuten geleden geland, en de eerste die we tegenkomen is El Salvador zelf!

"Mark," zei ik, "ben ik nou gek geworden? Dat is Johan! Wat doet hij hier? Komt hij echt zélf iemand van het vliegveld ophalen?"

Opvallend genoeg viel bijna niemand hem lastig. Misschien kwam het door de onwerkelijkheid van de situatie: het kón Cruijff gewoonweg niet zijn, dus was hij het ook niet. Zoiets.

In de tien minuten dat wij hem als twee bakvissen op een afstandje gadesloegen, kwamen welgeteld drie Spanjaarden vol ongeloof op hem af om een praatje te maken. Vriendelijk stond hij iedereen te woord en schudde wat handen, beleefd als altijd. Op hem aflopen durfde ik niet – de werkelijkheid is soms te groot.

Ik besloot met trillende vingers een fotootje te maken, op gepaste afstand van het toch zo aanraakbare fenomeen.

Buiten de luchthaven kwam het met bakken uit de lucht. We namen een taxi naar Born, en in het wijnbarretje bij de Iglesia Santa María del Mar bespraken we wat we hadden gezien. We kwamen er niet uit. Wat kwam Cruijff doen op het vliegveld? Ging hij die zondag ook naar de wedstrijd, en voelde hij zich niet te groot om een oude vriend op te halen? Of ging hij juist ergens naartoe? Nee, hij was in de aankomsthal, dus dat kon niet. Het was een raadsel.

Real Madrid won die zondag verdiend met 0-1 in een bar slechte wedstrijd. Op Kerstavond landden we weer op Schiphol. ’s Nachts kwam ik doodmoe thuis en strompelde mijn bed in. Op Eerste Kerstdag opende ik de post en las de oude krant van de dag ervoor. Daar, op pagina 3, stond het volgende bericht: 'Amsterdam – De moeder van voetballegende Johan Cruijff, Petronella Bernarda Cruijff-Draaijer, is vrijdag op negentigjarige leeftijd overleden. Ze wordt aanstaande vrijdag gecremeerd in De Nieuwe Ooster.'

In gedachten hoorde ik engelen zingen.

Martin Brester

Beeld Martin Brester

In 2003 bezocht ik samen met 2 vrienden de Champions League-wedstrijd Arsenal-Ajax in het oude Highbury stadion in Londen.

Een piepjong Ajax met spelers als Zlatan, Chivu, Van der Meyde, Pienaar en Nigel de Jong tegen een geroutineerd Arsenal met Henry, Seaman, Vieira en natuurlijk onze Dennis Bergkamp.

Onze zitplaatsen waren online geboekt en we maakten ons op voor een heerlijke wedstrijd. Bij het stadion aangekomen bleek dat onze tickets bestemd waren voor plaatsen in een vak met uitsluitend Arsenal supporters.

Zeker niet de bedoeling om daar als Ajax-supporter tussen te zitten. We aarzelden toch even of we de plaatsen wel op moesten zoeken. We vermanden ons echter, stopten de Ajax-shawls wat dieper in de jassen, lachten vriendelijk naar de talrijke stewards en hielden onze mond zo lang als het kon.

De liefhebbers kennen het score-verloop. Al snel een 1-0 achterstand, maar ruim voor rust de, toch onverwachte, 1-1 door Nigel de Jong.

En daar ging het bijna fout. Drie staande, juichende mannen in een vak waar verder iedereen bleef zitten. Zo hoog als we sprongen, zo snel dat we zaten.

Helaas, we waren ontdekt. De sfeer in ons vak sloeg om en stewards vlogen op ons af. Na wat heen en weer gepraat mochten we toch blijven zitten. De vijandige blikken bleven echter.

En toen gebeurde het. Johan Cruijff bleek bij deze wedstrijd voetbalanalyticus en scharrelde wat rond bij de nabijgelegen cornervlag. Kennelijk zou hij daar in de rust zijn commentaar voor de camera's leveren.

Zijn aanwezigheid bleef niet onopgemerkt. Een grote voetbalster die ongedwongen een praatje maakt met supporters achter de hekken. In rolstoelen gezeten Arsenal-supporters langs de kant van het veld kregen een glimlach, een schouderklopje of een vriendelijk knikje met het hoofd.

De Engelsen op de tribune konden dit duidelijk waarderen. De stemming in ons vak werd vriendelijker. De rest van de wedstrijd hebben wij gezellig met onze buren op de tribune gekeuveld over Johan Cruijff en natuurlijk ook over Dennis.

Rick Veltman (53), Amsterdam

Rob Heilbron, de ondernemer die onder andere lingeriemerk Sapph groot maakte in Nederland en oprichter was van O’Neill Europe, mailt dat hij Cruijff in zijn jeugd een aantal keren heeft ontmoet:

'Johan ging met enige regelmaat naar Sportdokter Rolink in Beverwijk. Ik kwam hem daar een paar keer tegen. Na het doktersbezoek even een kopje koffie bij Van Etten op de Breestraat. Gezellig gekletst aan de bar over van alles en nog wat.

Ik zei tegen Johan: hoe kan jij nou zo snel zijn met al dat gerook van je? Johan antwoordde: ach, ik loop geen meter te veel. Typisch Johan.

Bij Van Etten werkte een bloedmooie serveerster. Naam vergeten. Zowel Johan als ik hadden een oogje op haar en zij op ons. Johan ging toen nog niet met Danny, hij was 17 denk ik. Later kwam ik er achter dat die serveerster met ons allebij wat gehad had. Ach, ieder nadeel heb ze voordeel.

Johan bedankt, maak ze blij daar boven.'

Rob Heilbron

Op 7 juni 2014 organiseerde De Bijenkorf een Cruyff Classics-fanconferentie. Veertien mensen, onder wie ik, mochten Johan Cruijff een vraag stellen.

Ik vraag hem wat hij met zijn eerstverdiende geld heeft gedaan. Hij schiet vol en antwoordt: "Ik heb tegen mijn moeder gezegd dat ze kan stoppen met werken." Ze was werkster bij Ajax.

Er wordt een groepsfoto gemaakt, we krijgen een - door hem - gesigneerd shirt en een bal. Na afloop is er nog even tijd om met mijn idool te praten. Cruijff en ik zijn ongeveer van dezelfde leeftijd. Ik zeg tegen hem dat ik verbaasd ben dat er in onze jeugd geen meisjesvoetbal bestond. Hij heeft zich er altijd over verwonderd, vertelt hij. "Voetbal in onze jeugd stond voor mannelijkheid."

Annemarie Hering

Beeld Annemarie Hering

Als geboren Barcelonees heb ik het gevoel dat ik Johan Cruyff al mijn hele leven ken. Vanaf het moment dat hij Barça kwam ‘redden’ van de toen heersende Real Madrid was hij mijn held. Toen hij begin jaren 90 als trainer naar Barcelona kwam, woonde ik al een paar jaar in zijn Amsterdam. Hier heb ik de liefde van mijn leven ontmoet, met wie ik samen een dochter heb.

Ergens in 2010, tijdens het ophalen van mijn dochter Kim van school, zag ik 'de verlosser’ in onze richting lopen. In Amsterdam kom ik regelmatig BN'ers tegen die ik altijd met rust laat, maar mijn primaire instinct was toen om Johan te begroeten. Hij groette vriendelijk terug en liep samen met zijn vrouw richting de apotheek naast de school.

Kim vroeg me wie die man was. "Dat was Johan Cruyff! Weet je niet wie dat is? Kom, we gaan hem aanspreken," bracht ik verbaasd uit. Johan en Danny zaten geduldig op hun beurt te wachten toen ik hem voorzichtig vroeg of ik een foto van hem samen met mijn dochter en een vriendinnetje kon maken. Hij vond het een prima idee.

Ik vertelde hem over de Catalaans achtergrond van Kim en hoe belangrijk ik vond dat de jonge generatie weet wie hij was. Volgens mij voelde hij zich een beetje vereerd en Danny vond ze ‘schatjes'. Ik voelde me voldaan over het feit dat ik een foto had van Johan met Kim, op haar achtste, dezelfde leeftijd die ik had toen hij ons kwam redden.

Oski Collado, Amsterdam

Kim (rechts) op de foto met Johan CruijffBeeld Oski Collado

Ik weet het nog goed de rentree van Johan Cruyff bij Ajax in de jaren 80. Ik was toen 12 jaar oud en na de befaamde wedstrijd tegen Haarlem, bracht mijn oma mij op het idee om Johan te portretteren. Ik was in die tijd op het schoolplein te vinden of achter de tekentafel. Beide passies vochten om de aandacht.

Mijn vader was destijds als grafisch ontwerper verbonden aan een drukkerij en toen ik mijn tekening voltooide, liet hij er een kopie van maken, omdat ik er waarschijnlijk toch nooit meer iets van zou horen.

Niets was minder waar en na een maand of 2, kwam mijn moeder op een middag naar het schoolplein met de mededeling dat ik onmiddellijk naar huis moest komen, omdat Johan mij gebeld had om me te bedanken voor de tekening.

Vol ongeloof ging ik naar huis en bevangen door de zenuwen belde ik naar het geheime telefoonnummer. Eerst kreeg ik zijn vrouw Danny aan de lijn en toen mijn grote idool. Naar zijn zeggen had hij zelden een tekening ontvangen en zeker niet van iemand van mijn leeftijd. Ik wilde als fan uiteraard dolgraag een handtekening ontvangen, me nauwelijks beseffend hoe bijzonder dit telefoontje was. Ik kreeg enige tijd later hoogstpersoonlijk een bedank kaart eindigend met 'sportgroeten Johan'.

Deze gebeurtenis is achteraf behoorlijk beslissend geweest in de keuze die ik in mijn leven gemaakt heb. Ik wist vanaf dat moment zeker dat ik kunstschilder wilde worden en dat is dan ook gebeurd. Ik heb van portretschilderen mijn beroep kunnen maken en geef nu ook met heel veel plezier les op mijn eigen school.

Ik heb naar aanleiding van een solotentoonstelling ongeveer 20 jaar later wederom een portret van Cruyff geschilderd aan de hand van een foto van fotograaf Erwin Olaf. Ik heb daarna nog contact gehad met de toenmalige manager van Johan, Rutger Koopmans, die mij in contact wilde brengen met de meester zelf.

Mijn grote droom was om het portret aan Johan te overhandigen en ik heb alle mogelijkheden aangegrepen dit tot stand te brengen, tot vorig jaar oktober aan toe. Ik was heel dichtbij en toen kwam het verschrikkelijke nieuws over zijn fatale ziekte en heb ik elke poging gestaakt, omdat ik het niet meer gepast vond.

Ondanks het feit dat mijn droom uit elkaar spatte toen hij overleed, zal ik Johan altijd dankbaar blijven voor de positieve invloed die hij op mijn leven gehad heeft al heeft hij dat vermoedelijk nooit geweten...

Arjan van Gent (45), Den Haag

Een kaartje van Johan aan Arjan.Beeld Eigen foto

Mijn herinnering aan Johan, de man met het hart op de tong en op de goede plaats, is 2003, waarin ik hem persoonlijk mocht ontmoeten. Maar natuurlijk als Amsterdamse vanuit mijn tienerjaren was alles Ajax en Johan Cruyff dat de klok sloeg.

En dan is het 2003 en wordt de gemeente Lelystad benaderd in verband met het vertrek van Aron Winter als profvoetballer. Aron, Lelystedeling, kreeg als afscheidskado het eerste Cruyff Court: het Aron Winterveld.

Johan kwam samen met Aron Winter het veldje zelf openen. Het was het eerste court ter wereld. De Cruyff Foundation was op dat moment net een feit en vele veldjes zouden volgen, wereldwijd.

Geweldig waarop Johan die middag iedereen te woord stond en op de foto wilde. Of het de eindeloze rij pers betrof of al die buurtkinderen: niets was hem teveel, hij nam alle tijd.

Toen ik hem jaren later op zijn eigen conferentie tegen kwam, herkende hij me nog en vroeg hoe het in Lelystad reilde en zeilde op het court. Hij die de wereld overging en zoveel mensen ontmoette, wist nog wie ik was, uit Lelystad. Hij was een warm en betrokken mens en wist dat bij voetbal het niet uitmaakt wie je bent, 'als die bal maar rolt!'

Thea Laffra (65), Lelystad

Thea Laffra en Johan Cruijff in 2003.Beeld Eigen foto

Een paar jaar geleden staat het KLM-toestel klaar voor vertrek op Schiphol voor de reis naar Barcelona. De laatste twee passagiers komen op de voorste rij naast mij zitten, aan de andere kant van het gangpad. Het zijn Johan en zijn vrouw Danny. Kranten worden door het cabinepersoneel uitgedeeld, maar als ik aan de beurt ben is er alleen nog een nrc.next over.

Na ongeveer een halfuur zie ik dat ze allebei het eerste deel van de Telegraaf hebben gelezen en ik tik Johan op de schouder met de vraag of ik dat deel mag lezen. Met het bekende Amsterdamse nasale geluid zegt hij: "Natuurlijk!". Na een minuut of 10 hoor ik weer de bekende nasale klanken: "Wil je dit gedeelte ook nog?", terwijl hij mij het resterende deel van de krant aanreikt.

Zodra we zijn geland in Barcelona, de handbagage pakken en in afwachting zijn van het openen van de deur vraag ik aan Johan of hij de krant nog terug wil hebben. Er volgt een korte stilte en hij kijkt me aan voordat ik voor de laatste keer die reis zijn bekende nasale stemgeluid zal horen: "Ah weet je... uit is uit!"

Bas de Haan (58), Amsterdam

Ik werkte in Café Bédier te Amsterdam. Het was een donkere, regenachtige winteravond en ik moest om 18 uur beginnen met mijn avonddienst. Zoals gewoonlijk was ik net iets te laat van huis vertrokken, maar gelukkig werd mij dat altijd vergeven door de broertjes Bedier.

Met gierende banden parkeerde ik de auto in een parkeerhaven pal voor het café. Ik stapte uit en zag bij het weglopen dat de koplampen van de auto nog brandden. De oude witte Golf Madison die ik van mijn vader had gekregen om mij een half jaar lang naar een ver gelegen dorp te rijden voor mijn stage, reed zalig. De locatie van de koppeling, rem, gaspedaal en versnellingspook waren mij wel bekend; de rest niet, kwam ik nu achter.

Ik vloekte en prutste, maar het lukte het mij niet de lampen uit te krijgen. Ik had enorme haast en wist niet wat ik moest: lampen niet uit betekende accu leeg, dat wist ik dan weer wel. Uit de schemering kwam een man aangelopen. Ik gooide mijn portier open en riep: "Mijnheer, kunt u mij misschien helpen!" De stem antwoordde: "Maar natuurlijk, wat kan ik voor je doen?"

"Johan Cruijff," flitste door mijn hoofd. "Ik moet nu papa bellen dat de grote Johan bij me is." Ik verborg deze chaotische gedachtes en vertelde hem koeltjes dat ik goed kon autorijden, maar helaas de uit-knop van de koplampen niet kon vinden, alhoewel ik toch zeker niet blond was.

Hij lachte. "Geen probleem, ik ga even voor je kijken". Johan verzocht mij uit te stappen, zodat hij plaats kon nemen in de Madison. "Ik heb geloof ik ook wel eens in dit model gereden," zei hij, waarna hij de knoppen bestudeerde. Na een minuut had hij de juiste knop gevonden, draaide de koplampen uit en stapte uit de auto.

Hij gaf mij een hand, waarna ik hem uitvoerig bedankte. Ik ben door de regen Bedier binnen gerend en heb meteen mijn vader gebeld: een groot Cruijff-fan. Mijn vader en ik hebben toen samen blij gelachen: Cruijff in onze Madison.

Marlies Bolhoven, 44 jaar

Ook oud-Ajacied John Heitinga heeft mooie herinneringen aan Johan Cruijff. In zijn tijd bij het Engelse Everton vierde de verdediger een paar dagen vakantie in Barcelona. Op het vliegveld daar kwam hij kort voor de terugreis Cruijff tegen en hoewel Heitinga met zijn vrouw en dochter reisde stond Cruijff erop dat de heren naast elkaar zouden zitten. "Dan kunnen we lekker over voetbal praten."

Wat volgde was een voetbalcollege van een uur of twee op grote hoogte. Over hoe je het beste een ingooi kunt nemen bijvoorbeeld. "Je beste voetballer moet die ingooi nemen. Die bal wordt bijna altijd gekaatst. Dan heb je de beste speler in balbezit", doceerde Cruijff.

Het hele verhaal van Heitinga lees je op diens eigen website.

Heitinga (7e van rechts) bij het condoleanceregister voor Cruijff in de ArenaBeeld anp

In juni 2014 aten wij bij Ron Gastrobar aan de Amstelveenseweg. Na enige tijd ontdekten wij dat Johan Cruijff en Wim Jonk naast ons zaten. Schoorvoetend vroegen we om een foto. Daarop zei Johan Cruijff enthousiast: "Wat leuk dat je dat vraagt!" Hij gaf ons nog mee dat we voorzichtig moesten zijn buiten en wenste ons een fijne avond.

Sophie Noppen en Charlotte Teengs Gerritsen

Beeld Charlotte Teengs Gerritsen

Ronald Koeman deelt een anekdote over Johan Cruijff in zijn column in De Telegraaf. Daarin schrijft hij over de beginjaren dat hij onder Cruijff voetbalde bij FC Barcelona:

"Bartina was uitgerekend voor de geboorte van onze zoon Tim. Het zou ons tweede kind zijn en juist dat weekend hadden we met Barcelona een uitwedstrijd bij Real Sociedad. Een verre trip in Spanje. De ploeg kon pas de dag na de wedstrijd terugvliegen."

"Toen liet Johan zijn eigen auto naar San Sebastian rijden en die stond na de wedstrijd voor mij klaar. Wie denk je dat er reed? Johan kroop zelf achter het stuur en reed mij de hele nacht, zeven uur lang, door de bergen terug naar Barcelona. De volgende dag werd Tim geboren."

Het is 2010 als ik met mijn vrienden voor de twintigste maal op golfvakantie ga: een mooie reis naar golfwalhalla Schotland. Op weg naar een van de banen rijden we langs the Home of Golf - St. Andrews, waar op dat moment een wedstrijd bezig is.

Het blijkt de Dunhill Cup te zijn, een wedstrijd waar een professionele golfer een bekende persoon uit de film- of sportwereld meeneemt de baan op. Maarten Lafeber neemt al een paar jaar Johan Cruijff mee. Wij lopen daar rond en ik zie Johan in een buggy rondscheuren.

Als hij wederom passeert roep ik meneer Cruijff: tijd voor een foto? Hij stopt meteen, kijkt naar mijn polo en zegt: "Natuurlijk. Heb trouwens al meer van die gasten in zo'n blauwe polo zien lopen!"

Cruijff neemt alle tijd, stapt daarna in zijn buggy en rijdt naar de eerste tee. We zien hem afslaan; een mooie bal, iets links maar vol vertrouwen.

Bart Lokhoff

Bart Lokhoff en zijn vrienden in blauwe polo samen met Cruijff.Beeld Bart Lokhoff

Iedereen van boven de vijftig is opgegroeid met Johan Cruijff en ik zeker! Als jong kereltje was voetbal mijn leven en Johan mijn held. Elke middag na schooltijd voetballen in de gemeenschappelijke tuin, ingeklemd tussen de flats in Osdorp waar ik opgroeide. Wie mocht zich Cruijff noemen en wie moest genoegen nemen met namen als Keizer of Swart, dat was steeds het gevecht.

De mooiste herinnering die mij te binnen schiet was een wandeling met mijn ouders in het Amsterdamse Bos. Saai natuurlijk voor mij maar dat veranderde toen wij de complete selectie van het grote Ajax tegen het lijf liepen. Mijn vader scheurde een blaadje uit zijn zakagenda en gewapend met een pen stormde ik naar de groep toe. Een handtekening van Cruijff, dat was wat ik wilde!

Cruijff nam de tijd en plaatste zijn handtekening op het papiertje en vroeg of ik zelf ook voetbalde. Trots vertelde ik dat ik op DCG zat. Met zijn handtekening geklemd in mijn knuistje was het wandelen opeens een stuk leuker!

Ruud Monde (55 jaar)

"Ik heb kaartjes voor het Olympisch Stadion," riep mijn vader. "Het is misschien de laatste keer dat we hem kunnen zien." Daar zat ik dan in 1978 als 10-jarig meisje in dat immense stadion op een schuimrubberen kussentje van 50 cent, gekocht in de catacomben. Mijn vader legde alles uit en wilde zo graag de fenomenale Cruijff in het echt aan me laten zien. Maar het werd een anti-climax, Ajax leek verlamd en de Duitsers gingen er helemaal voor. De sfeer in het stadion sloeg om, ik begreep niet alles maar een ding bleef hangen: "dit heeft hij toch echt niet verdiend." Mijn vader zei nog dat hij toch echt de beste voetballer ooit was geweest. Ik geloofde hem maar had het die avond helaas niet met eigen ogen kunnen zien.

Maar Cruijff kwam terug. En hoe. Op de gezinstribune in De Meer waren we er weer, mijn vader, moeder, broertje en ik. De legendarische wedstrijd tegen Haarlem in december 1981. Na 22 minuten was ik om en verkocht voor de rest van mijn leven. Dat stiftje over Metgod... Huilende mensen om me heen. Hij speelde magistraal en ik was eindelijk zelf getuige van wat mijn vader al die jaren bedoelde. Ik moest hem vaker zien.

Zijn manier van bewegen, zijn techniek, zijn onvoorspelbaarheid, zijn manier van juichen; ik kreeg er geen genoeg van. Bij iedere thuiswedstrijd kocht ik met mijn broertje en twee klasgenootjes kaartjes voor het staanvak P en later een seizoenskaart. De reis naar De Meer was al een belevenis op zich.

Maar het mooiste was iedere keer het einde van de warming-up. Cruijff hield het warmlopen dan voor gezien en schoot Piet Schrijvers in. Dat gebeurde altijd aan de kant van vak P. Ik liep dan helemaal naar beneden en drukte mijn gezicht tegen het hek. Op een paar meter afstand genoot ik 10 minuten lang van binnenkantje rechts, buitenkantje rechts, stiftje met links, schoten uit stand of met een aanloop.

"Waar wil je hem Piet?" vroeg Cruijff. Daar kwam de bal ook terecht, maar dan net iets hoger of lager of met zo’n draai dat 'De Beer van de Meer' moest graaien in het net. Lachend rolde deze de bal weer terug en zo ging het opnieuw. Totdat ze als laatsten weer de kleedkamer ingingen en dan moest de wedstrijd nog beginnen…

Esther Fructus (48 jaar)

Ruim 30 jaar geleden deed ik mee aan een voetbalkamp in Zeist, bij de KNVB. Als grote verrassing verzorgde Johan Cruijff op een middag een onderdeel van de training. Cruijff legde het basisidee uit in enkele simpele zinnen: 'Jullie komen één voor één aan joggen en moeten de bal, die ik opgooi, over de expres iets te ver voor zijn doel staande keeper in het doel volleren. Neem de bal boven op de wreef. Schiet niet met een grote boog, want dan stapt de keeper naar achter en pakt hij de bal. Schiet niet naast de keeper, want dan telt ie niet. Hij moet over de keeper in het doel en dat lukt alleen als je met genoeg boog en genoeg snelheid schiet.'

Wij proberen. Maar van de tien jongens in onze groep schoot er slechts zo nu en dan iemand raak. Dat een tijdje aankijkende, legde Johan de training even stil. Hij zei: "Het enige wat jullie niet goed doen is het mikken. Mik niet net onder de lat, maar mik net BOVEN de lat en je zult zien dat het veel beter gaat.”

Wij weer proberen. En wonder boven wonder gingen ineens zeven van de tien ballen erin. Ongelooflijk. Alleen maar door net boven de lat te richten, werd het plots zoveel makkelijker. Hetgeen weer bewijst dat Cruijff niet alleen een tactisch en technisch genie was, hij had ook een bijzonder grote schat aan zelf opgedane praktische kennis die hij haarfijn kon overdragen. Hij beheerste het spel van binnen naar buiten en terug. Niemand na hem heeft dat ooit ook zo gehad.'

Jim de Wilde (46), Amsterdam

In 2008 zag ik meneer Cruijff in de Ikea lopen. Ik kon mijn ogen niet geloven! Het was de laatste plek waar ik mijn sportheld zou verwachten. Toen ik meneer Cruijff vroeg of ik met hem op de foto mocht, zei hij op een vriendelijke manier dat dat niet goed uitkwam. Hij had namelijk een paar plankjes in zijn handen. Ik baalde natuurlijk, maar ik snapte het wel.

Twee jaar later was ik voor een schoolopdracht in het Olympisch Stadion. En wie was daar: Johan Cruijff! Hij was samen met Frits Barend en zwemster Inge de Bruijn. Ik liep op meneer Cruijff af en vroeg nogmaals of ik met hem op de foto mocht. Dit keer had hij gelukkig zijn handen vrij. Omdat dit voor het selfietijdperk was, moest iemand de foto maken. Gelukkig was Frits Barend zo aardig om dat te doen. In de bijlage het resultaat.

Rachid Bouazzaoui, Amsterdam

Johan Cruijff met Amsterdammer Rachid Bouazzaoui in het Olympisch Stadion.Beeld Rachid Bouazzaoui

Voorjaar 2001 arriveerde ik met goede studievriend Jac in Barcelon alwaar we andere studievriend Mel gingen opzoeken. Goedgemutst keken we uit naar het weerzien en te horen over zijn avonturen in Barcelona.

Vlak voordat we door de douane gingen werd ik plots door Jac bij mijn schouder gepakt: "Weet je wie daar zit?", zegt hij. "Johan Cruijff!"

En inderdaad, op een rustig terras van een koffiezaakje op de luchthaven zat Cruijff aan een tafeltje een kruiswoordpuzzel te maken. Mijn grote held die het ooit nietige Ajax in de voetbalwereld groot heeft gemaakt zat plotseling een paar meter van mij vandaan. Mensen die BN'ers lastigvallen vond ik maar hoogst irritant, maar dit was 'once in a lifetime' zeiden Jac en ik tegen elkaar.

Met knikkende knieen liepen we naar zijn tafeltje en vroeg ik Cruijff licht gegeneerd: "Meneer Cruijff, mogen we alstublieft met u op de foto?" Meteen sprong hij op en zei: "Ja, natuurlijk jongens! Heb je een camera? Wie maakt de foto? Waar zullen we staan?" Hij nam meteen de leiding en zette de lijnen uit, zoals we dat van hem kennen.

De foto is maar half gelukt, want door de zenuwen zijn we voor een gigantisch raam gaan staan waar de zon vol op stond. Maar Cruijff was de vriendelijkheid zelve en vroeg naar ons reisdoel, waar we vandaan kwamen en of we nog naar FC Barcelona gingen kijken. Met een hand en een groet namen we afscheid.

Compleet extatisch vielen we vriend Mel in de aankomsthal in de armen. Zijn studentenbelevenissen waren de rest van het weekend voor ons niet meer interessant, want wij hadden het mooiste Barcelona verhaal!

Stan Verstraete (1979)

Ergens in de wintermaanden in seizoen 1982/1983 sta ik na een wedstrijd met mijn vrienden bij de spelersuitgang van De Meer. We zijn weggeslopen uit de Ajax-kantine, veel vroeger dan anders. Nagelachen door de vaste barkeepers Henk en Ome Gerrit en toiletdame Tante Emmy, want we willen een handtekening van Johan Cruijff. En een jaar daarvoor waren we nogal sceptisch over de rentree van Cruijff, iets te openlijk. Maar dat was over na 21 minuten, na die stiftbal over Edward Metgod.

Daar is-ie! "Johan! Mogen we een handtekening?" Alle vier steken we onze seizoenkaart (een kartonnen vod) onder zijn neus. Een beetje giechelig. Want met 26, 27 jaar zijn we eigenlijk te oud voor kinderachtig gedoe als heldenverering. Misschien wel om die reden heeft niemand van ons een pen bij zich. Even niet aan gedacht.

'Schiet een beetje op jongens, het is stervenskoud hier.' Hoewel het een tijdje duurt voor een voorbijganger ons zijn pen leent, blijft Cruijff staan wachten. Hippend tegen de kou, net als wij.

Jarenlang kom ik de seizoenkaart, vak G, tegen in onverwachte dozen en keukenlaatjes. Begin jaren negentig moet ik die kaart met handtekening en al hebben weggegooid. Ik ben nogal ruimerig en inmiddels echt te oud voor heldenverering, toch?

Donderdag 24 maart 2016. Ik schrik, als ik op het nieuws hoor dat Johan Cruijff is overleden. Het eerste waar ik aan denk is die seizoenkaart. Stom! Een mens is nooit te oud…

Dick Ruardi (60)

Als jochie van een jaar of dertien had ik al een hekel aan sterallures of heldenverering. De Ajax B2 kwam een oefenwedstrijd spelen tegen Huizen A1 en via de velden van De Zuidvogels kwam ik altijd gratis binnen.

Hoewel de tribune was afgesloten voor ‘het gewone volk’ vond ik een plekje op de derde rij. Tijdens de wedstrijd werd een paar keer schoenpunten tegen mijn rug gezet door de man achter mij. Na weer een tik draaide ik mij om en vroeg de man achter mij op te houden tegen mijn rug te trappen.

Direct nam de hele tribune het op voor de man achter mij. “Weet je niet wie hij is..?” “Je hebt het wel tegen Johan Cruijff!” Ik keek de man eens goed aan en gaf hem een hand: “Ik ben Edje!” Een aantal mannen stond op om dat schoffie van de tribune te sturen maar Cruijff liet mijn hand los, schudde zijn hand schoon op mijn bolletje, glimlachte even naar mij en zei: “Laat ‘m maar, ik moet ‘m wel!"

Edje, geboren en getogen in een klein vissersdorpje onder de rook van Amsterdam

Ergens begin jaren tachtig loop ik de volle wachtkamer binnen van mijn keurige orthodontist in Bussum. Tussen de even keurige Gooise mensen zit aan de tafel midden in de wachtkamer een man in een trainingspak. Hij draagt een tenue van Cruyff's sportswear dat ik als twaalfjarige dolgraag zelf zou hebben.

Pas ogenblikken later, als ik mijn blik verleg van het outfit naar de inhoud, slaat mijn hart echt op hol. Het is Cruijff zelf die doodgemoedereerd met zijn zoontje op schoot een boekje leest, terwijl de doodstille wachtkamer het tafereel aanschouwt.

Ik ga naast vader en zoon aan tafel zitten en schuif schuchter mijn Ryam schoolagenda in hun richting. Zonder op te kijken en te stoppen met lezen zet Cruijff zijn krabbel. Ruim dertig jaar later kan ik het me herinneren als de dag van gisteren.

Jochem de Vries (45)

Zo'n tien jaar geleden vloog ik naar Barcelona. Ik zat op de allerlaatste rij van het vliegtuig, maar wist de purser ervan te overtuigen dat dat verre van handig was. Aangekomen op de bestemming zou ik de laatste persoon zijn die het KLM-vliegtuig kon verlaten. Mijn groep van 40 nog onbekende mensen zou over de luchthaven gaan zwerven op zoek naar mij: de reisleidster met het bordje. 40 oudjes die de weg kwijt zouden zijn op een luchthaven in een voor hun onbekend land; dat was niet handig.

Toen de landing was ingezet kwam de purser mij halen. In businessclass zat een heer alleen. Ze had mijn kwestie aan hem voorgelegd en hij vond het geen probleem als ik de laatste vijftien minuten van de vlucht naast hem kwam zitten.

Ik liep achter de stewardess aan naar voren en plofte haastig neer op de mij aangewezen stoel op rij 1. Naast mij werd een hand uitgestoken ter kennismaking: ‘Ik ben Johan. Dus je werkt in Barcelona? Ik ook!’

Sandra Terschegget (38), Amsterdam

Niet ver van het Vondelpark ligt een kapot tennisballetje tegen de rand van de stoep. Waarschijnlijk achtergelaten door een net uitgelaten hond die er geen zin meer in had. Er loopt een man op mij af. De tennisbal tussen ons in. Hij kijkt naar de stoeprand, stopt en probeert het balletje de stoep op te wippen. Met succes. Ik herken hem. 'U kon het niet laten, hè, meneer Cruijff'?, zeg ik. Verlegen haalt hij zijn schouders op en lacht naar me.

Sarriel Taus (52), Amsterdam

De vorige week overleden Beste Voetballer ter wereld Johan Cruijff had ook een speciale band met TOB uit Tuindorp Oostzaan.

In het kader van de Autogezelligheidsrit gingen Fred en Eric Stam op 9 september 2015 naar het complex van Only Friends in Amsterdam Noord om Johan Cruijff te ontmoeten en te vragen of hij zijn stem wilde 'lenen' aan de TOB-rallyrijders.

Na afloop van een voetbalwedstrijdje tussen een team van de Johan Cruijff Foundation en één van de grote sponsors van Only Friends, hadden Fred en Eric 10 minuten de gelegenheid Johan te spreken. Met het verzoek een Nieuwjaarsboodschap in te spreken voor TOB had hij geen enkel probleem. Hij sprak de boodschap in ('rallylijders...') en wilde dolgraag op de foto ter bewijs voor de deelnemende equipes dat Johan Cruijff toch echt de boodschap had ingesproken.

Daarna ontstond de volgende, geestige, conversatie: "Johan, ken je TOB overigens?" Johan: "Natuurlijk, ik kom toch uit Amsterdam!" "En heb je in je leven ooit ook wel eens tegen TOB gespeeld?" Johan denkt diep na en zegt dan: "Nee, ik geloof het van niet. Maar wat betekent TOB eigenlijk?"

"Ooit in 1947 begonnen als Tuindorp Oostzaanse Boys, maar nadat na een paar jaar ook dames gaan handballen moest de betekenis van de letters gewijzigd worden. Er werd gedacht aan Tot Overspel Bereidt (Johan begint te glimlachen...) maar uiteindelijk ging men toch voor "Trouw Ons Beginsel."

"Goh, interessant", aldus Johan....

Fred Stam, Amsterdam

Beeld Cor Steman

In de afgelopen dagen besef ik nog meer dan anders hoe groot de invloed van Johan op mijn leven is geweest. En ongetwijfeld op vele van mijn leeftijdgenoten.

Ik ben opgegroeid in Breda en de eerste keer dat ik mee mocht naar het stadion met mijn oudere broers, was uiteraard NAC tegen Ajax. Ik hing in de hekken, “Cruijffie” schreeuwend, tot ergernis van mijn oudste broer, want Johan speelde natuurlijk wel bij de tegenpartij.

Alle kinderen bij ons in de buurt wilden Cruijffie zijn wanneer we gingen voetballen. Iedereen wilde rugnummer 14 hebben. Zo erg, dat de ouders in onze buurt afspraken dat dan maar niemand Cruijffie mocht zijn. Dat voorkwam een hoop geruzie voordat we gingen voetballen. Van Johan bleven we voortaan af, hij was bij ons in de buurt dus al heilig voor zijn transfer naar Barcelona.

Twee keer in mijn leven is mij de eer gegund Johan persoonlijk te ontmoeten. Momenten waarover ik tot op de dag van vandaag niet uitgepraat raak, zoveel indruk hebben die gemaakt. De tweede keer was tijdens een lezing in Madurodam. Het hele publiek hing aan zijn lippen, ik had het voor geen goud willen missen. Eigenlijk zou hij de tweede spreker zijn maar de eerste spreker, een Tweede Kamerlid, was te laat. Toen deze tijdens Johans voordracht binnen liep en zich verontschuldigde met een file, reageerde Cruijff zoals ik hem herinner als voetballer, onnavolgbaar. In zijn tijd bij Barcelona kwam “die rare Bulgaar” (hij bedoelde natuurlijk Hristo Stoichkov) regelmatig te laat onder het mom van een file. Cruijff gaf een boete en adviseerde Stoichkov om voortaan een file eerder te nemen!

De eerste keer was op 31 juli 1988. Nederland was net daarvoor Europees kampioen in Duitsland geworden en PSV had de Europacup 1 gepakt. Zelf was ik op dat moment net 25 jaar geworden. Daarvoor was ik een paar jaar speler geweest bij RKC Waalwijk maar helaas wist ik daar geen basisplaats te veroveren. Na een paar jaar op het tweede niveau in België werd ik benaderd door de technisch directeur van Helmond Sport. Ik twijfelde totdat mij verteld werd dat Helmond Sport in de voorbereiding een oefenwedstrijd tegen het grote Barcelona zou spelen. Ik had eindelijk de mogelijkheid mijn idool te ontmoeten!

De laatste dag van juli 1988 was het zover en stond ik tegenover gerenommeerde Spaanse internationals als Julio Alberto, Bakero, Begiristain en Carrasco. Buitenlandse voetballers waren toen nog niet toegestaan in Spanje, al kan ik mij wel herinneren dat Danny Muller, zoon van Bennie, inviel. Helaas voor Johan wonnen wij die wedstrijd met 3-0 en Helmond stond dagenlang op zijn kop. Vrijwel alles lukte mij die dag en ik scoorde ook nog. Ik kreeg in de Spaanse kranten een 10 en na afloop vroeg Johan zelfs aan mijn trainer waar hij die spits toch gevonden had. Ik heb me daarvoor en daarna nooit meer zo trots gevoeld.

Lag het aan mijn voetbalkwaliteiten? Nee, ik kon redelijk voetballen maar ik kwam simpelweg tekort voor het hoogste niveau. Maar 31 juli 1988 gebeurde er iets magisch. Het enkele feit dat mijn grote jeugdidool op de bank bij de tegenstander zat, deed mij bijna vliegen over mijn tegenstanders. Uiteraard niet zoals Johan tijdens zijn carrière talloze malen heeft laten zien, maar ik was die dag zo ongelooflijk geïnspireerd en gedreven dat ik over het veld leek te zweven. Daarvoor en daarna heb ik nooit meer het niveau van die dag bereikt. Maar als ik erop terugkijk, kan het feit dat die dag alles samenviel, geen toeval zijn.

Rob Schluter (1963), Breda

Beeld Rob Schluter
Beeld Rob Schluter

Johan Cruijff maakte, zoals altijd, tijd voor zijn fans op de parkeerplaats tussen stadion De Meer en het trainingsveld in april 1986. Daardoor kon ik tijdens schoolvakantie op deze foto met hem.

De man op de achtergrond was een Zweedse IFK Göteborg-fan die op weg was naar Barcelona voor de halve finale Europcup 1. IFK had de thuiswedstrijd met 3-0 gewonnen en hij vroeg Johan wat hij over de return dacht. Johan Cruijff temperde de hoge verwachting van de Zweed. "Het kon spoken in Barcelona," aldus Johan.

Op 16 april bleek dat: Barcalona-IFK Göteborg 3-0. Na penalty's ging Barcelona verder naar de finale. Deze finale verloor Barcalona van Steau Boekarest. Een jaar na deze foto won Ajax de Europcaup II onder leiding van Cruijff en Barcelona won uiteindelijk de Europacup 1 in 1992. Trainer: Johan Cruijff.

Nikita Nomikos (45), Hilversum

Beeld Nikita Nomikos

Bij de rentree van Cruyff in 1981 zei mijn vader 's ochtends tegen mij: "Let op jongen, want vandaag gaat er iets bijzonders gebeuren."

Vanaf 1975, ik was toen 4 jaar, ging ik naar de thuiswedstrijden in De Meer met mijn vader en altijd in Vakkie A. Jarenlang had ik gehoord hoe fenomenaal Cruijff in de jaren '70 geweest was.

Mijn vader is nooit de koning van de knuffels of omhelzingen geweest. Een hand kun je krijgen, maar daar blijft een begroeting of emotionele uiting wel bij.

Bij aankomst zagen we al de rijen voor de kassa's. Ik was hoogst verbaasd want de thuiswedstrijden van Ajax waren in die tijd niet echt veel bezocht. Wij konden doorlopen want pa had onze kaartjes altijd al gehaald bij de sigarenzaak. Je voelde in het stadion al een aparte sfeer. Het zat voor de wedstrijd bomvol en heel Vakkie A had het maar over één ding: Jopie is terug!

De wedstrijd begon. En toen kwam hét moment. Eén van de mooiste doelpunten in De Meer ooit. De boogbal van Cruijff over Edward Metgod! Achteraf weet ik niet wat het meest bijzonder was: de magistrale rentree van Cruijff bij Ajax of mijn vader die mij twee meter de lucht ingooide, omhelsde en knuffelde.

Een onvergetelijke dag. Mijn vader had al die jaren niet overdreven: Cruijff was een fenomeen!

Patrick Wijdenes (45), Amsterdam

Het was het voorjaar van 1988, we wachtten in de kantine van het Voorland, achter De Meer op ons broertje. Die had getraind met Ajax: hij was het jaar ervoor gescout tijdens een van die talentenmiddagen die Johan Cruijff in het leven had geroepen. Er gebeurden drie legendarische dingen met Johan Cruijff. Althans, voor ons legendarisch. Voor Johan Cruijff hadden ze geen enkele betekenis, want zo gaat dat.

Een: ik liep de hoek om en botste bijna tegen Johan Cruijff op die in tegengestelde richting liep. Ik stond oog in oog met Johan Cruijff! Ik zal dat nooit meer vergeten. Cruijff zelf keek op, zei sorry, stapte opzij en liep mij voorbij.

Twee: hij kwam in de kantine en legde zijn rechterhand op de schouder van mijn broer, die bij de bar stond. "Kan ik er even bij?", vroeg Cruijff. Zijn hand op de schouder van mijn broer!

Drie: korte tijd later - we wachtten nog steeds op ons broertje - stond mijn broer naast de telefooncel bij de ingang van de kantine. Dat was zo'n halve bal die slechts weinig privacy geeft. Cruijff kwam eraan, pakte de hoorn van de haak en belde zijn vrouw. Hij voerde het gesprek in het Spaans - niet wetend dat die jonge gast naast hem vloeiend Spaans sprak.

En het ging over Barcelona! Cruijff was op dat moment al weg bij Ajax, opgestapt. Uit het gesprek bleek dat Cruijff de nieuwe trainer van Barca zou worden. Mijn broer heeft niet het hele gesprek afgeluisterd maar ging snel weg, beschaamd omdat hij iets had gehoord wat niet voor zijn oren bedoeld was.

In de auto op weg naar huis spraken we opgewonden over onze ontmoeting met Cruijff. En dat hij naar Barcelona zou gaan. Dat was toen nog bij niemand bekend. We hadden een wereldprimeur in handen waarvan ik nu, inmiddels journalist, zou dromen. Maar ik was toen alleen maar opgewonden over de driekwart seconde dat ik oog in oog stond met mijn held.

Raymond Korse (chef dagblad De Stentor, 45), Wijhe

Op 7 december 1966 speelde Ajax tegen Liverpool in het Olympisch Stadion. Mijn vader had kaartjes bemachtigd voor de drie mannen uit het gezin: voor hemzelf, mijn broer en voor mij. Het vierde kaartje was voor mijn moeder: ze wist weliswaar niet veel van voetbal, maar ging mee omdat ze anders alleen thuis moest zitten.

Het ging om de beroemde 'mistwedstrijd', die doorging omdat de scheidsrechter vanaf de middenstip beide doelen kon zien. Dat was heel fijn voor hem, maar wij als toeschouwers zagen niet veel. Zeker wij niet, omdat we aan de verkeerde kant in het stadion zaten. Maar we juichten braaf mee als er gejuicht werd en dat gebeurde maar liefst vijf keer.

Had je een kaartje om de grote Johan Cruijff te zien, is hij verborgen in de mist. Misschien wel toepasselijk voor deze fenomenale voetballer. Veel voetballers zagen immers ook alleen zijn schim als hij hen passeerde. Maar jammer vind ik het al bijna vijftig jaar.

Rudy Schreijnders (1950), Amsterdam

Beeld anp
Johan Cruijff in actie tijdens de beroemde wedstrijdBeeld anp

Een paar jaar terug speelde ik mee op het jaarlijkse voetbaltoernooi van de Cruyff Foundation. Johan trapte ook een balletje mee. Ik had mijn vrouw, Clarisa, gevraagd om ook naar het Olympisch Stadion te komen met onze zoontjes. Het was heerlijk weer en je kon zo binnenlopen.

Omdat het voetbal de jongens, die toen een jaar of vier waren, niet zo kon boeien, liepen ze een rondje over de atletiekbaan. Aan de overkant was het wat rustiger. Opeens was daar Johan. Clarisa wist wat hij voor mij betekende en vroeg of ze een foto mocht maken. Johan vond het prima, maar op het moment van afdrukken bleek de batterij van haar telefoon leeg.

Voor Johan geen reden om door te lopen, maar juist om zelf op zoek te gaan naar een camera. "Wacht hier even, dan regel ik het."

Zo gezegd, zo gedaan. Als een ‘lieve opa’ nam hij vervolgens alle tijd om met de jongens op de foto te gaan. Daarna vroeg hij iemand van zijn stichting om Clarisa’s contactgegevens op te schrijven. Een week later kreeg ze een prachtige foto in haar mailbox.

Naast verlosser, revolutionair, innovator, rebel, genie en leider, vooral ook gewoon een heel warm mens. Hoe mooi om dat persoonlijk te hebben mogen ervaren.

Bas Lepelaars (44), Amsterdam

Johan Cruijff met Clarisa, Lionel en Raymundo.Beeld -

In een tijd dat Ajax furore maakte in de Meer, bezocht ik – als kind van tien – met mijn vader en moeder elke veertien dagen een thuiswedstrijd van Ajax. Geregeld volgde daar een bezoek aan het Chinese restaurant Peking aan, in de Vijzelstraat.

Ook de selectie van Ajax bezocht geregeld dit restaurant na afloop van een wedstrijd. Een magisch gezicht als spelers binnenkwamen door die draaideur, met Johan Cruijff voorop. In prachtige blazers met rode coltruien. Een indrukwekkende verschijning die ik als kind in mijn hoofd heb geprent, en er nooit meer uit is gegaan. Bijna een sprookje of fantasie, maar het was echt waar.

Een held, eerst op het veld daarna in het restaurant.

Michel Rodrigues

Met de Bennebroekschool stonden we in de straatvoetbalfinale op de Dam. Ik meen in 1984. We werden tweede, maar wonnen eigenlijk de hoofdprijs door met onze held op de foto te mogen in Krasnapolsky.

Ik sta links voor Johan, met kort haar en een tegeltje in mijn hand.

Natascha Zwaan

Beeld Natascha Zwaan

In november 2013 ging ik met vriendin L. een weekend naar Barcelona. Op Schiphol tikten we snel een paar wijntjes weg voordat we aansloten in de slurf. Daar trokken de buitengewoon lelijke schoenen van de man voor me mijn aandacht. Zwarte laksneakers. Het was Johan Cruijff.

Ik ben niet echt een voetbalfan en ook niet het type dat BN-ers bespringt, dus ik kletste gewoon door met vriendin L. Beiden zijn we gezegend met een vrij harde stem dus de hele slurf kon meegenieten van onze avonturen van die week. Zo ook Johan.

Toen L. en ik lachend constateerden dat we eigenlijk geen idee hadden waar we moesten zijn in Barcelona, sprak Johan ons bemoedigend toe: “Ach meiden, als je de naam van het hotel maar weet, of de straatnaam, dan komt het altijd goed hoor!” L. en ik proestten het uit want dat wisten we nou juist niet.

Johan trok een wenkbrauw op en moet zich afgevraagd hebben of hij ons wel alleen op pad kon laten gaan door Barcelona. Dat we nog een derde vriendin gingen ontmoeten daar en er ergens in onze mailbox vast nog wel een boekingsbevestiging slingerde, stelde hem gerust.

Hij vroeg ons wat we gingen doen in Barcelona. Nou, shoppen, eten, drinken, shoppen, eten en drinken en als we tijd over hebben ook nog iets cultureel verantwoords, was ons antwoord. Johan lachte. Vriendin L. vroeg hem: “ Wat gaat u dan doen in Barcelona?” “Nou,” antwoordde Johan, “ik woon daar.”

Ondertussen voegde een zenuwachtige jongen van begin 20 zich bij ons. Hij vroeg Johan: “Houdt u van foto’s?” - wat ik best een gekke vraag vond - en Johan zei dat hij inderdaad wel van foto’s hield. Nou, toen wilde dat joch wel met hem op de foto. Op dat moment zag ik vriendin L. ook een wenkbrauw optrekken. Want waarom zou iemand zomaar met een medepassagier op de foto willen?

Afijn, foto gemaakt, jongen blij en in de rij kwam ook eindelijk beweging. Dus liepen we achter Johan aan en nam hij plaats op zijn business class stoel. We wensten hem een fijne reis, dikke glimlach erbij en dropen af richting economy class.

Nog geen 3 stappen bij hem vandaan keerde L. zich verhit om en vroeg fluisterend wie die man toch was. Happend naar adem van het lachen kon ik eruit krijgen dat het Johan Cruijff was. “O, echt? Ja, hoe moet ik dat nou weten?," lachte ze licht beschaamd.

Ik bleek op weg te zijn naar Barcelona met de enige persoon op aarde die Johan Cruijff niet herkende. We hebben snel nog maar een wijntje besteld.

Willine Geluk (34), Amsterdam

Veel helden heb ik niet, maar Johan Cruijff is er 1. Naast mijn werk als wijkagent van politie in Amsterdam heb ik een passie, het zijn van Clown Powie. Elke zondag ben ik clown in het VU voor de kinderen die daar zijn opgenomen. Via het VU kom ik in contact met iemand die werkt voor de Johan Cruijff Foundation. Die hebben in 2015 de jaarlijkse Open Dag. Of ik interesse heb om daar als clown deel vanuit te maken. Ik heb al 'ja!' gezegd voor hij uitgesproken is.

Op de Open Dag zie ik Cruijff op een gegeven moment praten met een horde persmensen. Als Frank zou ik het niet durven, maar als clown Powie loop ik op hem af. Dat levert een geweldige foto op van ‘mijn passie en mijn held’.

Die dag is de foto in meerdere tv-programma’s gebruikt, onder andere bij Dit Was Het Nieuws met de tekst “Cruijff kan niet door 1 deur met Van Basten, maar wel met Hoofd Jeugdzaken Ajax”.

Nu ben ik wijkagent in Amsterdam-Oost waar Cruijff zijn jeugdjaren heeft doorgebracht en op een steenworp afstand van het voormalige De Meer. Cruijff zou zeggen 'toeval bestaat niet, dus toeval is logisch'.

Frank Westerop

Beeld Frank Westerop

Het mooiste moment dat ik meemaakte met Johan Cruijff was niet op een voetbalveld en buiten het zicht van de camera. Ik was voor Het Parool in de Arena, alwaar een borstbeeld van de legendarische nummer 14 zou worden onthuld.

Uiteraard was de pers massaal uitgerukt. Zo ook de vertegenwoordiger van de ziekenomroep Wormerveer, of Zaandam. In elk geval uit het Noord-Hollandse. De nogal corpulente verslaggever stond gewapend met zijn opname-apparatuur tussen het geroutineerde journaille en was ten einde raad. Hij kon zijn held bijna aanraken, maar stond stijf van de zenuwen als een zoutpilaar in stilte te lijden. Ik zag steeds meer rode vlekken in zijn nek en dacht: jij kunt een interview schudden vriend.

En toen gebeurde het ongelooflijke. Cruijff zag vanuit zijn ooghoek de jongeman staan, liep naar hem toe en vroeg: "Wil jij misschien ook wat vragen?" Ja, dat wilde hij maar al te graag, alleen kwam er geen geluid uit zijn mond. Voor Cruijff was dat geen reden om zich uit de voeten te maken. Integendeel.

JC bleef staan en moedigde de stotteraar aan om de tijd te nemen. Toen de perschef zei dat er mensen op hem wachtten, antwoordde Cruijff dat hij eerst het gesprek 'met deze meneer' wilde afronden. En de meneer, die hervond zichzelf op wonderbaarlijke wijze. Het was alsof Cruijff de hypernerveuze verslaggever een shot zelfvertrouwen had gegeven. De laatste vijf minuten werden het absolute hoogtepunt in de carrière van de journalist van de ziekenomroep. Hij kreeg een ferme handdruk van zijn idool en leek nauwelijks te geloven wat hij zojuist had gedaan.

Het tafereel was zo aandoenlijk. Zo lief. Zo bijzonder en toch zo gewoon. Zo Johan Cruijff!

Berry Brinkhorst, Lelystad

Binnen een uur nadat hij hoorde dat Johan Cruijff was overleden, liet Ajaxfan Jack van Dam een tatoeage met de handtekening en het rugnummer van de legendarische oud-Ajacied op zijn borst zetten.

Beeld Jack van Dam

Ik was 5 jaar, begin jaren 70. Mijn vader was dokter van Ajax, maar voetbal interesseerde me niets. Mensen die mij nu kennen als fanatieke Ajacied zullen dat niet geloven, maar ik weet dat het zo was. Op een dag kwam Cruijff bij ons langs, in zijn nieuwe Citroen. Of mijn vader thuis was. Mijn vader was in het VU ziekenhuis, zo vertelde mijn moeder, dus besloot Johan daarheen te rijden.

Ik was thuis, samen met mijn 5 jaar oudere broer (toen fanatiek Ajacied die de gouden jaren 70 bewust meemaakte, iets dat ik hem nog steeds veel kwalijker neem dan zijn latere ‘transfers’ naar AZ en PSV), twee jaar oudere zus en twee jaar oudere neef. Neef was Feyenoordsupporter maar ook hij vond Cruijff een imponerende man.

Johan vroeg ons kinderen of wij zin hadden om een ritje in zijn nieuwe auto te maken naar het ziekenhuis. Dat wilden wij wel en mijn moeder vond het goed. Cruijffs auto had voor die tijden revolutionaire snufjes, zoals ramen die je met knopjes open en dicht kon doen. Wij hebben voor de VU een half uur in Cruijffs auto gewacht op Johan die ’effe naar binnen moest, maar snel weer terug zou zijn’.

Dat waren dertig zware minuten. Het was namelijk behoorlijk warm in de auto, maar we wisten niet welk knopje we moesten indrukken om een raam open te doen. Had die auto nog maar zo’n ouderwetse hendel! Maar toen Cruijff terug kwam zeiden we daar uiteraard niets over. We hadden genoten in zijn ‘lekkere koele auto’.

Rutger Kriek

Ik ben niet gezegend en aan mij is niet de eer gevallen op een toevallige onvergetelijke ontmoeting met Johan of een handtekening bij een of andere gelegenheid. Als ik diep graaf in m'n geheugen, dan zal ik hem weleens gezien hebben bij het Olympisch Stadion. Maar dan had ik niet de Amsterdamse bravoure, brutaliteit om op hem af te stappen; 'dag meneer Cruijff, zou ik met u op de foto mogen?'

Nee… Al die kansen en momenten zijn aan mij voorbijgegaan.

Hoewel niet geboren Amsterdammer, ben ik wel hier opgegroeid. Getogen heet dat, niet? Van de Nieuwe Keizersgracht, het Muiderpoort, Holendrecht, Mercator-buurt, heb ik m'n mooi Amsterdam doorkruist. Daar ben ik trotst op. Als ik in het buitenland vertel, met de nodig, maar iets ingehouden trots, dat ik Amsterdammer ben, dan komt het gesprek al gauw op voetbal. Ajax, 1995 en natuurlijk hoe kan het ook anders op Johan Cruijff. Leuk om dan te horen hoe men z'n best doet om zijn naam goed uit te spreken.

Als je uit Amsterdam komt, dan kom je uit het land van Cruijff. Dat is mijn trots. Bedankt Cruijff.

Julio uit Amsterdam

Het jaar voordat Barcelona de eerste Europa Cup 1 won in zijn historie, bezocht ik de rood-blauwe club met mijn amateurclub. Een paar jonge leden waren uitgekozen om de perskamer in te gaan en Cruyff, Koeman en Zubizareta te ontmoeten. Ik hoorde daar niet bij.

Opeens duwde iemand mij naar binnen. "Willem , ga je ook maar naar binnen." Eerst kwam Ronald Koeman, dat was helemaal te gek. Ik kon ontspannen met deze man omarmd op de foto!

Daarna kwam Cruyff, hij was ook al zo relaxt. Ik gaf hem een hand. "Je kan toch Spaans, Willem, zeg eens iets tegen Johan in het Spaans," zei iemand ineens. Ik voelde dat ik een enorm rode kop kreeg. Toen zei Cruyff: "Zeg maar wat, want ze verstaan er toch niets van." Dat ben ik nooit vergeten.

Willem

In 1995 vierden we in Nederland 50 jaar vrijheid. Ik zat op dat moment in de tweede stem van het Haags Matrozenkoor en we zongen bij een evenement in het Concertgebouw. Ik was zenuwachtig, want het was mijn eerste bezoek aan Amsterdam en ik wist dat Cruijff er ook zou zijn.

‘s Avonds kregen we eten in de kantine van het Concertgebouw toen Cruijff plotseling binnenkwam en op ongeveer anderhalve meter schuin tegenover me ging zitten. Hij sloeg zijn jasje recht en begon zonder een woord te zeggen in opperste concentratie naar de samengevatte beelden van Studio Sport op een scherm te kijken.

Wij zaten al die tijd verstijfd met onze vorken halverwege pauzerend tussen bord en mond. Mijn tafelgenootjes en ik keken hem en elkaar schichtig aan. ‘Het is hem echt!’ ‘Het is Cruijff! De Cruijff! En hij zit hier naast ons!’

Uiteindelijk won een van ons het van de angst en dus draaide derdestemmer Axel zich naar hem toe. ‘Meneer Cruijff, mogen we misschien uw handtekening?’ Hij zei ‘Natuurlijk’ alsof het natuurlijk was en zette zijn krabbel.

Daarna gingen we met hem op de foto, allemaal, om de beurt en met meerdere knapen tegelijk. Hoe lang we hem hebben bestookt en bevraagd weet ik niet meer, maar wel dat hij het allemaal geduldig ‘onderging’. Vriendelijk, ontspannen en begripvol.

Sommigen laten iets na dat nooit vergaat, dat zijn vertakkingen heeft in zoveel lagen van cultureel en collectief geheugen dat alles wat erna komt ermee is vergroeid. Cruijff is met ons vergroeid en daarom zijn we van slag, ook al is ie dus niet echt weg.

Remco de Ridder (33), freelance journalist, Amsterdam

Remco de Ridder is de tweede van linksBeeld -

Toen Johan Cruijff in 2014 in Betondorp was, had ons zoontje (Giosué) totaal geen idee dat er een held in de buurt was. Al vanaf dat hij kan lopen is hij erg met voetballen en bewegen bezig. Zeker nadat het speelveldje werd geopend door Cruijff. Dat is de magie van Betondorp. Cruijff is niet weg. Zijn geest zal hier blijven. Er zullen jongetjes én meisjes komen, met wellicht een andere naam, maar allen zullen zij trots zijn op Betondorp. Een nieuwe generatie boefjes uit Betondorp die dromen om net zo goed te worden als Johan. Laten we vooral deze droom koesteren.

Céline Kun (32), Amsterdam

Giosué in de armen van Cruijff.Beeld -

Het was een dag om gauw te vergeten: koud, een flinke wind en regen. Maar Ajax speelde uit tegen Volendam, dus dan ga je (in de auto) daar naartoe.

Daar ik goed bekend was met Sjaak Swart en Barry Hulshoff bleven wij na afloop wachten op de spelers om nog wat na te praten. Toen de spelers naar de bus toe kwamen, drong een jongen van ongeveer twaalf jaar naar voren in een dun, drijfnat jasje, met aan de hand een ouderwetse damesfiets.

"Meneer Cruijff, mag ik uw handtekening?" vroeg hij. Johan keek en vroeg meteen hoe hij gekomen was. "Ik heb de fiets van mijn moeder gepikt, meneer." Johan vroeg hoe hij dacht terug te gaan, waarop het ventje antwoordde, dat hij dat weer op de fiets ging doen.

"Geen sprake van," zei Johan. De fiets werd in de bus geladen, Johan gaf hem een trainingsjack en haalde een lekkerbekje voor hem en hij mocht in de bus mee naar Amsterdam.

Als je zoiets meemaakt, wil je toch geen kwaad woord over Johan Cruijff horen!

J. Wortel (85), Amstelveen

Ik woonde net in Amsterdam en reed op de fiets door de Staalstraat. Van de andere kant kwam Johan Cruijff aanfietsen met zijn vrouw. Ik had begrepen dat men in Amsterdam beroemdheden met rust liet en ik keek met opzet de andere kant op om ze hun privacy te gunnen. Blijkbaar deed ik dat zo opvallend dat hij me hartelijk en schaterlachend begroette: "Goedemiddag!" Ik viel bijna van mijn fiets en kon nog net een 'goedemiddag' terugroepen terwijl ik ook hard moest lachen om de situatie.

Michiel Bles (49), nu al 25 jaar in Amsterdam

Johan Cruijff zal in zijn leven miljoenen handtekeningen hebben gezet. Maar die ene keer dat ik hem trof, in Ron Blaauws Gastrobar in Amsterdam staat mij natuurlijk nog helder voor de geest. Hij maakte zelfs tijd voor een praatje. Tja, hij zei dat hij het wel een rare plek voor zijn handtekening vond (mijn paspoort). Maar hij zette hem wel.

Detlev Vreeken

Tijdens mijn werk als purser bij de KLM mocht ik Johan Cruijff ontmoeten.
Een jaar of tien geleden vlogen wij Johan Cruijff naar Barcelona.
Dat vond ik wel wat, de beste voetballer ter wereld op stoel 1A.
"Wilt u een kopje koffie meneer Cruijff?"
"Ja, lekker. Maar mag ik er een extra servetje bij? Want die melkcuppies barsten bij mij altijd open."
"Nou, niet alleen bij u, hoor! Komt door de druk."
Met een daverende lach, zegt ie: "Weet ik, maar die poederzakjes zijn helemaal niks. Want die krijg je nooit niet open!"
"Daar heeft u gelijk in. Dan breng ik u toch wat echte melk uit een pak."
"Dat is een geweldige oplossing, dank u wel."

Ik die cockpit in: F*^K!!! Heb ik De Johan Cruijff zitten en ik kom niet verder dan koffiemelk... Wow, Johan Cruijff! Vraag hem of ie bij de landing in de cockpit wil zitten.

Dat vond meneer Cruijff gezellig. Dan moet er op een halve vierkante meter een soort stoeltje worden uitgeklapt, de man is niet zo groot dus dat lukt gelukkig goed. Zegt hij: "Ik weet wel hoe het verder moet, hoor!"
Normaliter houdt iedere cockpitgast zijn mond dicht maar meneer Cruijff niet. Hij schijnt de hele landingsprocedure te hebben gebabbeld. Van koffiemelk tot wijn.

Na de landing vouw ik hem weer uit die cockpit en hij zegt tegen ons: "Kom even een wijntje proeven bij mij thuis, zou ik hartstikke leuk vinden."
"GRAAG! Maar, meneer... waar woont u?"
Stralende blauwe ogen keken ons aan en een lachende mond zei: "Iedereen in Barcelona, weet waar ik woon."

Mary Scharff (46), Muiden

Zeventien jaar geleden liep ik met mijn zoon, (toen net anderhalf, hij kon net lopen) door een interieurwinkel op het NDSM-eiland. Ik was in het souterrain toen ik plotseling mijn zoon kwijt was. Ik riep hem een paar keer: ‘Thomas!’ en rende de trappen op, bezorgd dat hij er vanaf zou vallen. Bovenaan de tweede trap bevond zich de kassa. Daar stond Johan Cruyff, net bezig een grote, nageschilderde gravure van Hercules (in luipaardvel en met knuppel) af te rekenen. Mijn zoon stond bovenaan de trap en keek gebiologeerd naar het schilderij van Hercules. Johan Cruyff, die mij kennelijk de naam van mijn zoon had horen roepen, keek hem geamuseerd aan en zei: ‘En, Thomas? Wat vind je ervan?’ Mijn adem stokte. Al ben ik geen voetballiefhebber, en niet snel geneigd tot het bewonderen van beroemdheden – daar stond Cruyff; iedereen die hem ooit heeft ontmoet, lijkt nog precies te weten waar, wanneer, en onder welke omstandigheden dat gebeurde.

In 'Vita di Benvenuto Cellini' vertelt de beroemde Renaissance-beeldhouwer hoe zijn vader hem op zijn derde een draai om zijn oren gaf toen ze een salamander in een haardvuur roerloos in de vlammen zagen staan. 'Nu zul je het je je hele leven herinneren,' zei zijn vader.

Als ik met mijn zoon de herinnering aan Cruyff ophaal, zeg ik altijd: 'Had ik je toen maar een klap voor je kop gegeven.'

En nooit zullen we weten hoe Cruyff daarop had gereageerd.

Marcel Misset, 54 Amsterdan

Begin zestiger jaren was ik trainer/coach van Ajax Honkbaljeugd. Cruijff kwam op de eerste training aanslenteren, een lopende stopnaald. Al snel heb ik hem catcher gemaakt, niet het minst door zijn verbale kwaliteiten. Alle catcher benodigdheden waren vele maten te groot en moesten worden aangepast voor Johan.

Op de laatste wedstrijdavond van de competitie ging het om het kampioenschap tegen WVHDW. Bij winst was Ajax kampioen, bij gelijkspel WVHDW.

Na een grote Ajax voorsprong kreeg de werper van Ajax
een enorme inzinking en in de laatste inning met drie honken bezet en twee nullen voor WVHDW, met een 1 punt voorsprong van Ajax, was de nood hoog gestegen.

Bij 1 honkslag door WVHDW of 4 wijd zou de wedstrijd voor Ajax verloren zijn. Er moest dus iets gebeuren. Ik vroeg time-out aan en riep het team bij elkaar en zei dat Johan zou gaan werpen.Johan was nooit eerder als werper opgesteld.

Ik zei: "Johan, jij gaat werpen."
Johan zei: "Meneer, wat moet ik dan doen?"
Ik zei in mijn wanhoop: Johan, je bekijkt het maar. Ik was er namelijk van overtuigd dat hij de enige was die eventueel nog iets onverwachts kon doen.

Met veel gevoel voor theater trok hij zijn catcher spullen uit en ging op de heuvel staan. Na de proefballen werd het spel door de scheidsrechter hervat.
Johan aarzelde zo lang met het gooien van de eerste bal dat ik bang was dat de scheidsrechter "schijn" zou roepen, waarmee de wedstrijd verloren zou zijn.

Op het juiste moment draaide hij zich echter om en speelde de bal naar het derde honk, waar de speler van WVHDW in zijn enthousiasme te ver van zijn honk af stond te springen.

Hij werd uitgetikt en de wedstrijd was afgelopen. Dat was Johan ten voeten uit. Hij was toen pas een jaar of 14.

Rien van 't Hof

William Lelieveldt uit Doetinchem was acht jaar toen hij Johan Cruijff een brief schreef, en daar zowaar een handgeschreven antwoord op terug kreeg. "Ik weet niet meer precies wat ik geschreven heb", zegt de nu 52-jarige William.

"Maar een onderdeel ervan was vast dat ik fan van Ajax was." De inmiddels in Duitsland woonachtige William denkt stiekem dat Cruijff de brief niet schreef en alleen ondertekende maar "desalniettemin een mooie herrinering aan een fantastische voetballer!"

In het briefje complimenteert Cruijff (er vanuit gaande dat hij de schrijver is) William met zijn brief en geeft hij diens meester tot slot een goede raad mee.

Beeld William Lelieveldt

Als je als Amsterdammer een BN'er ziet, hoor je te doen of je hem niet herkent. Er is één uitzondering: Johan Cruijff. Cruijff is de buitencategorie. Natte jongensdromen. As close to God as possible.

We schrijven donderdag 17 oktober 2000. Cruijff zou op bezoek komen bij Project X, het marketingbureau dat ik een paar jaar daarvoor samen met Don Kouwenhoven had opgericht. We hadden onze intrek genomen in het Olympisch Stadion.

Het kantoor van de Cruyff Welfare Foundation in het Olympisch Stadion zat naast dat van ons. We hadden Hem al een paar keer buiten gespot ("Hallo..." "Hoi, mannen") en hadden hem daarna met wat mailtjes over en weer naar ons kantoor gelokt. We zullen wel een smoes over een donatie aan Zijn stichting hebben gebruikt. Het doel heiligt de middelen.

Zijn komst bezorgde me in de ochtend al diverse stoelgangen. Om 16.13 uur kwam Hij binnen. Johan Cruijff, de Grootste Voetballer die ons land ooit heeft voortgebracht, met een wereldwijde naamsbekendheid waar koningin Beatrix, Vincent van Gogh en Piet Hein groen en geel van jaloezie van zouden worden, deze Johan Cruijff stond in óns kantoor. In eigen persoon. Zijne Koninklijke Hoogheid was afgedaald naar ons.

Ons kantoor bestond uit een grote open ruimte, zonder hokjes, directiekamers en andere flauwekul. Alles en iedereen zat in dezelfde ruimte. Secretaresses, stagiairs, creatieven, accounttypes, schetsers, computernerds en de directie van de firma, waaronder ik.

Gasten, meestal gewichtige marketingmanagers, captains of industry en directiestropdassen liepen in bijna alle gevallen rechtstreeks langs alle bureautafels richting meeting room, met op z'n best een lichte hoofdknik naar de meute ter begroeting.

Zo niet Johan. El Salvador kwam binnen, keek rond, en ging op z'n gemakkie langs alle tafels, schudde één voor één de hand van Boris (23), Marc (28), Johan (47), Don (41), Devy (24), Jony (24), Eric (27), Arjan (38) en Kluun (destijds 36). En sprak daarbij telkens één onvergetelijk zinnetje. "Hallo, ik ben Johan."

"Hallo. Ik ben Johan." Mochten er bij mij ooit kapsones van welke aard dan ook zijn te ontwaren, dan geef ik u hierbij toestemming me op mijn bek te timmeren en me te herinneren aan het bezoek van Zijne Koninklijke Hoogheid aan Project X, donderdag 17 oktober 2000, 16.13 uur. "Hallo. Ik ben Johan."

Kluun (51), Amsterdam

KluunBeeld anp

In 2001 was ik uitgenodigd in het actualiteitenprogramma Netwerk om te komen praten over de gevolgen van het illegaal downloaden voor de muziekwereld. Terwijl ik in de visagie zat, kwam Johan Cruijff binnenlopen. Tot mijn niet geringe verbazing stelde hij zich netjes voor en bleek hij heel geïnteresseerd in de problematiek van het downloaden.

Ook hierin was hij ervaringsdeskundige: ooit had hij zelf een hit gehad met Oei Oei Oei (Dat was me weer een loei). Hij begreep meteen het probleem voor de muziekindustrie. “Voor niets gaat de zon op. Da’s logisch, hè…”

Jan van der Plas (56), muziekjournalist, Katwijk aan Zee

Vroeger werkten wij als verkopers voor Het Parool, hierbij kwamen wij Johan Cruijff en zijn vrouw tegen. Hij en zijn vrouw namen vriendelijk de krant van ons aan en wilden zich jammer genoeg niet abonneren, omdat ze in Barcelona woonden. Maar ze vonden de krant wel super.

Johan was zo vriendelijk dat wij met hem op de foto mochten. Hij kwam op ons over als een hele positieve man. Toen hij de supermarkt binnenstapte, keek iedereen naar hem, maar hij liep lekker door alsof het een heel normale dag was. Trots zijn wij, dat we met zo’n legende op de foto hebben mogen staan. Rust in vrede Cruijff, jij blijft onze nummer 14.

Omar Aumaj (21), Haarlem (r) en Arnold Verbeek(26), Alkmaar

Beeld Omar Aumaj
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden