Bloedige dag in Syrië

null Beeld ap
Beeld ap

In Syrië zijn vrijdag bij nieuwe protesten tegen het regime van president Bashar al-Assad circa vijftig mensen om het leven gekomen, meldde de Syrische mensenrechtenactivist Ammar Qurabi vrijdagavond. Daarmee zou het de dodelijkste dag zijn sinds het begin van de demonstraties in Syrië, meer dan een maand geleden.

Naast de doden spreekt Qurabi ook van zeker twintig vermisten en veel gewonden in de diverse steden waar het onrustig was. De meeste doden hadden schotwonden door kogels die waren afgevuurd door veiligheidskrachten. Een aantal kwam om door het inademen van traangas. Er vielen vele tientallen gewonden.

Een andere bekende Syrische mensenrechtenactivist, Haizam Maleh, sprak vrijdagavond over meer dan vijftig doden. De Arabische nieuwszender al-Arabiya meldde op basis van getuigen dat meer zeker 68 mensen zijn omgekomen.

De slachtoffers vielen onder meer in verscheidene buitenwijken van de hoofdstad Damascus, de zuidelijke stad Ezreh, het nabijgelegen Hirak en de centraal gelegen plaats Homs. Veiligheidstroepen schoten met scherp op de protestgangers die massaal op straat waren.

De tienduizenden mensen die zich in de buitenwijken van Damascus hadden verzameld, konden door de massale aanwezigheid van de veiligheidstroepen het centrum niet bereiken. In het centrum van Damascus bleef het dan ook rustig.

In Syrië is het net als in andere Arabische landen al maandenlang onrustig. Vrijwel dagelijks wordt betoogd voor het einde van het regime van de sinds 2000 regerende Assad en de invoering van een democratisch stelsel.

Assad schafte donderdag in een poging de onrust te bezweren de permanente noodtoestand, die sinds 1963 gold, af. Per decreet verklaarde hij dat vreedzame demonstraties voortaan zijn toegestaan, maar voegde daar wel aan toe dat met 'saboteurs' nog als vanouds zou worden afgerekend.

Demonstraties moeten officieel van tevoren worden aangevraagd. Voor de betoging van vrijdag had maandag officieel een vergunning moeten worden aangevraagd. De oproep kwam pas donderdag.

De jarenlange staat van beleg had elke vorm van protest onmogelijk gemaakt omdat leger en politie de vrije hand hadden om hard op te treden. Tegenstanders van het regime spraken donderdag al de vrees uit dat de opheffing vooral een papieren maatregel zou blijken.

De activisten achter de vaak bloedig verlopen protesten van de afgelopen vijf weken kwamen vrijdag met hun eerste gezamenlijke verklaring. Daarin eisten zij onder meer een einde aan het machtsmonopolie van de regerende Baathpartij en een vreedzame overgang naar echte democratie. Ook willen zij dat het gehate veiligheidsapparaat wordt ontmanteld. (ANP)

EPA Beeld
EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden