Coldplay - Viva La Vida or Death And All His Friends ****

Bij het verschijnen van X&Y werd in diverse media gememoreerd dat de vertraging van de plaat tot een koersval van het aandeel EMI had geleid. Drie jaar later is de financiële inzet nóg dramatischer: het succes van Coldplays vierde studioalbum zou het al of niet voortbestaan van EMI bepalen.

De fameuze platenmaatschappij werd vorig jaar door durfkapitalisten overgenomen en het viertal rond de gevoelige romanticus annex wereldverbeteraar Chris Martin is zo'n beetje de belangrijkste asset van het bedrijf. Coldplay verkocht de afgelopen jaren ruim dertig miljoen albums en wordt gezien als de laatste grote band die dit decennium heeft voortgebracht voordat internet roet in het eten van de muziekindustrie gooide. Viva La Vida zou dan ook de ironisch getitelde laatste strohalm zijn voor EMI, dat eerder grootheden als Radiohead en Paul McCartney verloor, en naar verluidt binnenkort ook van Robbie Williams afscheid moet nemen.

Door al die nadruk op geld, zou je haast vergeten dat Coldplay niet zomaar een zichzelf bijvullende geldautomaat is, maar een band met zowel commerciële als artistieke aspiraties. En dat die twee niet vanzelfsprekend samengaan bleek op X&Y, waarmee Martin cum suis opzichtig probeerde U2 te onttronen. Op het drakerige album werd de niet altijd even subtiele Coldplaysound nog eens aangedikt en dichtgesmeerd tot er niets dan groteske stadionbombast overbleef. De plaat kreeg overwegend vernietigende kritieken, en hoewel er niet één exemplaar minder om verkocht werd, lijkt Coldplay zich het commentaar aangetrokken te hebben. Al maanden geleden gonsde het van de geruchten dat Viva La Vida een experimentele plaat zou worden en dat de band zijn muzikale horizon wilde verbreden, ook al zou dat wellicht fans kosten.

De liefhebbers (en EMI) kunnen opgelucht adem halen. Album nummer vier markeert geen radicale koerswijziging die het uiterste van de luisteraar vraagt, maar het corrigeert wel wat er op X&Y mis is gegaan. Het megalomane groepsgeluid is vervangen door een verfijndere sound waarin de deuren van de echokamer als vanouds wijd tegen elkaar worden opengezet, maar soms ook op een kiertje staan. Bovendien is er ruimte voor andere invloeden dan alleen die van U2.

Voor een belangrijk deel moeten die positieve veranderingen op het conto van Brian Eno worden bijgeschreven. Het voormalig Roxy Musiclid heeft als producer vaker aan de wieg gestaan van koerswijzigingen bij grote bands. Zo tekende hij voor de belangrijkste Talking Headsalbums en was de architect achter het kathedrale geluid op Unforgettable fire en The Joshua tree van U2.

Eno lijkt op Viva La Vida direct zijn visitekaartje af te geven met het instrumentale openingsnummer Life in Technicolor; een elektronisch sonic landscape dat overgaat in een oriëntaals thema en zich uiteindelijk ontpopt tot het vertrouwde Coldplaygeluid. Die proloog gaat naadloos over in Cemeteries of London, waarin een drenzende, in galm gedrenkte, Cocteau Twinsachtige gitaarpartij wordt doorsneden met subtiele percussieve accenten, om te eindigen in verstilde pianomaten.

Het fraaie Lost!, met hiphopbeat en kerkorgel, is duidelijk geïnspireerd door the Arcade Fire, net als het dubbelnummer Lovers in Japan/Reign of love waarin een stuwende basdrum en weidse gitaarpartijen na vier minuten plaatsmaken voor klein aangezette pianoakkoorden en een echo van U2's Edge.

In Yes laat de invloed van de Velvet Underground zich gelden, niet alleen door de jankende vioolpartij die uit John Cales koker lijkt te komen, maar ook vanwege het weemoedige strijkje. Deze buiging naar de Velvets loopt halverwege het nummer uit op een eerbetoon aan My Bloody Valentine: Martins ijle zang verstopt in zware gitaar.

Maar in Yes openbaart zich ook de beperking van Coldplay: de band durft niet voluit te gaan. Had het kwartet alle registers opengetrokken in een orkaan van verzengende noise, dan had dat echt tot een louterend crescendo geleid. Nu lijdt het nummer aan koudwatervrees en tonen de heren zich toch weer de keurige, Britse kostschooljongens.

De band is dan ook op z'n best met ingetogen songs als 42, waarin Martin een licht ontstemde, John Lennonachtige piano bespeelt en dat via een psychedelisch middenstuk naar een poppy einde voert. Ook op Death and all his friends zijn het weemoedige pianoklanken die een aangenaam suggestie van intimiteit wekken, als Martin na sluitingstijd in een verlaten kroeg een weemoedige deuntje op de barpiano speelt en gezelschap krijgt van gitarist Jonny Buckland. Het muzikaal equivalent van de zon, die na een lange donkere nacht opkomt boven bedauwd grasland. Daar staat tegenover dat die ingetogenheid op momenten (o.a. Strawberry Swing) wat al te zeer in gekabbel verzuipt.

Viva La Vida is géén revolutionaire plaat, eerder een waarop de leden van Colplay zichzelf herontdekken. Of het EMI van de ondergang kan redden is de vraag, maar het bewijst in elk geval dat we met Coldplay weer een tijdje vooruit kunnen. (Parlophone/EMI)
(JERRY GOOSSENS)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden