Plus

Componist Chiel Meijering: 'In het strijkkwartet zit alles'

Het strijkkwartet - voor twee violen, altviool en cello - is een gevreesd genre. In Amsterdam vindt de eerste Strijkkwartet Biënnale plaats. 'Je kunt je nergens achter verstoppen.'

Beeld Tzenko Stoyanov

Amsterdam hééft het: na de zeer succesvolle Cello Biënnale is er nu ook de Strijkkwartet Biënnale, van 27 ­januari tot en met 3 februari in het Muziekgebouw aan 't IJ. ­

Gezien de rijkdom van het strijkkwartet­repertoire en de hoge kwaliteit van alleen al de Nederlandse kwartetten (Dudok, Ruysdael, Ragazze, Matangi, enzovoort) hoef je geen al te heldere glazen bol te hebben om te durven voorspellen dat ook dit festival een groot succes zal worden.

De Strijkkwartet Biënnale biedt 32 concerten van gerenommeerde kwartetten, met elke ochtend een stuk van Joseph Haydn, een van de aartsvaders van het eerbiedwaardige genre, en als dagafsluiting steeds een van Beethovens late kwartetten, waarmee hij het genre naar nog steeds onovertroffen hoogten voerde.

Daartussendoor: masterclasses, lezingen en concerten van eersteklas strijkkwartetten uit binnen- en buitenland. Zij spelen ­muziek van Johannes Ockeghem, Schubert en Schumann tot Janá¿ek, Ives, Crumb, Ligeti, Widmann en de Nederlanders Louis Andriessen en Mayke Nas.

De keuzestress slaat nu al in alle hevigheid toe. Aan vier Nederlandse componisten vroegen we wat hun gedachten zijn over het strijkkwartet, dat sinds Beethoven de lat zo onmogelijk hoog legde misschien wel het meest geliefde, meest bewonderde en ook meest gevreesde genre in de klassieke muziek is.

"In het strijkkwartet zit alles," zegt Chiel Meijering (63). "Zoals in de piano in wezen het orkest zit, heb je in het strijkkwartet met de bas, het midden en de topstem het volle bereik. Een volmaakte eenheid, met een homogeen geluid. Maar je moet wel goede strijkers hebben. Bij intonatieproblemen is mijn droom meteen verstoord."

Meijering is in Nederland de keizer van het kwartet. Hij schreef er 156, waarvan er overigens geen enkele op de Strijkkwartet Biënnale staat geprogrammeerd. Thuis, in Amsterdam-Oost, net terug van concerten in Rusland, Amerika en Canada, haalt hij z'n schouders erover op. "Van Nederland moet mijn muziek het allang niet meer hebben."

Maar gezien zijn productie moet Meijering als eerste aan het woord komen. Hij was twintig toen hij als leerling van Ton de Leeuw aan de slag ging met zijn eerste strijkkwartet, 6 Months of life. "Dat was de tijd van het Gaudeamuskwartet. In het stuk had elk instrument een eigen tempo."

Chiel Meijering: 'Als een kwartet langer duurt dan drie minuten, ga ik me als luisteraar vervelen'Beeld .

6 Months of life duurde een halfuur, maar zijn laatste 150 kwartetten nog maar een minuut of drie. "Als het langer duurt, ga ik me als luisteraar vervelen," zegt Meijering. "Die drie minuten is voor mij een perfect formaat om een verhaal te vertellen."

Staat u nog achter dat eerste kwartet?
"Ik denk dat niemand meer zit te wachten op een ingewikkeld soort Elliott Carterstuk."

Het strijkkwartet wordt als een heilig genre beschouwd. Vindt u dat ook?
"Mensen doen er chic over ja. Maar voor mij hoort alle klassieke muziek bij de hypocriete middenklasse. Het is fake. Daar heb ik me altijd tegen verzet, ook door mijn stukken luchtige titels te geven. De pure, primitieve emoties zijn weggestopt. Die krijg je bij musici alleen los door ze als componist in je muziek bewust veel testosteron te laten aanmaken."

"De geciviliseerde mens is braaf, ­gesteriliseerd en gedomesticeerd. Het wilde beest komt in hem los in stukken als de Sacre du printemps. Het oer-achtige, dat je in de popmuziek nog wel vindt, wil ik ook in mijn klassieke muziek hebben."

Aarzelde u om aan een strijkkwartet te beginnen, vanwege die heiligheid?
"Neuh, totaal niet. Het Mondriaan Kwartet en het Matangi Kwartet, die echt aanjagers voor me zijn geweest, hadden dat heilige ook helemaal niet."

Wat zijn de moeilijkheden bij het componeren van een strijkkwartet?
"Je moet zorgen dat de tweede viool en de altviool interessante partijen hebben. Als je ze alleen maar vulstemmen laat spelen, is dat gekmakend. Maar je moet het ook weer niet dichtsmeren. Ik heb veel aan housemuziek. Als je ­ergens opeens de bassen weglaat, stijgt de muziek op. Dat soort trucs kun je gebruiken. Er zit heel veel creativiteit in die dancemuziek."

"En verder heb ik zelfcensuur afgeleerd. Je moet alles toestaan. Rot op met goede smaak. Je bent een product van de tijdgeest, je persoonlijkheid, de staat van je emoties en dat is de mix waarbinnen dingen gebeuren. Toevallig maak je soms een geniaal stuk, maar meestal niet. Bovendien bepaal je dat niet zelf, maar de tijd."

"Om die ­reden geloof ik ook nauwelijks in programmeurs en artistiek leiders. Het eerste waarnaar ze kijken is de historie, terwijl dat het eerste is wat je moet wegschoppen als je vrij wilt zijn. Die housejongens hebben geen idee van de ­muziekgeschiedenis. Dat is fris. Naar onsterfelijkheid streven is zinloos. Daarom trek ik me ook nooit iets aan van kritiek of normen. Totaal schijt aan."

Heeft u een lievelingsstrijkkwartet?
"Ik vind het kwintet van Schubert altijd heel mooi."

Strijkkwartet Biënnale Amsterdam, van 27/1 tot en met 3/2 in het Muziekgebouw aan 't IJ. Voor programma: www.sqba.nl

'Ik vind een strijkkwartet een fijne bezetting, het rijke palet geeft me veel mogelijkheden'

Willem Jeths (58), voormalig componist des vaderlands

Is het strijkkwartet een heilig genre voor u, gezien zijn ­muziekgeschiedenis?
"Dat is een beetje het odium dat het genre heeft, waar dan clichés bij horen als 'het moeilijkste wat er is' en zo. Het is natuurlijk ook geen onzin, want de grote componisten hebben de meest fantastische strijkkwartetten geschreven en daarmee word je toch geconfronteerd als je er zelf een wilt componeren."

Wat zijn de specifieke moeilijkheden van het strijkkwartet voor een componist?
"Ik denk het contrapunt. Je wordt met je neus op de feiten gedrukt. Het is stem tegen stem, noot tegen noot, dus het moet een goed bouwwerk worden, ook harmonisch. Je kunt je nergens achter verstoppen. Het is constant schakelen tussen ­solistisch, contrapuntisch en harmonisch denken. Je wordt echt op de proef gesteld. Je moet een proeve van bekwaamheid leveren, met het gevaar dat je door de mand valt."

"Daarom durft niet ­iedereen eraan te beginnen. Het genre heeft ook iets chics. Jouw kwartet wordt bij concerten altijd ingebed tussen onsterfelijke meesterwerken. Beethoven bijvoorbeeld. Maar dat is ­tegelijkertijd nogal angstaanjagend."

Wat is uw lievelingskwartet?
"Ik vind het derde kwartet van Schumann erg mooi. Daar refereer ik ook aan in mijn tweede kwartet, Un vago riccordo, 'een vage herinnering'. Ik wilde geen citaten gebruiken, maar wel de gestiek van Schumann laten horen."

Hebt u een lievelingsensemble?
"Het Kronos Quartet moet ik als eerste noemen, omdat het zo'n waanzinnige eer was door hen te worden gevraagd. Ik was ook dol op het Raphael Kwartet. Ook het Ruysdael vind ik erg goed. In het buitenland het Artemis. Ach, er zijn er zo veel. Ik zou trouwens heel graag een vierde strijkkwartet schrijven. Maar ik ben een beetje druk met een opera op dit moment."

Componist Willem JethsBeeld Marc Driessen

Louis Andriessen (78)

Is het strijkkwartet een heilig genre voor u?
"Het woord heilig vind ik misplaatst, hoor. Mij zegt het in elk geval weinig, ook al omdat er door anderen allerlei ­rare stukken zijn geschreven die dat 'heilige' onderuithalen, bijvoorbeeld door John Cage."

Er is dus geen extra aarzeling er eentje te schrijven?
"Vlak voordat ik in Den Haag bij Kees van Baaren ging studeren, begon ik heel onbevangen aan een strijkkwartet. Twee delen. Beetje Stravinsky-achtig. Maar een pianoconcert is natuurlijk ook geen pretje. Dat heb ik nog nooit gepresteerd. En ik denk ook niet dat het ervan zal komen."

Wat zijn de moeilijkheden bij een strijkkwartet?
"Je moet wel iets weten van streektechniek. Daar was ik slecht in, want er waren bij ons thuis geen strijkers. Ja, mijn oudste broer, die cello speelde, maar hij werd uiteindelijk architect. Ik heb veel gehad aan adviezen van Reinbert de Leeuw, want die had geloof ik twee jaar viool als bijvak gedaan."

Wat is uw lievelingskwartet?
"Beethovens Grosse Fuge heeft natuurlijk wel een eigenaardig soort koninklijk aura. Stravinsky noemde dat stuk niet voor niets de Sehr Grosse Fuge."

Componist Louis AndriessenBeeld Inge van Mill/ANP

Mayke Nas (45), componist des vaderlands

Is het strijkkwartet een heilig genre voor u?
"Nee. Voor mij is het een set instrumenten zoals elke andere en dus met zijn eigen karakteristiek en mogelijkheden, net zoals een kwartet van bazooka, piano, klavecimbel en triangel dat zou zijn. Ik heb dus evenveel koudwatervrees voor een strijkkwartet als voor elke andere combinatie."

Wat zijn de moeilijkheden bij een strijkkwartet?
"Ik vind een strijkkwartet een fijne bezetting, je kunt er alle kanten mee op. Slagwerkachtig, tokkelen, lyrisch zingen, kraken, knarsen. Het rijke palet geeft me veel mogelijkheden."

Wat is uw lievelingskwartet?
"Ik vind de Bagatellen van Anton Webern waanzinnig mooi. Hij spreekt het hele palet aan en ook nog eens in een heel gecondenseerde vorm. Hij haalt de volledige kleurenrijkdom eruit, zelfs als een deeltje maar 20 seconden duurt. Het zijn geslepen diamantjes."

Mayke Nas (45), componist des vaderlandsBeeld Marc Driessen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden