Opinie

'Bussemaker, het kunstbestel is failliet'

Het kunstbestel is failliet en moet op de schop, zegt Anne Houwing, zakelijk directeur van Theater Oostblok in Amsterdam. De overheid moet een betrouwbare partner worden, zoals dat bij scholen, ziekenhuizen en nutsbedrijven ook het geval is.

Het verwerven of behouden van een plaats in het bestel is voor sommige gezelschappen een kerntaak geworden Beeld Ben van Duin
Het verwerven of behouden van een plaats in het bestel is voor sommige gezelschappen een kerntaak gewordenBeeld Ben van Duin

Het huidige kunstbestel bevat een fors aantal fouten. Ik noem de drie belangrijkste.

Ten eerste het cyclische karakter. Hoe kan een culturele instelling een professionele bedrijfsvoering op poten houden als om de vier jaar zomaar een substantieel deel van haar inkomsten kan wegvallen? Deze onzekerheid en de onmogelijkheid om duurzaam aan de sector te bouwen zou in elk ander publiek domein ondenkbaar zijn. Scholen, ziekenhuizen, nutsbedrijven we zouden ze nimmer op deze manier financieren en de kunstsector zou niet langer een uitzondering op deze regel moeten zijn.

Betutteling
Tweede fout in het systeem is de behoefte te bepalen hoe instellingen zich gedragen. Landelijke spreiding, aantal speelbeurten, aantal producties, percentage eigen inkomsten, percentage marketingkosten: voor elk aspect van de bedrijfsvoering van een instelling geldt een norm of eis.

Een uit de hand gelopen vorm van betutteling die haar doel voorbij schiet: ondernemerschap wordt niet gestimuleerd maar in de kiem gesmoord.

Het leidt ertoe dat alleen zij die in de mal van de fondsen passen in aanmerking komen voor subsidie. Zij die keuzes maken die op dat moment (nog) ongebruikelijk zijn lopen grote kans achter het net te vissen. Het maakt de kunstsector star en behoudend.

Derde fout is dat in tijden waarin middelen teruglopen het verwerven of behouden van een plaats in het bestel een kerntaak wordt. Niet alleen is het een verspilling van kapitaal (tijd en geld), het leidt ook af van de werkelijke kern: het maken of presenteren van theater en daar een zo groot mogelijk publiek voor vinden.

Anne Houwing Beeld -
Anne HouwingBeeld -

Anne Houwing

Zakelijk directeur Theater Oostblok

Carte blanche
Wat denkt u van een versimpeld systeem bestaande uit twee categorieën: presenterende instellingen (festivals en podia) en producerende instellingen (theater- en dansgezelschappen). De gezelschappen krijgen in dit systeem - mits zij voldoen aan de minimale eisen van artistieke kwaliteit - carte blanche in hun bedrijfsvoering, doorlopend steun en worden beloond naar prestatie. Per bezoeker krijgen de gezelschappen een bepaald bedrag van de overheid.

De toekenning van middelen is geen maatwerk: iedereen (groot, klein, complex, toegankelijk) krijgt dezelfde vergoeding per bezoeker. Hoe de gezelschappen zich organiseren staat ze daarentegen geheel vrij. Met de prestatie-eis als belangrijke pijler van het systeem zal de incentive om een zo groot mogelijk publiek te bereiken gewaarborgd blijven.

Betrouwbare partner
Voordeel van deze opzet is dat de overheid een betrouwbare partner wordt: een goed functionerende instelling kan niet zomaar steun ­verliezen. Dit systeem zou voor sommige instellingen minder financiële steun kunnen betekenen, maar daar staan zekerheid en flexibiliteit tegenover.

Dit systeem kan geen doel op zich worden en subjectiviteit maakt plaats voor realiteit. Er wordt niet meer getoetst op basis van plannen, maar geoordeeld naar prestatie. Te commercieel? Absoluut niet. Het dwingt te presteren, maar blijft a priori toetsen op kwaliteit.

Het proces van toe- en uittreden moet veel flexibeler worden. Elk gezelschap dat aan de eisen van artistieke kwaliteit voldoet (commissies van vakgenoten blijven verantwoordelijk voor deze beoordeling) en een aantoonbaar trackrecord heeft (een bepaald aantal producties en een jaarlijks minimum aantal bezoekers) kan op elk gewenst moment intreden.

Gezelschappen die ondermaats presteren of de publieksondergrens niet halen, moeten uittreden. Het is een bestel waarin een gezelschap kan groeien van klein naar groot en andersom.

Meer regie
In de samenstelling van het veld van presenterende instellingen moet de overheid juist veel meer regie voeren. We moeten net als bij scholen, ziekenhuizen en rechtbanken in de politieke arena bediscussiëren hoeveel instellingen Nederland wil hebben, waar die staan en welke functie ze hebben. Festivals en podia moeten doorlopend en naar prestatie (ook zij krijgen een bedrag per bezoeker) gesteund worden.

Presenterende instellingen zullen daarnaast (op maat) aanvullende middelen ontvangen voor huisvesting. Grootste verschil met de producerende instellingen is dat presenterende in principe nooit uit het veld verdwijnen, dat staat in dit veld immers vast. Voor dit type instellingen geldt dan ook dat ze doorlopend op kwaliteit getoetst worden en dat er bij wanprestaties wordt ingegrepen. Zoals we dat ook doen in andere publieke domeinen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden