Plus

Chocolatemakers in Noord groeit uit zijn jasje

In de ieniemieniefabriek in Noord groeit Chocolatemakers uit zijn jasje. De uitweg voor de duurzame chocoladefabrikant: een nieuwe, toegankelijke fabriek in Amsterdam én eentje in Peru.

Enver Loke: 'We behandelen de boeren als gelijkwaardige partner' Beeld Charlotte Odijk

Op de cacaomarkt is het de wereld op zijn kop. Al volgend jaar opent in Peru een fabriek die per jaar 1000 ton cacaomassa kan produceren. De fabriek is voor 70 procent eigendom van een boerencoöperatie van Awajúnindianen en voor 30 procent van de Amsterdamse chocolade­fabrikant Chocolatemakers.

"Het wordt echt hún fabriek," zegt Enver Loke, met Rodney Nikkels sinds 2011 de drijvende kracht achter Chocolatemakers.

Dat is radicaal anders dan de manier waarop de kaarten nu zijn geschud in de wereldhandel, met cacaobonen die uit landen als Ivoorkust, Ghana en Ecuador worden verscheept naar Amsterdam -de grootste cacaohaven van de wereld - om in de Zaanstreek te worden verwerkt.

In plaats daarvan worden de in Peru verbouwde cacaobonen straks ter plekke gebrand en vermalen. In containers vindt de cacaomassa dan zijn weg naar de chocoladefabrieken in Europa en Noord-Amerika.

Paternalisme uit de jaren vijftig
Dat scheelt gewicht en de cacaodoppen kunnen meteen terug naar de plantages, zodat de grond minder snel uitgeput raakt. Maar belangrijker: een groter deel van de opbrengst blijft in Peru.

"We behandelen de boeren als gelijkwaardige partner," zegt Loke. Vooral dat is het verschil met de grote chocoladefabrikanten, maar ook met de merken die 'fair trade' beloven. Met de kleine premie die zij betalen boven op de wereldmarktprijs voor cacao schieten de boeren niet veel op nu de prijs weer diep weggezakt is, zegt Loke.

"Het is paternalisme uit de jaren vijftig. Ze worden behandeld als arme, zielige cacaoboeren."

Enver Loke, een van de drijvende krachten achter Chocolatemakers, bij de machine die de chocolade mengt Beeld Charlotte Odijk

In plaats daarvan gaat Chocolatemakers voor lange tijd met de tweeduizend kleine cacaoboeren in zee, bijvoorbeeld door te zorgen dat hun de nieuwste teelttechnieken worden geleerd. Dat is ook een manier om te voorkomen dat de cacaoteelt eindigt in roofbouw - ten koste van de boeren en hun gezinnen, maar ook van het tropisch regenwoud aan de randen van het Amazonegebied, uiterst kwetsbaar voor ­bodemerosie.

Verbintenis
De Awajún zouden niet het eerste inheemse volk zijn dat zijn bosconcessie verkoopt aan houtkapbedrijven. "We willen ze een economische uitweg bieden omdat het anders al heel snel uitloopt op de kap van het regenwoud."

De vaste verbintenis met boerencoöperatie NorAndino is voor Chocolatemakers alleen al noodzakelijk omdat de fabriek precies wil weten waar de cacao vandaan komt. Want Loke en Nikkels willen geen cacao die van de grote hoop komt, zoals gebruikelijk in de chocolade-industrie.

Geen cacaomassa die langs de Zaan wordt geblend tot één mengsel van constante kwaliteit, maar cacao uit één herkomstland met een voor de fijnproever precies te onderscheiden smaak. Daarom wil de Amsterdamse chocoladefabriek haar hele bevoorradingsketen onder controle hebben - bean to bar, zoals dat heet.

Bijkomend voordeel: cacaoteelt met zo min mogelijk schade voor mens en natuur. De repen van Chocolatemakers staan allemaal in het teken van een speciaal doel.

Met de Gorillabar van Congolese cacao wordt ook aandacht gevraagd voor de teloorgang van het leefgebied van de zilverruggorilla. De cacao uit de Dominicaanse Republiek wordt eens per jaar met het zeilschip Tres Hombres naar Amsterdam gehaald, dus zonder broeikasgassen.

'Suikerverwerkende industrie'
Loke kan er nog steeds niet over uit dat ze bij de start van hun bedrijf in 2011 bij de Kamer van Koophandel werden ingedeeld bij de suikerverwerkende industrie. Precies dat is wat de grote chocolademerken volgens hem doen, terwijl Chocolatemakers repen maakt die 37 tot zelfs 80 procent aan cacao bevatten. "Wij willen de mensen laten proeven wat echte chocolade is."

Daarbij is hun nieuwste reep nog relatief mild. De Awajún 52% is melkchocolade, wat voor de purist toch niet geldt als echte chocolade. "Maar het is een heel pure melk," zegt Loke. "We hebben er een cappuccino van gemaakt," zegt hij lachend. "Daar proef je de cacao doorheen."

Nog maar vijf jaar geleden kwam de eerste reep van de band. Inmiddels produceert Chocolatemakers 22 ton chocolade per jaar. Het past allemaal maar net in de loods, vlak bij het IJ, achter in Vogeldorp in Noord. De machine die de cacao brandt, staat maar een paar stappen van de ­machines die het chocolademengsel in twee tot drie dagen samenwalsen.

Het moet een fabriek worden die ook voor het publiek toegankelijk is, door middel van workshops bijvoorbeeld Beeld Charlotte Odijk

Weer een ­vertrek verder eindigt de chocola in de inpakmachine uit 1937. De machines worden door Nikkels en Loke zelf aan de praat gehouden en steeds weer iets verbeterd.

De brander uit 1930 is net helemaal gerenoveerd en kan weer vijftig jaar mee, compleet met sensoren en een usb-aansluiting voor de computer die het branden van de bonen precies in de peiling houdt. Ze waren al technisch aangelegd - Nikkels en Loke kenden elkaar van hun studie in Wageningen. "Maar gaandeweg zijn we machinebouwers geworden."

In de loop van volgend jaar nemen ze de machines mee naar een nieuwe, grotere fabriek. Bij Vogeldorp is Chocolatemakers echt uit zijn jasje gegroeid. Loke en Nikkels zijn in onderhandeling met de eigenaar van een groter fabriekspand, de locatie hopen ze later dit jaar bekend te maken.

Het moet een fabriek worden die ook voor het publiek toegankelijk is, door middel van workshops bijvoorbeeld. In de grootste cacaohaven van de wereld willen ze laten zien dat chocolade maken ook duurzaam kan. "Eén ding is zeker: we blijven in Amsterdam."

Noodhulp

Uitgerekend nu Chocolatemakers komt met een nieuwe melkchocoladereep van cacao uit Peru is het land getroffen door het zwaarste noodweer in twintig jaar. Ook veertig hectare aan cacaoplantages is verwoest, evenals de huizen van dertig families. Voor elke verkochte reep in de webshop stopt Chocolatemakers daarom een euro in een speciaal daarvoor opgericht noodfonds, voor de wederopbouw van de plantages en de getroffen families. Het fonds staat ook open voor andere donaties.

Géén attractiepark

Een voor bezoekers toegankelijke chocoladefabriek, het is niet voor het eerst dat het plan opkomt in Amsterdam. Kinderboekenuit­gever Maurits Rubenstein werkte jarenlang aan zijn plan voor een 'tractatiepark' in een vergeten tramtunnel aan de De Ruijterkade vlak bij het Centraal Station. In 2013 staakte hij zijn plan, 'voorlopig'.

Het verantwoorde chocolademerk Tony's Chocolonely denkt ook aan een eigen chocoladefabriek. Tony's Chocolonely, dat voortkwam uit het streven naar 'slaafvrije' chocolade van het tv-programma Keuringsdienst van waarde, produceert nu zelf geen chocolade.

'Chief chocolate officer' Henk Jan Beltman wil daar verandering in brengen, zei hij vorige week nog toen hij zijn oog liet vallen op de Hemwegcentrale, de kolen­gestookte elektriciteitscentrale van Nuon. Als hij een geschikte plek heeft gevonden kan de fabriek er in een jaar of drie zijn, zegt Beltman.

Chocolatemakers, nu gevestigd in een krappe loods achter in Vogeldorp in Noord, hoopt zijn nieuwe fabriek volgend jaar te openen. Enver Loke en Rodney Nikkels zijn al in onderhandeling over een nieuwe ruimte in Amsterdam. Het gaat om een grotere chocoladefabriek die opengesteld kan worden voor bezoekers, voor workshops bijvoorbeeld. Het woord 'attractie' is ze een gruwel, laat staan een tractatiepark.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden