'Boksen is de wil om te leven'

Verschenen in PS vd Week, zaterdag 4 juli

Eric van den Berg (66) is oud-bokstrainer. Hij stond in de hoek toen Alex Blanchard in 1984 de Europese titel won en hij loodste Raymond Joval naar een wereldtitel. Van den Berg heeft niet meer lang te leven. 'Ik heb al vrede gesloten met de schepper.'


''Met Eric,'' zegt een zachte stem door de telefoon. Het is 11 juni en Eric van den Berg heeft het moeilijk. Hij heeft het al lang moeilijk. Van roken kreeg hij een jaar of tien geleden longemfyseem en sindsdien ademt hij elk jaar zwaarder. Toen Van den Berg in 2003 in de hoek van Raymond Joval stond, werd hij na twaalf ronden coachen in een rolstoel naar zijn auto geduwd. Nu krijgt hij zo weinig zuurstof dat hij 24 uur per dag slangetjes in zijn neus heeft. Als hij naar de wc gaat, is hij twee minuten buiten adem. ''Ik stik langzaam, '' zegt Van den Berg. ''De artsen kunnen niets meer voor me doen. ''
''Ik wil je verhaal opschrijven, '' zeg ik.

''Dan moet je opschieten, '' zegt Van den Berg.

''Vechten begint al bij de geboorte, '' zegt Van den Berg een dag later. ''Een kind moet zich uit de baarmoeder worstelen om het licht te zien. Daarin schuilt de drijfveer die boksers doet boksen. Het is aangeboren. Boksen is de wil om te leven. ''

Hoewel hij nooit wedstrijden heeft gebokst, heeft Van den Berg dezelfde instelling. Hij is vel over been en hij rekent niet meer in maanden of weken, maar in dagen. Ondanks zijn miserabele situatie wil hij niet sterven. ''Ik heb al vrede gesloten met de schepper, maar ik wil er nog zo lang mogelijk zijn voor mijn dierbaren. ''

Rasti Rostelli
Hij heeft een vrouw, een ex-vrouw, een kleinzoon, een zoon van in de veertig en één van veertien. ''Ik heb mijn jongste jongen snel moeten klaarstomen voor het leven. ''

Toen Van den Berg net zo oud was als zijn jongste zoon nu, woonde hij op Aruba. Zijn Hollandse vader werkte bij de politie en zijn Curaçaose moeder was huisvrouw. Ze woonden met z'n elven in een huis in Oranjestad. Vader, moeder en negen kinderen.

Nog één broer is de anonimiteit ontstegen. Als Rasti Rostelli heeft Roland van den Berg duizenden mensen gehypnotiseerd. Rasti heeft in het verleden geprobeerd om Eric via hypnose van het roken af te krijgen, maar dat lukte niet. ''Als ik eerder was gestopt, had ik een paar jaar langer geleefd, '' zegt Van den Berg. ''Maar inmiddels rook ik al drie jaar niet meer. ''

Boksers trainen was geen roeping voor Van den Berg. Hij sparde wel eens met vriendjes en bij de trainingen van Antilliaanse boksers als Kid Godoy of Dakota Terror strikte hij wel eens hun handschoenen, maar liever bracht hij zijn tijd door bij de paarden.

''Ik heb altijd jockey willen worden, '' zegt hij. ''Met hoge snelheid op een paard rijden, dat is een machtig en heerlijk gevoel. Ik ben verliefd op die dieren, echt waar. Ik heb als jongen veel paard gereden. Aan veel wedstrijden meegedaan ook. Toen ging het nog. Maar om jockey te worden, moet je klein en licht blijven. Ik groeide te hard. Ik ben gaan roken, omdat ze zeiden dat je van sigaretten klein bleef. De gevaren waren nog niet bekend. ''

School trok Van den Berg niet. De zin om te leren verging hem als hij thuis de Donald Duck zat te lezen en zijn vader hem een lesboek in de handen duwde. ''Het leek wel een kazerne bij ons thuis, '' zegt Van den Berg. ''Alles was strikt en schematisch. '' Hij maakte de mulo af en op zijn zestiende ging hij varen. Hij was keukenhulp en manusje van alles op het dek. ''Het was een spannende tijd. De Verenigde Staten, Zuid-Amerika, ik heb het allemaal gezien. ''

Tatoeages
Op Van den Bergs linkerhand staat nog een verwijzing naar zijn periode op zee. Op de oude en dunne huid zijn de contouren zichtbaar van een anker. ''Dat heb ik met een cactusnaald gedaan. Nog voordat ik ging varen. Ik denk dat ik een jaar of negen was. Onder het anker heb ik USA geschreven. ''

Op de binnenkant van zijn arm prijkt nog een zelfgemaakte tatoeage. 1 juli, staat er in slordige tekens. ''Op die dag ben ik gearresteerd voor iets wat ik niet had gedaan. Een stel jongens had geprobeerd gratis naar de bioscoop te gaan, maar het lukte niet en ze renden weg. De politie arriveerde op het moment dat mijn vrienden en ik kwamen aanlopen. We wisten van niets, maar we moesten mee naar het bureau. ''

''Mijn vader was bij de politie. Ik vertelde het hele verhaal en toch moest ik op het bureau blijven. Een andere jongen die was opgepakt, mocht wel gaan. Kort daarna hertrouwde pa met de zuster van die jongen. Toen ik thuiskwam, was ik zo kwaad, dat ik die dag heb vastgelegd. 1 juli, ik weet niet meer van welk jaar. Ik was negen of tien. Op die dag heb ik me voorgenomen dat ik nooit meer met me zou laten spotten. ''

Blanchard
Een datum die Van Den Berg ook op zijn arm had kunnen laten zetten, is 29 mei 1984. Dat was de dag waarop Alex Blanchard voor het eerst Europees kampioen werd. In zijn eigen stad Amsterdam nota bene. Toen iedereen in de ring feest vierde na de knock-out in de zesde ronde op Richard Caramanolis, sloop Van den Berg stilletjes naar de kleedkamer. In z'n eentje zag hij de hele film voorbij komen.

Hoe Blanchard als magere, zestienjarige jarige fan van Mohammed Ali de boksschool van 'ome' Piet ter Meulen was binnengestapt. Hoe ze samen het Nederlands amateurkampioenschap hadden gewonnen. Hoe ze later als profs met kerst en Nieuwjaar gewoon doortrainden. Hoe ze na elke oefensessie urenlang telefoneerden over wat goed en fout was gegaan. Hoe ze wekenlang in Engeland en de Verenigde Staten op trainingskamp waren.

''Die dag dat Alex kampioen werd, was de mooiste dag uit mijn leven als bokstrainer. Alex was speciaal. Hij was als een zoon voor me. ''

Zo'n honderd boksers heeft Van den Berg getraind. Amateurs, profs. Jong, oud. Blank, zwart. Maar hij trainde alleen mannen. ''Vrouwen hebben een andere taak in het leven dan mannen. Mannen verwekken leven, vrouwen schenken leven. Fysiek geweld past niet bij het schenken van leven. Boksen is voor mannen. ''

Partijen van vroeger bekijkt Van den Berg niet meer. Hij kent ze van buiten. Alex Blanchard ziet hij wel nog steeds. Ze bellen veel. Zijn oude pupil doet ook wel eens boodschappen voor hem. ''Alex is een goede, lieve jongen, '' zegt Van den Berg. ''Altijd geweest ook. Als hij tijdens zijn carrière meer vertrouwen had gehad in zijn eigen kwaliteiten, was hij wereldkampioen geworden. Dat weet hij zelf ook wel. Alex sloeg hard, combineerde fantastisch en hij had een prachtige balans. Maar hij was een ranke jongen en hij luisterde te veel naar mensen die zeiden dat hij dikkere spieren moest krijgen. ''

Fysiek geweld hoort bij boksen, maar Van den Berg vindt boksen ook een denksport. Hij bestudeerde de videobeelden van de tegenstanders van zijn jongens altijd uitvoerig om tot een strijdplan te komen. ''Dat is het mooie van boksen. De tegenstander te slim af zijn, dáár gaat het om. De tegenstander laten geloven dat je iets doet wat je niet doet, maar vervolgens tóch doet. Schijnbewegingen bedenken, een tactiek uitstippelen. Daar ben ik goed in. ''

Rotsport
Zijn geboortegrond heeft zijn boksstijl gevormd. ''Ik heb mijn jongens het slimme ontwijken van het Zuid-Amerikaanse boksen geleerd, en het explosieve van de Amerikanen. Ik hoop dat ze die stijl straks weer op anderen overbrengen. ''

Van den Berg zag ook de lelijke kanten van de sport. Boksers die werden uitgebuit door hun managers, jongens die hun eigen wedstrijden verkochten en hun gezondheid verloren. ''Het is een prachtsport en een rotsport. Harde klappen op je hoofd, dat kan nooit goed zijn. Je moet oude vechters soms eens horen stamelen, man. Ik heb mijn jongens altijd beschermd. Ik leerde ze niet alleen aanvallen, maar ook verdedigen. En als ze werden afgeslacht, gooide ik de handdoek. Dat kan een mensenleven redden. Ik had vaak medelijden met de tegenstanders van Alex. Elke ronde raakte hij ze vaker en harder. Totdat ze omvielen. Poef. ''

Van den Berg woont al een half mensenleven in Nederland, maar hij spreekt met een licht Antilliaans accent. ''Dat zal wel niet meer veranderen, '' zegt hij. ''Eens Aruba, altijd Aruba. ''

In 1961 ging Van den Berg in Den Haag wonen. Zijn avonturen in de scheepvaart zaten erop, net als het huwelijk van zijn ouders. Omdat Van den Bergs vader vreesde dat zijn ongehuwde dochters na de scheiding de familienaam op Aruba te schande zouden maken, stuurde hij hen naar kostscholen in Nederland. Moeder volgde, en Eric ook. Vader had een nieuwe vrouw en bleef op het eiland achter.

Eric van den Berg was zeventien, had geen diploma's en in het nieuwe land moest hij geld zien te verdienen. In Wassenaar ging hij nog wel eens kijken naar de paarden op Duindigt, maar de droom om jockey te worden had hij - ondanks zijn tabaksverslaving - moeten opgeven. Hij rolde van het ene baantje in het andere (' Ik ben nog manager van de Nederlandse popgroep Reality geweest en ik heb als snorder gereden') en hij had een voorliefde voor het café. ''Ik hield van stappen en van kaarten. ''

Ome Piet
Amsterdam was leuker dan Den Haag; Van den Berg kwam hier wonen. Hij leerde zijn eerste vrouw kennen en hij werd als jonge twintiger voor de eerste keer vader. Later kreeg hij een verhouding met zijn huidige vrouw Erica (nu 51).

Hij was veel bij ome Piet te vinden. In de boksschool vlak bij het Singel kwam hij mensen van vroeger tegen. Wielbert Ortega, Fighting Mack en Fighting Jim Richards kende hij nog van de Antillen. Van den Berg leerde ook kickboksers stoten. Hij legde de in 1985 vermoorde André Brilleman nog de geheimen uit van de linkerhoek.

''Ik woonde op en rond de Nieuwmarkt, ik heb nog een tijdje boven Casablanca gezeten. Eigenaar Joop de Vries was een vriend van me. Ik pendelde tussen de boksschool en de cafés, '' zegt Van den Berg. Kaarten deed hij in de Cotton Club en hij ging op stap in de Blue Note, Lucky Star of The Cave. Later opende hij zelf een kaartcafé, waar je voor geld kon spelen. ''Ik heb het financieel altijd goed gehad. ''

Van den Berg is in die jaren ook wel eens kort uit de running geweest. Dan zat hij vast. ''Ik ben er niet trots op, maar soms moest je aan anderen laten merken dat je niet met je laat spotten, '' zegt hij. ''Ik ben altijd rechtvaardig geweest, maar als mensen je uitdagen, móet je iets terug doen. Doe je niets, dan zien anderen dat en zit je dieper in de problemen. Als je terugvecht, kun je verliezen, maar dan zien ze wel dat je hebt gevochten. Dan zullen ze je minder snel besodemieteren. Je moet de huid duur verkopen. ''

Zelfs nu hij in een rolstoel zit, maakt Van den Berg nog wel eens ruzie. Laatst stond er een auto op de stoep, zijn vrouw kon hem niet verder duwen. ''Toen heb ik nog woorden gehad met die automobilist. Dat zit nou eenmaal in mijn aard. Auto's horen niet op de stoep en hij belemmerde ons. Mijn vrouw Erica zei nog: ' Hou nou toch op. Je zit in een rolstoel, je schreeuwt jezelf alleen maar buiten adem. ''

Tegen zijn boksers schreeuwde Van den Berg bijna nooit. Hij verhief zijn stem als hij dacht dat ze hem in de hitte van het gevecht niet hoorden, maar nooit stond hij als een bezetene in de hoek te roepen. Tijdens trainingen sprak hij op zachte toon. Rustig, toegewijd en zorgzaam. ''Iedereen wil een schouderklopje. Dus je moet je boksers schouderklopjes geven. En als je iemand iets wilt leren, moet je geduld hebben. Dat heb ik altijd gehad. Ik liet de jongens merken dat zij belangrijk voor mij waren. Dan gaan ze meer hun best doen, ook voor mij. ''

''Ik zie mezelf niet zo zeer als trainer, ik ben een helper. En dat doe ik graag. Zelfs toen ik ziek was, ging ik nog naar de boksschool om te helpen. ''

Met die instelling heeft Van den Berg veel vrienden gemaakt. Blanchard komt nog steeds bij hem over de vloer en uit alle windstreken krijgt hij telefoon. Als hij thuis, vlakbij het Tropenmuseum, op de bank ligt, liggen twee telefoons binnen handbereik. Oude bekenden bellen vanaf de Antillen, Barbados of uit Suriname. Soms spreekt hij Engels, dan weer Papiamento of Spaans. De mensen die bellen, weten dat zijn leven bijna is afgelopen. Van den Berg wil niet stikken, hij bepaalt liever zelf wanneer het einde komt.

Zoons
Met Raymond Joval heeft hij geen contact meer. Dat vindt Van den Berg jammer. Hij heeft bijna tien jaar met Joval gewerkt en ze zijn samen in Italië wereldkampioen geworden. Knock-out in de achtste ronde op Cardamone, Benevento, 1999. Het was de eerste wereldtitel voor Joval. ''Als dit is wat ik voor Ray heb betekend, dan is dat zo. ''

Het einde is in zicht en Van den Berg is soms bezorgd over zijn jongste zoon Ricardo. Gelukkig doet hij het goed op school, hij is net over naar 3 vwo. Hij heeft een tijdje gebokst, maar keepen vindt Ricardo leuker. ''Híj moet kiezen, '' zegt Van den Berg. ''Maar eerlijk gezegd ben ik blij dat hij geen bokser wil worden. ''

Van den Berg leert zijn jongen nette kleren te dragen. Ook mag hij nooit zwarte nagels hebben, want op dat soort dingen letten de mensen. Van den Berg laat zijn jongen zien hoe hij kleren en kleuren kan combineren. Blauw hemd, dan ook blauwe sokken en als het kan een zonnebril met blauwe glazen. ''Ik verzamel zonnebrillen, '' zegt Van den Berg. ''Die mag hij straks hebben.''

Van den Berg is trots op zijn jongste zoon. En trouwens ook op zijn oudste. De ene werkt in het onderwijs en de andere wil na de middelbare school arts worden. ''Daar ben ik heel blij mee, '' zegt Van den Berg. ''Een arts.'' (JOP VAN KEMPEN)

Eric van den Berg, eind jaren zestig, in de boksschool van 'ome' Piet ter Meulen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden