Plus

Bonje met de buurkinderen: 'Ik word ongewild in de rol van boze heks geduwd'

Last van de buren, in de stad kijkt niemand daar meer van op. Maar wat als het overlast van kleine kinderen is? 'Als ik ze hoor lopen op de trap dan denk ik: o, ik hoop dat ze struikelen en een rotsmak maken.'

Mensen zeggen tegen me: ach, ze worden ouder. Maar dat duurt nog járen! En dan zijn het tieners. Ook weer ­vreselijk op een andere manierBeeld Hedy Tjin

Amsterdammers klagen. Over het weer, over toeristen op huurfietsen, over Ajax, over alles eigenlijk. Maar klacht nummer één: de buren. De Amsterdamse politie krijgt per jaar meer klachten over burenoverlast dan over alle ­andere vormen van overlast bij elkaar.

En wat wil je ook? De muren zijn dun, de vloeren broos. We leven naast, onder en boven elkaar. Er is geen ontsnappen aan. Gezellig, in het beste geval. Behelpen, meestal. Gelukkig zijn we niet op onze monden gevallen en het is makkelijk vloeken op beschonken ballen in wording in hun studentenhuizen. Of op de buurman wiens anekdotes luider worden met elke slok wijn die hij neemt.

Vertel erover aan stadsgenoten en je krijgt bijval. We kennen het allemaal, erover klagen is geaccepteerd. Maar er is een vorm van burenoverlast waarmee het lastiger ligt. Kinderen, jonge kinderen. Want zijn we niet allemaal jong geweest? En wat ben jij eigenlijk voor zure kinderhater?

Boze heks
Maartje (35) uit de Bosboom Toussaintstraat belandde erdoor in een koude oorlog met de bovenbuurman. "Ik vermijd hem op de trap, we hebben elkaar niks meer te zeggen. En het begon nog wel zo positief. Toen ze er kwamen wonen ben ik meteen kennis gaan maken, was ik heel toeschietelijk - een beetje honing smeren, dat werk.

"Maar hij heeft twee kinderen van onder de tien en het lawaai gaat dwars door het plafond heen. Er is tapijt op hun vloer gelegd, ons plafond is geïsoleerd, maar ik blijf het horen. En dus blijf ik berichtjes sturen, waar inmiddels niet eens meer op gereageerd wordt. Hij heeft me nu zelfs geblokkeerd."

"Oké, ik ben misschien gevoelig op dit punt. Ze hebben een kwaaie aan me. Maar ik wíl niet in deze rol. Ik word ongewild in de rol van de boze heks geduwd. Heel vervelend, want ik kan hier toch niks aan doen?

Etters
"Als het studenten waren die elke dag feestjes gaven, dan was het iedereen het met me eens. Maar nu ben ik de trut. Mensen zeggen tegen me: ach, ze worden ouder. Maar dat duurt nog járen! En dan zijn het tieners. Ook weer ­vreselijk op een andere manier."

"De meeste mensen om me heen vinden dat ik de kinderen niks kwalijk kan nemen. En ik neem het ook in de eerste plaats de vader kwalijk. Hij is verantwoordelijk; hij heeft zijn kinderen opgezadeld met een bovenhuis waarin ze niet kunnen spelen.

"Maar die kinderen weten ook dondersgoed hoe laat het is. Toen ik er voor het eerst op gesprek kwam, zei de jongste: 'Mogen we van jou niet stampen?' Waarmee ik maar wil zeggen: het zijn gewoon etters. Ik hoor ze wel­eens lopen op de trap en dan denk ik: o, ik hoop dat ze struikelen en een rotsmak maken. Je mag het niet denken, maar toch denk ik het."

Opvoeding
Pim de Ruiter van woningcoöperatie Stadgenoot: "Ik ben hier nu zeven jaar werkzaam en kan me niet één zo'n klacht herinneren. Het zal weleens voorkomen hoor, maar heel weinig. In elk geval niet vaak genoeg om bij ons in de statistieken te belanden. Het lijkt me iets wat buren eerder onderling oplossen."

Onderling oplossen dus. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Een klacht over een kind is een klacht over de ouder, over de opvoeding.
"Het komt bij ons nooit voor dat kleine kinderen zelf verantwoordelijk worden gehouden voor hun gedrag," zegt Jeanine de Koster van buurtbemiddelingsbureau Beter Buren.

"Klachten over overlast van kinderen worden vaak verplaatst naar klachten over opvoeding of er wordt een lichamelijke of psychische oorzaak voor het gedrag gezocht. Juist omdat opvoeding vanuit zo'n persoonlijke overtuiging gebeurt en als een grote verantwoordelijkheid wordt beschouwd, merken we in onze voorgesprekken dat het onderwerp heel gevoelig ligt. Escalatie ligt al snel op de loer. Dan is buurtbemiddeling - neutraal en onpartijdig - vaak een goede optie."

Demonen
In de Transvaalbuurt woont een meisje als uit een sprookjesboek. Besproet en gezegend met ogen als kralen en wangen zo zacht dat je er een knijpertje in zou kunnen zetten. Rode krullen, de onschuld zelf, daar zit geen kwaad in. Maar kwaad komt er wel uit.

"Het is een duivelskind," zegt onderbuurvrouw Janneke (28), zelf een half jaar geleden moeder geworden. "Toen er mensen met een kind van drie boven ons kwamen wonen, dacht ik eerst: fijn, die zullen het wel begrijpen als onze baby af en toe huilt. Maar de overlast bleek niet van ons te komen maar van hen. Twee keer per dag heeft het kind een woede-uitbarsting. Rennen, tieren, schreeuwen, gooien met zware objecten: ­helemaal van God los. Kijk, trippelende voetjes vind ik niet erg, maar het hele huis trilt gewoon. Door een meisje van drie."

'Een kind is geen vaas die de moeder moet vullen, maar een vuur dat zij moet ontsteken,' schreef de oude Griek Herodotus ver voor Christus. Maar zó zal hij het nu ook weer niet bedoeld hebben. Janneke pakt haar telefoon erbij en speelt een geluidsfragment af. Een fragment dat afkomstig lijkt uit een van de krochten van de hel: het gekrijs - "Noem het maar grunten" - gaat door merg en been. Alsof het kind bezeten is door demonen.

Zielig
Janneke: "Je gaat je dan toch afvragen: wordt het kind mishandeld ofzo? Je zal toch die buurvrouw zijn bij wie dat jarenlang onder haar neus gebeurde zonder dat ze wat doorhad. Dus toen de moeder laatst aanbelde voor een pakketje, vroeg mijn vriend maar eens hoe het met haar ging.

Wat bleek? Ze doen aan een speciale opvoedtechniek: gentle parenting. Dat komt neer op no parenting. Het gedrag van het kind is hierbij leidend, de ouder volgt het kind. Dat betekent dus: geen grenzen aangeven, niet straffen, maar ook niet belonen. Heel erg zielig, want het kind heeft geen enkele houvast en draait af en toe compleet door."

Je gaat je dan toch afvragen: wordt het kind mishandeld ofzo? Je zal toch die buurvrouw zijn bij wie dat jarenlang onder haar neus gebeurde zonder dat ze wat doorhadBeeld Hedy Tjin

Dan weer die moeilijk vraag: zeg je er wat van? "Ik vroeg het in de appgroep van mijn zwangerschapsyoga en de meningen waren verdeeld. Sommigen vonden dat ik het niet kon maken, hun opvoeding is niet mijn zaak. Anderen waren overtuigd: meteen iets van zeggen. Ik weet het niet. Ze zoeken naar een ander koophuis, ik hoop dat ze dat snel gevonden hebben."

Stampende kleuters
Voor Beter Buren is het lastig te zeggen hoeveel klachten ze nu precies over kinderoverlast krijgen. De Koster: "Die gaan vaak gepaard met andere klachten over de buren. In de registratie wordt dit onder de algemene noemer 'geluidsoverlast personen' geregistreerd. Alleen het puur over door kinderen veroorzaakte overlast gaat, wordt dit apart geregistreerd.

Het aantal klachten dat specifiek over kinderen gaat binnen ons hele werkgebied - Amsterdam, Amstelland en Zaanstreek/Wormerland - is dus niet representatief voor het daadwerkelijk aantal meldingen kinderoverlast. In Amsterdam is 6 procent zo geregistreerd."

Waar die klachten over gaan? "De meest voorkomende gaan over laat - na acht uur 's avonds - rondrennen en spelen in huis. Geluiden zoals voetstappen, speelgoed dat valt of stuitert, springen of het geluid van een loopwagentje. Verder buiten spelende kinderen die hard roepen of met ballen tegen woningen kaatsen, en die schreeuwen of huilen. En dan nog de ochtendgeluiden rondom het ontbijt en naar school gaan."

Kindervriend
Wies Compiet (25) woont met een vriendin in de Curaçaostraat in De Baarsjes. Een vredig straatje, verstopt achter de drukke Hoofdweg. "Toen ik er kwam wonen waarschuwden de buren voor de onderbuurvrouw. Een junk. En ja, ze trekt heel wat gespuis aan. Maar de echte overlast, die komt van boven. Toen daar een gezin met kinderen van twee en vier kwam wonen, was het gedaan met de rust."

Nu is Compiet een kindervriend. Net afgestudeerd aan de pabo, fulltime werkend in de dagopvang van baby's. Zul je net zien: ga je thuis gebukt onder twee stampende kleuters. "Ze rennen, huilen, rennen, huilen. De hele dag. Die dag begint overigens met dat ze om zeven uur al een keel opzetten. Ze worden altijd huilend wakker. En oh, dat trappenhuis. Het duurt eeuwen voor ze naar boven of naar beneden zijn. De jongste is in de fase van 'ik ben twee en ik zeg nee', dus alles gaat met
tegenzin.

"Wat het moeilijk maakt, is dat ik door mijn werk allerlei ideeën over opvoeding heb. Een kind moet zijn energie kwijt en dat betekent in de stad dat je veel met ze naar buiten moet. Maar ga ze dat maar eens vertellen. Bovendien woonden ze hier tijdelijk; ze zijn nu vertrokken en de nieuwe buren zijn net ingetrokken. Met twee kinderen. Eentje van twee, eentje van vier."

Tips bij overlast

- Klagen over opvoeding werkt averechts. Dat geldt ook voor een klacht die vermomd is als advies. Vraag liever aan de ouders hoe je het best kunt reageren op hun kinderen. Zo laat je de ouders meedenken over een oplossing en kom je te weten waar het kind positief op reageert.
- Benader jonge kinderen duidelijk en geef ze een alternatief. Verwijs bijvoorbeeld naar een speelpleintje in de buurt of een andere plek waar ze wél hun gang kunnen gaan.
- Dreigen werkt niet. Kinderen kunnen dit juist als een uitdaging zien of ze raken geïntimideerd. Dat geldt trouwens ook voor de ouders.
- In het algemeen geldt voor gesprekken met de buren: blijf rustig en helder, spreek je buur aan zoals je zelf ook aangesproken zou willen worden, bedenk vooraf wat je wilt zeggen. En als je er niet uitkomt: schakel buurtbemiddeling in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden