Blog: Cannes dag 3

Wall Street: Money Never Sleeps stelt niet teleur. In de hilarische proloog wordt de voormalige beurskoning Gordon Gekko (opnieuw gespeeld door Michael Douglas, die in 1987 een Oscar won voor de rol) na acht jaar uit de gevangenis ontslagen. Foto Jan Pieter Ekker

Jan Pieter Ekker blogt voor Het Parool over het 63ste festival van Cannes.

Op tijd, maar met het slaapzand nog in mijn ogen, naar Grand Théâtre Lumière voor Wall Street: Money Never Sleeps. Het is namelijk zaak om aan de goede kant van de zaal te zitten, zodat je na afloop snel weer buiten bent en dus op tijd voor de persconferentie (Dat kan ook anders: ruim voor het einde van de film banen collega's zich al een weg naar de uitgang).

Wall Street: Money Never Sleeps stelt niet teleur. In de hilarische proloog wordt de voormalige beurskoning Gordon Gekko (opnieuw gespeeld door Michael Douglas, die in 1987 een Oscar won voor de rol) na acht jaar uit de gevangenis ontslagen. Hij krijgt zijn gouden horloge terug, een gouden ring, een gouden clip zonder geld, en zijn mobiele telefoon: een enorme Motorola. Niemand wacht hem op als hij de poort uit wandelt; de stretched limo komt een hiphopper ophalen...

Tijdens zijn gevangenschap is Gekko's zoon overleden aan een overdosis; zijn dochter Winnie (Carey Mulligan) wil hem niet meer zien. Acht jaar later - het is dan 2008 - heeft Gekko een boek geschreven: Is Greed Good? (een verwizjing naar zijn fameuze uitspraak uit de eerste Wall Street-film: 'Greed is Good!'). Zijn dochter wil hem nog steeds niet zien, maar houdt het wonderlijk genoeg met een ambitieuze beurshandelaar (Shia Laboeouf) die als twee druppels water op haar vader lijkt. Maar dan met idealen: hij wil zijn miljoenenwinsten beleggen in groene energie. Wat volgt is een vermakelijke, typische Oliver Stone-film. Bombastisch, met veel zwart en wit en geen grijs. Over de financiële crisis én over mensen en relaties.

En leuk: de film heeft een kleine maar belangrijke Nederlandse connectie. Gekko legt zijn aanstaande schoonzoon de allereerste speculatie-luchtbel uit de geschiedenis uit: de tulpenmanie uit de Gouden Eeuw, toen de prijs van een bloembol zo ongeveer gelijk was aan de waarde van een grachtenpand.

Even uithuilen
De aansluitende persconferentie was een hel, althans de entree. Journalisten plantten hun ellebogen in het gezicht van collega's en maakten elkaar uit voor rotte vis; kleerkasten van bewakers sommeerden iedereen rustig te blijven. Tevergeefs. Maar eenmaal binnen was het rustig. Erik Koch (van de Telegraaf) vertelde over de tijden dat zijn vader nog misdaadverslaggever was bij de krant; Daphne Bunskoek grapte over een vervolg op Feestje!, Ruud van Hemerts film uit 2004 waarin ze een rolletje speelt als welzijnswerkster. En even uitgehuild bij Lise Kleijn, de naar Frankrijk verhuisde Nederlandse die al 21 jaar de persconferenties in goede banen leidt.

Op het Belgisch terras geluncht met de jonge Beernemse regisseur Gust van den Berghe, wiens En waar de sterre bleef stille staan vanmorgen werd vertoond in de sectie Quinzaine des réalisateurs. In aanwezigheid van de cast: drie jongemannen met het syndroom van down: Paul Mertens als Pitje Vogel, Jelle Palmaerts als Suskewiet en Peter Janssens als Schrobberbeeck. De drie maakten er op het podium een ware show van, met het ene open doekje na de andere diepe buiging. Van den Berghe's film geeft nieuwe dimensies aan de begrippen hermetisch en eigenzinnig: een kerstverhaal gespeeld door nauwelijks te verstane jongemannen met het syndroom van down, gedraaid in zwart-wit, met minutenlange shots van bomen en kruinen. En toch ontroert En waar de sterre bleef stille staan ook, als je tenminste een beetje geduld hebt.

Fruit gekocht (4 sinaasappelen, 2 appels en 4 bananen voor 10,30 euro) en even naar een borrel geweest van de Nederlandse distributeur Independent Film, die in Cannes is - ja, waarom eigenlijk? Op tijd weer door naar Abel van de Mexicaan Diego Luna, die ik hoe dan ook moest zien omdat ik zondag interviews moet doen. Maar de zaal was al vol, en we konden lullen als Brugman maar we kwamen er niet in. De pr-dames van Premier PR boden uitkomst: collega Bor Beekman van de Volkskrant en een dame van De Standaard uit België konden de film ten kantore op een laptop bekijken - we kregen er nog wat te drinken bij ook. Daarna nog een tijdje staan kijken op het strand, bij de Cinéma de la Plage waar de documentaire The Two Escobars werd vertoond in aanwezigheid van de regisseurs Jeff Zimbalist en Michael Zimbalist, en door naar het feest van Abu Dhabi. Dat was een stuk minder exorbitant dan vorig jaar, maar nog altijd zeer de moeite waard. Desalniettemin op tijd weer naar huis: zaterdagochtend vroeg draait de nieuwe Mike Leigh... (JAN PIETER EKKER)

Meer op www.jpekker.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden