Opinie

'Coffeeshophouders zitten klem tussen de voor- en achterdeur'

De paradoxen in het Nederlandse drugsbeleid worden steeds duidelijker. Bestuurders en rechters worstelen ermee, de minister helpt niet, schrijft Deborah Bruin.

Beeld anp

Het Nederlandse coffeeshopbeleid is het gevolg van een politiek compromis uit de jaren zeventig. Hogere straffen en opsporingsprioriteit voor harddrugs en drugshandel stonden tegenover lagere straffen en opsporingsprioriteit voor softdrugsdelicten en het eigen gebruik van drugs.

Het idee was dat volledige regulering politiek niet haalbaar was. Er zou later een keuze worden gemaakt als er genoeg politiek draagvlak was om drugs helemaal te reguleren of helemaal niet te reguleren.

Deze keuze is nog steeds niet gemaakt en dat heeft geleid tot het paradoxale drugsbeleid dat we nu hebben. Softdrugs mogen worden verkocht als een coffeeshop voldoet aan een aantal voorwaarden (de zogenoemde voordeur), maar ze mogen niet worden geteeld, vervoerd of worden ingekocht (de achterdeur).

Zinkende boot
Door het uitblijven van een keuze blijft de vraag naar cannabis vanuit de consument en coffeeshops toegestaan, maar het aanbod dat daar logischerwijs op volgt, probeert men met man en macht te bestrijden. Toenmalig minister van Justitie Piet Hein Donner beschreef het drugsbeleid als een zinkende boot, het enige wat gedaan kan worden, is blijven hozen om te zorgen dat de boot niet zinkt. Met dit citaat heeft hij niet willen zeggen dat we moeten ophouden met hozen, dan zou de boot immers zinken. Maar waarom blijven we varen met een lekke boot? Is het geen tijd voor een nieuwe boot?

De onhoudbaarheid van het paradoxale beleid wordt steeds duidelijker. Er moet een keuze worden gemaakt. We zijn op het punt beland van buigen of barsten, zwemmen of zinken, kaal of kammen. Wie moet die keuze maken? Idealiter is dat de wetgever. Maar die laat al meer dan dertig jaar op zich wachten.

De huidige minister van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten, wil het gedoogbeleid niet verder liberaliseren maar juist inperken. Juist nu steeds meer landen softdrugs wel legaliseren of het beleid op een andere manier minder streng maken.

Wietpas
De wietpas van Opstelten is inmiddels afgeschaft. Het ingezetenencriterium, waardoor alleen ingezetenen van een Nederlandse gemeente een coffeeshop mogen bezoeken, is landelijk ingevoerd. In veel gemeenten, waaronder Amsterdam, wordt het niet gehandhaafd, omdat er geen problemen zijn met drugstoeristen of omdat die problemen op een andere manier worden tegengegaan.

Donderdag heeft Opstelten in een overleg met de Kamercommissie voor veiligheid en justitie gezegd dat wat hem betreft ook Amsterdam het ingezetenencriterium moet gaan handhaven en toeristen die een coffeeshop willen bezoeken zal moeten weren. Daarmee lijkt het beloofde lokale maatwerk voor het lokaal gezag beperkt te worden tot een minimum.

Ondertussen worstelen zowel de rechterlijke macht als het lokale gezag met de paradoxale situatie dat de verkoop via een coffeeshop wordt toegestaan, maar de daarvoor noodzakelijke handelingen van telen en inkoop actief worden opgespoord en vervolgd. Een coffeeshopondernemer mag 500 gram in de coffeeshop hebben als verkoopvoorraad. Het brengen, opslaan en inkopen is strafbaar.

Wel strafbaar, geen straf
Sinds 2012 hebben rechters meerdere uitspraken gedaan die erkennen dat de handelingen aan de achterdeur strafbaar zijn, maar dat er geen straf zal worden opgelegd omdat deze handelingen nodig zijn om een gedoogde coffeeshop te exploiteren. De meest recente stap in deze reeks is de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van donderdag. Er werd geen straf opgelegd aan 'modeltelers' die kweekten voor gedoogde coffeeshops.

Het gaat in deze zaken om ondernemers die zich hebben ingespannen om zoveel mogelijk aan wet en regelgeving te voldoen en die op eerlijke wijze voor gedoogde coffeeshops handelingen verrichten aan de achterdeur. Door deze ondernemers of telers wel te veroordelen maar geen straf op te leggen, probeert de rechter met de beperkte middelen die hij heeft een paradox op te lossen, in afwachting van actie van de wetgever.

Ook de burgemeesters roeren zich. Meer dan vijftig gemeenten hebben zich geschaard achter het Joint regulation manifest. Hier en daar ontluiken initiatieven tot gemeentetuinen. Een groot deel van de gemeenten handhaaft het ingezetenencriterium niet. De minister heeft echter een andere koers gekozen en daarmee lijken we vast te zitten. De handhavers, ondernemers, consumenten en het lokaal gezag moeten afwachten wat de volgende regering gaat brengen, terwijl de boot steeds meer water maakt.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Beeld Eigen foto
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden