Plus

Componist Von Biber had een speelse geest die experimenteerde

Heinrich Franz ­Ignaz von Biber was een zeer avontuurlijke componist die het experiment niet schuwde en zijn tijd in veel opzichten ver vooruit was. Zijn magnus opus is zaterdag in het Concertgebouw te horen.

Heinrich Franz ­Ignaz von Biber was de opmerkelijkste en de avontuurlijkste componist van de tweede helft van de zeventiende eeuw Beeld Wikicommons

Van zijn vader Leopold moest de jonge Mozart maar eens goed kijken naar de muziek van Biber, want van hem viel veel te leren. Dat had de oude Leopold goed gezien. Heinrich Franz Ignaz von Biber, die vijftig jaar vóór Bach leefde, mag je zonder overdrijven de opmerkelijkste en de avontuurlijkste componist van de tweede helft der zeventiende eeuw noemen. Goed beschouwd was hij de Charles Ives of John Cage van zijn tijd, omdat hij in zijn muziek dingen deed die niemand nog had gedaan, of misschien zelfs zou hebben overwogen.

Biber had een speelse geest, zoveel is zeker, en die speelsheid ligt ongetwijfeld aan de basis van veel van de noviteiten die hij introduceerde.
Om er een paar te noemen: in de Battalia à 10, een achtdelig stuk voor strijkers uit 1673, horen we voor het eerst in de muziekgeschiedenis toonclusters.

Die klinken in deel zeven, dat nogal plastisch Die Schlacht heet, waarin ook kanon-, pistool- en geweerschoten worden geïmiteerd door de snaren met een scherpe tik op de toets van de instrumenten te laten knallen. Dit effect ging in de twintigste eeuw het Bartók-pizzicato heten, maar het had eigenlijk naar Biber vernoemd moeten worden natuurlijk.

Papier tussen snaren
In het tweede deel van de Battalia, dat de titel Die liederliche Gesellschaft von allerley Humor draagt, introduceert Biber acht verschillende melodieën in zeven verschillende toonsoorten en ritmes, die hij door elkaar laat klinken, waarmee hij de verschillende liedjes die de soldaten in het kamp zongen of floten, imiteerde. Poly­tonaliteit en polyritmiek, meer dan tweehonderd jaar vóór de experimenten van Ives!

In deel vier, Der Mars, klinkt het geluid van een snarentrommel, dat Biber laat veroorzaken door papier tussen de snaren van de bassen te klemmen.

En dan zijn er nog de stukken waarin Biber uitgebreid gebruikmaakt van alternatieve vioolstemmingen, met als pièce de résistance de ­Rosenkranz-Sonaten, drie cycli van vijf sonates voor viool solo, waarvoor het instrument voor elk deel moet worden verstemd. (Handig is het niet. De stukken worden dan ook alleen door de grootste durfallen uitgevoerd.)

Opleving
Biber was vanaf 1679 de Kapellmeister van de aartsbisschop van Salzburg, Maximilian von Kuenburg. In die positie was hij verantwoordelijk voor de muziek aan het hof en in de kathedraal. Maar zijn faam als violist was nog veel groter.

Volgens de Britse muziekhistoricus Charles Burney, die als eerste het Europese muziekleven in kaart bracht en veel door de landen die ertoe deden had gereisd, was Biber 'de beste violist' van de zeventiende eeuw en waren zijn solo's 'the most difficult and most fanciful of any I have seen of the period'.


Bibers faam heeft ook nog even voortgeduurd, getuige de belangstelling van Leopold Mozart. Ook Bach moet zijn werk hebben gekend en gewaardeerd. In de negentiende eeuw begon die roem te vervagen. Pas ver in de vorige eeuw kwam er weer een opleving, door toedoen van violisten als Andrew Manze en Reinhard Goebel. Bibers griezelig virtuoze vioolstukken zijn inmiddels meervoudig op plaat en cd gezet.

Krankzinnig stuk
Het is buitengewoon verheugend dat dirigenten nu ook steeds vaker hun oog laten vallen op Bibers kerkmuziek. Komend weekeinde is in de NTR ZaterdagMatinee zelfs zijn magnus opus te horen, de Missa Salisburgensis, een krankzinnig stuk voor koor en orkest voor 53 verschillende stemmen. Het stuk was lang zoek en kwam pas in 1870 boven water in het huis van een groenteboer in Salzburg. Hij had het papier bijna gebruikt om de tomaten en de kroppen sla in in te pakken.

De Missa Salisburgensis is zowel in het oeuvre van Biber als in de geschiedenis van de kerkmuziek een uniek stuk, vanwege de omvang en de manier waarop de vocale en instrumentale krachten worden ingezet.

Beter live
Biber deelt het orkest en de koren op in kleinere ensembles, die hij vanaf verschillende plekken in de kathedraal van Salzburg met elkaar liet samenzingen. Dit spelen met ruimtelijkheid was op zich niet nieuw. Het idee van de cori spezzati (opgesplitste koren) was al aan het einde van de zestiende eeuw uitgevonden door Adriaan Willaert en ­Giovanni Gabrieli in de Basilica San Marco in Venetië, maar de schaal waarop Biber het toepaste, was wel ongehoord.

Wie zoekt, kan het stuk nog op cd vinden, in uitvoeringen van Ton Koopman en zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir en van Musica Antiqua Köln en het Gabrieli Consort & Players (met Reinhard Goebel en Paul McCreesh), maar als je nou één stuk beter live kunt horen, is het dit.

Collegium 1704 en Collegium Vocale 1704 o.l.v. ­Václav Luks, met Bibers Missa Salisburgensis, ­zaterdag in het Concertgebouw (14.15 uur).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.