Corporatiekoepel AFWC signaleert fouten in discussie middenhuur

De discussie over middengroepen die in populaire steden als Amsterdam geen betaalbaar huis vinden zwelt aan. Daarbij signaleert directeur Egbert de Vries van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, denkfouten.

Een nieuwbouwproject in Amsterdam-Noord. Beeld anp
Een nieuwbouwproject in Amsterdam-Noord.Beeld anp

Vooral minister Stef Blok (Wonen, VVD) zou zich daaraan schuldig maken. De belangrijkste fouten die De Vries ziet op een rij.

Als steden maar genoeg huizen voor de middeninkomen bouwen, dan dalen de huren vanzelf.
Dat klopt niet helemaal. Door de populariteit is de markt bijna onverzadigbaar. Hoeveel huizen er ook gebouwd worden, de schaarste blijft vanwege de uitzinnige vraag naar woningen in de stad. Verhuurders zullen hun huren hoog houden.

Wie geen woning in de stad vindt, moet maar in de provincie kijken.

Dat is maar in beperkte mate het geval. Het aanbod van sociale huurwoningen is in de regio geringer. Lokale bewoners staan er vaak al op een wachtlijst. Als daar Amsterdammers bijkomen raakt de markt snel overvoerd. Voor middeninkomens zijn er wel koopwoningen van 150.000 euro en middendure huurwoningen tot duizend euro per maand beschikbaar.

Verplegers, leraren en agenten moeten volgens velen een middenhuurwoning in de stad aangeboden krijgen.
Veel van hen zouden volgens Egbert de Vries echter geen middeninkomen maar een lager inkomen hebben en zijn aangewezen zijn op een sociale huurwoning. Ze hebben veelal deeltijdbanen en tijdelijke banen. Hun jaarinkomen blijft doorgaans onder de 35.000 euro.

Waarom maakt Amsterdam van middengroepen geen voorrangsgroepen bij de verdeling van sociale huurwoningen.
Die voorrangsgroepen bestonden. Amsterdam gaf behalve aan mensen die acuut een huis nodig hebben, zoals statushouders en mensen die uit de maatschappelijke opvang komen, ook voorrang aan leraren, politieagenten en verplegers. Ook ouderen kregen voorrang. In 2012 schafte de toenmalige PvdA-wethouder Ossel de voorrangspositie voor onder meer middengroepen af. Ossel deed dat omdat de helft van de beschikbaar komende huurwoningen naar voorrangsgroepen ging, en andere huurders op de wachtlijst nauwelijks aan de beurt kwamen.

Waarom verkopen corporaties niet een kwart van de sociale huurwoningen aan particuliere beleggers?
Het levert volgens corporaties niets op. Een belegger kan maar één keer zijn geld uitgeven, door bijvoorbeeld nieuwe huizen te bouwen, terwijl de corporaties hun te verkopen middeldure huizen ook in de vrije sector middelduur kunnen verhuren. Zo komen twee huizen vrij. Als beleggers corporatiewoningen kopen levert dat slechts één nieuwe woning op.

Het aanbod van sociale huurwoningen is groot omdat 57 procent van de huizen een sociale huurwoning is.
Het gaat niet om de aantallen huizen die in een gemeente staan, zegt De Vries, maar om het aantal dat beschikbaar komt. Elk jaar worden in Amsterdam 12.000 huizen verkocht, terwijl er elk jaar maar 6000 sociale huurders ingaan. Met een bestand van zes procent middenhuurwoningen die de stad telt, is het aanbod van 3000 huurwoningen per jaar in de stad relatief hoog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden