PlusAchtergrond

Coronacrisis? De wielersport kan niet zonder de Tour de France

Ook de Tour staat door de coronacrisis op de tocht. De ronde is van levensbelang voor de wielersport. Eens te meer blijkt hoe wankel de financiële basis is.

De organisatie van de Tour de France denkt nog altijd aan uitstel of andere alternatieven.Beeld Jeff Pachoud/AFP

Voor de wielersport geldt de Tour de France als etalage. Geen wedstrijd die kan tippen aan de grootsheid van de Tour. De ritwinst en gele trui voor Mike Teunissen vorig jaar waren veel meer dan alleen een feest voor hem en zijn ploeg. Het gejuich klonk door tot op de hoofdkantoren van Jumbo, Visma en alle andere sponsors.

“De Tour vertegenwoordigt zeker 60 procent van de totale economische waarde in het businessmodel van het wielrennen. Dat is waarom nu wordt vastgehouden aan een light-versie of misschien uitstel,” zegt Wim Lagae, professor en sporteconoom van de Koninklijke Univer­siteit Leuven.

Diepe sporen

Er is een aantal redenen voor de vooraanstaande positie van de Tour, zegt hij. “Mondiaal gezien is wielrennen een kleine sport, maar in die drie weken in juli heeft de Tour een mono­poliepositie op de sportkalender. Daarnaast is er de enorme aanwezigheid van media en de verbondenheid met traditie en historie. Het maakt de Tour tot een sterk merk. Gaat die niet door, dan verliezen sponsors in één klap meer dan de helft van hun zichtbaarheid.”

Daarom klinken de opmerkingen van Patrick Lefevere, ploegbaas van Deceuninck-Quick Step en een van de machtigste mannen rond het peloton, eerder realistisch dan pathetisch. In zijn column in Het Nieuwsblad uitte hij zijn grote zorgen over het schrappen van de Tour. “Dan houd ik mijn hart vast. Organisator ASO kan tegen een stootje, de ploegen niet. Als er geen Tour de France is, kan het hele model van het wielrennen in elkaar klappen.”

Een handvol ploegen is voor de financiën afhankelijk van nationale overheden, zoals Astana, UAE en Bahrein. De meeste ploegen zijn ook verbonden aan een fietsfabrikant, maar het overgrote deel drijft op sponsoring uit het bedrijfsleven. Die ploegen zullen de hardste klappen krijgen en de coronacrisis – met of zonder Tour – zal diepe sporen nalaten in het peloton, voorspelt Lagae. Hij spreekt nu al over een ‘pre-corona- en postcoronatijdperk’. “Al die bedrijven die door zwaar weer gaan, zullen denken: hoe kunnen we besparen? En die komen dan uit bij marketing- en sponsorbudgetten.”

Aflopende contracten

De afgelopen jaren hebben ploegen geprobeerd andere inkomstenbronnen te vinden. Tot op ­heden was dat kleinschalig en bij lange na niet rendabel. De macht van eigengereide en gesloten bastions als Tourorganisator ASO en de inter­nationale wielerunie UCI is onverminderd groot en deze crisis zal het verdienmodel van het wielrennen en die machtsstructuren ook niet veranderen, zegt Lagae. “Men gaat niet nu de heilige graal vinden om alternatieve financieringsbronnen aan te kunnen boren. Het wielrennen zal de tering naar de nering moeten zetten. Minder inkomsten, dus minder lonen. Voetbalclubs vragen spelers al om een maandsalaris in te leveren. Ook het wielrennen zal daar niet aan ontsnappen. En de klappen zullen vooral onderaan de wielerpiramide vallen.”

Dat betekent dat kleine wedstrijden, kleine ploegen en minder bekende renners de pijn als eerste zullen voelen. Zo zitten aan het einde van 2020 ongeveer tweehonderd renners uit de World Tour zonder contract. Onder hen Chris Froome, Greg Van Avermaet en Michal Kwiatkowski.

Aflopende contracten

Eelco Berkhout, eigenaar van SEG Cycling, ziet de gevaren. Met SEG begeleidt hij onder meer toprenners als Bauke Mollema en Niki Terpstra, wier contracten bij Trek en Total Direct Énergie eveneens aflopen. “Voor jongens met aflopende contracten is het een onzekere tijd. Niet voor de toprenners, wel voor de groep daaronder,” zegt Berkhout. “Een renner moet zich kunnen onderscheiden om een contract te verdienen. Een streep door de Tour zou ramp­zalig zijn. Dan kun je in een situatie komen dat salarissen van de renners naar beneden gaan. De Tour is voor sponsors hét moment om de miljoenen die ze investeren terug te verdienen.”

Tourorganisator ASO staat te boek als arrogant, eigengereid en hebzuchtig. Het verklaart waarom Tourdirecteur Christian Prudhomme van geen wijken wil weten en nadenkt over ­alternatieven. Maar hoe raar het ook klinkt: stel dat de renners in juli door Frankrijk fietsen, dan is dat misschien wel de redding van het hele ­peloton.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden