PlusPS

Boemerangkinderen schuiven thuis weer aan: 'Het voelt soms 'loser-achtig''

Welkom terug boemerangkind, en welkom terug rotzooi, stapels was en dringen voor de badkamer. Een kwart van de jongeren die uit huis gaan, woont na vijf jaar weer thuis. 'We weten dat dit niet voor eeuwig is, anders werden we gillend gek.'

Kiki Düren en moeder Trudy van Leusden. 'Mijn moeder doet mijn was in het weekend, als ik naar mijn vriend ga' Beeld Friso Keuris
Kiki Düren en moeder Trudy van Leusden. 'Mijn moeder doet mijn was in het weekend, als ik naar mijn vriend ga'Beeld Friso Keuris

Kiki Düren (24) geneert zich soms een beetje als ze moet vertellen waar ze woont. Ze hoopt zich er dan uit te redden met een vage plaatsbepaling, maar geeft uiteindelijk toe dat ze bij haar moeder woont. En meteen daarachter aan: "Tijdelijk hoor!"

"Ik had een fijn huurhuisje in het centrum, maar daar moest ik uit. Ik hoopte dat ik snel iets anders kon vinden en wilde ook wel graag samenwonen met mijn vriend. In mijn achterhoofd speelde dat ik altijd nog tijdelijk bij 'moeke' terechtkon, als noodoplossing..."

En dat gebeurde. Het lukte Düren niet om op korte termijn andere geschikte en betaalbare woonruimte te vinden. Sinds een maand woont zij weer in haar ouderlijk huis in Utrecht. "Zelfs op mijn vroegere slaapkamer. Mijn vriend slaapt nu bij mijn moeder in huis als hij op bezoek is. Gênant!"

Het was zowel voor Kiki als voor haar moeder Trudy van Leusden (55) en haar partner wel even een omslag. "Toen Kiki hier kwam wonen, dacht ik: oké... Allebei mijn kinderen zijn hier altijd welkom en zeker in een bijzondere situatie als deze. Maar ik dacht vooral aan al die spullen, die rotzooi die ze meesleept."

"Ik ben lifestylejournalist, dus ontvang nogal veel post. En laten we het er verder op houden dat ik een enorme schoenentic heb," verklaart Kiki.

"Als ik nu naar zolder loop, kan ik amper bij de wasmachine komen. Er zijn ook nog dingen opgeslagen van mijn andere dochter, die een jaar in Australië zit. Die spullen vond ik eigenlijk erger dan de kinderen zelf," zegt Trudy. En lacht.

Loser-achtig
Ze ligt sinds een maand ook weer als vanouds 's nachts wakker als Kiki uitgaat. "Dan ben ik in een soort waakslaap. Als Kiki bijvoorbeeld in Amsterdam is, lig ik te wachten, me af te vragen waar ze zou zijn, hoe laat ze thuiskomt. Pas als ik de voordeur hoor opengaan, kan ik slapen. Toen ze op zichzelf woonde, had ik daar natuurlijk geen last van."

Hester Klop (29), met haar moeder. 'Ik kan het qua ego niet aan om op mijn dertigste nog thuis te wonen' Beeld Friso Keuris
Hester Klop (29), met haar moeder. 'Ik kan het qua ego niet aan om op mijn dertigste nog thuis te wonen'Beeld Friso Keuris

Ook zit Kiki weer net als vroeger ­­'s avonds aan tafel voor het eten. Trudy heeft dan gekookt. "Kiki komt veel later thuis dan wij. Dan ga ik niet zitten wachten, omdat zij per se voor ons moet koken. Ik deed dat toch al, dus ze kan gewoon mee-eten. Wel heb ik gevraagd of ze het wil laten weten als ze veel later is of niet mee-eet."

"Ik vind het heel lief dat ik na mijn werk zo kan aanschuiven, al voel ik me soms ook 'loser-achtig' dat mijn moeder dat voor mij, als volwassen vrouw, doet," aldus Kiki, met een lach.

Over andere dingen hebben ze wel ­afspraken gemaakt. Zo moet Kiki voor haar werk veel bellen en heeft Trudy liever dat ze die lange telefoongesprekken op haar kamer voert. "Als ik een film zit te kijken, vind ik dat gebel niet fijn. Kiki heeft nogal een duidelijke stem, dus zit ik onwillekeurig met één oor mee te luisteren. Als ze het toch doet, draai ik meestal even mijn ogen omhoog, zodat ze weet: o ja, ik moet naar mijn kamer."

Ook voor Trudy's vriend was de aanwezigheid van Kiki even wennen. "We hebben nu wat minder privacy. Hij liep altijd in zijn blootje naar de badkamer, nu trekt hij eerst een ochtendjas aan."

In de badkamer is het 's morgens ­bovendien ineens dringen. Kiki: "Ik ga meestal snel douchen en maak me dan op mijn slaapkamer op, zodat mijn moeder en haar vriend naar de badkamer kunnen."

En de was: ook een irritatiepunt. Kiki gooit elke dag haar kleren in de wasmand. "Die wast mijn moeder in het weekend als ik naar mijn vriend ga. Bij terugkomst gooi ik er weer een koffer met was in, terwijl ze net alles heeft weggewerkt. Dan zegt ze ­terecht dat ik het maar lekker zelf moet doen."

Toch gaat het volgens beiden in het ­algemeen prima in huis. Vooral de qualitytime samen vindt Trudy fijn. "We zitten nu vaak lekker te kletsen op de bank, terwijl daar eerst veel minder tijd voor was."

Kiki: "En we lachen ook veel met elkaar. Ik heb met mijn moeder afgesproken dat ik op zoek ga naar woonruimte. We weten dus dat dit niet voor eeuwig is, ­anders zouden we gillend gek worden."

In het souterrain
Kiki Düren is niet de enige die weer bij haar ouders woont. Het komt steeds vaker voor dat kinderen die het ouderlijk huis al hadden verlaten, er terugkeren. Een kwart van de jongeren die uit huis gaan, woont vijf jaar nadat ze waren vertrokken weer thuis, zo blijkt uit cijfers van Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit percentage zogenoemde 'boemerangkinderen' nam de ­afgelopen jaren flink toe.

Een verbroken relatie is de belangrijkste reden om terug te gaan naar het ouderlijk huis. Maar ook de financiële situatie speelt een rol. Het aantal eind-twintigers met een vaste baan daalt, waardoor er meer bestaansonzekerheid is. Ontslag, flexibele contracten of het juist niet kunnen vinden van een baan kan ertoe leiden dat jongeren tijdelijk toch weer thuis gaan wonen. Ook het niet kunnen vinden van geschikte woonruimte is, vooral in Amsterdam, een probleem.

Hester Klop (29) verbleef jaren in antikraakwoningen in Amsterdam. Totdat zij twee jaar geleden weer eens met spoed uit haar huis moest en niet zo gemakkelijk iets anders kon vinden.

"De huizenmarkt werd slechter. Door gebrek aan woonruimte besloot ik tijdelijk in te trekken bij mijn moeder en stiefvader aan de Prinsengracht. Zij stelden zelf voor dat ik wel in het souterrain kon wonen. Ik heb daar een eigen opgang en badkamer, dus genoeg privacy. Inmiddels woon ik er twee jaar."

Net als Kiki Düren kent Klop die lichte gêne als zij moet bekennen dat zij bij haar moeder woont. "Mensen die mij niet goed kennen, vragen weleens waar ik woon. Dan zeg ik dat ik aan de Prinsengracht woon. 'Wat vet! Hoe kun je dat betalen dan?!' is de eerste reactie. Tja, en dan moet ik wel zeggen dat ik in het huis van mijn moeder woon."

Ze blijft intussen zoeken naar een ­woning. "Ik ben nu 29 jaar en heel eerlijk: ik kan het qua ego niet aan om op mijn dertigste nog thuis te wonen. Ik wil dus per se voor augustus iets gevonden hebben."

Tot nu toe gaat het prima bij haar moeder. Klop heeft een druk bestaan als freelance artdirector en is daardoor niet zoveel thuis. "Veel last hebben we dus niet van ­elkaar. Ik loop niet diep in de nacht door het huis, neem geen vrienden mee en geef natuurlijk geen feesten thuis. Eens in de week eet ik bij mijn moeder, de rest van de week buiten de deur met collega's."

De was wil Klop zelf doen, maar zo af en toe treft ze toch een keurig opgevouwen stapeltje wasgoed aan op haar bed. "Superlief van mijn moeder. En tegelijkertijd voel ik me dan megaverwend, al weet ik dat ze het uit liefde doet. De band met mijn moeder is supergoed ­geworden. Die was eerst minder. Nu zijn we juist heel hecht. Wat dat betreft is het een zegen dat ik weer thuis ben komen wonen!"

Zonde om te huren
Uit cijfers van het CBS blijkt dat vooral vrouwen, net als Kiki en Hester, weer tijdelijk bij hun ouders gaan wonen. Dat verschil heeft volgens het CBS te maken met de jongere leeftijd waarop vrouwen uit huis gaan: hoe jonger iemand vertrekt, hoe groter de kans op terugkeer.

Lauri van Bodegraven met ouders. Haar vader Robert Jan: 'Mijn vrouw en ik houden ervan als het huis opgeruimd is' Beeld Friso Keuris
Lauri van Bodegraven met ouders. Haar vader Robert Jan: 'Mijn vrouw en ik houden ervan als het huis opgeruimd is'Beeld Friso Keuris

Van de vrouwen die in 2009 uit huis gingen, keerde 26 procent binnen vijf jaar terug. Bij de mannen was dat 23 procent. Mannen die terugkeren naar hun ouders, blijven daarentegen wel weer langer thuis wonen. Na twee jaar woont bijna de helft van de mannen nog steeds bij hun ouders, bij vrouwen is dat 37 procent.

Lauri van Bodegraven (22) koos er zes weken geleden bewust voor om een jaar bij haar ouders Robert Jan (54) en Thea van Bodegraven (49) in te trekken.

Ze woonde vierenhalf jaar op kamers, is net afgestudeerd en heeft een bedrijf in ­videografie. "Ik had wel op kamers kunnen blijven wonen, maar wilde daar weg omdat er in mijn studentenhuis steeds jongere meisjes bij kwamen. Ik voelde me er niet meer thuis. Aangezien ik volgend jaar voor langere tijd naar Australië ga om een vervolgstudie te doen, vond ik het zonde om voor zo'n korte periode nog een huis te huren. Bovendien kan ik bij mijn ­ouders extra geld sparen en vind ik het fijn om ze wat intensiever te zien, voordat ik naar Australië vertrek."

Lange haren
Lauri's vader Robert Jan, mbo-docent, vindt het leuk dat ze even terug is. "Haar aanwezigheid brengt een stuk gezelligheid in huis; wat extra leven. Het nadeel is dat alles wat voller is. Meer was in de wasmachine, drukte in de badkamer." Hij lacht. "En ik kom ineens weer lange haren tegen."

En soms botst het als het om het huishouden gaat. "Mijn vrouw en ik houden ervan als het huis opgeruimd is, terwijl Lauri vaak dingen laat slingeren. Als we niks doen, blijven die gewoon liggen."

"Ik ben wel chaotisch," geeft Lauri toe. Voor haar zitten er meer voor- dan na­delen aan het thuis wonen. "Toen ik op ­kamers woonde, was ik nogal slecht in eten koken. Nu kan ik gewoon mee-eten. En de was wordt gedaan. Wel raak ik steeds mijn sokken kwijt, dus misschien moet ik toch een eigen wasmandje nemen en het zelf doen."

Lauri gaat zo veel mogelijk haar eigen weg. "Mijn ouders zijn heel chill. Ik word helemaal vrijgelaten, omdat ze weten dat ik mijn eigen grenzen heb. Ik vind het fijn om even te laten weten dat ik eraan kom, maar regels hebben we daarover niet afgesproken."

Er is een groot verschil met vierenhalf jaar geleden, vindt Robert-Jan. "Ze is volwassener geworden."

Lauri knikt. "Vroeger was ik erg eigenwijs en dat knalde met mijn moeder, die ook zo is. Dat is veranderd. Ik ben nu volwassen genoeg om me in te houden en om niet steeds mijn ­mening door te willen drukken. Het gaat daardoor heel goed met z'n drieën. We zijn alle drie workaholics, waardoor we niet de hele dag op elkaars lip zitten. En wat ook helpt: we weten dat er een einde aan zit, dat dit niet voor altijd is!"

Hoe blijft het gezellig?

Maak duidelijke afspraken
Bespreek hoe lang uw kind thuis komt wonen, of en hoe hij of zij gaat bijdragen aan het huishouden en welke regels er gelden.

Zorg voor genoeg privacy
Spreek met uw kinderen af wanneer u de woonkamer voor uzelf wilt hebben. Het is vervelend als u daar niet meer kunt zitten, omdat uw kind daar met vrienden zit. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld de badkamer en de televisie.

Koken en de was doen
Als u geen tijd of zin hebt om de was te doen of te koken voor uw zoon of dochter, zorg dan dat uw kind een eigen wasmand heeft en een eigen ruimte in de koelkast, zodat hij of zij zelf kan wassen en koken.

Kostgeld
Dit hangt af van of uw kind nog studeert of al werkt. Als uw kind een baan heeft, kunt u een bijdrage voor het huishouden vragen.

Financiële gevolgen
Een extra inkomen in het huishouden kan ­invloed hebben op onder andere de zorg- en huurtoeslag. Het inkomen van het kind wordt meegerekend bij het vaststellen van de toeslagen. Ook de gemeentelijke ­belastingen en het energieverbruik kunnen stijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden