PlusPS

Brian Fernandes van de Waterkant: 'Trots op wat het is geworden'

'Het is een beetje een secret garden.' Brian Fernandes (46) zag het potentieel van een stinkend stukje kade: onder een parkeergarage, achter een tankstation. Sinds de opening van zijn Surinaams eetcafé Waterkant, drie jaar geleden, zit het terras bomvol.

Brian Fernandes Beeld Martin Dijkstra
Brian FernandesBeeld Martin Dijkstra

Geen café in Amsterdam dat zo leunt op zijn terras als Waterkant. En wat voor ­terras: de verborgen kade van de Marnixstraat, achter het tankstation, onder de opvallende parkeergarage, blijkt een plek waar je heerlijk met je voetjes over de rand in de zon kunt zitten. Surinaams biertje in de hand en een sateetje erbij, want Waterkant is een Surinaams eetcafé.

Exact drie jaar geleden ging het open, en vanaf het eerste moment was het een succes. Waterkant is niet het geesteskind van een gehaaide horecaondernemer, maar van Brian Fernandes, die jarenlang de rechterhand en manager van Paul de Leeuw is geweest, tot hij besloot te stoppen en alles op zijn café te zetten.

Hoe zijn de afgelopen drie jaar voor u geweest?
"Ik ben enorm trots op wat Waterkant is geworden, maar het was een achtbaan waarin ik zat. De opstart was heel zwaar. We zijn niet zomaar een café begonnen in een gebouw, nee, het is daadwerkelijk gebouwd. De plek is tamelijk ingewikkeld: onder de eerste verdieping van een parkeergarage."

"En dan hadden we ook nog eens te maken met de gemeente, die horeca wel zag zitten, maar ook niet zo goed wist hoe en wat. Toen we dan eenmaal opengingen, midden in de zomer, was het meteen full on. Fijn om te merken dat het meteen een succes was, maar ook: aan de bak. Bijna niet geslapen toen."

Waterkant is een Surinaams café. Hoe zit het met uw afkomst?
"Mijn moeder is Nederlands, mijn vader komt uit Suriname, hij studeerde hier geneeskunde. De eerste jaren van mijn leven heb ik in Suriname gewoond. Maar het huwelijk hield geen stand en toen kwam ik als tropisch, 3-jarig jongetje in Leiden terecht. Daar ben ik opgegroeid en ben ik later ook geschiedenis gaan studeren."

"Tijdens mijn studie ben ik met mijn toenmalige vriend naar Amsterdam gekomen, hij ging bij AT5 werken, ik ben hier Europese studies gaan doen. Toen ik eenmaal was afgestudeerd, ben ik bij Paul de Leeuw gaan werken."

Hoeveel tijd zat er tussen het moment van het idee - 'onder die parkeergarage moet een terras!' - en het moment dat het café er daadwerkelijk was?
"Twaalf jaar, denk ik. In 2002 kwam ik hier aan de Nassaukade wonen, en ik kijk bijna recht uit op die parkeergarage. Ik had een bootje, met mooie dagen ging ik de gracht op, en 's avonds ging ik daar aan de overkant aan de kade liggen, omdat je er heel lang zon hebt."

"Het was gewoon een stuk ongebruikte stoep. Soms wilde ik na een lange werkdag nog even een drankje in de zon doen, nam wat koude biertjes uit de koelkast en ging daar zitten. Er zaten ook altijd wel wat andere mensen, soms een zwerver, of een alcoholist. Het enige nadeel van die zomerse dagen was dat iedereen die hoek als openbaar toilet gebruikte, het stonk er vaak enorm naar pis."

"Maar het is er ook prachtig. Het mooiste moment - en daar geniet ik nu ook nog elke dag van - is als de zon ondergaat en onder een bepaalde hoek het water weerkaatst op de onderkant van de op- en afritten. Dan zie je boven je hoofd dat water stromen."

"Het leuke van Waterkant vind ik dat het een beetje een secret garden is. Bijna niemand kwam daar ooit, bijna niemand kon zien hoe mooi dat gebouw is als je eronder staat. Die cirkels die naar boven lopen, die kolommen."

Bent u zo iemand die altijd kansen ziet als hij door de stad loopt, of was dit een unieke gebeurtenis in uw leven?
"Ik werkte voor Paul de Leeuw, gewoon een drukke kantoorbaan, maar bij deze plek had ik altijd het idee dat er iets moest komen. Maar ik had helemaal geen tijd om er verder over na te denken, en nee, dit soort ideeën schiet mij niet voortdurend
te binnen."

"In 2012 besloot ik bij Paul weg te gaan en had ik de tijd om erin te duiken. De eerste reden waarom het nooit zou gaan lukken, dacht ik, was dat er in de binnenstad geen nieuwe horecavergunningen meer worden uitgegeven. Maar in het horeca-beleidsplan stond één uitzondering: met naam en toenaam werd deze locatie genoemd. Ik viel van mijn stoel. En toch, kennelijk had nog niemand toegehapt."

"Toen ben ik er eens goed voor gaan ­zitten. Eerst door die enorme ambtelijke molen. Eigenlijk was het simpele feit dat ik vrij was, dat ik alle tijd had om hier heel veel energie in te steken, de reden dat dit is gelukt."

Waarom was u bij Paul de Leeuw weg­gegaan?
"Ik werkte al vijftien jaar voor hem, in de laatste periode als zijn manager. In die tijd gingen we ook nog een kookboek maken en heb ik een theatertour voor hem geproduceerd. Ik had besloten om na de première van die voorstelling te zeggen dat ik wegging."

"Ik vond dat moeilijk en eng en herinner me nog precies hoe ik zijn kleedkamer instapte en zei dat ik zo'n beetje alles gedaan had wat er te doen was bij hem, dat het tijd was om verder te gaan. Met bonkend hart. Want ik heb het altijd heel erg naar mijn zin gehad, hij is een innemend persoon. Ik was bang dat ik hem zou kwetsen. Hij vond het ook heel erg, maar begreep het."

"Terwijl ik bij Paul werkte, heb ik ook nog rechten gestudeerd. De colleges, de tentamens, het niveau - dat ging allemaal prima. Het schrijven van de scriptie was loodzwaar, dat moest allemaal 's avonds en in het weekend. Maar als ik aan iets begin, maak ik het ook af."

Had u er vertrouwen in dat Waterkant er zou komen?
"Ik gaf mezelf vooraf bijzonder weinig kans dat het zou lukken, maar wilde het toch proberen. Ik vermoedde dat je een of andere topondernemer moest zijn om voor die plek in aanmerking te komen. Toen ik eenmaal aan de slag ging, was het de hele tijd één stap vooruit, twee stappen achteruit. Het duurde alleen al maanden om de juiste personen aan tafel te krijgen. Dan was de politieke wil er wel, maar moesten de ambtenaren het weer voor elkaar zien te krijgen."

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

"Twee weken voordat we gingen bouwen, bleek dat we een strook van twee meter voor het water vrij moesten houden, omdat het een wandelroute zou zijn. Terwijl die twee meter essentieel voor ons ­terras waren. Ik was alweer bezig met het schrijven van een bezwaarbrief, toen wethouder Van Pinxteren wegens de verkiezingen vertrok. Haar opvolger vond het prima."

Was er inmiddels een soort verbetenheid in u gevaren?
"Ik was er al een jaar fulltime mee bezig, als het was mislukt had ik helemáál geen idee meer wat ik dan moest gaan doen. Er is één moment geweest dat ik daadwerkelijk dacht: dit wordt 'm. Toen ik namens de gemeente de officiële partij werd om over die plek te gaan praten."

"Dat was nogal willekeurig, aan de andere kant was ik met een zeer doortimmerd plan naar ze toe gekomen. Elke tegenslag voelde als een slag in mijn gezicht, maar dan ging ik meteen een strijdplan maken om ertegenin te gaan. Als ik me er niet volledig op had gestort, en als het inmiddels niet zo belangrijk voor me was, was het echt niks geworden."

Zijn het juist uw amateurisme en uw wat naïeve doorzettingsdrift geweest die de zaak uit het vuur hebben gesleept?
"Ik denk het wel, ja. Ik benaderde het hele plan trouwens ook heel amateuristisch in het begin. Ach, dacht ik, ik zet wel een caravan neer en wat klapstoeltjes. Hoe meer ik met mensen sprak, hoe meer ik doorkreeg dat het serious business is. In Amsterdam drijf je geen horecazaak met een caravan van waaruit je wat sandwiches en biertjes verkoopt."

"Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat ik compagnons moest hebben, met verstand van zaken. Eerst ben ik met Michel Penders opgetrokken, een vriend van mij die veel horeca op festivals heeft gedaan. We zijn met allerlei horecamensen in de stad gaan praten, en het was eigenlijk meteen raak met de Drie Wijzen uit Oost, die al een aantal zaken hebben."

"Ze vonden het plan hartstikke leuk, de plek geweldig, maar hebben dat idee van de caravan met de klapstoeltjes meteen uit ons hoofd gepraat. Er moest opslagruimte komen, meer koelruimte, een selfservice systeem voor de bediening. Op allerlei ­cruciale momenten hebben ze nuttige adviezen gegeven."

"Als zij er niet bij waren gekomen, was het zo'n soort aflevering van Ik vertrek... geworden, waarin alles misgaat en je uiteindelijk keihard op je bek gaat."

Was het moeilijk om uw idee deels uit handen te geven?
"Eerst dacht ik alleen maar dat ik het wel zou fiksen in mijn eentje. Ik ben heel blij dat vooral Michel heeft gezegd dat het te veel werk was voor ons samen. 'Ik heb liever een klein stukje van een grote taart, dan een groot stuk van een mislukte taart,' zei hij. Ik moest eraan wennen, want Waterkant voelde als mijn kindje, ik vond het niet makkelijk om dat met anderen te delen."

"Al voelde het met hen wel meteen organisch. Het lastige was dat ik een amateur was en zij het klappen van de zweep door en door kennen, terwijl ik toch heel vaak voet bij stuk heb gehouden. Ik moest mezelf af en toe bewijzen tegenover hen, sommige dingen gaan bij ons nou eenmaal anders dan bij hen. Het heeft drie jaar geduurd om het een goedlopende trein te laten zijn, maar dat is het inmiddels wel. In het begin was ik er bijna elke avond, nu ben ik er 's avonds bijna nooit meer."

Is dat niet raar?
"Dat is bijvoorbeeld een discussie die ik had met Piet, een van de compagnons. Hij vindt: het is jóuw zaak, jíj moet de gasten ontvangen. Maar zo is het niet bij Waterkant, het gaat niet om mij, het gaat juist om de andere mensen die er werken. Ik vind het belangrijker om er 's ochtends om negen uur te zijn, dan ga ik dingen regelen om ervoor te zorgen dat het de rest van de dag goed gaat."

U vindt niet dat u de barman moet zijn die het biertje inschenkt?
"Ik drink zelf bijna niets meer en ik ben ook te oud om daar de barman te zijn. Het gezicht van die zaak, dat moeten die leuke, jonge mensen zijn. Daar had ik een heel duidelijk idee over."

Wanneer bedacht u dat het een Surinaams getinte zaak moest zijn?
"Ik zat met Michel te borrelen, we hadden het over Suriname, dat het land zulke mooie dingen te bieden heeft. In Suriname heb je dé Waterkant, een stuk kade aan de Surinamerivier waar kioskjes staan, waar je een Djogo - dat is een fles bier van een liter die je kunt delen - haalt en een sateetje. Dat moet het worden, bedachten we, maar dan in Amsterdam. Het wonderlijke is dat je hier eigenlijk nergens léuk Surinaams kunt eten. Wel lekker, maar meestal in van die wit betegelde zaakjes."

Jeugdfoto Brian Fernandes Beeld Prive-archief
Jeugdfoto Brian FernandesBeeld Prive-archief

"Ik zie Waterkant trouwens niet als een Surinaams café, maar als een plek waar we het beste van Suriname over het voetlicht willen brengen. Die Djogo van Parbo loopt ontzettend hard bij ons, we verkopen Fernandes frisdrank, homemade gemberbier en roti natuurlijk. Van die lekkere Surinaamse dingen. Maar net zo goed Brouwerij 't IJ en hamburgers."

Was het een groots moment voor u toen Waterkant uiteindelijk openging, op 7 augustus 2014?
"Ik kon niet meer stoppen met glimlachen. We gingen om vier uur 's middags open en binnen no-time zat het terras al barstensvol. Ik dacht: waar komen al die mensen vandáán? Ik maak me geen illusies trouwens, het concept van Waterkant is goed, de plek is het belangrijkste van het succes."

"Je zit er tot half negen ­'s avonds in de zon, dat kan op bijna geen andere plek in Amsterdam. Ik merk dat ik, zodra het zomerseizoen is begonnen, in mijn hoofd al aan het aftellen ben. Op 21 juni, de langste dag, moet het eigenlijk nog beginnen allemaal, maar nadert voor mijn gevoel de winter al."

Ziet u daar tegenop?
"Ja, verschrikkelijk. Ik vind de winter sowieso erg, maar nóg erger omdat het contrast bij Waterkant met de zomer zo groot is. Vorige winter ben ik naar Suriname gegaan met een paar vrienden, dan knap ik helemaal op. Zie ik mijn vader weer, mijn neven en nichten, ik kom tot rust en geniet van de ongedwongenheid en het gebrek aan stress."

Heeft u veel liefde voor Suriname?
"Ja. En ik mis mijn vader."

Lijkt u op hem?
"Ik denk het wel. Al is hij een heel rustgevende persoon, dat ben ik minder. Hij is heel lang bedrijfsarts bij Suralco geweest, de Surinaamse aluminiumproducent.
Mijn vader is zo iemand van wie iedereen houdt, hij maakt van die papagrapjes, soms heel flauw maar toch ontzettend leuk."

Is homo-zijn in Suriname anders dan in Nederland?
"Dat dacht ik wel altijd, ik had er ook best wel moeite mee: om daar te zijn en het er níet over te hebben. Toen ik uit de kast kwam, heb ik het aan mijn vader ­verteld, maar eigenlijk hebben we er nooit echt over gesproken. Ik heb het meegedeeld, daar hield het gesprek wel zo'n beetje mee op. Bram, de jongen met wie
ik lang een relatie heb gehad, heb ik ook wel meegenomen naar Suriname. Dat was dus geen issue, maar in mijn hoofd was het dat wel."

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

"Volgens mij is het trouwens minder een taboe dan vroeger. Of je echt hand in hand over straat moet gaan lopen, weet ik niet, maar dat er homo's zijn en dat je die gewoon onder je vrienden kunt hebben, is nu wel doorgedrongen. Vroeger had ­niemand het erover, niemand kénde ­überhaupt een homo."

Maar u voelt zich er helemaal thuis?
"Het gekke is, dat hoor ik van meer Surinamers die hier wonen: als je er bent voel je heel sterk hoe je het mist, maar als je dan weer terug bent in Nederland, bezig met je dagelijkse dingen, ben je dat gevoel weer heel snel kwijt."

"Als ik daar ben, wil ik er wonen. Ik fantaseer er ook wel over dat dat ooit gebeurt. Alleen al voor het gevoel een familie om me heen te hebben, een ­hartelijke familie. Mijn Nederlandse familie is ook wel hartelijk, maar we lopen de deur niet plat bij elkaar. Zoals dat gaat in Nederland, ik vind dat best eenzaam af en toe, in Suriname ben je echt ergens onderdeel van."

Heeft u dat gevoel bij Waterkant ook?
"Het is een heel sociaal bedrijf, maar persoonlijk krijg ik er mijn sociale input niet van. Het zijn allemaal jonge mensen die er werken, veel jonger dan ik. Ik ben 46 en geen kroegtijger. Bovendien, zij zijn mijn werknemers, en ze doen ook daadwerkelijk ander werk dan ik. De meeste van mijn vrienden heb ik juist overgehouden aan mijn tijd bij Paul."

Denkt u weleens na over hoe-nu-verder?
"Ik weet niet of ik nog een horecazaak zou willen. De tijd is wel rijp voor een nieuw project in mijn leven, inmiddels. Maar als ik nog een zaak zou hebben, wil ik eigenlijk weer iets unieks, zoals Waterkant dat is. Ik denk dat dat in Amsterdam nog wel te regelen zou moeten zijn."

"En wat de rest van mijn leven betreft: ik ben toe aan gezinsuitbreiding, ik zou dolgraag kinderen willen. Kort nadat Waterkant was geopend, ging het uit met mijn vriend, met wie ik acht jaar een relatie had gehad. Dat was een grote streep door mijn toekomst, want ik verlang heel erg naar een gezinsleven. Om dat op deze leeftijd voor elkaar te boksen, wordt een uitdaging. Maar zoals ik al zei: als ik ergens aan begin, maak ik het af."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden