Ashgan El-Hamus.Beeld Agata Nowicka

Coronadialogen 1.0: ‘Dat ik eenzaam ben!!!!’

PlusAshgan El-Hamus

Toen alles dichtging en we thuis moesten blijven, ­groeide bij mij, naast een angst voor zoveel, ook een angst dat ik alles om over te schrijven zou kwijtraken. Inspiratie is als zuurstof. Het dendert je longen binnen om vervolgens rondjes te rijden in de door jou aangelegde wegen in je brein, en uiteindelijk als een nieuw soort lucht weer de wereld ingeworpen te worden.

Iedereen kent het belang van zuurstof: zonder gaan we dood. Maar als er niks binnenkomt, is er ook niks om uit te ademen. Ik mis onverwachtse ontmoetingen, de adem van je vrienden kunnen voelen, voorbijgangers die je per ongeluk aanstoten tijdens het dwalen.

Maar toen wij vorige week besloten alle ramen permanent open te zetten, alsof elke vorm van lucht ons goed zou doen, bleek dat onverwachtse ontmoetingen ook niet alles zijn. Dit is waar het leven nu woont: op de stoep.

Een vrouw met een vlinderdiadeem in haar witte haren rijdt de straat in op een scootmobiel. In haar mandje voorop staat een pan. Bij het huis tegenover mij stopt ze met scooteren.

“Bas!”

Het contrast tussen haar harde stem en de zachte stad is groot. Net als ze zich bedenkt dat haar scootmobiel met automatische toeter kwam, en ze die indrukt, het contrast tussen haar en de stad nog groter makend, verschijnt hij voor het raam.

Annie!

Bas heeft waarschijnlijk ergens gelezen dat virussen ook via ramen binnenglippen, want hij praat door het kleinst mogelijke kiertje. Annie pakt de pan.

“Ik heb nasi! Hou je van nasi?”

“Wat?!”

“Het is nasi, ik zet het voor de deur!”

“Lekker, Annie, wat zit erin, Annie?”

“Nasi! Hou je van nasi?”

“Wat?”

“Nasi!!”

“Oh, nasi, lekker, nasi.” Bas glimlacht.

Annie zet de pan voor Bas’ deur en gaat weer op haar scootmobiel zitten, ze gaat even met haar hand door haar oude meisjeshaar en pulkt aan een glittervlinder.

“Nou, alles goed verder?”

Bas kijkt voor zich uit, zijn ogen lijken niet op ogen van iemand met wie het goed gaat, maar hij knikt.

“Ja, ja.”

Annie knikt.

“Nou dan ga ik maar.”

Annie wil wegrijden, als Bas weer door de kier schreeuwt.

“’t Is soms wel eenzaam hè?!”

Maar er rijdt net een busje door de straat, die met zijn geronk alles overstemt en daarmee verpest.

“Zei je wat?”

Bas denkt even na en schreeuwt:

“Dat ik eenzaam ben!!!!”

Maar of Annie nou haar gehoorapparaat niet in heeft, of Bas zijn raam verder open had moeten doen, ze verstaat hem niet.

“Hè, wat zeg je nou?!”

Bas zucht, twijfelt, en schreeuwt:

“Blijf je anders nog even?”

Annie verstaat hem. Iemand die je schreeuwend vraagt om te blijven is, denk ik, moeilijk te weerstaan, want ze haalt haar schouders op, terwijl ze haar vlinder-diadeem op zijn plek schuift. Ze blijft.

Ik kijk naar hen en vraag me af of Bas Annie stiekem al verstond bij de eerste keer ‘nasi’. Soms doen mensen alsof ze doof zijn om niet alleen te hoeven zijn. Doof of niet, vandaag was ik de enige die Bas door de kier van zijn raam hoorde schreeuwen dat het soms wel eenzaam is. Genoeg zuurstof voor de hele dag.

Reageren? a.elhamus@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden