Plus

Bijlmerramp 25 jaar later: 'Het gekrijs ging door merg en been'

Binnen een uur waren ze alle drie ter plekke, toen het El Alvliegtuig op 4 oktober 1992 was neergestort op flats Klein-Kruitberg en Groeneveen in Zuidoost. Een brandweerman, bewoner en Leger des Heilshulpverlener kijken terug.

De brandende Bijlmerflats Groeneveen en Klein-Kruitberg. Karin Moor: 'Er ontplofte van alles' Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/ANP

Op zondag 4 oktober 1992 om 18.36 uur stortte het Israëlische vrachtvliegtuig, een Boeing 747, neer. Officieel kwamen daarbij 39 bewoners, drie bemanningsleden en een passagier om het leven.

Omwonende Karin Moor (58), brandweerman Jan Heukelom (68) en Henk Dijkstra (67) van het Leger des Heils weten nog precies wat ze op dat moment deden. Moor was aan het kaarten in de gemeenschappelijke ruimte van de ernaast gelegen flat Grubbehoeve. Heukelom zat net aan tafel met vrouw en kind en Dijkstra keek Studio Sport.

Dijkstra, oud-directeur van het Leger: "Mijn vrouw zei direct: 'Henk, trek je uniform maar vast aan.' Een kwartier later belde Eric van der Burg, de stadsdeelbestuurder van Zuidoost: 'Het is helemaal mis. Bereid je erop voor'." Heukelom werd gebeld door de brandmeester van de alarmcentrale, die zei: "Er is gebeurd wat je ooit zou kunnen verwachten."

Moor, destijds jeugdwerker in de Bijlmer: "We waren met klaverjassen net aan de winnende hand. Ineens hoorde ik een gek geluid, alsof een metro langs suisde. Ik dook ineen. Buiten, op honderd meter afstand, zag ik een grote sinaasappel in de lucht hangen. Mijn eerste reactie was dat ik er niets mee te maken wilde hebben. Ik dacht: dit wordt gruwelijk. Ik kende de gezinnen en de kinderen. Maar je hebt geen keuze. Ik rende richting het vuur." Ze was als een van de eersten ter plaatse.

Wat was de aanblik?
Moor: "Puur vuur. Er lagen brokstukken van het vliegtuig. Er ontplofte van alles. Ik dacht aanvankelijk een passagiersvliegtuig en lichaamsdelen en koffers met vakantiekleren aan te treffen. Dat gebeurde niet, dat was wel een soort opluchting."

"Ik zag vervolgens gezinnen en kinderen in volle verbijstering. Mensen renden over de galerijen, hielpen elkaar over de balustrades, kinderen werden doorgegeven, er zaten mensen vast in de lift. Het vuur was zo eng, zo groot, zo heftig."

Heukelom was binnen een halfuur ter plaatse. "Ik dacht: hoe gaan we dit aanpakken? Dit is zo groot. We wisten ook niet wat er in het vliegtuig zat."

Hoe verliepen die eerste uren?
Heukelom: "Mijn opdracht was te onderzoeken of er nog mensen in de flats zaten. Ik zat in de verbindingscommando-auto en registreerde waar de brandweermensen hadden gezocht. Etage voor etage. Maar er werd niemand meer gevonden."

Moor: "Dat klopt. Wij hadden alle mensen er al uitgehaald en naar Grubbehoeve gebracht."

Heukelom: "Die spontane hulp is heel belangrijk, want daarmee worden de meeste mensen gered. Maar later hebben we vrijwilligers moeten tegengehouden. Het was te gevaarlijk."

Henk Dijkstra, Leger des Heils Beeld Marc Driessen

Moor: "Er waren veel mensen boos dat ze niet meer mochten helpen. 'Karin, wat moeten we nu doen?' vroegen ze. Er liepen mensen in en uit op zoek naar familie en vrienden. We hebben een groot vel papier opgehangen waarop ze boodschappen konden achterlaten."

Dijkstra ving in een nabijgelegen kerk en later in de Bijlmersporthal de slachtoffers op. "Er was totale ontreddering. Huilen en krijsen. Een man gilde keihard omdat zijn kinderen in de flat waren terwijl hij melk was gaan halen. Intens verdrietig. Dat gekrijs ging je door merg en been. We zetten veldbedden neer, boden een luisterend oor en legden een arm om een schouder."

Hoe lang zijn jullie doorgegaan met hulp­verlenen?
Moor: "Ik lag rond drie uur 's nachts in bed. Helemaal uitgeput. De volgende ochtend dacht ik dat ik een nachtmerrie had gehad maar toen ik de helikopters buiten hoorde en het nieuws zag, wist ik het weer. Het is geen droom, het is werkelijkheid... Ik ben weer gaan helpen in de sporthal."

Heukelom: "Het is belangrijk dat ploegen worden afgelost, gaan slapen en eten en dat er weer verse ploegen komen. De volgende dag zat ik in het beleidscentrum onder de Stopera waar we ons bezighielden met de rode draad van de ramp."

Dijkstra: "Die nacht was zo om. Ik was 26 uur achter elkaar bezig. Tegen elven was ik voor het eerst op die rampplek om de brandweer en politie eten en koffie te brengen. Het gebied was inmiddels afgezet. Een journalist bood me geld als hij op de vloer van de auto mee kon rijden. Verschrikkelijk. Onder geen enkele voorwaarde, zei ik."

Karin Moor, omwonende Beeld Marc Driessen

Hoe verliepen die eerste dagen?
Heukelom: "We moesten weten of er nog levende slachtoffers waren en zochten naar betere zoek- en luisterapparatuur. Ik regelde de inzet van de eenheden die de ramp zouden bestrijden. Het nablussen duurde wel enige dagen."

Moor: "Mensen waren lamgeslagen, wilden elkaar ontmoeten en met elkaar praten. Daar wilde ik bij helpen."

Heukelom: "Het leed delen. Dat is zo belangrijk."

Dijkstra: "Daarom hebben we tafels neergezet waar de mensen in groepjes konden zitten. Ik geloof dat we wel tweehonderd man binnen hadden. Verder regelden we herhuisvesting in hotels en huizen. We zijn ook bewoners uit omringende flats gaan vragen of we iets voor ze konden betekenen."

Moor knikt: "Dat werd enorm gewaardeerd. Duizenden hebben de ramp zien gebeuren. Zij waren ook getraumatiseerd en konden hun verhaal kwijt."

Vijf dagen na de ramp werden de namenlijsten van de overledenen in de Bijlmersporthal opgehangen. Het orkest van het leger speelde buiten het lied 'Blijf bij mij, Heer'. Dijkstra: "Er was een enorme spanning. Er werd duidelijk hoeveel mensen het leven hadden gelaten. Dat raakt je. Alles kwam ineens binnen. Ik heb toch staan janken."

Jan Heukelom, brandweerman Beeld Marc Driessen

Een week later was er een herdenkingstocht, ook voor de professionele hulpverleners.
Heukelom: "Bewoners liepen bij elkaar en door elkaar. De brandweer en andere hulpverleners liepen ook mee. Het was een eenheid."

Wat weten jullie nog van de weken na de crash?
Dijkstra: "De saamhorigheid was mooi om te zien. Buren die nooit wat met elkaar hadden, zaten met elkaar te eten. Er kwamen gratis spullen binnen uit het hele land: nieuwe tv's, ijskasten, meubilair en kleding. Wat een verbroedering. Waarom kan dat niet altijd zo? Waarom moet er eerst iets vreselijks gebeuren?"

"Maar ik heb ook gezien hoe sleutels van de getroffen flats werden gekopieerd en verhandeld. Als je een sleutel kon laten zien van een van de deuren kreeg je namelijk als illegaal een verblijfsvergunning."

Moor: "Ik was teleurgesteld dat de overheid soms onvoldoende in de gaten had dat het geronk van die helikopters en de lijkzakken die lange tijd aan de waterkant lagen, voor de omwonenden een afschuwelijke ervaring was. Het was meedogenloos. In de nazorg aan de bewoners heeft de overheid nogal wat steekjes laten vallen."

Een jaar later was de herdenking bij 'De boom die alles zag'. Hadden jullie het toen verwerkt?
Dijkstra: "Ik kwam net terug van vakantie uit een regenachtig Duitsland en had twee weken lang vreselijke nachtmerries gehad. Ik was in mijn droom bezig met hulpverlening en deed alles verkeerd. Ik hoorde ook dat gekrijs weer van die man die boodschappen deed en zijn twee kinderen had verloren. Daar heb ik zo veel last van gehad. De huisdokter zei toen: 'Zoek een paar weken een zonnig land op.' Van Portugal knapte ik op. Daarna was ik ervan af. Ik had het verwerkt, denk ik."

Nooit psychologische hulp nodig gehad?
Dijkstra: "Nee, daar had ik geen behoefte aan. Ik heb wel veel gepraat met collega's."

Moor: "Ik kreeg zes weken na de ramp ook nachtmerries. In mijn droom was ik boos dat het vliegtuig neerstortte tussen Groeneveen en Kruitberg terwijl daarvoor water ligt, de Grubbezee. In mijn droom hoorde ik mensen schreeuwen en dacht: ik wil er niet naar toe. Ik verstopte me. Maar ik moest erheen."

Huilend: "Ik heb het eerste jaar last gehad van het geluid van sirenes. Helikoptergeluid maakt me nog steeds onrustig. Het is 25 jaar geleden maar ik heb er nog last van. Ik moet huilen als ik erover praat, maar het is wel minder geworden. Ik heb één keer gepraat met een psychiater, die legde uit dat ik eigenlijk ook een slachtoffer ben. Dat was verhelderend. Ik heb het geaccepteerd, hoewel ik beslist geen slachtoffer wil zijn en vaak tegen mezelf zeg: doe niet zo pathetisch."

Dijkstra tegen Moor: "Wij reden ernaartoe en konden ons erop instellen. Jij kon dat niet. Wij wisten dat het een puinhoop was."

Heukelom: "De confrontatie met de slacht­offers, zoals jullie, heb ik niet meegemaakt. Ik heb zelf geen nare slachtoffers gezien. Ik ben vijftien jaar lang naar de herdenkingen gegaan. Ik weet nog dat er op een van die herdenkingen een vliegtuig overvloog. Die aanwezigen kregen echt een herbeleving."

Professor Gersons, voormalig psychiater van het AMC die de hulpverleners na de ramp bijstond, zei: 'Na zo'n ramp word je nooit meer dezelfde. Je kunt nooit meer naïef zijn.'
Dijkstra: "Het vormt je. Voor die tijd was ik een mannetje. Vond mezelf erg belangrijk. Ik zie nu de betrekkelijkheid van mezelf in. Ik weet dat je de ander nodig hebt om te kunnen stralen. En ik vind dat je van het leven moet genieten."

Heukelom: "Ik heb wel een andere kijk op mensen gekregen. Er zit vaak veel meer in iemand dan je op het eerste gezicht ziet. Ik heb mensen gezien die ineens gingen handelen. Je moet niet meteen over iemand oordelen. Dat heb ik van de Bijlmerramp geleerd."

Moor: "Er is na de Bijlmerramp veel gezegd over wie de helden waren en wie niet. Ik ken mensen die niet geholpen hebben en zich daar schuldig over voelen. Echt! Dat vind ik zo erg. 'Jij bent een held en ik heb niets gedaan,' zeggen ze tegen mij. Maar mensen die dat niet kunnen, daar kijk ik met alle mildheid van de wereld naar. Het ligt allemaal niet zo simpel. Het zijn de omstandigheden die bepalen of je gaat helpen. Dat is het inzicht dat ik gekregen heb."

Wat is uw herinnering aan de Bijlmerramp?
Weet u nog waar u was toen u het nieuws hoorde? Heeft u een bijzonder verhaal over de ramp of periode erna dat u met andere Paroollezers wilt delen? We horen het graag via hethoogstewoord@parool.nl of via een privébericht op onze Facebookpagina.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden