Plus

Bootje in Amsterdam steeds duurder: prijs havengeld en vignet blijft stijgen

Zodra corona het weer toelaat, willen Amsterdammers met hun bootje de gracht op. Dat wordt echter steeds duurder. De kostenstijging dit jaar: 75 procent. 

Bootjes in de Amsterdamse gracht.Beeld ANP

De Amstel tussen de Berlagebrug en de Utrechtsebrug. Het is een overzichtelijke afstand, net iets meer dan een kilometer. Aan beide zijden van de rivier liggen wel negentig bootjes afgemeerd, langs kades of aan woonschepen. Niet één van deze bootjes heeft het verplichte vignet, zegt Peter Koghee, pleziervaartenthousiasteling. “Terwijl in mei het seizoen weer van start gaat en elk bootje dus kan worden weggesleept. Het is een behoorlijk bedrag dat je moet betalen.”

Mensen hebben dezer dagen wel iets anders aan hun hoofd dan vignettengedoe voor hun plezierbootjes. Maar ook nu, terwijl net als vorige week de grachten dit weekend zelfs tot verboden gebied zijn verklaard voor recreatievaart, draait de bureaucratie gewoon door. En leidt dit tot ergernis onder bootbezitters.

666 euro

Een van die bootjes nabij de Berlagebrug is van de 78-jarige Sjaak van Hierden, een groenteman in ruste die al bijna een maand bij zijn broer in het Zwarte Woud verblijft, ondergedoken voor het coronavirus. De ergernis in zijn stem is duidelijk als hij praat over zijn bootje. “Het is een eenvoudig houten sloepje, niks bijzonder aan. Niemand kijkt me bewonderend na als ik ermee over de Amstel vaar. Ik heb hem al bijna veertig jaar, ik ken iedere reutel van het buitenboordmotortje. En nu lijkt het erop dat ik ’m straks niet meer kan betalen.”

Hij rekent voor. De boot is 5,20 meter lang en 2,10 meter breed. “Dan kom je aan een oppervlakte van 10,92 vierkante meter. Dat betekent dat ik dus alleen al aan binnenhavengeld een rekening krijg van ruim 666 euro, alleen maar om dat lullige bootje in het water te hebben liggen. Dat kan ik gewoon niet betalen. Ik moet ’m wegdoen, met pijn in het hart.”

Bootjesvolk

Zoals Van Hierden zijn er meer. Op watersportwebsites wordt veel gesproken over de manier waarop de bootbezitters op kosten worden ­gejaagd. De Stichting Pleziervaart startte een petitie over dit onderwerp. Inmiddels meer dan 12.000 mensen hebben hun handtekening ­gezet en dat aantal blijft groeien.

Met het intreden van de lente begint het bij het bootjesvolk alweer te kriebelen. Dit is echter ook, zoals Koghee al zegt, de tijd van het jaar dat de kosten zich opdringen. En die vallen veel bootjesbezitters vies tegen, want varen wordt inderdaad steeds duurder.

Aanmaning

Het draait vooral om het zogenaamde binnenhavengeld. Wie in Amsterdam wil varen, moet die belasting betalen: openbare ruimte is schaars en openbare ruimte te water nog schaarser. Wie heeft betaald, krijgt een vignet. Een rood vignet is voor wie geen plekje heeft in een jachthaven, een wit vignet is voor mensen die hun boot wel hebben liggen in een jacht­haven of ergens buiten de stad. Groene vignetten zijn voor boten met een elektrische motor of zonder motor. De kosten van zo’n vignet worden, zoals bootbezitter Van Hierden schetste, bepaald door de oppervlakte van de boot. Een rood vignet, de duurste variant voor een klein bootje, kost 95 euro per vierkante meter.

Het punt is dat de kosten in de loop der jaren stevig zijn gestegen. Met ingang van dit jaar zelfs met 75 procent. Gemeenteraadslid Diederik Boomsma van het CDA heeft er al eerder over aan de bel getrokken. “De kosten voor een ligplaats in het binnenwater zijn in de afgelopen tien jaar met maar liefst 840 procent gestegen. De laatste verhoging wordt gebracht als een coulante regeling, want aanvankelijk zou de stijging nog forser zijn.” En de gemeente zit ­actief achter het geld aan, valt Boomsma op. “Mijn broer kreeg vorige week nog een aanmaning binnen. Hij moest het vignet op zijn bootje plakken. Dat lijkt me in deze tijden van corona niet zo’n sterk advies.”

De forse prijsstijging maakt deel uit van plannen om de drukte en de overlast op de grachten terug te dringen. Hoewel het aantal boten met een vignet in acht jaar tijd is teruggelopen van ruim 11.000 naar ongeveer 7000, is het de laatste jaren binnen de grachtengordel met name op warme dagen inderdaad vaak vol, vies en ­lawaaiig op het water. Boomsma erkent dat probleem. “Er worden allerlei maatregelen genomen, maar door de kosten zo op te voeren, door van geld een criterium te maken, pak je een groep mensen hun plezier af. Je zou aan andere manieren moeten denken.”

Onderhoud en administratie

Een woordvoerder van de gemeente noemt inderdaad ‘de schaarse ruimte op de grachten’ als reden voor de maatregelen, zoals de verhoging van de binnenhavengelden. Ook wijst zij op de bescherming van het karakter van de grachten als Unesco Werelderfgoed.

Aanvankelijk werd aangekondigd dat de kosten maximaal werden verdubbeld, aldus de woordvoerder. Uiteindelijk koos het college ervoor om dit terug te brengen naar een verhoging van 75 procent. Over de hoogte van die kosten: “Die kostenstijging is onderbouwd met een analyse van de aan de pleziervaart toerekenbare kosten voor beheer en onderhoud van de grachten.” Als voorbeelden worden genoemd het onderhoud van kademuren en bruggen, administratieve kosten en het schoonhouden van grachten door onder meer baggeren.

Kosten hoger

Volgens de gemeente is de tariefsverhoging noodzakelijk. Het valt eigenlijk nog mee, want de kosten die worden gemaakt voor het mogelijk maken van de pleziervaart zijn ook na de verhoging ‘nog steeds hoger dan de opbrengsten van het binnenhavengeld’.

Sjaak van Hierden begrijpt het allemaal best. “Wat valt er niet aan te snappen? Natuurlijk moet het water worden onderhouden, maar dat ik voor mijn bootje ineens bijna 700 euro moet betalen, is mij gewoon te gortig.”

Alle bootjes elektrisch

De verhoging van het binnenvaartgeld is niet de enige reden dat bootbezitters op kosten worden gejaagd, zegt Gerdina Krijger van Hiswa-Recron, de vereniging voor watersportondernemers. Zij wijst op de ‘verschoning’ van de recreatievaart, die inhoudt dat er alleen nog maar uitstootvrij mag worden gevaren. Hierdoor zijn bootbezitters dubbel de klos, zegt zij. “We hebben bereikt dat dat verbod op benzine- of diesel­motoren voor het gebied buiten de ­Singelgracht pas ingaat in 2030, maar wie het binnenstadgebied invaart, moet er al in 2025 aan geloven.”

Dit betekent een enorme investering, niet alleen voor eigenaren van jacht­havens die laadinfrastructuur moeten aanleggen, maar ook voor boot­bezitters die hun boot moeten ombouwen. Dat kan oplopen tot bedragen van dik over de 20.000 euro. Op het moment is slechts 4 procent van de pleziervaartuigen uitstootvrij. Krijger: “Mensen varen in Amsterdam, maar soms ook daarbuiten. Een licht motortje volstaat meestal niet en leidt tot gevaarlijke situaties. Mensen denken vaak dat ze met de aanschaf van een bootje van 500 euro klaar zijn, maar als je ook een nieuwe motor moet kopen en je bent jaarlijks steeds meer kwijt aan je vignet, dan houdt het voor een deel van de mensen gewoon op. Het wordt dan heel duur, zeker als je ook nog een kostbaar vignet moet ­aanschaffen. Wij horen daar veel ­verhalen over.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden