Plus

Broodjeszaak Hannibal houdt al 20 jaar dapper stand in De Pijp

Hipperdepip, maar een gewoon broodje kaas kun je in De Pijp bijna nergens meer krijgen. Leo (56) en Jolande (55) Mak van Lunchroom Hannibal houden al twintig jaar stand.

Leo en Jolande Mak, eigenaren van Lunchroom Hannibal. 'Hij is toch een snackbarman. Ik ben van het fijnere werk. En ondertussen staat hij te entertainen' Beeld Dingena Mol

"Jongens, ik kan er even niet meer tegen," verzuchtte Leo Mak laatst. Jolande stopte met waar ze mee bezig was en keek naar haar man. Vol verbazing. In ál die jaren had ze hem nog nooit zoiets horen zeggen. Terwijl er toch ­weleens reden voor was.

Vijftien jaar lang probeerden ze hun zaak draaiende te houden terwijl de Noord/Zuidlijn voor hun deur de straat in een bouwput veranderde. Hadden ze net de gevel schoongemaakt, schoot er een bouwvakker uit met zijn betonspuit. Zulke dingen gebeurden aldoor.

Maar nooit een wanklank van Mak. Ach, zei hij steeds, de ­gemeente helpt ons waar ze kan. "Ik kan er wel over gaan piekeren, maar dan slaap ik slecht en dat kan niet, want de volgende dag moet ik weer in de zaak staan."

Nu ligt die Noord/Zuidlijn er, de Ferdinand Bolstraat is gladgestreken en de loop zit er weer in. Zie je wel, dacht Mak, alles komt altijd goed. Maar toen kwam die steiger. Het pand moest in de verf en dat betekende twee weken ­ingepakt zitten in een stalen constructie. Twee weken werden er vier. En toen, na weer een te rustige zaterdag - zo'n steiger schrikt af - knapte hij alsnog. Eén keer, heel even. Maar daarna ging hij toch meteen weer door.

Zonder fratsen
Sinds 1998 runt hij met zijn vrouw Lunchroom Hannibal. Midden in De Pijp, waar Marqt in het hart van de doelgroep zit, grote internationale ketens als Starbucks en Dunkin' Donuts voet aan de grond proberen te krijgen en waar zich ook nog een voorhoedegevecht tegen gluten en voor chiazaad afspeelt in sap- en saladebarretjes.

In die wijk is Hannibal een dapper bastion waar de gentrificatie geen vat op krijgt. Verfrissend fratsloos, een zaak waar je nog een witte kadet met jonge kaas (€3) kunt krijgen, de meerprijs voor een pistolet is 75 cent. En dat geldt ook voor de latte macchiato ten opzichte van een koffie verkeerd (€2,50) - toch iets anders.

Bij het raam zitten Els (75) en René (72) van Schaik uit de Rivierenbuurt. Met pensioen, maar nog dagelijks op pad. Binnen zitten is niks, dus scharrelen ze graag door de stad. Een visje halen op de Albert Cuyp en dan ergens lunchen. Meestal zitten ze ergens anders, maar vorige keer beviel Hannibal zo goed dat ze er nu voor de tweede keer aanschuiven.

"Heeft u karnemelk?"
"Heb ik."
"Tweemaal."
"Komt eraan, meneer."

Beeld Dingena Mol

Zo vaak hoor je dat niet meer. René: "Hier hebben ze het vers, hè? Niet dat onderste beetje uit een pak dat al dagen staat. En de mensen, ze zijn hier vriendelijk maar ook weer niet té. Dat het zo gemaakt wordt en je na een tijdje denkt: sodemieter nou maar weer op."

Herman Brood
Nee, gemaakt zijn ze niet, de vriendelijkheden hier. Leo heeft het horecabloed door zijn hele lijf pompen. Eind ­jaren vijftig kocht zijn vader met geleend geld een cafe­taria in de Jan van Galenstraat. Zelfgesneden friet, zelf ­gedraaide gehaktballen - dat werk.

In 1974 kwam er een zaak bij het Leidseplein, waar nu Cafetaria De Prins zit. Leo groeide er op, vanaf zijn veertiende al stiekem in de keuken. Daarna kwam Lunchroom Hannibal in De Pijp erbij, sinds 1998 bestierd door het echtpaar Mak. Heel iets ­anders dan die tropenjaren op de vorige locatie.

Een verschil van dag en nacht. Letterlijk, want Hannibal bij het Leidseplein was nachtwerk: kroketten voor het uitgaanspubliek. Werken tot het bijna ochtend is, daar moet je ­tegen kunnen.

"Dat kon ik," zegt Leo. "Nooit moeite mee gehad. Ik vond het een geweldige tijd daar. Wat we allemaal meemaakten: de krakersrellen, huldigingen van Ajax - ja, die had je toen nog. En de opkomst van Paradiso. Herman Brood kocht ­altijd een pakje kauwgum bij ons. Traditie. Dan legde hij tien gulden neer, en zei hij: "Keep the peanuts." Het kleingeld dus. Ik ben weleens achter hem aangelopen naar ­Paradiso. Toen kwam hij om kwart over negen z'n kauwgum halen terwijl zijn show om negen uur moest beginnen. Hij stak de straat over, ging naar binnen, ik ­erachteraan - ik kende alle uitsmijters want die waren ­vaste klant bij ons, dus ik kon altijd even naar binnen glippen - en twee minuten nadat Brood bij ons z'n kauwgum had afgerekend, zag ik hem in een vol ­Paradiso op het ­podium klimmen. Iedereen los, mooi hoor."

Softijsmachine
Terug naar nu. Klant Willian (50) snijdt gedecideerd in zijn uitsmijter. Rechte lijnen, grote stukken. "Ik kwam vroeger altijd al in hun zaak op het Leidseplein. Na het uitgaan, als je nog trek had. Toen kon je er nog bier bij krijgen, in flesjes. Daar had je dan eigenlijk helemaal geen zin meer in, maar je nam toch. Twee slokken en je liet het staan."

Beeld Dingena Mol

Leo onderbreekt en steekt van wal over de eerste volautomatische softijsmachine van Amsterdam die ze er hadden staan. Willian knikt: "En gewoon een biertje dus, uit een flesje." Een paar jaar geleden liep hij langs Hannibal in De Pijp. Trek, naar binnen dus. "Ik had Leo in geen jaren ­gezien maar hij wist het meteen, hoor. Hé man, hoe gaat ie?"

Dat komt zo: Leo heeft een fotografisch geheugen. Jolande: "Dan is zo'n man al in geen tien jaar hier geweest, maar dan hoor je Leo: 'Uitsmijter ham-kaas, hè? Meegebakken tomaat en zonder boter had je toch?' Jeeeetje, denk ik dan. En het klopt dan ook nog."

Veertien jaar waren ze, Leo en Jolande, toen ze elkaar ­tegenkwamen op een feestje. "Hij kwam binnen en ik dacht: dat is hem. Bingo." En bingo bleef het. Sinds 1998 doen ze de zaak samen en de rolverdeling is duidelijk: Leo is de kapitein op het schip, Jolande de stillere kracht. "Hij zet de lijnen, hij zet de toon, maar ik zorg dat alles klopt. Hij is toch een snackbarman. Ik ben van het fijnere werk; likje van dit, plukje van dat. De finesse. En ondertussen staat hij te entertainen, dat kan ie."

Vadertje en moedertje
"Jij bent toch een beetje de burgemeester van de straat?" zei een meisje onlangs nog tegen hem. Leo: "Als ik hier 's ochtends m'n autootje sta uit te laden, zeg ik altijd iedereen gedag. En dan kan het lang of kort duren, maar die mensen kómen hier een keer binnen. Dan beginnen ze ­weleens: sorry dat ik nu pas een keer kom, buurman. Ho, ho, zeg ik dan, dat bepaal je gewoon zelf. Dat ik vriendelijk ben tegen iedereen, betekent niet dat jij niet ergens anders je koffietje of je broodje kunt halen."

Want dat kán hier in de buurt, waar de horecakeuze enorm is. Jolande: "Maar het zijn veel sapjes, veel zuur­desem, hipperdepip, maar eigenlijk nergens meer een broodje kaas. Of zoals wij in de winter vaak een pan erwtensoep maken. Dan zitten hier studenten binnen die zich weer even thuis wanen. Spelen wij wel vadertje en moedertje voor ze."

Leo: "Elke keer als we de kaart aanpassen, denken we: moet dat broodje gezond er nog op? En elke keer denken we dan: ja, dat moet er nog op. Ik ga niet opeens in de weer met dingen die andere zaken beter kunnen. Wil je een ­bagel? Ga dan lekker naar een bagelzaak, die hebben er verstand van. Schoenmaker blijf bij je leest. Ik weet waar wij goed in zijn."

Dan, zacht opeens: "Neem nou die jongens achter ons. Die komen voor een uitsmijter, dat kan ik je op een briefje geven. Nou, gelijk hebben ze. Niet iedereen kan een ei ­bakken, hoor. Maar wij wel."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden