Plus

Brugwachters moeten naar binnen: weg buitenlucht en contact met schippers

De mooie kanten? Een uniform, de doorstroming van de schepen erin houden en veel buitenlucht. Maar de brugwachter moet naar binnen, straks wordt alles op afstand bediend. Dag brommerritjes en contact met schippers.

Brugwachter Martin de Lange bij de Schinkelbrug en Nieuwe Meersluis. Beeld Martin Dijkstra

Het leven van de brug- en sluiswachter, zoals een brugwachter officieel te boek staat, is niet louter rozengeur, maneschijn en bruggen en sluizen openen. Dat denk je toch, als leek: je krijgt een mooi uniform met epauletten aangemeten, je laat een fijne snor staan, je leert brommer rijden ­- en bruggen openen maar.

Dat mag allemaal waar zijn - al is een snor voor brugwachters niet verplicht, bovendien telt Amsterdam vijftien vrouwelijke brugwachters - zo'n baan heeft ook keerzijden.

Zo zegt Bert Koeleman (61), die overigens een dusdanig archetypische brugwachter is dat als de brugwachter nog zou moeten worden uitgevonden, die naar hem zou worden gemodelleerd.

"Het regent in Nederland toch vaker dan je denkt. Dus als je dan hier bij De Nieuwe Meersluis staat, waar je steeds heen en weer moet lopen, is dat niet altijd even prettig. Nog minder prettig is de verhuftering van ons land: de mensen op het water, en op het land, zijn niet altijd even vriendelijk meer, en houden zich hoe langer hoe minder aan de verkeersregels en ­stoptekens."

Iets met het water
Dat wordt even later bevestigd. Het draagbaar bedieningstableau (DBT, een soort industriële tablet van de firma Siemens) van Koelemans collega Martin de Lange (51) hapert wat, waardoor hij de noordelijke sluisdeur niet op de gewenste wijze kan openen.

Dat hindert De Lange niks, hij kent na bijna dertig jaar brugwachtersschap de foefjes wel en wil de sluis openen alsof het daarin wachtende plezierbootje vanuit de Schinkel komt, maar de schipper in kwestie begint al op zijn vingers te fluiten en met zijn armen te zwaaien.

Als de sluis open is, springt het uitvaartlicht niet op groen - omdat het systeem niet weet wat De Lange aan het doen is - en laat de schipper de brugwachter dat nog even minzaam weten.

Dat wordt De Lange, een boom van een kerel, te machtig. Hij stapt het sluiswachtershuisje uit en zegt luid en duidelijk: "Aanwijzing gaat boven licht, meneer."

Tot zover de nadelen van het brug- en sluiswachtersvak. Want, het moet gezegd: het is een schitterend beroep. Sommige mensen dromen ervan astronaut te worden, anderen misschien matrassentester; een man als De Lange wilde al vanaf zijn jongste jaren 'iets met het water' doen.

'Een heerlijk vak'
De oorzaak daarvan zou erin gelegen kunnen zijn dat hij 'op een scheepswerfje' werd geboren. Hoe ook: water is zijn ding.

Hij deed de Zeevaartschool, werkte op een werf en zag toen 'toevallig' een advertentie in het nautisch periodiek Schuttevaer staan - "toen had je nog een groot vaar­bewijs nodig om brugwachter te worden".

Dat had De Lange toentertijd weliswaar niet, inmiddels wel, maar hij werd aangenomen bij de Dienst Binnenwaterbeheer (BBA) destijds, waarvan de brug- en sluistaken inmiddels zijn overgedragen aan Waternet.

Van 108 naar 49 brugwachters

Tot 2011 werd de bediening van de bruggen en sluizen uitgevoerd door de gemeentelijke Dienst Binnenwaterbeheer Amsterdam (BBA), sindsdien heeft Waternet die taken overgenomen. Voor die tijd was al het voornemen om op termijn de bediening van de hoofdstedelijke bruggen en sluizen op afstand in te voeren. Had de BBA in 2008 nog 108 brugwachters in dienst, het plan was om dat in 2018 te hebben teruggebracht tot 49 volledige betrekkingen. Waternet zegt al dicht bij dat streefgetal te zitten. De eerste drie op afstand bedienbare bruggen, in Amsterdam-Noord, begonnen hun leven in 2014. Inmiddels zijn er 19 bruggen die op afstand kunnen worden bediend, uiteindelijk moet dat aantal groeien tot 60 bruggen en sluizen – al heeft de ‘bediencentrale’ een capaciteit van 100 bruggen en sluizen. Wie dat veel vindt, moet zich realiseren dat Amsterdam ruim 1680 bruggen telt, een aantal dat nog elk jaar groeit – nieuwe bruggen worden meteen op de centrale aangesloten.

Bert Koeleman had al een leven als warme bakker in West achter de rug voordat hij brugwachter werd. Veertien jaar geleden werd hij collega van De Lange. "Ik geniet er intens van," zegt hij, ogenschijnlijk achteloos de sluis openend voor een schip van 78 meter.

"Kijk," zegt Koeleman, "het is een heerlijk vak. Je bent lekker buiten, jammer dan als het regent, je bent dienstbaar aan het land- en het scheepvaartverkeer, en wat ik het mooiste vind: de doorstroming erin houden. Dus dat een schip niet z'n schroef in de achteruit hoeft te zetten om af te remmen, maar gestadig door kan varen, terwijl je ook het landverkeer niet te veel hindert."

Gemor en gebrom
Nu is het volgende het geval. Waternet, dat huist in twee aluminiumkleurige gebouwen met een handvol luchtbruggen ertussen, in de bocht van de Amstel - sinds 2011 de erfopvolger van de gemeentelijke Dienst Binnenwaterbeheer - gaat met de tijd mee.

In de rest van Nederland is het al vrij normaal om bruggen op afstand te bedienen - Amsterdam is daar met haar 1680 bruggen wat later mee (Koeleman, met een lach: "Zoals alles in Amsterdam iets meer tijd kost").

Gebeuren, echter, gaat het: de brugwachters moeten naar binnen, en van daaruit via camera's, schermen, muizen, knoppen en touchscreens de bruggen en sluizen openen en sluiten.

Niet voor alle brugwachters was dat een jaar of vijf geleden even leuk nieuws. Weg brommerritjes. Weg buitenlucht. Weg contact met de schippers. Dus: gemor en gebrom. Een artikel in deze krant berichtte in maart 2014 dat brugwachter Jeroen zei: 'Ik denk niet dat ik meega naar binnen. Ik vermoed dat ik iets anders ga zoeken binnen Waternet.'

Die mogelijkheden bood en biedt de organisatie - brugwachters kunnen worden omgeschoold tot schippers, tot buitenploeglid bij de sector drinkwater, zelfs tot boswachters (in de Waterleidingduinen). En Jeroen werkt inmiddels bij Waternets rioolzuiveringsinstallatie.

Sommige brugwachters kozen dat pad, anderen zochten hun heil buiten Waternet.

Koeleman: "We hadden een collega in West, die had dertig jaar lang een vaste brug. In zijn brugwachtershuisje hingen foto's van zijn kinderen en later ook van zijn kleinkinderen. Hij kende iedereen en alles daar. En dan moest hij ineens de hele dag aan de Korte Ouderkerkerdijk naar schermen gaan zitten kijken? Dat was niks voor hem."

Koeleman: "Iets anders is dat sommige collega's zich niet helemaal gewaardeerd meer voelden door de BBA, en later door Waternet. Vroeger deden we zelf het klein onderhoud. Wat vet hier, drupje olie daar, even iets bijstellen of vastschroeven. Dat mag niet meer. Daar is een speciaal team voor van de dienst Verkeer en Openbare Ruimte, dat moeten we nu bellen als er iets kraakt of piept. Ook het innen van lig- en havengelden en van tol hoeven we niet meer te doen, dat gaat nu allemaal automatisch - via internet."

Gepasseerd station
Andere brugwachters zagen juist kansen, zoals Bert Koeleman zelf. "Ik ben geïnteresseerd in nieuwe ontwikkelingen. Die zijn vaak machtig interessant. Jarenlang heb je het werk met de hand en op het oog gedaan, en dat is mooi, maar in zekere zin vind ik het nog mooier om het straks met een muisklik op afstand te doen. Stel je voor. Ik wil met mijn snufferd vooraan lopen, en met mij ook jonge brugwachters. Beroepen veranderen nou eenmaal. In het begin was er veel verzet, maar inmiddels moeten we beseffen: het is een gepasseerd station."

Martin de Lange: "En dan doe je het beter goed dan niet, vind ik, dan kun je beter meewerken. We zijn door het hele land gaan kijken hoe ze daar op afstand bedienen. We hebben inspraak gekregen over de inrichting van het scherm van het DBT, want een ingenieur kan dat wel technisch perfect doen, dat maakt het nog niet logisch in de bediening."

"Ook bepalen we de opstelling van de camera's bij de bruggen en sluizen, want je moet het wel goed kunnen zien. Dat er niet een sloepje verborgen ligt achter een vrachtschip van 1200 ton, bijvoorbeeld."

Brugwachter Bert Koeleman. Beeld Martin Dijkstra

Uitrukteam
Maar zover is het nog niet. De inbouw van de voor de afstandsbediening benodigde installaties loopt her en der belet op. Ja, in de geheel herbouwde Hoge Sluis in de Amstel -daar loopt het systeem als een zonnetje. Maar op en in de andere bruggen, gebouwd tussen 1903 en 1980, moet de techniek eerst nog op 21ste-eeuws niveau worden gebracht.

Daar komt nog iets bij. Niet alle bruggen lenen zich voor afstandsbediening vanuit het hoofdkantoor in het Amstelkwartier. Neem Amsterdams wellicht beroemdste en onder toeristen zo populaire brug - de Magere. De brugwachters zien het niet gebeuren dat die louter op afstand kan worden bediend.

Koeleman: "Moet je dan vanuit het hoofdkantoor in 38 talen gaan omroepen dat de mensen weg moeten wezen? Dat zie ik nog niet zo snel gebeuren."

Waternet weet dat ook, en dus zullen er altijd - kleinere, houten - bruggen blijven die handmatig moeten worden bediend. Weer andere bruggen worden maar een paar keer per jaar geopend en dan loont de investering niet.

Niet alleen daarom zal de brugwachter niet volledig uit het stadsgezicht verdwijnen. Waternet zal altijd een 'uitrukteam' houden - brugwachters die stante pede ter plekke kunnen komen als er iets hapert, misloopt of fout gaat.

Martin de Lange: "Het is niet per se zo dat we allemaal altijd binnen bij de bediencentrale zullen zitten. We kunnen, zullen en moeten ook in de toekomst nog steeds naar buiten."

Hotelsuite naast de brug

28 Straks overbodige brugwachtershuisjes worden ‘kleine hotelsuites’, uitgebaat door het Lloyd Hotel. Het verbouwen is in volle gang, en in een aantal gevallen inmiddels afgerond. Tegen het plan is de afgelopen jaren veel weerstand geweest – de SP roerde zich in de gemeenteraad, een petitie werd 6700 keer ondertekend. Ook een beroep op de gemeentelijke hotelstop vond geen gehoor: de afspraken waren al eerder gemaakt. Dus het plan gaat door – al worden de minisuites pas verhuurd vanaf de datum waarop de ingebruikname van de centrale bediencentrale van Waternet plaatsvindt, en de brugwachters hun toevlucht hebben genomen in Waternets hoofdkantoor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden