Plus

Breekt de pleuris uit? Bel probleemoplosser Nelleke Hillhorst

Als er problemen zijn op het gebied van jeugdzorg en criminaliteit, wordt Nelleke Hilhorst (59) erop afgestuurd. Boefjes en hangjeugd zijn haar specialiteit.

Beeld Niels Blekemolen

Het is 2018, het laatste weekend van januari, Amsterdam is in shock. Die vrijdagavond is bij een liquidatiepoging op Wittenburg een jonge vrijwilliger van het buurtcentrum doodgeschoten. Deze 17-jarige jongen, Mohamed Bouchikhi, was een onschuldig slachtoffer: de daders kwamen voor iemand anders.

Kort na de schietpartij rijdt Nelleke ­Hilhorst in haar comfortabele Peugeot 508 naar een vergadering als de telefoon gaat. Ruud IJzelendoorn, rechterhand van de burgemeester, hangt aan de lijn. Of ze onmiddellijk naar het stadhuis kan komen. Een nieuwe klus voor Hilhorst, die als adviseur wel vaker wordt ingevlogen bij problemen op het gebied van jeugdzorg en criminaliteit.

Met een U-bocht stuurt ze de sedan terug naar het centrum, om een halfuur later op het stadhuis haar opdracht in ontvangst te nemen. De gemeente moet laten zien wat ze in huis heeft op Wittenburg en Hilhorst krijgt de leiding.

In de weken die volgen komt alles samen wat ze leerde van een bijna veertigjarige carrière in de jeugdzorg. Het is de zoveelste, maar ook de belangrijkste klus die ze ooit kreeg.

Tijdens een bezoek met waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen ziet ze de kogelgaten in het buurthuis. In het kleine kantoortje van het buurthuis probeerde Mohamed weg te kruipen uit angst voor de schutters.

Even realiseert ze zich hoe bang hij moet zijn geweest. Dan gaat de adrenaline stromen. "Het raakt me diep, maar er komt ook een strijdlust in me naar boven waardoor mijn­­ bloed sneller gaat stromen. Ik mag in actie komen, ik kan iets doen."

Het is het begin van een zware tijd, want er zijn veel problemen op Wittenburg. "We gingen in gesprek met een groep vrouwen - moeders van slachtoffers, maar ook van daders. Ze leden onder een collectieve angst voor de gebeurtenissen waarin hun kinderen verzeild waren geraakt."

Werkweken van zestig uur volgen, waarin Hilhorst het vertrouwen wint van de buurt. Meestal wordt ze ingevlogen als bestuurlijk adviseur, maar op Wittenburg komt het veel dichterbij.

"Dit is Nelleke. Ze is mijn gevolmachtigde en dit is haar telefoonnummer," zegt Van Aartsen overal waar ze komen. Hilhorst wordt ook gebeld als een bewoner 's avonds laat iets geks ziet op straat. Of als een gezin dringend een andere sociale huurwoning nodig heeft. Ze is ze de schakel tussen de wijk en instanties. "Wittenburg is het meest hectische wat ik ooit heb meegemaakt."

Bliksemcarrière
Waarom Hilhorst doet wat ze doet, heeft met haar familiegeschiedenis te maken. Haar oma, Neeltje Hilhorst-Stevenhagen, komt eind negentiende eeuw als wees in het oude Burgerweeshuis aan de Kalverstraat terecht. Tot haar zestiende draagt ze het zwart-rode uniform van de Amsterdamse wezen.

Over de harde discipline uit haar jeugd kan ze later indringend vertellen. Wanneer Hilhorst na school eens klaagt dat ze voor het bord moest staan wegens kletsen tijdens de les, herinnert oma zich dat zij in dat geval een weekend lang werd binnengehouden en niet mee mocht met haar oom en tante.

In gesprek in het buurthuis op Wittenburg Beeld Niels Blekemolen

Ze beschreef het gevoel van onrecht als er ineens melk in de thee ging omdat meneer pastoor langskwam, terwijl het er doorgaans zo armetierig aan toeging. Een onrechtvaardig systeem.

Die verhalen doen Hilhorst in 1977 besluiten orthopedagogiek aan de UvA te studeren. Tijdens een stage bij een jeugdzorginstelling komt ze erachter dat haar grote kracht is om alle neuzen aan een vergadertafel één kant op te krijgen.

"De groepsleiders keken op tegen donderdag, vergaderdag. Ik vond het juist geweldig om met knappe koppen een behandelplan te maken waardoor een kind weer perspectief krijgt."

Als een jongen uit de instelling haar met een mes bedreigt, op haar eerste stagedag, krijgt ze hem pratend zover dat hij het mes neerlegt. "Volgens mij was hij vooral bang, niet boos. Wat zouden we kunnen doen om die angst weg te nemen?"

Het besef dat onderzoek en advisering haar beter liggen dan de verzorging, is het begin van een bliksemcarrière. Op haar 28ste is ze al pedagogisch adjunct-directeur van het Sociaal-Agogisch Centrum Amsterdam, tegenwoordig Spirit. Het is de organisatie waar ooit het Burgerweeshuis van haar oma onder viel. Toch blijft ze daar niet hangen: als directeur moet je zestig uur per week werken, terwijl Hilhorst en haar man ook aan een gezin willen beginnen.

Begin jaren negentig gaat ze daarom van klus naar klus bij verschillende instituties. Op het hoogste niveau, maar wel drie dagen per week, voor haar gezin. "De band met mijn kinderen vind ik belangrijk. Inmiddels is mijn man hoog­leraar en is hij minder gaan werken. Hij kookt wat vaker, zodat ik nu op volle kracht door kan gaan. Mooi hè?"

Probleemoplosser
Dat Hilhorst naar Wittenburg wordt gestuurd, is geen toeval. Onder haar leiding lukte het een jaar eerder om probleemwijk Banne Buiksloot in Noord weer rustig te krijgen. Een groep jongeren met een criminele kern had daar maandenlang ernstige overlast veroorzaakt.

Van buurthuis naar stadhuis: als schakel tussen de wijk en instanties komt Hilhorst overal Beeld Niels Blekemolen

Ondanks alle media-aandacht kregen de politie en gemeente er maar geen grip op. Hilhorst werd aangesteld als 'stedelijke probleemoplosser'. "Dat de overheid laat zien dat zij het verschil kan maken, is voor inwoners van dit soort wijken erg belangrijk." Onder haar regie werd het weer rustig in de buurt. Zo gaat het meestal.

Noem een onderwerp op het snijvlak van jeugdzorg en criminaliteit en Hilhorst heeft ermee te maken gehad. Zo werkte ze aan de Treiteraanpak, waarmee buren­ruzies worden opgelost door de dader gedwongen te laten verhuizen.

Bij het project Pak Je Kans speelde ze een leidende rol. De werkwijze van Straatcoaches, een samenwerking tussen jongerenwerkers en toezichthouders, is door haar doorgelicht. Buiten Amsterdam deed ze gerucht­makend onderzoek naar de omstreden gesloten jeugdzorginstellingen Glen Mills en Den Engh, waar probleemjongeren op een ouderwetse manier getuchtigd werden.

Dankzij haar rapporten sloten die instellingen de deuren.

Hilhorst blijft nooit lang op dezelfde plek. Zodra alle instanties weer samenwerken, vertrekt ze. Haar geheim? "Je moet iedereen mede-eigenaar maken van het probleem dat op tafel ligt. Dan trekt niemand de stekker eruit, maar ontstaat een belang om naar de ander toe te bewegen."

Toen het Rijk besloot dat jeugdgevangenis Amsterbaken in 2015 dicht moest, kreeg Hilhorst een belletje: of zij wilde meedenken over een oplossing. Ze schreef een plan en overtuigde het ministerie van de noodzaak te experimenteren met een nieuwe, kleinere gevangenis.

Het leidde tot een locatie aan de Veldekehof in Nieuw-West.Acht jongeren die eerder zijn opgepakt, kunnen hier vastgehouden worden in afwachting van de behandeling van hun zaak. De jongeren mogen overdag de deur uit, naar school of hun werk, maar moeten 's avonds binnen zijn. 's Nachts zitten ze op hun kamer, de deur op slot, zonder internet of telefoons.

Zo kunnen deze jongeren, uit de Top600 (een lijst van zeshonderd Amsterdamse veelplegers) en de categorie daar net onder, meteen na aanhouding aan hun terugkeer werken en contact blijven houden met hun ouders. Het plan overtuigde het ministerie, dat nu een deel van de kosten betaalt.

Hilhorst houdt altijd contact met de mensen met wie ze een klus geklaard heeft. Bijvoorbeeld met Ruud Jacobs. Ooit leerden ze elkaar kennen op de dansvloer van een personeelsfeestje bij de William Schrikker Groep.

"We dansten allebei nogal uitbundig; dat schept een band." Nu houdt Jacobs de zware deur van een isoleercel voor haar open in de Kleinschalige Voorziening in Nieuw-West, een preventieve jeugddetentie-instelling voor Amsterdamse jongens waarvan hij projectleider is. In de ruimte liggen alleen een matras en een lekke voetbal.

De isoleercel in Nieuw-West is sinds de opening niet in gebruik geweest Beeld Niels Blekemolen

Toen Hilhorst het plan op papier had gezet, was een isoleercel, zoals gebruikelijk in Amsterbaken, een vereiste.Sinds de opening van de nieuwe voorziening is die niet in gebruik geweest. Eén jongen gaat er af en toe naar binnen om een balletje te trappen zonder zijn medebewoners te irriteren. Het bewijst het succes van Hilhorsts project.

Na bijna elke klus gaat Hilhorst op vakantie, zo om de paar maanden. Soms ver weg, soms een weekje Berlijn. "Als ik maar even de stad uit ben. Wel met het vliegtuig, want in de auto kan ik de sores niet achter me laten."

Verleidingen
In de loop der jaren heeft Hilhorst een zeld­zaam goed overzicht gekregen van de jeugdzorg, die alleen al in Amsterdam uit tientallen instellingen bestaat. Na de Banne concludeerde Hilhorst dat de gemeente en jeugdzorg te afwachtend zijn en te veel uitgaan van het vermogen van de cliënten om zorg en hulp op te zoeken.

Ze ontdekte dat slechts één van de 43 criminele jongeren in de Banne in beeld was bij de instanties die daar zorg moeten verlenen. "Verdomme, dat kan toch niet waar zijn?" Hilhorst gelooft niet zo in de eigen kracht en de zelfredzaamheid waar het Amsterdams stelsel op gericht is. "Dat werkt bij een groot deel van de jeugdzorgcliënten, maar niet bij mijn doelgroep: de boefjes. Daar moet je op afgaan."

Tijdens een rechtszaak tegen een van de jonge drugsdealers uit de Banne wordt Hilhorst geraakt door zijn eenzaamheid. Er is een waslijst aan oorzaken waardoor het is misgegaan in zijn leven. Tijdens het pleidooi van de aanklager komen de verleidingen voorbij waaraan dit soort jongens, die vaak zwakbegaafd zijn, worden blootgesteld.

Een avond zwoegen in de McDonald's of vijfhonderd euro cash verdienen door een pakje te bezorgen per scooter? "We hebben allemaal ons aandeel in het lot van zulke jongens. Als er in deze stad nou eens géén 40.000 lijntjes coke per dag gesnoven zouden worden..."

De positie van jongens in de samen­leving is een onderwerp waar Hilhorst zich in verdiept. "Voor jongens is de maatschappij steeds ingewikkelder. Bepaalde mannelijke eigenschappen, zoals kracht en het vermogen fysiek te kunnen pieken, zijn nu veel minder belangrijk dan samenwerken en communiceren, waar vrouwen vaak beter in zijn. We hebben een sociale structuur opgetuigd waar zij in toenemen­de mate moeite mee hebben."

Oplossingen heeft Hilhorst niet direct; er wordt nog weinig onderzoek gedaan binnen dit vakgebied. Ze denkt dat het begint bij vaders en meesters, stevige mannelijke rolmodellen die evenwel vaak verdwenen zijn uit het leven van probleemjongens.

Amsterbaken kon dicht, omdat het aantal jongeren dat verdacht wordt van lichte criminaliteit al jaren daalt. Op zich goed nieuws, maar Hilhorst heeft er bedenkingen bij.

Vijftien jaar geleden zat er veel tijd tussen het moment dat een groep hangjongeren overlast veroorzaakte en het moment dat ze opdoken in onderzoeken naar zware criminaliteit. Hulpverleners hadden tijd om in te grijpen.

Nu worden jongens met problemen soms na een paar maanden al gevraagd om liquidaties uit te voeren. Dan is het te laat voor jeugdzorg. Criminele jeugdbendes hebben ook geen bankje op het speelplein meer nodig om met elkaar te communiceren.

Hilhorsts grote kracht: alle neuzen één kant op krijgen Beeld Niels Blekemolen

"Overlast op straat is een steeds minder goede indicator voor de situatie van de buurt op dat moment," zegt Hilhorst. "Als ergens geen straatroven meer worden gepleegd, kan een conflict in de lucht hangen met grotere consequenties. Als de overlast plotseling afneemt, moet je je juist zorgen maken."

In die zin is het voor hulpverleners geruststellend dat er deze zomer door buurtbewoners op Wittenburg weer werd geklaagd over vervelende jongens in de wijk. "Ze durven de straat weer op. Dan weten wij op wie we ons moeten richten."

Menselijk leed
Doordat Hilhorst al bijna veertig jaar voor verschillende bazen werkt, weet ze overal de weg, waar ze ook werkt. Het verklaart haar succes. "Het gebeurt eigenlijk nooit dat ik mensen aan tafel niet meekrijg. Als ze toch beren op de weg zien, bel ik een niveau naar boven, waar vaak iemand zit die ik ook nog wel ken. Dan wordt het meestal alsnog geregeld."

Bijna elke opdracht van Hilhorst draait om menselijk leed op een moment waarop de instanties eigenlijk te laat zijn. Zo ook bij Wittenburg: ze werd pas gebeld toen er al een dode was gevallen. Toch wordt ze niet cynisch.

"Het is misschien wel too late, maar niet too little. Het leven van veel mensen die in een penibele situatie zaten op Wittenburg is nu veranderd. En van wat we hier geleerd hebben, kunnen we in de hele stad van profiteren."

Dan piept de telefoon. Een sms van Jozias van Aartsen, inmiddels burgemeester-af. Of ze even terug kan bellen. De volgende klus hangt altijd in de lucht.

Beeld Niels Blekemolen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden