PlusPS

Blinde Bennie: na 30 jaar nooit meer vol op het orgel

Bennie Volkens (61), beter bekend als Blinde Bennie, stond 350 dagen per jaar met zijn buikorgel bij de Nieuwe Kerk. Nu is hij uitbehandeld. 'Het gaat niet meer.' Volkens maakte een hoop mee in al die jaren: van pesterijen en mishandelingen tot een drol in zijn centenbakje. 

Bennie Volkens: 'Zolang het weer niet te slecht was, ging ik. Ongeveer 350 dagen per jaar.'Beeld Thomas Schlijper

In 1968 ging Bennie Volkens voor het eerst mee met zijn vader, een straatmuzikant die accordeon speelde. Op ­Koninginnedag. Elf jaar oud was hij toen. Hij mocht met het centenbakje langs bij het publiek.

De slechte ogen heeft Volkens van zijn vader, die blind was. Volkens werd geboren zonder irissen. Na meerdere operaties aan zijn netvlies raakte hij zijn zicht voorgoed kwijt. "Het is net als met een fietsband. Die kan je ook niet eindeloos blijven plakken. Op een gegeven moment is het klaar. Dat was bij mij ook zo."

Buikorgeltje
In het revalidatiecentrum werd Volkens opgeleid tot ­telefonist, maar hij raakte zijn baan kwijt omdat de functie werd uitgebreid met receptiewerk en het in de gaten houden van bewakingscamera's. Dat ging niet zonder goed werkende ogen. "Daarna werd ik braillecorrector, maar dat werk werd geautomatiseerd. Er werd me verteld dat ik overbodig was."

Volkens raakte werkloos, maar op een uitkering hoefde hij niet te rekenen. Hij kon zijn vader wel gaan helpen, vond de sociale dienst. "Ik vond het oneerlijk. Leeftijdgenoten van wie de ouders in een fabriek werkten, mochten wel meteen een uitkering aanvragen, maar ik niet."

Toch is de harde opstelling van de sociale dienst voor Volkens altijd een drijfveer geweest om zijn eigen boontjes te doppen. Met de huidige regels zou hij makkelijk een bijstandsuitkering kunnen aanvragen, maar hij weigert. Daarom staat hij al sinds 1987 in weer en wind met zijn buikorgeltje bij de Nieuwe Kerk. Op dezelfde plek als zijn vader, die er in 1984 na 36 jaar mee op was gehouden.

Schatrijk
Volkens heeft altijd met veel plezier bij de kerk gestaan, maar merkte dat de agressie de laatste jaren toenam. Dan werd hem toegebeten dat hij niet blind was. Of ze vroegen waar zijn Mercedes stond. "Ze dachten dat ik schatrijk was. Zelfs toen ik kenbaar had gemaakt dat ik ziek ben, zeiden mensen nog dat ik elke dag met een Mercedes werd gebracht en opgehaald."

Hij werd ook op andere manieren gepest. "Er werden peuken in mijn centenbakje gegooid, of batterijen. Eén keer kwam er een enorme stank uit het bakje. Kwam er een jongen naar me toe die zei dat hij er een drol in had gegooid en dat hij enorm had gelachen. Ik zei: 'Jammer dat je je niet dood hebt gelachen, want ik vind het niet normaal.' Als ik niet blind was geweest, had ik hem een paar klappen verkocht."

In de buurt van zijn huis werd Volkens drie keer op zijn hoofd geslagen. De eerste twee keren dacht hij nog dat hij ergens tegenaan was gelopen of dat er iets tegen zijn hoofd was gewaaid, maar de derde keer waren er getuigen. Die zagen hoe een man Volkens met een stratenmakershamer op zijn hoofd sloeg.

Geen vergunning
Vier jaar duurde het voordat hij over dat trauma heen was. "Ik was heel bang om op straat te ­lopen. Het was al drie keer gebeurd en je weet nooit wat ­iemand de vierde keer met je van plan is. Ik liep telkens een andere route en ging op andere tijdstippen naar huis."

Op een koude decemberdag in 2010 werd Volkens door de politie gearresteerd en in de cel gezet. Hij had geen vergunning om langer dan een halfuur op dezelfde plek ­muziek te mogen maken en de politie wilde daar korte metten mee maken. "Op het bureau moest ik me helemaal uitkleden en werd ik gefouilleerd."

"De politieagent zei dat hij een mes had gevonden. Ik kwam in een cel terecht tussen daklozen en junks. Daarna kreeg ik een boete voor het mes dat ik nooit had gehad. Later moesten ze die intrekken." Na steun van verschillende ondernemers uit de buurt kreeg Volkens alsnog een vergunning om muziek te maken bij de Nieuwe Kerk.

Eigen muziek
Wat hij ook meemaakte, Volkens dacht geen moment aan stoppen. "Anders moest ik alsnog de bijstand in. Dat wilde ik niet." Vanuit Slotermeer, waar hij samenwoont, bleef hij elke dag tram 13 naar de Dam nemen.

Echt een vetpot is het nooit geweest. "Het was te veel om van dood te gaan, maar te weinig om van te leven. Mensen hebben ook steeds minder contant geld op zak en luisteren met een koptelefoon naar hun eigen muziek. Maar ­zolang het weer niet te slecht was, ging ik. Ongeveer 350 dagen per jaar. Anders werd het financieel echt krap. ­Alleen als het stormde was het te gevaarlijk, omdat ik afgewaaide takken niet zie aankomen."

Het was ook niet alleen maar kommer en kwel. "Er waren heel veel lieve mensen. Sommigen hielpen me met oversteken of ze kwamen naar me toe om te vragen hoe het ging. Er zaten mensen bij die al tientallen jaren bij me langskwamen om hun verhaal te doen. Dat is de sociale kant die ik mooi vond."

Uitvaart
"Er was ook een keer een meisje van een jaar of vier dat per se wat wilde geven. Haar moeder had geen kleingeld, dus ik gaf haar een paar muntjes die ze in mijn bakje kon gooien. Haar moeder vertelde me later haar dochter daarna ­altijd keek of ik er was als ze bij de tramhalte stonden. 'Vrienden voor het leven,' zei ze."

Op 17 oktober kreeg Volkens, die kanker heeft, te horen dat hij is uitbehandeld. De artsen hebben hem nog een paar maanden gegeven. Omdat hij nu helemaal geen inkomen meer heeft, is bewonderaar Laura van der Horst - die Volkens een Amsterdams icoon noemt - een crowdfundingactie begonnen; er is al bijna 10.000 euro opgehaald.

Volkens is er heel blij mee. "Dan kan ik de rekeningen ­betalen en nieuwe dingen kopen voor in huis. En mijn uitvaart zal ook moeten worden betaald. Ik zou me ervoor schamen als ik een gemeentebegrafenis krijg. Die is ook via de sociale dienst en daar wil ik echt nooit wat mee te maken hebben."

Volkens zegt een mooi leven te hebben gehad. "Ik heb een heel fijne jeugd gehad en heb altijd gelukkig geleefd. Dat ik die ziekte heb gekregen is een ramp, maar dat geldt voor iedereen die dat meemaakt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden