Opinie

BRAAF: Knappe fiets voor een geeltje

Bij het BG-terrein was permanent handel in gejatte fietsen. Foto Jean-Pierre Jans Beeld
Bij het BG-terrein was permanent handel in gejatte fietsen. Foto Jean-Pierre Jans

Wordt Amsterdam braver? Het Parool zoekt het uit. Vandaag: gestolen fietsen helen, dat kan niet meer, vindt de Amsterdammer.

We kennen mensen, naam en adres bij de redactie bekend, die jaren weigerden hun fiets met een kettingslot te vergrendelen, als daad van verzet tegen het schorem dat fietsendief heet. Immers, de aanschaf van een niet te tillen AXA-slot, voor ruwweg dezelfde prijs als die van de tweedehands fiets zelf, is niets minder dan zwichten voor een cultuur van jatten en helen die Amsterdamse wielrijders jaren geteisterd heeft. "Als ze 'm willen pikken, dan pikken ze 'm maar," aldus de wereldverbeteraar, die zich verre van 'deze escalatie' wilde houden.

In de jaren tachtig en negentig kende Amsterdam een omvangrijk fietsroulatiesysteem, dat in stand werd gehouden door, vooral, hardcore junks die snel een geeltje nodig hadden, en door de slachtoffers van ditzelfde gilde. Wie in korte tijd was bestolen van drie, vier fietsen - niets bijzonders in die dagen - besloot ten slotte zelf maar de helersmarkt op te gaan, om voor inderdaad datzelfde geeltje een nog heel knappe fiets te heroveren. In het Vondelpark en op de brug bij het Binnengasthuisterrein was permanent aanbod van fietsen tegen bodemprijzen, het kwam voor dat de bestolene z'n eigen fiets terugkocht.

In de rondvaartboten werd verteld dat je op het Waterlooplein je eigen fiets kon terugkopen, zozeer was het al tot de folkloristische canon van de stad doorgedrongen. Fietshandelaren in het C-segment pikten een graantje mee. Je kon meemaken dat een tandeloze, lichtelijk gejaagde figuur een fiets kwam binnendragen - nog op slot - waarop de dienstdoende sleutelaar met een betrapte grijns reageerde: "Goh, alweer je sleuteltje kwijt?"

Menig Amsterdammer wist te vertellen dat er 's nachts vrachtautootjes door de stad reden die complete, gevulde fietsenrekken inlaadden, waarmee in de provincie goede zaken werden gedaan - een mooie urban legend vermoedelijk. Minder fraai: de aanblik van woedend huilende vrouwen die zich met een los voorwiel en een kettingslot huiswaarts begaven.

De latere nachtburgemeester Chiel van Zelst, tegenwoordig respectabel galeriehouder, schreef een boek over zijn carrière als verslaafde fietsendief en noemde dat 100.000 fietsventielen. Dat was een literaire overdrijving, maar aan het begin van deze eeuw werden in Amsterdam werkelijk jaarlijks zo'n honderdduizend fietsen gestolen, zestien procent van alle Amsterdamse fietsen.

In 2008 was dat cijfer teruggebracht tot acht procent, met dank aan de methadonbus, het Fietsdepot en graveeracties. En niet te vergeten een afgenomen bereidheid van Amsterdammers het fietsroulatiesysteem aan de vraagkant in stand te houden; op zeker moment, heel precies is dat niet meer te zeggen, werd het sociaal onacceptabel op straat een gejatte fiets te kopen. (Er staat trouwens ook een boete op van 180 euro.)

Dat is, zou je kunnen zeggen, de omslag naar braafheid geweest, zij het uit welbegrepen eigenbelang. Nu durven we onze fiets weer even alleen op een ringslot achter te laten, zij het nog niet een hele nacht.

Voor 2010 hadden de gezamenlijke fietsendiefstalbestrijders (gemeente, politie, justitie, fietsfabrikanten, de Fietsersbond, Bovag, RAI, slotenfabrikanten, verzekeraars en het Fietsdepot) ingezet op een vermindering van het diefstalrisico naar zes procent - dat zijn er altijd nog een kleine veertigduizend in Amsterdam - maar ze kunnen nog niet aangeven of dat ook is gelukt, dat duurt nog maanden.

De eerlijkheid gebiedt overigens te zeggen dat de principiële wielrijder van het begin op zeker moment is gezwicht. Hij raakte de laatste tien jaar een stuk of zeven fietsen kwijt. En hij berust. (ALBERT DE LANGE)

Wordt Amsterdam braver? Wat vindt u? Reageer per mail
Meer over de serie Braaf

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden