Plus PS

Bregje Bleeker viel als een blok voor hasjhandelaar de Walrus

Van gangsterliefje tot gemeenteambtenaar. Bregje Bleeker (47) viel als een blok voor hasjhandelaar de Walrus. 'Hij was geen man die je zomaar aan je ouders voor ging stellen, nee.'

Bregje Bleeker Beeld Jitske Schols

Bregje Bleeker zit aan de muntthee in café De Pont, even over het IJ in Noord. Haar stadsdeel. Ze is er gebiedsmanager voor de gemeente. Een hoge ambtenaar met dito verantwoordelijkheden.

Vijfentwintig jaar geleden had ze roze champagne gedronken met 'de Walrus', een van de grootste hasjhandelaren van de stad. Een man die indruk probeerde te maken op zijn 21-jarige verovering door haar mee te nemen naar het sterrenrestaurant De Bokkedoorns in Overveen en daar de hele menukaart te bestellen en alles tegelijk op tafel te laten zetten.

Gerookte wildzwijnham, oesters, de carpaccio van mozzarella, bouillon met draadjesvlees, Jabugo-ham, gelei van ossenstaart, mosselen met saffraan en langoustines met krokant buikspek. Kreeft met frietjes, geroosterde kwartel, sliptong, Stellendamse garnalen, een stoofpotje, eendenlever met vijgen, eekhoorntjesbrood met truffel­meringue, gebraden eend en een boerderijhoen uit de Bresse.

Een man die niet ophield het leven te leven, panisch om te eindigen als 'oud gebak'. Totdat zijn lichaam eraan ten onder ging en de dood een einde maakte aan een onstuimige liefdesaffaire van vier jaar. Bleeker - ze is ook schrijfster - maakte er een boek over. Een ode aan de Walrus, maar ook een zoektocht naar haar eigen drijfveren. Deze week kwam er een geheel herschreven versie van de uitgave van 2007 uit.

U heeft zijn graf één keer bezocht.
"Dertien jaar geleden."

Hoe was dat?
"Eerlijk gezegd niet heel... Nee, er was niet veel meer."

Hoe oud was hij?
"Hij was 47 toen hij overleed. Tijdens een bezoek aan zijn kinderen in Zuid-Frankrijk."

Net zo oud als u nu bent.
"Ja, een heel raar gevoel."

Hij was, schrijft u, een dikke oude man. Op zijn best copieus, lomp en uit een andere wereld.
"Hij was ordinair. Een levensgenieter, maar ook een alcoholist en een drugsdealer. Ik was student en kende hem uit een café waar ik vaak kwam. Hij ging naast me aan de bar staan en begon op te scheppen wat hij allemaal had."

"Hij was nog een beetje zoekende wat het meeste indruk op mij maakte: van skyboxen tot antieke kussenkasten. En steeds rondjes voor het hele café bestellen. Dat had iets heel vriendelijks. Ik had natuurlijk al wel een vaag vermoeden dat hij geen ambtenaar was."

Toch viel u als een blok voor hem.
"Hij was superspannend. Overweldigend. Er was altijd geld en alles kon. Allemaal dingen die ik nog nooit had gedaan op plekken waar ik anders nooit was gekomen. We leefden in de dag. Precies wat ik nodig had."

Een foute man.
"Hij was geen man die je zomaar aan je ouders voor ging stellen, nee."

Bleeker groeide op in het keurige Amsterdam-Zuid van de jaren zeventig, in de nadagen van de hippies. Een groot huis in de Beethovenstraat. Gebreide vestjes van vettige schapenwol en felgekleurde plastic tafels met glazen vol wierook.

Haar vader psychiater, haar moeder hoogleraar in de geneeskunde. Ze bezocht de Amsterdamse Montessori School en het Ignatius Gymnasium. Op de UvA studeerde ze geschiedenis en politicologie, en voor D66 organiseerde ze feministisch-economische congressen.

Wat vond uw moeder van de Walrus toen ze hem uiteindelijk ontmoette?
"Ze vond het een heel aimabele, fijne man."

Wist ze wat hij deed?
"Nee."

Had u dat bewust verzwegen?
"Ik kom uit een familie waar heel weinig wordt gepraat. Ik denk dat mijn ouders heel goed wisten wat ik aan het doen was, maar wij zwegen thuis het liefst over onderwerpen die een beetje moeilijk lagen. Ik had in mijn jeugd boulimia. Dat vonden mijn ouders zo eng, dat ze het er gewoon niet over durfden te hebben."

"Mijn moeder werd in die tijd ziek. Ze leed aan een zeldzame combinatie van dementie en parkinson. Dat was een groot ding in de familie, waar we allemaal mee bezig waren. Wij mochten niet ziek zijn, wij moesten beter zijn dan anderen. Ziekte werd niet getolereerd. Dat kwam voort uit de angst om niet goed genoeg te zijn."

"Ik was ook een bang meisje. Dat had ik duidelijk van huis uit meegekregen. Mijn vader vond alles eng en dacht alleen maar hoe de dingen fout konden gaan. Dan komt er zo'n Walrus langs die alles weglacht en weet hoe het leven in elkaar zit."

De vader naar wie je op kunt kijken?
"Absoluut. Het was vluchten naar een andere wereld. Het was thuis ellendig. Ik voelde me er niet veilig. Bij de Walrus wel. Hij heeft me geholpen minder onzeker te worden. Het is het verhaal van een jonge, onzekere vrouw, die uiteindelijk op een heel rare manier haar weg weet te vinden in de wereld: via de hasjhandel."

Op de middelbare school leek het u beter om geen borsten te hebben.
"Ik was alleen maar bezig met wat andere mensen voor verwachtingen van mij hadden. Uiteindelijk gooide ik mijn kont tegen de krib. Mijn zus reageerde heel anders. Die deed gewoon drie studies, promoveerde cum laude en werd op haar 37ste hoogleraar in Utrecht."

"Dat vonden wij thuis al een beetje aan de late kant. Ik heb heel lang gedacht: met twee studies ga ik het niet redden in deze wereld. De Walrus zei: als je iedereen maar wijs maakt dat het goed gaat met je, komt alles in orde. Toen het slecht ging met zijn handel, kocht hij juist een extra grote auto."

In het boek bent u snoeihard over uw vader.
"Is dat zo?"

U schrijft: 'Ik herinner me vooral hoe mijn moeder naar het verpleeghuis is gegaan. Mijn vader kon het niet meer aan en besloot op een namiddag dat ze weg moest. Hij zette haar bij het tehuis af met plastic zakken met kleding en ging zelf met zijn nieuwe vriendin op vakantie. Kennelijk voldeed ze niet meer, die overhaast genomen beslissing versterkte mijn beeld dat je perfect moet zijn, weg werd gedaan als je niet meer goed genoeg was.'
"Dat is zoals ik het toen heb ervaren. Maar hij heeft ook heel veel dingen goed gedaan en is een fijne vader. Hij weet dat ik dat vind. Volgens hem lijk ik op zijn moeder. Die kwam uit Beverwijk en is met vijf kleine kinderen driehoog-achter in Amsterdam gaan wonen. Dat vond hij zo dapper. Mijn vader zegt altijd tegen mij: jij bent ook zo, jij doet het ook maar gewoon."

Uw ouders hebben grote armoede gekend.
"Ja."

En dan komt er een man langs die een heel restaurant leegkoopt en meer dan de helft weg laat gooien.
"Mijn vader ziet daar de humor wel van in. Maar ik begrijp wat je bedoelt: ik ben zelf iemand die geen restjes weggooit. Het had twee kanten: het was ook de vrijheid om te doen en laten wat je wilt."

Bent u in affectieve zin tekortgekomen?
"Dat vind ik heel moeilijk om te zeggen. Het zijn toch de mensen die me hebben opgevoed. Laat ik het zo zeggen: we konden elkaar moeilijk bereiken. Maar ze hebben ons ook veel meegegeven."

'Hij heeft ook heel veel dingen goed gedaan en is een fijne vader. Hij weet dat ik dat vind' Beeld Jitske Schols

"Toen ik acht was fietste ik in mijn eentje de stad door. We zijn heel zelfstandig opgevoed. Dat vind ik een heel fijne kant aan mijn jeugd, want die heeft me een hoop avonturen en vrijheid gebracht."

Was er na de Walrus nog wel plek voor een nieuwe liefde?
"In het begin was ik nog op zoek naar een imitatie-Walrus. Die vind je natuurlijk nooit. Maar daarna heb ik een lange relatie gehad met een heel leuke man. En ik ben erg blij met de man met wie ik nu ben."

Wordt het niet eens tijd om de echte naam van de Walrus te onthullen?
"Dat zou ik kunnen doen, maar ik doe het niet. Dat heb ik met zijn kinderen zo afgesproken. Ze worstelen met hoe hun vader was en hebben tegelijkertijd heel goede herinneringen aan hem."

Heeft u zelf kinderen?
"Nee."

Bewust?
"Dat weet ik niet. Ik denk dat het heeft meegespeeld dat ik veel voor mijn moeder heb gezorgd in een tijd waarin ik anders over kinderen was gaan nadenken. Ik was in de jaren na haar overlijden ook helemaal klaar met zorgen. Maar het zou goed kunnen dat ik anders ook geen kinderen had gehad. Het is gelopen zoals het is gelopen en dat is helemaal prima."

Toen tien jaar geleden uw boek voor het eerst uitkwam, schreef een lezer van Elsevier: 'Verbazend dat dit blad een podium biedt aan iemand die met een hoge eigendunk en een laag normbesef vertelt over haar avonturen in de misdaad.'
"Ik had in de tijd van de Walrus juist een heel lage eigendunk."

U schetst een behoorlijk romantisch beeld van het wereldje.
"Het was een toevluchtsoord, waar je aan het echte leven nog niet hoefde te beginnen. De meeste mannen die erin rondliepen waren ook nog niet aan het echte leven begonnen. Ze maakten er alleen grote plannen over."

Het was gewoon criminaliteit.
"Maar ook een kwajongenswereld. Er werd gehandeld vanuit zeven grote kantoren en een paar kleintjes. Gewone kantoren met gewone werktijden. De politie wist alles, maar liet het gewoon gebeuren. Daarmee hoopten ze de rust in de stad te bewaren, terwijl het echt om veel hasj ging, honderden kilo's per week."

"Mensen denken dan meteen aan Klaas Bruinsma of aan Sam Klepper en John Mieremet, maar daar wilden we niets mee te maken hebben. Het werd bij de kantoren ook altijd gezegd: je mag absoluut niet in wit handelen. De Walrus noemde mensen die dat wel deden psychopaten."

Vond u dat belangrijk?
"Ik had er wel discussies over met de Walrus. Of het wel goed was wat hij deed en waarom hij geen belasting betaalde. Hij zei: we worden gedoogd en dat was voor hem het bewijs dat het kon."

Hij verdiende dertigduizend gulden per dag.
"In zijn goede tijd."

Dan denk je niet...
"Je begon natuurlijk niet meteen met dertigduizend gulden. Die mannen zijn er allemaal een beetje ingerold. Ze begonnen met een klein stukje hasj en liepen vervolgens nauwelijks tegen grenzen op, omdat de politie het liet bestaan. Dan word je uiteindelijk vanzelf heel groot. Bijna allemaal wilden ze ermee stoppen, maar dat lukte de meesten niet. Het is idioot dat de maatschappij dat liet bestaan."

U liet zich fêteren op dure etentjes, mooie kleren en exclusieve hotels.
"Dat klinkt alsof ik me liet kopen."

Dat was toch ook zo?
"Dat vind ik niet. Echt niet. De Walrus was een man van wie ik hield, maar ik was het niet eens met wat hij deed."

Ik ontkom niet helemaal aan de term gangstermeisje.
"Dat heb ik in het wereldje nooit gehoord."

Ze zagen zichzelf misschien niet als gangsters.
"Inderdaad, ze vonden zelf dat het heel netjes ging. Net als de politie dachten ze: zolang wij het doen, nemen de Joegoslaven het niet over. Voor de helderheid zeg ik het er maar even bij: het had niets te maken met hoe de drugshandel nu in elkaar zit. Misschien moet je wel zeggen dat als je zo lang gedoogt dat er heel veel drugs worden verhandeld in Nederland, je een klimaat schept waarin het heel erg uit de hand kan lopen."

Was u bang?
"In het begin vond ik het eng, maar dat gevoel ging weg. Er was dreiging, maar er was nooit sprake van geweld."

De Walrus had een pistool.
"Dat gebruikte hij niet."

Dan had hij het ook niet hoeven hebben.
"Misschien moet je die boodschap eens in Amerika gaan verkondigen! Het was een prettige wereld met een gemoedelijke sfeer. Het had allemaal iets tijdelijks, zonder verwachtingen. Het was een soort oude garde, die elkaar al heel lang kende. Wat mij verbaasde: mensen gaven elkaar geld mee zonder het na te tellen. Dat was wel het laatste wat ik had verwacht."

Zolang het goed gaat met de handel is het gezellig en wordt het geld niet geteld, maar als het slechter loopt, wordt het grimmig.
"Dat zijn de gedachten van iemand die niet in die wereld heeft rondgelopen. Als ik zie hoe het is gegaan na zijn dood..."

Hij liet voor anderhalf miljoen gulden schulden na.
"Dat was echt niet spanningsvrij, maar er is niets gebeurd. Als het bij Klaas Bruinsma was geweest, had ik nu inderdaad geen vingertjes meer gehad."

Jeugdfoto Bregje Bleeker Beeld Privé

"Het zegt iets over de wereld van de Walrus: dat iemand ertussenuit knijpt met anderhalf miljoen gulden schuld en dat er dan nog steeds geen werkelijke klappen vallen."

Hoe heeft u dat voor elkaar gekregen?
"Ik wilde het op een nette manier oplossen en geen chaos achterlaten. Daar ben ik erg bij geholpen door handelaren die met me mee gingen om aan andere handelaren te vertellen dat er niets meer was. Het is de handel als geheel geweest die het heeft opgelost."

Hoe ver zat u er zelf in?
"Toen het slecht ging met de Walrus heb ik hem weleens geholpen orde op zaken te stellen in zijn administratie."

In het boek suggereert u dat u na zijn dood zelf een kantoor bent begonnen.
"Ik heb alles netjes afgehandeld en daarna ben ik wat anders gaan doen."

Meer wilt u er niet over zeggen?
"Klopt."

Is het dan toch niet helemaal in de haak wat u heeft gedaan?
"Ik kan er nog steeds volledig achterstaan."

Komt u de oude handelaren nog weleens tegen?
"Dat niet, maar als het zou gebeuren, ga ik gezellig een borreltje met ze drinken."

Zagen ze destijds uw boek niet met angst en beven tegemoet?
"Ze vonden het leuk dat ik het ging schrijven. Ze hebben me zelfs geholpen met voorbeelden om te schetsen hoe de handel echt was. Toen het boek uitkwam, vonden ze het even eng. De aandacht werd op hun wereld gevestigd, terwijl een groot deel er nog in zat. Nu is zo'n 95 procent verdwenen."

Heeft u spijt?
"Ik herinner me wroeging over wat ik deed. Maar ik herinner me ook hoe goed de Walrus voor mij is geweest."

Toen uw boek de eerste keer uitkwam, werkte u voor de gemeente in Westerpark.
"Ik ben altijd open geweest."

Vonden ze het niet een beetje raar?
"Dat hebben ze tegen mij in elk geval niet gezegd."

U heeft vast wel moeten wennen aan het ambtenarensalaris?
"Dat geld was voor mij niet belangrijk. Ik had heel normale studentenbaantjes en ging in die tijd ook gewoon anderhalve maand in mijn eentje naar Australië en sliep dan in het goedkoopste jeugdhotel."

"Ik hou ook best van lekker eten in een goed restaurant, maar eerlijk gezegd maak ik het zelf vaak beter. Ik hou ervan om voor grote groepen mensen te koken. Het is een heel normaal leven dat ik nu leid, maar niet minder leuk."

En nog steeds actief voor D66?
"Ik ben een hele tijd lid geweest van de SP. Sympathieke partij. Ik leef liever in een wereld met minder grote inkomens, maar waar wel iedereen het goed heeft."

Bregje Bleeker: De Walrus, Uitgeverij Lebowski, €17,50

'Ik leef liever in een wereld met minder grote inkomens, maar waar wel iedereen het goed heeft' Beeld Jitske Schols

Bregje Bleeker

Geboren
4 september 1970, Amsterdam

1976-1982
Amsterdamse Montessori School

1982-1988
Ignatius Gymnasium

1988-1998
Studie geschiedenis en politicologie, UvA

1999-2002
Consultant bij e-office, Huis ter Heide

2003-2006
Freelance consultant

2006-2015
Programmamanager en wijkmanager, Westerpark

2007
Eerste publicatie van De Walrus, daarna diverse korte verhalen, columns en in opdracht twee korte biografieën

2015-nu
Gebiedsmanager oud-Noord, stadsdeel Amsterdam-Noord

2017
Publicatie Eva, over haar moeder

2017
Publicatie van de geheel herschreven Walrus

Bregje Bleeker heeft een vriend, maar woont niet samen. Ze woont in Westerpark.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden