Brandstichter kinderdagverblijf Noord: 'Ik was van het padje'

Tsjerk-Marijn J. (45) was 'helemaal van het padje' toen hij eind juni brandstichtte in de kelder van een kinderdagverblijf in Amsterdam-Noord.

Beeld Mark Lievisse Adriaanse

Dat verklaarde hij donderdagochtend in de rechtbank. De officier van justitie eist 24 maanden cel, waarvan 21 maanden voorwaardelijk.

J. had op die warme vrijdagmiddag 'behoorlijk wat middelen gebruikt'. "Ik dacht speed te hebben gebruikt, maar het bleek iets anders te zijn. Ik had ook alcohol gedronken. Toen kreeg ik hallucinaties, maar ik kan het niet echt meer plaatsen."

Wat zich precies heeft afgespeeld die dag en hoe hij in de kelder van kinderdagverblijf Johanna Margaretha aan de Wingerdweg terechtkwam, weet hij nog 'bij stukken en vlagen'. Hij weet wel dat hij een bak met luiers in brand heeft gestoken, waar hij ook van wordt verdacht door het OM.

De brand in de kelder zorgde voor grote paniek in het kinderdagverblijf, dat direct alle 47 aanwezige kinderen evacueerde.

Op blote voeten en in rompertjes moesten ze de weg oversteken naar het gebouw aan de overkant van de straat waar ze werden opgevangen. Andere kindjes die in een slaapkamer boven de kelder lagen te slapen, werden met bed en al uit het kinderdagverblijf gereden.

Hoewel de evacuatie vlekkeloos verliep - ouders complimenteerden het kinderdagverblijf achteraf met het adequate optreden - maakte de gebeurtenis diepe indruk op de medewerkers, ouders en kinderen. Eén leidster zit nog altijd in de ziektewet, omdat ze er psychisch veel last van heeft.

Waarschuwingsschot
J. vertelde dat hij niet echt van plan was om het kinderdagverblijf in brand te steken. Hij wilde 'licht maken'. "Er stond iemand tegenover me in de kelder, maar die zag me niet. Als ik met iemand praat, wil ik diegene in de ogen kijken."

Tussen de spullen die in de kelder lagen opgeslagen vond J. een flesje met daarin een goedje dat 70 procent alcohol bevatte. Dat gooide hij over de luiers en stak ze vervolgens met een aansteker in brand.

Toen gealarmeerde politieagenten in de kelder kwamen, was de brand al uit. J. zou die zelf hebben geblust. Agenten hebben later verklaard dat hij een agressieve indruk maakte, schreeuwde en gromde. Hij verzette zich hevig bij zijn arrestatie en gooide een glazen fles naar een agent. Die zag zich genoodzaakt een waarschuwingsschot te lossen.

'Heel angstig'
J. maakte tijdens de rechtszaak een rustige indruk. Hij sprak bedachtzaam, soms onverstaanbaar, maar gaf op alle vragen van de rechter antwoord. Sinds zijn aanhouding heeft J. geen alcohol of drugs meer gebruikt.

Na de schorsing van de voorlopige hechtenis in oktober heeft hij zich laten opnemen in een kliniek in Almere, waar hij sindsdien wordt behandeld voor zijn verslaving.

J. heeft veel spijt van zijn actie. "Ik vind het betreurenswaardig wat ik heb gedaan en ik ben er ook ontzettend van geschrokken. Ik kan me voorstellen dat het voor veel mensen heel angstig is geweest. Dat er kinderen bij betrokken waren, vind ik heel erg."

J. heeft een lang strafblad vol gewelds- en vermogensdelicten dat teruggaat tot 1991, toen hij nog minderjarig was. Na een moeilijke jeugd raakte hij op zijn 12e verslaafd aan drugs. Hij leidt een zwervend bestaan in Amsterdam.

Ten tijde van de brand woonde hij in een tentje in het Noorderpark, vlak naast het kinderdagverblijf. Hij lijdt aan een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis met paranoïde trekken en is verminderd toerekeningsvatbaar verklaard.

Ernstig strafbaar feit
Zijn behandelaars achten de kans op recidive groot als J. drugs blijft gebruiken, maar zijn 'voorzichtig optimistisch' over zijn behandeling. De officier van justitie noemde de brandstichting en de poging tot zware mishandeling van de agent die hem tenlaste zijn gelegd 'ernstig strafbare feiten' en eist daarom 24 maanden cel, waarvan 21 maanden voorwaardelijk met een forse proeftijd van drie jaar.

Dat zou betekenen dat J. vanwege het voorarrest van drie maanden niet terug de cel in hoeft, maar alsnog wordt vastgezet als hij weer een strafbaar feit pleegt. Volgens de officier zijn zowel de verdachte als de maatschappij er niet bij gebaat als J. zijn behandeling moet onderbreken voor detentie.

De rechtbank doet 7 december uitspraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden