Commissie bevestigt misbruik bij Castrum Peregrini

Onafhankelijk onderzoek laat weinig ruimte voor twijfel: in het Amsterdamse cultureel genootschap Castrum Peregrini was sprake van seksueel misbruik van ­jongens. De zaken zijn inmiddels verjaard.

Wolfgang Frommel links

Het is aannemelijk dat er sprake was van seksueel misbruik en machtsmisbruik in de kring rondom de Duitse dichter Wolfgang Frommel, die een mannengemeenschap stichtte in Castrum Peregrini aan de Herengracht.

Het is voorgekomen dat Frommel en een van zijn vrienden bij dit misbruik bedwelmende middelen als slaapmiddelen en alcohol gebruikten. Onder de zeker tien slachtoffers waren jongens - en ook meisjes - tussen de 12 en 16 jaar.

Dit stelt de onderzoekscommissie 'Misbruik Castrum Peregrini 1942-1986', die vanaf begin januari van dit jaar de omvang en aard van het misbruik heeft onderzocht. In de commissie zaten de oud-rechters Frans Bauduin en Martien Diemer, die de zaak van kindermisbruiker Robert M. hebben behandeld.

Frommel (1902-1986) streek voor het uitbreken van de oorlog neer in het huis van Gisèle d'Ailly, kunstenares en vrouw van burgemeester D'Ailly, beschermvrouwe van het geheimzinnige Castrum Peregrini, en stichtte er in 1958 een mannengemeenschap, die bestond uit gevoelige en kwetsbare jongens.

Als 'jongenspedagoog' voedde hij zijn 'zonen' op met het lezen, voordragen en schrijven van gedichten. Daarbij stond hem een 'relatie' voor ogen waarin ook plaats was voor erotiek. Tijdens feestavonden droegen de jongens bloemenkransen over hun lange haarlokken.

(Tekst gaat door onder foto).

Leden van Castrum Peregrini in de jaren 40, met rechts in het midden oprichter Wolfgang Frommel. Beeld Archief Castrum Peregrini Amsterdam

Castrum Peregrini werd beschreven in de vorig jaar verschenen biografie De eeuw van Gisèle van Annet Mooij, over Gisèle d'Ailly-van Waterschoot van der Gracht (1912-2013).

'Jongensbordeel'
Geruchten over het illustere gezelschap, waaruit een tijdschrift en uitgeverij ontstonden, deden al langer de ronde, totdat enkele jaren geleden oud-volgelingen een boekje opendeden en bekendmaakten dat zij waren ingewijd met seks. Oudere heren, aldus een van hen, waanden zich in een jongensbordeel.

In het rapport staat dat het aannemelijk is dat anderen binnen de kring van Frommel zich in de periode 1942-1986 ook schuldig hebben gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dit gebeurde in en buiten Nederland.

De commissie onderzocht het misbruik in opdracht van het bestuur van de Stichting Castrum Peregrini en deed een oproep aan een groot aantal personen die erbij betrokken waren. Niet alle betrokkenen reageerden daarop.

Een aantal seksuele handelingen valt onder de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht, maar is inmiddels verjaard. Mogelijke verdachten leven niet meer.

Slachtofferhulp
Tijdens de bezetting bood Gisèle d'Ailly onderdak aan Frommel en twee Joodse onderduikers. In de onderduikperiode moet zij, stelt de onderzoekscommissie, weet hebben gehad van wat zich in haar huis afspeelde. Maar zij kon aan het verblijf in haar woning geen einde maken zonder hen en zichzelf ernstig in gevaar te brengen, aldus de commissie.

Annet Mooij Beeld Michiel van Nieuwkerk

Na de bevrijding zette ze Frommel niet haar huis uit. Veel van het seksueel misbruik werd voor haar en anderen verborgen gehouden. 'Een zekere morele verantwoordelijkheid kan haar niet helemaal worden ontzegd.'

De onderzoekscommissie beveelt het bestuur aan om het misbruik van destijds te erkennen. 'De stichting zou volledig afstand moeten nemen van het beladen verleden.' De commissie beveelt ook hulp en genoegdoening aan; ze verwijst slachtoffers naar Slachtofferhulp Nederland en het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Gisèle d'Ailly Beeld Rink Hof

'De conclusie is schokkend'

Biografe Annet Mooij: 'De conclusie verbaast me niet, die is ­gebaseerd op mijn boek. Dit ­onderzoek was nuttig en nood­zakelijk; er moest een fatsoenlijk antwoord komen. Veel is niet met zeker­heid te stellen. Je moet afgaan op herinneringen en verhalen, maar alle verhalen wijzen nu in dezelfde richting."

Woordvoerder Frans Damman van Castrum Peregrini: "We zijn er stil van. De conclusie is schokkend. De bedwelmende middelen zijn voor ons nieuw. We erkennen het misbruik en volgen de aan­bevelingen op. Onze stichting krijgt een andere naam en gaat voortaan 'Het huis van Gisèle' heten."

Oud-volgeling Frank Ligtvoet, die twee jaar lang voor erkenning van het systematische misbruik bij Castrum Peregrini streed laat schriftelijk vanuit New York weten:

"Het is erg belangrijk dat het criminele seksueel en ander misbruik bij Castrum door Wolfgang Frommel en zijn kring nogmaals door een onafhankelijke commissie is aangetoond. Sommige ernstige feiten waren tot nu toe niet bekend. Er komen echter steeds nieuwe gevallen aan het licht, dus het rapport is niet het eind van het verhaal.

Dat de huidige directie van het misbruik niet geweten zou hebben is gezien de intieme vriendschapsrelatie die directeur Defuster met een van de vier in het rapport bij naam genoemde misbruikers had volstrekt ondenkbaar. Ik ben benieuwd welke maatregelen Castrum gaat nemen met betrekking tot de slachtoffers."

Susan Smit, schrijver van het boek Gisèle: "De conclusies in het rapport verbazen me niet. Ik heb voor het schrijven van mijn roman 'Gisèle' uit 2013 ook dingen gevonden die het misbruik suggereerden. Maar ik heb mij er voor mijn roman verder niet in verdiept. Het ging mij om de drie kunstenaars Gisèle, dichter Adriaan Roland Holst en actrice Mies Peters. Ik vraag me ook af hoeveel Gisèle van het misbruik af wist. Het speelde wel onder haar dak maar ze werd ook buiten de mannengemeenschap gehouden. Daarbij was een zekere naïveteit haar niet vreemd."

Over de rol van Gisèle d'Ailly schrijft de commissie 'een zekere morele verantwoordelijkheid kan haar niet helemaal worden ontzegd.' Smit: "Ik durf niet aan te nemen dat Gisèle op de hoogte was en dat zij wist hoe ver het ging. Ook niet gezien haar karakter. Ze had een scherp gevoel voor moraliteit en schreef zich bijvoorbeeld niet in voor de Kultuurkamer."

Joke Haverkorn (84), vriendin van Gisèle en oud-lid van Castrum Peregrini schreef voor het eerst over het seksueel misbruik in een Duitse publicatie in 2013. Zij had een verhouding met de Duitse dichter Frommel en schreef hoe ze als scholier in contact kwam met hem en zijn wereld werd binnengezogen.

'De prachtige wereld van vriendschap en dichtkunst die haar werd voorgespiegeld, wordt in dit boekje als een illusie ontmanteld,' schrijft Annet Mooij in haar biografie over Gisèle.

Over Frommel zei Haverkorn later in de Burnier-biografie 'Metselaar van de wereld: 'Hij had duivelse trekjes. Hij beschikte over een boosaardige seksuele trukendoos. Hij deed zich graag voor als Pan, besloop iedereen en dan was je machteloos. (...) Er zijn veel slachtoffers gevallen, zowel onder jongens als onder meisjes. De meisjes die bij Castrum binnenkwamen leken een beetje op jongetjes.'

Haverkorn: "Ik ben het helemaal eens met het rapport. Het is allemaal waar over het seksueel misbruik en machtsmisbruik. In kunstenaarskringen was dit al bekend. Ik wist alleen niet dat er zoveel waren." Zelf gaat ze niet naar slachtofferhulp, waar de onderzoekscommissie de slachtoffers naar toe verwijst of een schadevergoeding aanvragen.

"Het is niet nodig. Ik ben er niet door gehandicapt toen het in mijn middelbare tijd plaatsvond. Maar ik begrijp het als anderen de hulp wel nodig hebben." Ze hoopt dat Castrum het rapport ter harte neemt.

"En dan is het nu klaar met het verleden en het gedoe. Laten we tijd besteden aan de kunst van Gisèle en een nieuwe start maken, met die mooie nieuwe naam 'Het huis van Gisèle'."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden