Column

'Blij met machinegeweren, het is toch krankzinnig dat dit Amsterdam is?'

null Beeld Floris Lok
Beeld Floris Lok

De lerares belde: 'Arnon Grunberg is er! Ik heb aan de bewaking doorgegeven dat je komt.'

'Super.'

Toen ik me bij de bewaking meldde, herkende ik één van de bewakers, het was een vriend van een vriend. Normaliter zag ik hem op huisfeestjes, aardig en achteloos nipjes nemend van zijn drankje. Hij was nog steeds aardig, maar allesbehalve achteloos. Terwijl we elkaar begroetten, keek hij alert om zich heen, zijn ogen volgden elke auto die in de buurt van de school kwam. Hij werd geruggensteund door camera's op elke hoek. Wat hij niet zag, zagen zij wel.

'Zijn jullie gewapend?'

'Wij niet,' hij wees met zijn bebaarde kin naar de overkant, 'zij wel.'

Twee marechaussees stonden voor een BMW X5 bij zo'n verhoogde politiepost. De geweren nonchalant vasthoudend.

Ik ben over het algemeen een pacifist, maar ik was toch wel blij dat er machinegeweren in de buurt van de school waren. Mochten er ooit gestoorde gasten met geweren langskomen, God verhoede, dan is er tenminste evenwicht. Ineens dacht ik: het is toch volkomen krankzinnig dat dit Amsterdam is?

Voor de tweede keer bracht ik een bezoekje aan de behoorlijk beveiligde scholengemeenschap Maimonides in Buitenveldert. Vorig jaar was ik er voor het eerst. Ik was de eerste niet-Joodse spreker die een lezing kwam geven in de overvolle aula. Dat was best spannend, vonden de leraren, ze hielden hun hart vast: ze wisten niet hoe de kinderen op mij zouden reageren.

Daarom wilde ik er juist heen. En het was de leukste lezing die ik ooit gegeven heb. In het verleden waren er Joodse schrijvers langsgekomen en zelfs die kregen van de kritische leerlingen de wind van voren - halverwege de lezingen keken de schrijvers de leraren wanhopig aan, zo van, gaan jullie hier iets van zeggen? Dat zou ik nooit doen. Als scholieren doorgewinterde schrijvers kunnen kwetsen, dan verdienen ze toch een schouderklop?

De school had de traditie een gesigneerd boek van de vorige schrijver te schenken aan de volgende schrijver. En omdat dat Grunberg was, wilde ik zijn lezing nauwlettend bestuderen en hem m'n boek persoonlijk overhandigen.

Ik was in de lerarenkamer een espresso aan het maken toen een lerares mij aan hem voorstelde. Hij was bijzonder klein.

De eerste twee rijen zaten de smoezelende meisjes. Daarachter de joodse jongens. Daaromheen stonden de leraren. En rondom het schoolgebouw bebaarde beveiligers en marechaussees die ons beschermden.

De lezing gaf Arnon zittend op een tafel, zijn benen bungelden in de lucht. Hij sloot af met: 'Schrijven is een soort gecontroleerde psychose.'

Een jongen achter me fluisterde: 'Die gast is gek.' De jongen naast hem vroeg mij: 'Ga je straks mee?'

'Waarheen?'

'Hierachter, waar geen camera's zijn.'

'Wat doen?'

'Ik heb hasj bij me. We gaan onszelf in een gecontroleerde psychose roken.'

m.bouzamour@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of mail naar m.bouzamour@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden