Plus

Canto Ostinato: het geheim van een klassieke hit

Wat maakt Simeon ten Holts Canto Ostinato zo succesvol? De dag voor de uitvoering in het Concertgebouw vroegen we het de bekendste componisten van Nederland. 'Het 'mooie' vind ik wel wat gemakkelijk.'

Canto ostinato, uitgevoerd op vier vleugels, in ­Bologna Beeld Getty Images

Pianist Ivo Janssen heeft Canto Ostinato al heel vaak uitgevoerd, in verschillende versies. Zaterdag in het Concertgebouw nadert hij zijn honderdste uitvoering van het stuk dat bij het Nederlandse publiek onverminderd populair is. ('Maar de Goldbergvariaties van Bach heb ik al tweehonderd keer gespeeld.')

De frequente uitvoering van Canto is in de eigentijdse toonkunst een volstrekte anomalie. Alle andere stukken van Nederlandse componisten komen er niet eens in de buurt.

Swingen
Ivo Janssen speelt Canto het vaakst solo. "Maar in deze versie, met het Mallet Collective Amsterdam, dus met twee marimba's en twee vibrafoons, wordt het heel fris met een hele leuke Steve Reich­achtige kwaliteit," zegt Janssen.

"Door de marimba's heeft het percussieve de overhand. Het swingt nu ontzettend! Terwijl je in de versie voor vier piano's toch snel ritmisch in de problemen komt. Meer piano's maakt het qua geluid eigenlijk niet zo heel interessant."

Amsterdam Dance Event
De kwaliteit van Canto zit hem voor Ivo Janssen in de geleidelijke opbouw naar De Melodie, een traject dat ongeveer een uur duurt. "Die opbouw is vele malen boeiender dan de melodie zelf. Je kunt gaandeweg echt polyfoon met klanken bezig zijn, lagen opbouwen, en als je er zo naar luistert, zit er een enorme rijkdom in. Op detailniveau kan er een heleboel gebeuren, waanzinnig spannend."

De merkwaardigste Canto beleefde hij vorig jaar op het Amsterdam Dance Event. "Ik speelde in een loods voor vijfhonderd jongeren die eerst alle luchtbedden nog moesten opblazen. Daarna kreeg ik ze niet stil, terwijl je normaal gesproken na een paar minuten een speld kunt horen vallen. Interessante ervaring. In oktober mag ik weer. Ben benieuwd."

Bezoekers luisteren liggend naar een concert van Canto Ostinato in het Concertgebouw Beeld anp

De bekendste componisten van Nederland reageren desgevraagd zowel met bewondering als kritiek op Canto Ostinato.

Boulezachtige gedachten
Louis Andriessen noemt het 'een ingewikkeld geval', maar hij heeft geen zin het achterste van zijn tong te laten zien. Wat er goed en misschien minder goed aan is? "Ja zeg, ik ga hier geen compositieles zitten geven. Dat moet je echt zelf maar even uitvogelen."

Hij wil wel wat 'aardige complimenten' kwijt, uit sympathie voor Ten Holt. "Simeon woonde ooit in een soort bunker, waar hij Boulezachtige gedachten had over waar muziek heen moest. Daar ontstonden de eerste ideeën over repetitieve muziek.

Ik herinner me een interview in de Haagse Post waarin hij vertelt dat zijn leven was veranderd nadat hij Hoketus had gehoord." Dat strenge, opwindende en nogal meedogenloos repetitieve stuk van Andriessen inspireerde ook de naam van een ensemble. Ten Holt nam zijn uitspraak over Hoketus later terug.

Ochtendgymnastiekmuziekje
Jacob ter Veldhuis noemt Canto Ostinato 'een monument in de eigentijdse muziek'. "Ten Holt is er heel goed in geslaagd een Europese pendant te bedenken voor het op Afrikaanse en Amerikaanse ritmiek en melodie gebaseerde minimalisme van Reich. Ten Holt doet hetzelfde, maar dan met de modellen van Chopin."

"Wat is ook sterk vind, is dat hij zich met Canto nadrukkelijk afkeerde van de piepknor die hij daarvoor maakte. Het stuk gaat misschien meer over de beleving van tijd dan over muziek en dat is waar ik kritischer word. Want als je oppervlakkig luistert, is zijn materiaal vrij armoedig, bijna zo'n ontzettend vervelend ochtendgymnastiekmuziekje.

Het is me daarnaast een raadsel waarom al zijn andere stukken in die stijl het niet halen. Vreemd is ook dat hij in het buitenland nooit, of nog niet, is doorgebroken. Ik heb zijn naam laten vallen bij muziekbobo's in Amerika en zo, tot zonder gevolgen."

Instantgenot
Martijn Padding merkte tussen 1983 en 1995 als pianist bij balletgroepen en de theaterschool in Amsterdam en dat zo'n beetje elke dansstudio, klassiek of modern, vaak Canto Ostinato gebruikt. "Er zijn niet veel Nederlandse stukken twintigste-eeuwse muziek die zó snel zó onwaarschijnlijk populair zijn geworden. Dat is een grote kwaliteit van die muziek.

Ik vermoed ook dat luisteraars via Canto Ostinato mogelijkerwijze bij andere minder regelmatige muziek terecht kunnen komen waar het instantgenot niet zo direct voor het oprapen ligt. Ik heb heel veel waardering voor dit stuk juist vanwege die brugfunctie. Ik vind het ook interessant dat het werk is geschreven door een componist met een sterke modernistische achtergrond die een enorme draai heeft gemaakt."

Stemvoering
Muzikaal gezien heeft Padding wel wat opmerkingen. "Ik hou vooral van kunst die me wakker houdt en niet zo van kunst die me in slaap sust. Het 'mooie' aan Canto vind ik wel wat gemakkelijk. Harmonisch is er nul originaliteit. Veel van de akkoordverbindingen vind je al bij Chopin, Schumann en zelfs Scarlatti. Maar hun precies uitgeplozen stemvoering ontbreekt in Canto."

Zeer geslaagd vindt hij de instrumentatie. "Simeons idee om vooral een enorme piano­machine te maken in Canto is een meesterlijke zet, die het stuk moderner en tijdlozer maakt dan wanneer je het zuiver op motieven, herhalingen en harmonisatie zou bekijken. In de ­uitvoering door vier pianisten smelten de compositieonderdelen melodie, begeleiding, harmonisch ritme en klank helemaal ineen. Die complexiteit is heel erg goed en geslaagd. In instrumentaties voor verschillende instrumentgroepen vallen die onderdelen uit elkaar en is er inderdaad opeens sprake van melodie en begeleiding. Dan wordt ineens het conservatievere element van het stuk blootgelegd."

Cultureel erfgoed
Michel van der Aa heeft groot respect voor Canto Ostinato. "Het stuk bereikt zijn publiek. En dat is geloof ik een ander publiek dat je normaliter bij concerten tegenkomt. Maar is dat bij de Matthäus-Passion eigenlijk niet ook zo? Canto weet een soort spiritualiteit op te roepen."

"Het zou trouwens echt iets zijn voor New York. Het zou een plekje verdienen in de programma's van Bang On A Can, om eens iets te noemen. Gek dat ze hem daar nog niet hebben ontdekt."

"Rationeel zie ik dat het een goed stuk is, maar ik word er zelf niet door meegesleept. Ik heb er niet veel mee. Als het gaat om muziek die je in een trance brengt, luister ik liever naar een laat stuk van John Cage of naar For Philip Guston van Feldman. Maar dit is gewoon een smaakkwestie natuurlijk. Los daarvan is het toch een stukje Nederlands cultureel erfgoed en daar mogen we best trots op zijn. Zolang ik er maar niet naar hoef te luisteren."

Canto Ostinato door Ivo Janssen, 23/7,
Concertgebouw, 20.00 uur.

Atonaal - tonaal

Simeon ten Holt werd in 1923 geboren in Bergen. In de late jaren vijftig, na een studie in Parijs, oriënteerde hij zich op de strenge atonaliteit en het serialisme, dat culmineerde in het stuk ..A/.ta-lon (1968). Daarna dook hij onder in de elektronische ­muziek. Maar hij kreeg twijfels over zijn koers omdat hij 'een verschraling van het menselijk gevoel' proefde. In de vroege jaren ­zeventig begon Ten Holt weer piano te spelen. Daarbij ontstond iets tonaals, dat hij eerst Perpetuum doopte en dat op 26 januari 1979 Canto ostinato ging heten.

Hoewel hij tot 2000 bleef componeren en nog tien andere werken in de stijl van Canto Ostinato schreef, bleef dat verreweg zijn populairste werk. Het bestaat inmiddels in een groot aantal verschillende versies, uiteenlopend van een of twee piano's (al dan niet aangevuld met marimba's, ­vibrafoons of mobiel carillon) tot drie piano's en een kistorgel (zo klonk het op de première in Bergen). Het is ook gespeeld met vijf piano's, harp en elektronica en sinds dit jaar zelfs door een symfonie­orkest.

'De ideale uitvoering zullen we ooit nog weleens meemaken,' schreef Ten Holt in zijn memoires, die in 2009 werden gepubliceerd in het boek Het Woud en de ­Citadel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden