Plus

Coen Teulings: 'De stad is mooier en dus duurder'

Het economische succes van Amsterdam heeft keerzijdes. De Amsterdammer moet inschikken en het leven in de stad wordt duurder. De ongemakkelijke waarheid van macro-econoom Coen Teulings is: iedereen móet ook inschikken en het leven wórdt nog duurder. En dat is niet altijd erg.

Beeld Alexander Schippers/ ANP

Coen Teulings (60) bel je normaliter voor andere onderwerpen dan de stad Amsterdam. Hij staat bekend om zijn uitspraken over rekenrentes, of voor een opinie over de houdbaarheid van de Italiaanse staatsschuld, de logische wereld van een macro-econoom. Nogal een contrast met het emotionele debat over de vraag: 'Van wie is de stad?'

Toch doet Teulings al lang onderzoek naar de ontwikkeling van steden. Desgevraagd geeft hij graag een lesje macro-economie in de Amsterdamse context. "Als het Concertgebouworkest nog beter gaat spelen, willen mensen nog liever hier wonen en stijgt de waarde van mijn huis. Daar doe ik geen flikker voor. Hoi!", zegt hij ironisch, terwijl hij in de werkkamer van zijn woning aan de Willemsparkweg zijn handen in de lucht steekt.

"Aan mijn fantastische kwaliteiten heeft het totaal niet gelegen." Voor emoties moet je niet bij Teulings zijn, wel voor feiten.

Herrijzenis
De stijgende huizenprijzen zijn volgens Teulings direct gevolg van de wederopstanding van de stad, een internationaal fenomeen waar ook metropolen als New York, München, Milaan en Parijs van profiteren. De tweede helft van de vorige eeuw fascineert hem daarom enorm.

"Tussen 1960 en 1988 is Amsterdam twintig procent van zijn bevolking kwijtgeraakt en zat in een diep dal. Huiseigenaren vonden het de moeite niet waard om hun pand te onderhouden, indus­trieterreinen stonden leeg. Kijk naar ADM, Werkspoor en de NDSM. Mijn vrouw kocht in die tijd een pand op de Herengracht en voor haar zat er een leerlooier in. Dat is niet meer voor te stellen, maar dat soort bedrijvigheid verdween toen pas uit de binnenstad."

Volgens Teulings is de herrijzenis grotendeels te danken aan de komst van doorbraaktechnologie, een uitvinding die het economische systeem helemaal omgooit en tot fundamentele veranderingen leidt in de economie en het dagelijks leven. Denk aan de introductie van elektriciteit in de jaren twintig, en het internet dat eind jaren tachtig opkwam.

Internet
"De IT deed zijn intrede, je zag op een aantal plekken in de stad een concentratie aan IT-bedrijven ontstaan. Die wilden bij elkaar zitten, omdat ze dingen van elkaar afkijken en personeel pikken."

Dat is volgens Teulings het geheim achter het succes van steden zoals we dat tegenwoordig zien. Kijk naar je eigen e-mailbox, zegt hij: "Je kunt mailtjes naar de andere kant van de wereld sturen, maar je inbox zit vol met berichten van mensen uit de kamer naast jou. Mensen zoeken nabijheid."

En waarom die IT-bedrijven voor deze stad kozen? Veel Amsterdammers waren laagopgeleid, ondanks de aanwezigheid van twee universiteiten. "Het was een arbeidersstad, maar de laatste decennia is het opleidingsniveau van Amsterdam sneller gestegen dan in de rest van het land. Dat is essentieel: je profiteert het meest van andere mensen met goede ideeën. Het is de uitwisseling van gedachten die de stad tot een succes maakt."

In 1988 zag Teulings dat bedrijventerrein Amstel III moeiteloos werd volgebouwd. Dat was het eerste signaal dat de stad weer ging groeien. Die groei heeft onverminderd volgehouden, zelfs de financiële crisis was volgens Teulings 'slechts een kleine verstoring in deze trend'.

De Amsterdammers hebben tientallen jaren enorm geprofiteerd. Beter werk, meer winkels, lekkerder eten in restaurants: allemaal te danken aan de steeds grotere concentratie van mensen.

Inmiddels zijn de consequenties van die jarenlange welvaartsstijging voelbaar. Keiharde economische logica: als wonen aantrekkelijk wordt en de ruimte schaars, gaan de prijzen per vierkante meter omhoog.

Wat wringt er?
"De voordelen van booming Amsterdam komen vooral terecht bij huiseigenaren. Meestal Nederlanders, voor een marginaal deel buitenlanders en voor een veel groter deel woningcorporaties die schathemeltjerijk zijn geworden. En voor een groot deel ook de gemeente die via erfpacht een deel weer terugkrijgt. In de basis werkt dit stelsel behoorlijk goed."

Erfpacht is daarom essentieel in het economisch model van succesvolle steden. "Hoe meer de gemeente z'n best doet om de stad mooier te maken, hoe hoger de grondwaarde."

Heeft succes in dit geval ook niet een keerzijde? Dat woningprijzen stijgen en veel mensen zich dus geen woning meer kunnen permitteren? De econoom in Teulings zegt dat het de consequentie is van een aantrekkelijke, gewilde omgeving.

Alternatief
"Is er een alternatief? Moeten we de stad dan minder mooi maken, zodat het daardoor minder duur wordt? Dat zou een vreemde reactie zijn. Natuurlijk moet Amsterdam zo mooi mogelijk zijn, dat is goed voor de stad, goed voor het land. Als wij een stad zijn waar iedereen wil wonen, dan gáán de prijzen omhoog."

Teulings voelt ook wel dat er iets wringt. Erfpachters mogen een deel van de waardestijging van de grond onder hun woning houden; ze hoeven immers niet het volle pond aan de gemeente te betalen. Hoewel het indruist tegen de economische logica, vindt Teulings dat wel redelijk.

"Zittende bewoners moet je laten profiteren, een beetje insider/outsider is onvermijdelijk, de mensen gaan ook stemmen."

Uithoorn misschien beter
Dat principe zou dan ook moeten gelden voor de huursector. "Het is een beetje gek dat wij tegen hen zeggen: u betaalt een marktconforme huur en alle voordelen gaan naar de eigenaar. Je zult een manier moeten vinden om daarmee om te gaan, om de huurder te laten meeprofiteren van het enorme voordeel van wonen in Amsterdam."

Die logica van stijgende prijzen zou niet alleen voor woningen moeten gelden. "Schaarse grond zou de auto onaantrekkelijk moeten maken. Die is een ruimtevreter, zowel qua parkeren als qua infrastructuur met al die brede wegen. Maar kijk eens naar de prijs van een parkeervergunning, die is zo laag dat je beter van administratiekosten kunt spreken. Hier op de Willemsparkweg zou 5000 euro per jaar meer in de buurt komen."

Met vragen over hoe de kinderen dan naar voetbal moeten of naar oma buiten de stad, moet je bij Teulings niet aankomen. Als mens en vader heeft hij te maken met precies dezelfde dilemma's. Maar als econoom kan hij er weinig mee.

"Het is een vreemde situatie: we subsidiëren autobezitters, huishoudens met lage inkomens zonder auto betalen mee aan mijn parkeerplaats, want de gemeenschap loopt inkomsten mis. De prijs van een vergunning moet dus omhoog."

En voordat autobezitters gaan steigeren, wijst Teulings erop dat we dit principe wel toepassen op andere aspecten van het leven. "Kijk, als je veel geld hebt dan kan alles. Maar voor de auto zou hetzelfde moeten gelden als voor een tuin: als je die wilt hebben, moet je niet op de Herengracht gaan wonen. Dan is Uithoorn misschien beter."

Coen Teulings is macro-econoom en woont in Amsterdam-Zuid. Beeld -

Evengroot als Parijs, minder mensen
Hij wijst op Parijs, waar het gebied dat wordt omsloten door de Boulevard Périphérique dezelfde afmetingen heeft als Amsterdam binnen de Ring, maar waar meer dan zes keer zoveel mensen wonen. Het kan dus allemaal in een nog hogere dichtheid wil hij maar zeggen. "Als ik een taxi bel, staat die in Rotterdam na 20 minuten voor de deur, in Utrecht duurt dat iets korter en in Amsterdam minder dan vijf minuten. Van de agglomeratievoordelen profiteren we allemaal."

Die trend gaat nog wel even door. En dat betekent: kleinere appartementen in een hogere dichtheid, met snel en goed openbaar vervoer in plaats van auto, hoe moeilijk die veranderingen ook zijn. Volgens veel politici 'onaanvaardbaar', maar Teulings denkt dat het onontkoombaar is.

"Een ongemakkelijke waarheid. Maar het is hier nog altijd veel goedkoper dan elders in Europa. De gemiddelde buitenlander denkt: wat is dit een zalige stad. Volgens mij denkt de gemiddelde Amsterdammer dat eigenlijk ook, hoewel ze natuurlijk altijd kankeren. Dat doe ik ook."

CV Prof.dr. C.N. Teulings

- 1977 gymnasium, Fons Vitae
- 1990 promotie economie UvA
- 1985-1995 onderzoeker
- 1995-1998 Hoofd afdeling inkomensbeleid ministerie Sociale Zaken
- 1998-2004 hoogleraar economie Erasmus Universiteit Rotterdam
- 2004-2006 directeur SEO Economisch Onderzoek
- 2006-2013 directeur Centraal Planbureau
- 2004-2017 hoogleraar economie UvA (2013 University of Cambridge)
- 2018 - heden Universiteitshoogleraar Universiteit Utrecht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden