Plus

Cees Nooteboom: 'Er zit nogal wat in, in al die gedichten'

De Duitse, of eigenlijk tweetalige, uitgave van de gedichtencyclus Monniksoog van Cees Nooteboom is geïllustreerd door Matthias Weischer. Voor die gelegenheid waren ze even in Amsterdam.

Schiermonnikoog , schildering van Matthias Weischer voor MonniksoogBeeld Matthias Weischer

Twee dagen was Cees Nooteboom (85) in Nederland, waar vorige week vrijdag in Galerie Grimm de geboorte van bundel Mönchsauge werd gevierd: een tweetalige uitgave van zijn in 2016 bij uitgeverij Karaat verschenen Monniksoog.

De cyclus van 33 gedichten, geïnspireerd op de eilanden Schiermonnikoog en Menorca, is geïllustreerd met houtskool- en pasteltekeningen en aquarellen van de Duitse kunstenaar Matthias Weischer, die voor deze uitgave in de voetsporen van de schrijver trok.

In Grimm is die avond een besloten diner te midden van Weischers werk, maar eerst ontvangt Nooteboom 's ochtends in zijn Amsterdamse huis, waar de vele trappen hem in toenemende mate fnuiken. Zoals hij zegt: "Je moet godverdomme niet je bril op een andere verdieping laten liggen."

Daar heeft hij geen last van in zijn afgelegen, gelijkvloerse huis op Menorca, de plek waar hij sinds 1965 grote delen van het jaar woont - als hij niet op reis is. Maar de woning in de grachtengordel van de hand doen... Hij wijst om zich heen, de opgestapelde boeken, de kunstwerken, de designmeubels van decennia her: waar moet hij dan met die spullen heen? "Ik red me wel zolang het nog gaat."

De gedichten van de cyclus Monniksoog, waarin gedaanten uit het verleden - moeder, broer en halfbroer, een eerste geliefde, de filosofen Phaidros en Socrates, een vriend van vroeger - opdoemen op strand, duin- en schelpenpaden, 'vlogen er in één keer in'. "Dat gebeurt godzijdank nog wel af en toe. Het was als een kleine storm. Ik heb toch iets met die Waddeneilanden en ik had gehoord van Hotel Van der Werff op Schiermonnikoog. Ik dacht: daar wil ik dolgraag naar toe."

"Maar ik heb het vaak zo druk. Ook nu heb ik weer een idiote week. Eerst dat diner vanavond, en woensdag word ik in Berlijn geëerd vanwege mijn 85ste verjaardag, ik lees voor uit Mönchsauge in de Staatsbibliothek en word geïnterviewd door Sigrid Löffler, een Literaturkritikerin. En dan 's avonds dat grote diner dat me is aangeboden..."

Hij onderbreekt zichzelf en wijst naar Weischer, die bij het gesprek aanwezig is: "Dan moet jij ook komen. En er moet in Duitsland een tentoonstelling komen."

Levensdrang
Het is een van de vele onderbrekingen in een gesprek dat wordt gelardeerd met hilarische anekdotes over ontmoetingen met prins Bernhard en de Spaanse koning, waarvan de details niet mogen worden opgeschreven, met plannenmakerij voor de toekomst en mopperige zoektochten in de boekenkasten - 'Ik kan godverdomme nooit iets vinden' - voor citaten uit eigen werk. En triomfantelijke voorlezing van die citaten wanneer ze eenmaal gevonden zijn.

In 2015 bevond hij zich dan toch eindelijk op Schiermonnikoog, in die hotelkamer in dat beroemde hotel. "Ik heb wel vaker gehad dat iets zo naar binnen schiet. Ik had meteen de vorm: drie keer vier regels en dan een halve. Ik dacht: die moet ik vasthouden. En het moesten er 33 zijn. Daar zoeken mensen veel te veel achter. Dantes Divina Commedia met drie delen van 33 canti? Dat was het niet. Ik ben geboren in 1933, maar ook dat was het niet. Christus is gestorven in 33, maar dat was het niet. Hitler kwam in '33 aan de macht, maar dat was het niet. Mijn laatste prozaboek heette 533, maar dat was het ook niet, daarbij had ik gewoon de dagen geteld tot ik vond dat het boek af was. Nee, het was gewoon op bij 33."

Het zijn gedichten over vergankelijkheid en verlangen, over dood en levensdrang. Om maar een beetje duiding te geven. "Er zit nogal wat in, in al die gedichten. Tja, hoeveel moet je prijsgeven? Als je alles gaat uitleggen is het ook niet leuk. Er wordt een steen in het water gegooid die kringen maakt die doorgaan - dat hele ding van evolutie. Ik kan het allemaal wel zeggen, maar ik vind het zo pompeus klinken. Dat moeten mensen zelf maar bedenken."

Vuurtorenwachter
Zijn thema's zijn gevat in eilandsferen van wind en wad of een Menorcaans marktplein waar een karper wordt gedood en schoongemaakt, des dichters eten, een tafereel dat hem doet verzuchten: Zo wil ik nog wel een leven, modder aan mijn/ schoenen, rammenas en appels in mijn mand,/ verkruimelde eeuwigheid, honderd meter verder/ begint de rand van de wereld, pas op, dromer,// je valt er af als een steen.

Als het gesprek komt op de vuurtorens in de gedichten, monkelt de schrijver. "Dat zal met de Nederlandse folklore te maken hebben. Ik had een jarenlange verhouding met de dochter van een vuurtorenwachter, zo lang geleden dat mensen het nu niet meer weten: Liesbeth List. In de kranten schreven ze er toen veel over, over de schrijver en de populaire dochter van de vuurtorenwachter van Vlieland. 's Nachts ging in dat kleine huisje de wekker en dan ging ik met hem mee en zaten we boven op de toren. En dan moest hij alles opschrijven. 'Brik om de Noord', zoals in mijn gedicht." 'De toren nu zonder een mens,' eindigt het gedicht, waarvoor vertaler Ard Posthuma in het Duits het prachtige 'doch der Turm jetzt menschenleer' vond.

Op raadselachtige wijze, zegt Nooteboom, is dat kleine boekje bij die kleine onafhankelijke uitgeverij in meer talen verschenen. "Het heeft het toch goed gedaan, terwijl het in Nederland nauwelijks is besproken. Ik had er niet veel van verwacht, maar er zijn toch een paar drukken van verschenen. En tot mijn verrassing is het ook in Italië, Frankrijk, Engeland en Zweden vertaald. Dat gebeurt niet zo vaak met poëzie."

Hij wordt in Nederland niet genegeerd, bezweert hij, al is hij dan in Duitsland veel meer de gevierde schrijver. "Ik heb de P.C. Hooftprijs gewonnen, de Prijs der Nederlandse Letteren, misschien hebben de recensenten het gevoel: nu hoeft het niet meer. Mijn Venetiëboek komt straks uit in Duitsland en Italië en dan ook hier. De dingen gaan toch wel door, al bemoeit niemand hier zich ermee. Het gebeurt stilletjes. Je moet niet klagen, dat is verkeerd. Dus ik klaag niet."
Stilte. "Maar je merkt dingen op."

Poetry International
Eigen schuld, zei Remco Campert. Monniksoog is aan hem opgedragen, want 'oude vriendschap roest niet' al zien ze elkaar niet zo veel meer. "Campert zei tegen me: 'Je bent hier ook nooit, je doet niet mee met dit en dat.' Nou, ik heb er ook geen behoefte aan om mee te doen aan dit en dat. Ik heb wel één keer voorgelezen op Poetry International, vorig jaar. Ik had directeur Bas Kwakman ontmoet op een literair festival in Colombia en toen werd ik ineens gevraagd. Ik heb toen ook gedichten uit Monniksoog gedaan, deze kun je goed voorlezen."

De gedichten zaten constant in het achterhoofd van Matthias Weischer toen hij in navolging van Nooteboom naar Schiermonnikoog en Menorca reisde. Fietsend en wandelend maakte hij zich de eilanden eigen, gewapend met houtskool, pastelkrijt en aquarel, het papier al gesneden in het handzame formaat van de bundel.

Nooteboom had eerder, in zijn verhandelingen over kunst, over Weischer geschreven en de Neue Leipziger Schule waartoe die behoort. Hij was verrast over de tekeningen die de kunstenaar voor Mönchsauge had gemaakt, zo anders dan diens schilderijen op groot doek.

Geheimzinnig
Nooteboom staat op, weer op zoek naar andere boeken. Waar - verdammt - ligt die Engelse monografie die hij op verzoek van Galerie Grimm over Weischer schreef?
"Die moet je ook echt nog even zien. Nou ja, dat weet Simone wel." Simone Sassen is zijn vrouw, met wie hij sinds 1979 samen is en met wie hij in 2007 Tumbas publiceerde, met zijn teksten over en haar foto's van de graven van dichters en denkers over de hele wereld. Dat moet straks echt nog even getoond. Maar eerst terug naar Weischer.

"Zijn echte werk, of misschien is 'andere' werk een beter woord, is op de een of andere manier zeer geheimzinnig. Bij deze tekeningen ontbreekt die dubbele bodem, maar voor het boek zijn ze fantastisch. Je moet natuurlijk maar afwachten waar iemand mee komt. Ik mag niets negatiefs zeggen, maar de Engelse vertaling heeft op de omslag een soort collage, netjes gezegd een precieuze versiering van een mevrouw uit Calcutta, omdat die uitgeverij blijkt te opereren in New York, Londen en Calcutta. Het werk van Matthias is veel meer met het boek verbonden. Het heeft the spirit of the island."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden