Plus

Chef-dirigent Marc Albrecht over Puccini-Zemlinsky bij de Nationale Opera

Bij De Nationale Opera laat chef-dirigent Marc Albrecht een langgekoesterde wens in vervulling gaan: de combinatie van Puccini's Gianni Schicchi en Zemlinsky's Eine Florentinische Tragödie.

Eine Florentinische Tragödie en Gianni Schicchi spelen zich af in Florence. Marc Albrecht: 'Maar muzikaal zijn het toch twee werelden' Beeld Marc Borggreve
Eine Florentinische Tragödie en Gianni Schicchi spelen zich af in Florence. Marc Albrecht: 'Maar muzikaal zijn het toch twee werelden'Beeld Marc Borggreve

Marc Albrecht, de chef-dirigent van De Nationale Opera en van het Nederlands Philharmonisch Orkest, droomt er al jaren van nog eens Il Trittico te kunnen dirigeren, Puccini's drieluik met Il Tabarro, Suor Angelica en Gianni Schicchi.

Hij droomt er ook al lang van ooit een opera van Alexander von Zemlinsky bij De Nationale Opera op de planken te brengen, een componist die er in Nederland sinds jaar en dag bekaaid vanaf komt. Hij weet ook welke. "Ik zou heel graag Der König Kanduales doen. Fantastisch stuk dat je nooit hoort."

Twee werelden
Albrecht bedacht een perfect compromis: een double bill, met Puccini's Gianni Schicchi en Zemlinsky's Eine florentinische Tragödie. Hij had die als zeventienjarige middelbare scholier al eens in Hannover gezien. "Ik vond dat toen total swingend, onontkoombaar - een van die avonden die je nooit meer vergeet. En met de afstand van vele jaren - ik ben nu 53 - vind ik het nog steeds een ganz tolle Kombination. De magie is zelfs alleen maar gegroeid."

Albrecht is gefascineerd door de gedachte dat Puccini dichter bij de kring rond Arnold Schönberg stond - Zemlinsky was zijn leraar - dan algemeen bekend is.

"Puccini heeft nota bene een reis vanuit Torre del Lago ondernomen om bij de Italiaanse première van Schönbergs Pierrot lunaire aanwezig te zijn, een stuk dat hij hoogschatte. Je kunt dat terughoren in de muziek die Puccini daarna heeft geschreven. Denk aan ­Turandot! Ook Schicchi heeft iets kristalhards."

Zowel Eine FlorentinischeTragödie als Gianni Schicchi speelt zich af in Florence. "Dat is een aardig toeval, maar muzikaal zijn het toch twee werelden. Zemlinsky gebruikt ongelooflijk dichte orkesttexturen. Dichter kun je eigenlijk niet schrijven. Voor de dirigent en het orkest zorgt dat voor extra complicaties, want het is evident dat je moet kiezen welke hoofd- en nevenstemmen je eruit wilt lichten om te zorgen dat de zangers het overleven."

Reusachtige hit
En Puccini is in Schicchi minder uitgesproken melodieus dan in al zijn andere opera's. Wel zijn er natuurlijk die reusachtige hit, O, mio babbino caro, en een kleine melodie die steeds terugkomen, maar daar blijft het bij. Dat maakt het spannend. O, mio babbino caro is een miniatuuraria, die als afzonderlijk nummer bij sterconcerten vaak véél te langzaam en met overdreven fermata's wordt gespeeld en gezongen."

"In de opera hoort het niet meer dan een langswaaiend briesje te zijn - voorbij voor je het weet. Het staat in 6/8, met als tempo-aanduiding Andantino ingenuo. Het moet stromen, maar dat hoor je zelden. En zeker niet bij de grote diva's, die vaak de partituur niet eens kennen."

Een aardige voetnoot is ook dat Puccini, in de slipstream van de Oscar Wildemode die na de première van Strauss' Salome in 1906 was opgebloeid, een opera had willen schrijven op basis van Wildes A Florentine tragedy. Bij de opvoering van Salome in Graz waren zowel Puccini als Zemlinsky aanwezig (en ook Mahler, Schönberg, Berg en Hitler).

Onvoldoende gekend
Zemlinsky's Eine Florentinische Tragödie heeft nooit de harten van een groot publiek veroverd, zoals trouwens geen van zijn opera's. Albrecht kan het niet verklaren. "Van Strauss vind ik niet alle opera's even interessant, denk aan Die Schweigsame Frau of Die Egyptische Helena. Die staan componisten als Zemlinksy in de weg, zou je kunnen zeggen."

"Zijn opera's zijn onvoldoende gekend en bekend. Er valt nog veel bij hem te halen. Ik denk dat zijn muziek ons tegenwoordig ook meer zegt dan vroeger. Van de kwaliteit ben ik overtuigd, al moet je het stuk vooral in dynamisch opzicht enorm retoucheren."

Er is ook nog een pikante, om niet te zeggen tragische terzijde over Eine Florentinische Tragödie te vertellen, die verbonden is met de liefdesgeschiedenis van Zemlinsky en Alma Schindler, die in 1900 na een ontmoeting bij een diner in Wenen opbloeide.

Wel de liefde, niet het bed
Schindler was 20, Zemlinsky 28. Hij werd niet alleen haar compositieleraar, maar ook haar minnaar, al werd hij op den duur half krankzinnig door het feit dat Alma weigerde het bed met hem te delen, omdat ze haar maagdelijkheid ­alleen aan 'de ware' wilde offeren. Die ware zou de oudere Gustav Mahler worden, voor wie ze Zemlinsky na twee jaar zeer bruusk terzijde schoof.

Zemlinsky verwerkte zijn liefdestrauma in stukken, waaronder Die Seejungfrau (1903), maar ook in Eine Florentinische Tragödie, om de geest van Alma uit zijn gewonde ziel te verbannen. Albrecht: "Eine Florentinische Tragödie werd hoog aangeslagen en zelfs bewonderd door Schönberg, maar niet door Mahler." ­Blijkbaar had hij moeite met de rol van Zemlinsky in het leven van zijn vrouw Alma.

"Na de première liet Alma hem weten dat ze de opera unmoralisch und pervers had gevonden. Zemlinsky schreef terug: 'In de opera moet een mensenleven worden geofferd om het leven van twee anderen te kunnen redden. En precies dát heb je niet begrepen?'"

De Nationale Opera. Zemlinsky-Eine Florentinische Tragödie; Puccini-Gianni Schicchi. NedPhO o.l.v. Marc Albrecht. Regie: Jan Philippe Gloger. Verschillende avonden in november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden